Auteur: admin

  • Nieuw: Queens Beast 2 troy ounce zilveren munt

    queens-beast-frontDe Britse Royal Mint heeft met de Queens Beast een nieuwe zilveren munt met een gewicht van 2 troy ounce op de markt gebracht. De munt is twee keer zo dik als de normale beleggingsmunten en is daarmee een interessante verschijning. De gekartelde rand en de dikte geven de munt een robuuste uitstraling. Op de voorkant staat een leeuw met een schild afgebeeld, net als de zuiverheid van 99,99% zilver en het gewicht van 2 troy ounce. Op de keerzijde van de munt zien we het bekende portret van Queen Elizabeth II.

    Deze twee troy ounce munten hebben in het Verenigd Koninkrijk een nominale waarde van £5, maar dat is slechts een fractie van de zilverwaarde. Bij Hollandgold kunt u deze zilveren munten kopen, ze zijn per stuk verkrijgbaar. De voorraad is beperkt.

    Klik hier voor meer informatie

    hollandgold-logo

  • Royal Mint gaat goud als pensioenbelegging aanbieden

    Goud wordt langzaam maar zeker erkend als een alternatieve manier om vermogen te sparen voor later. In het Verenigd Koninkrijk is men nu ook zover dat het belastingtechnisch interessant wordt fysiek goud te kopen als vorm van belegging voor je pensioen. Volgens de Financial Times accepteert de Britse belastingdienst vanaf nu namelijk ook de goudbaren van de Royal Mint als vorm van pensioenbelegging. Dat betekent dat het ook belastingtechnisch aantrekkelijker wordt om goud te kopen.

    De Britse Royal Mint speelt op deze nieuwe ontwikkeling in met een nieuw spaarprogramma, waarmee spaarders goudbaren van 100 gram en 1 kilogram in combinatie met opslag kunnen kopen. Ook kan men onder het ‘Signature Gold’ programma een aandeel kopen in een grote LBMA goudstaaf van 400 troy ounce.

    De gunstige fiscale regels gelden alleen voor deze goudbaren van de Royal Mint, niet voor gouden munten zoals de Brittannia en de Britse ponden die door hetzelfde munthuis geslagen worden. Ook geldt de gunstige fiscale regelgeving alleen voor goud in combinatie met opslag in ‘The Vault’, de goudkluis van het Britse munthuis in Wales. Fysieke uitlevering van het edelmetaal is daarbij niet mogelijk.

    Goud als vorm van pensioen

    Er is de laatste jaren weer meer belangstelling voor goud als alternatieve vorm van vermogen, omdat steeds meer beleggers en spaarders zich zorgen maken over de economie en over het monetaire beleid van centrale banken. De dreiging van een negatieve rente op spaargeld en de discussie over ‘helikoptergeld’ (geld bijdrukken en onder de bevolking verdelen) hebben het vertrouwen in centrale banken geen goed gedaan. Goud wordt al eeuwenlang gezien als opslag van waarde, maar het edelmetaal is vooral populair in tijden waarin beleggers zich zorgen maken over de kwetsbaarheid van het financiële systeem en over verdere uitholling van de waarde van het geld. Het is slechts een kwestie van tijd voordat spaarders zich realiseren dat goud een waardevolle toevoeging kan zijn voor een beleggingsportefeuille of spaarpot, omdat het edelmetaal weinig correlatie heeft met andere financiële activa en omdat het geen tegenpartij risico kent.

    royal-mint-goldbar

    Goud van de Royal Mint wordt erkend als pensioenbelegging

    hollandgold-logo

    Deze bijdrage wordt u aangeboden door Hollandgold

  • Opkomende markten kruipen uit het dal

    Het afgelopen jaar zaten opkomende markten middenin een ‘perfect storm’, een combinatie van factoren waardoor de situatie drastisch verslechterde. Het ergste is inmiddels achter de rug en we zien nu tekenen van stabilisatie in deze economieën. Dat biedt volgens Robeco kansen voor beleggers.

    De ‘perfect storm’ die de opkomende markten vorig jaar teisterde, bestond allereerst uit zorgen over China vanwege de daar verder afzwakkende groei, sterk schommelende binnenlandse aandelenmarkten en de opheffing van de koppeling van de Chinese munt met de Amerikaanse dollar. Daarnaast eisten de zwakke grondstoffenprijzen, de renteverhoging door de Amerikaanse centrale bank en de invloed hiervan op lokale valuta’s ook hun tol. Dit leidde tot de grootste uitstroom uit de opkomende aandelenmarkten sinds 2008.

    Het goede nieuws is dat het ergste achter de rug lijkt. Er zijn tekenen van stabilisatie. De neerwaartse trend van valuta’s uit opkomende markten ten opzichte van de Amerikaanse dollar is gestopt. In China is de uitstroom van kapitaal afgenomen en ook is de druk op de Chinese munt verminderd. Belangrijk is ook dat het verschil tussen de nettowinstmarge in opkomende en ontwikkelde markten is gestabiliseerd. Ook is er na vier jaar van dalende grondstofprijzen weer een nieuwe bull market in grondstoffen begonnen. Dat is met name gunstig voor opkomende markten, die veel grondstoffen nodig hebben voor de groeiende economie en die in veel gevallen ook voor hun export afhankelijk zijn van grondstoffen.

    Robeco

    Niet alle opkomende markten zijn interessant

    Terwijl deze signalen positief zijn, betekent dit niet dat alles rozengeur en maneschijn is in de opkomende markten. Voor beleggers blijft een juiste selectie op basis van een grondige analyse van groot belang, zowel op landen- als op bedrijfsniveau. Opkomende markten zijn geen homogene groep, omdat ze zich in verschillende fasen van ontwikkeling bevinden, met verschillende risico’s te maken hebben en verschillende ‘aanjagers’ kennen. Wat goed is voor de een, hoeft niet per definitie goed voor de ander te zijn.

    Met name in Zuid-Korea doen bedrijven het goed en het einde van de zogenoemde Korea-korting, die de markten traditiegetrouw op Zuid-Koreaanse aandelen toepasten, is in zicht. In India heeft de regering-Modi broodnodige structurele veranderingen doorgevoerd. Deze gaan wel langzamer dan verwacht, maar ze leveren duidelijk macro-economische verbeteringen op.

    China

    China ondergaat een enorme economische verandering. Deze zal eerst nog meer volatiliteit veroorzaken, maar moet uiteindelijk de economie duurzamer en meer solide maken. De totale schuld van China is wel sterk gegroeid, maar bijna 90% daarvan is binnenlands en de Chinese regering heeft de middelen om een groot deel voor haar rekening te nemen. Toch moeten beleggers ook in China voorzichtig zijn, want ervaringen uit het verleden leren ons dat snel groeiende schulden een voorbode kunnen zijn voor een nieuwe crisis, vergelijkbaar met die van 2008.

    Belangrijke informatie: Robeco Institutional Asset Management B.V. heeft een vergunning als beheerder van ICBE’s en ABI’s van de Autoriteit Financiële Markten te Amsterdam.

    beleggen-markt-in-opkomst

  • Commerzbank wil negatieve rente ontwijken met contant geld?

    Het Duitse Commerzbank bestudeert de mogelijkheid om miljarden euro’s aan reserves in de vorm van contant geld te bewaren, zo schrijft Reuters op basis van twee anonieme bronnen. Daarmee kan de bank de boeterente van 0,4% ontwijken die banken vandaag de dag moeten betalen om reserves te parkeren bij de ECB. Het gerucht kon nog niet bevestigd worden.

    Als Commerzbank werkelijk van plan is op grote schaal contant geld aan te houden, dan zou dat het meest substantiële protest tegen het monetaire beleid van de ECB betekenen. Een beleid dat vooral in Duitsland bekritiseerd wordt, onder meer door de minister van Financiën Wolfgang Schauble.

    Commerzbank vlucht naar contant geld?

    Eerder dit jaar opperde een bank uit de Duitse deelstaat Beieren ook al het plan reserves in de vorm van contant geld aan te houden. Dit zal een populaire vluchtroute worden, zeker als ook de rente op spaargeld negatief wordt. Dat lijkt met het huidige monetaire beleid van de ECB slechts een kwestie van tijd. Tijdens de laatste persconferentie van begin deze maand zei Draghi nog dat de rentestanden nog tot ver in de toekomst laag zullen blijven en misschien zelfs verder zullen dalen.

    Een tegoed op een bankrekening kan met negatieve rente belast worden. Daarom wordt contant geld steeds interessanter, omdat je daar geen rente over hoeft te betalen. En het zijn niet alleen banken die in contant geld kunnen vluchten, maar ook beleggingsfondsen en institutionele beleggers. Daar hebben ze nu al mee te maken, nu veel staatsobligaties in de Eurozone een negatief rendement opleveren.

    Commerzbank

    Lage rente zorgt voor problemen

    Het wordt met de dag duidelijker dat het monetaire beleid van extreem lage rente ook ongewenste effecten met zich meebrengt. Zo komt ook het verdienmodel van banken onder druk te staan bij negatieve rentes. In plaats van dat ze geld verdienen aan spaartegoeden moeten ze er bijna geld op bijleggen.

    De ECB heeft sinds het begin van het stimuleringsprogramma in maart 2015 al meer dan €1 biljoen aan schuldpapier opgekocht, maar dat leidt slechts mondjesmaat tot meer kredietverlening. Banken zien onvoldoende mogelijkheden om het geld op een verstandige manier uit te lenen en parkeren nu al voor in totaal €850 miljard bij de ECB tegen die boeterente van 0,4%.

    Het is niet eenvoudig om miljarden aan banktegoed om te zetten in contant geld. Een bedrag van €2 miljard in bankbiljetten van €200 staat volgens berekeningen van Reuters gelijk aan een stapel bankbiljetten van 11 ton. Dat is een halve vrachtwagen vol papiergeld. Het zal niet eenvoudig zijn daar een geschikte kluisruimte voor te vinden.

    hollandgold-logo

    Deze bijdrage is afkomstig van Hollandgold

  • Boekbespreking: Ontgroei

    In Nederland is de uitdrukking ‘Degrowth’ (Ontgroei) weinig bekend, ook onder economen. In veel andere landen van Europa en ook in de VS en Canada is een groeiend aantal onderzoekers actief op dit gebied. Dat zijn mensen die zeer kritisch zijn over de bestaande dominante economische opvattingen en beleid. Zij maken zich grote zorgen over hoe die economie de wereld steeds weer bedreigingen oplevert op gebieden als klimaat en natuur, armoede en ongelijkheid. Waarom nog groeien, is het niet al lang genoeg? Hoe moeten toekomstige generaties ooit om kunnen gaan met de grote problemen waarmee wij hen opzadelen?

    Dematerialisering

    Over Degrowth is nu ook in Nederland een toegankelijke publicatie verschenen. En wel onder de (lelijke) vertaling ‘Ontgroei’. Het boek is samengesteld door drie auteurs verbonden aan de Autonome Universiteit van Barcelona. Dat is een van de wetenschappelijke centra waar veel onderzoek over Degrowth wordt verricht.

    ontgroei-coverlrEnkele tientallen andere auteurs hebben bijdragen geleverd. Daaronder ook in Nederland bekende onderzoekers als Tim Jackson, Serge Latouche en Juliet Schor. En slechts een enkele onderzoeker verbonden aan een Nederlandse universiteit. Zij allen voeren een pleidooi om te stoppen met dat steeds maar weer bevorderen van de economische groei zoals uitgedrukt in de dominante indicator Bruto Binnenlands Product – bbp.

    Een van de kernbegrippen van de critici is dematerialisering. Daarmee wordt bedoeld dat de samenleving haar economie zodanig moet inrichten dat het beslag op de steeds schaarser wordende natuurlijke hulpbronnen kleiner wordt. Abstract-theoretisch gesproken hoeft dat niet per se te betekenen dat het bbp moet dalen. In de praktijk komt het daar wel op neer, alle beloften van de in de ‘oneindige’ mogelijkheden van de technologie gelovigen ten spijt. Daarbij gaat het niet alleen om het serieus nemen van de noodzaak tot aanpassing aan de onvermijdelijke ecologische grenzen. Het gaat ook om de garantie van bestaanszekerheid voor alle mensen op aarde. Dat betekent dat eindelijk werk moet worden gemaakt van een mondiale herverdeling van de welvaart. Impliciet betekent dat uiteraard dat de meest welvarenden, overwegend woonachtig in de ‘rijke’ landen het meest zullen moeten inleveren. Dat kán ook, omdat veel van die welvaart der rijken nauwelijks iets toevoegt aan hun welzijn en geluk, zelfs steeds meer kost dan het opbrengt. Krimp is ook daarom niet zo’n uitzichtloos beleidsdoel.

    Antikapitalistisch?

    Opvallend is daarbij, zeker in dit boek, dat er nauwelijks pleidooien te vinden zijn die als antikapitalistisch gekenmerkt kunnen worden. Integendeel, ‘markten’ zullen een ‘goede’ bijdrage kunnen leveren aan de zo noodzakelijke coördinatie van al het economisch handelen. Waar het in essentie wel om gaat is dat markten duidelijk ingebed moeten worden in adequate sociale en ecologische grenzen. Persoonlijk vind ik dat een wat semantische discussie. Want als je private ondernemingen ‘inbedt’ in de vele bepleite en nogal drastische beleidsgrenzen, dan ontkom je niet aan de conclusie dat er getornd moet worden aan het principe van de vrije ondernemingen. En zeker betekent Degrowth dat veel van de nu heersende neoliberale opvattingen als vrijhandel, autonomie en expansie van ondernemingen, zullen moeten worden bijgezet in het archief van de geschiedenis van de economie. De kapitalistische droom van eindeloze groei van behoeften en ambities is een illusie.

    Vocabulaire

    In het boek worden vele onderwerpen besproken door de tientallen auteurs. Dat maakt het niet makkelijk leesbaar. Het boek heeft een duidelijk encyclopedisch karakter dat ook wordt uitgedrukt in het woord ‘vocabulaire’ in de ondertitel van dit boek. Aan de hand van de inhoudsopgave kunnen belangstellenden kiezen uit een keur van onderwerpen. Daarnaast hebben de drie hoofdauteurs aan het begin van dit boek gelukkig een zeer lezenswaardige introductie op al die onderwerpen geschreven. Voor veel lezers zal met dit boek een nieuwe wereld opengaan. Veel nieuwe en oude inzichten worden gepresenteerd met voor een aantal mensen misschien choquerende opvattingen, bijvoorbeeld over kwijtschelding van schulden. Ook komen vele nieuwe én oude praktijken aan bod die allen samengevat kunnen worden als bijdragen aan de zo noodzakelijke transitie van de samenleving naar nieuwe economische doelen en maatstaven. Bijvoorbeeld de introductie door sommige groepen van mensen van hun eigen geldsystemen, dikwijls aangeduid als complementair geld. Of de vele projecten die bekend zijn geworden onder de benamingen stadstuinen en stadslandbouw. Maar ook breed bekende voorstellen als het basisinkomen, een gedachte die ook in Nederland steeds meer mensen, ook (vooral lokale) bestuurders, aantrekkelijk beginnen te vinden. En wat te denken van de heropleving van de coöperatieve gedachte? Zie bijvoorbeeld het in Nederland snel groeiend aantal ‘broodfondsen’ van kleine zelfstandigen waarin de gedachte van de onderlinge waarborg weer opleeft. En natuurlijk komt het onderwerp van de geldcreatie ook aan bod, met als leidend idee dat geldcreatie de exclusieve bevoegdheid van de publieke overheden moet worden. Uiteraard lijkt dit tegenstrijdig met de vele private initiatieven van complementair geld. Maar het botst vooral met de op dit moment dominante positie van de particuliere banken die een overgroot aandeel hebben in de totale geldcreatie.

    Werkloosheid?

    Zal de via Degrowth tot stand gebrachte nieuwe economie leiden tot grote werkloosheid? Daarover zijn verschillende opvattingen. Enerzijds zijn er mensen waar onder Willem Hoogendijk in Nederland die ervan uitgaan dat er in de toekomst juist veel extra werk zal komen omdat meer met menskracht dan met machines en andere hulpbonnen verricht zal worden, terwijl er gelijktijdig (en eindelijk) taken aangepakt kunnen worden die nu verwaarloosd worden, als natuurherstel en zorg voor anderen. Anderzijds gaan veel Degrowth onderzoekers ervan uit dat door de krimp van de materiële economie er minder (betaald) werk zal zijn. Dat wordt dan niet als dramatisch voorgesteld. Immers waarom zou de mens zo veel moeten werken, er zijn toch ook andere invullingen van een goed leven? Bovendien wordt bepleit om het beschikbare werk beter te verdelen (met een verkorting van de arbeidstijd) en de inkomensgevolgen mee op te vangen via een basisinkomen.

    Planning?

    Kortom, een lezenswaardig boek dat de lezer veel aanknopingspunten biedt in de zoektocht naar nieuwe begrippen en praktijken. Wel mis ik bijdragen over de inrichting van een proces van transitie op macroniveau. Het doet denken aan discussies in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw over nationale ontwikkeling. Denk bijvoorbeeld aan het werk van Jan Tinbergen of van Charles Bettelheim. Die ontwikkelden instrumenten van planning van de economie die een hoog gehalte van toepasbaarheid hadden. Daar was natuurlijk een en ander op aan te merken. En door de opkomst van het neoliberalisme is planning een vies woord geworden. Maar willen wij komen tot een versneld proces van transitie richting een waarlijk duurzame en solidaire samenleving, dan zullen dergelijke instrumenten die houvast bieden voor de beleidsmatige vaststelling van wat en hoe er op macroniveau moet veranderen zeer noodzakelijk zijn. Voor meer teksten van Lou Keune, zie www.loukeune.nl of www.platformdse.org. Voetnoot: Giacomo D’Alisá, Federico Demaria en Giorgos Kallis, red.: Ontgroei – Een vocabulaire voor ‘degrowth’ in een nieuw tijdperk. Utrecht, 2016, Uitgeverij Jan van Arkel.

  • Tip: Valcambi 8 gram gouden munt

    Hollandgold heeft een beperkte voorraad Valcambi gouden munten van 8 gram weten te bemachtigen. Deze munten zijn apart verpakt met een certificaat van echtheid en een uniek serienummer. Op de voorkant van de munt staat een roos afgebeeld, terwijl op de achterkant de naam van de smelterij, het gewicht en de zuiverheid van 99,99% goud geslagen is. Een mooi product om aan uw verzameling toe te voegen of om cadeau te geven.

    Valcambi is een smelterij met het kwaliteitskeurmerk van de LBMA, wat betekent dat de munten en baren van deze fabrikant voldoen aan de hoogste kwaliteitseisen en wereldwijd geaccepteerd worden.

    Wilt u deze Valcambi 8 gram gouden munt kopen? Klik dan hier.

    valcambi-rose_1_

    Nu bij Hollandgold: Valcambi gouden munt van 8 gram

    hollandgold-logo

  • De machtswissel in Brazilië

    De commotie is groot. Zeker in Brazilië. Maar ook onder de aficionados in Europa waaronder ikzelf. In de slipstream van de afzettingsprocedure van president Dilma Rousseff wordt nu ook de voormalige president Luiz Inácio Silva, beter bekend als Lula, verdacht van corruptie. Ik sluit niet uit dat politieke motieven een rol spelen. En het moet nog maar bewezen moet worden dat het waar is. Maar eerlijk gezegd begin ik te twijfelen, zeker ook omdat het justitioneel apparaat in Brazilië eindelijk een goede naam heeft op te houden. Waarom die dreigende kater om Lula?

    Aantrekkingskracht

    Ik heb heel wat jaren ervaring met de sociaaleconomische problemen van de Latijns-Amerikaanse volkeren. Ik heb in verschillende landen gewerkt; bij andere zoals Brazilië heb ik mij zeer betrokken gevoeld. Die betrokkenheid heeft veel te maken met de visionairs uit deze contreien, die ook vele Europeanen dilma-rousseffinspireerden. Denk aan Oscar Niemeyer, aan Paolo Freire, Salvador Allende, Camilo Torres, Ivan Illich, Helder Camara, om maar enkelen te noemen. Denk aan de schrijvers als Isabel Allende, Gabriel Garcia Marquez, Pablo Neruda, Manlio Argueta, Giaconda Belli, Miguel Angel Asturias, Mario Vargas Llosa, Eduardo Galeano die ook hier populair zijn geworden.

    Nogal wat van deze schrijvers danken hun populariteit aan de betrokkenheid van velen, ook uit Europa, met de sociale kwesties in Latijns-Amerika. Vergeet niet de bewegingen van solidariteit met Cuba, Chili, Argentinië, Colombia, Nicaragua, El Salvador, Guatemala. Die solidariteit was meestal authentiek en onbaatzuchtig, en ook gedragen door een zekere verwachting dat wij, de rijken van deze wereld, daarmee inspiratie op zouden doen voor een duurzame en solidaire samenleving. En bovenal zijn veel Europeanen in de ban gekomen van de rijkheid en charme van de verschillende Latijns-Amerikaanse volkeren. De muziek uit die contreien laat ons niet meer los, wij zijn ook geraakt door de kleurenrijkdom van mensen en natuur, en zeker ook door de gastvrijheid en directheid van veel Latinos.

    Teleurstellingen

    Maar er zijn ook vele teleurstellingen opgedaan. Dat heeft te maken met de hardnekkigheid van veel sociaaleconomische verhoudingen. Wij hebben moeten accepteren dat ook gewapend verzet gelegitimeerd kan zijn. Dat verzet heeft in een aantal situaties tot resultaten geleid. Cuba is daar een voorbeeld van, maar ook Nicaragua en El Salvador. Wij hebben ook gezien dat dit soort overwinningen geleid hebben tot nieuwe autoritaire systemen, die op zich hun verdiensten hebben gehad maar uiteindelijk toch zijn vastgelopen of dreigen vast te lopen in onderdrukkingssystemen. In andere gevallen bleek het gewapend verzet uitzichtloos en criminaliserend, zie de FARC in Colombia, soms geleid door extremistische ideologieën en opvattingen, bijvoorbeeld in Peru (‘Lichtend Pad’).

    Velen in Europa waren opgelucht toen bleek dat er ook andere wegen waren naar betere sociaaleconomische verhoudingen. Salvador Allende was daarvan een eerste voorbeeld, immers door verkiezingen aan de macht gekomen en ook nog in staat nieuwe verhoudingen te scheppen en voorrang te geven aan de belangen van de meest behoeftigen. Dat gebeurde ook in andere landen, ik heb eerder gewezen op vernieuwers als Kubitschek in Brazilië. Deze eerste golven van democratisering werden al snel teniet gedaan door militaire coups als in Brazilië, Chili en Argentinië.

    Maar militaire dictaturen bleken ook eindig te zijn. Zoals de Argentijnse politicoloog Ernest Laclau in die jaren van militaire en sociaaleconomische onderdrukking duidelijk maakte gaan dergelijke regimes ook aan hun tegenstrijdigheden ten onder. Bijvoorbeeld omdat de enorme kosten van instandhouding en verdediging van dergelijke regimes op een bepaald moment niet meer te verhapstukken zijn. Zijn conclusie was dat democratisering onvermijdelijk was en ook in het belang van de machtigen. En dat betekende in ieder geval dat de rechten en belangen van de onderklassen erkend moesten worden.

    Nieuwe sociale bewegingen

    In veel Latijns-Amerikaanse landen en zeker in Brazilië groeiden sociale bewegingen in aantal en omvang. Geweldloos bovendien. In Brazilië zijn twee daarvan van grote invloed geweest, en nog steeds leggen zij veel gewicht in de schaal. Dat is allereerst de vakbeweging CUT waaruit Lula is voortgekomen. En ten tweede de Beweging van Landloze Boeren MST. Op de golven van het gegroeide zelfvertrouwen en de toegenomen organisatiegraad werd ruimte geschapen voor politieke partijen als de Arbeiderspartij PT waartoe Lula behoort. Er waren enkele verkiezingen nodig voordat hij tot president werd gekozen. Dat illustreert dat wil je tot daadwerkelijke veranderingen van de sociaaleconomische en politieke verhoudingen komen je over een goede organisatie én een lange adem moet beschikken. Wat dat aangaat zijn Latijns-Amerikaanse vernieuwers dikwijls realistischer dan wat wij in Europa nastreven. Het kan decennia duren voordat je echte veranderingen kunt doorvoeren.

    Democratisering

    Dergelijke ontwikkelingen richting democratie waren en zijn in veel Latijns-Amerikaanse landen waar te nemen. Dat geldt zeker voor Brazilië, Bolivia, Ecuador, Uruguay, Venezuela, Paraguay, Argentinië en de meeste Midden-Amerikaanse landen. En dat heeft er o.a. toe geleid dat schijnbaar onuitroeibare problemen als extreme armoede, massale honger, diepgaande ongelijkheid (Latijns Amerika stond altijd in de top van internationale ongelijkheidsstatistieken) en diepgewortelde corruptie eindelijk en met succes werden aangepakt. Blijkt dat aan dergelijke vraagstukken waarover lang de communis opinio was dat daar weinig aan te doen was, toch onder bepaalde omstandigheden iets wezenlijks gedaan kan worden. Een van die omstandigheden is de democratische verovering van de staatsmacht en de aanwending daarvan voor de aanpak van grootschalige misstanden. En dat zie je terug in de internationale statistieken: Latijns Amerika figureert nu als regio van verkleining van de inkomensongelijkheden. Blijkbaar kun je met de staatsmacht beperkingen opleggen aan kapitalistische uitwassen als armoede en ongelijkheid.

    Lula kwetsbaar?

    En van al deze ontwikkelingen ten goede was en is Lula een belangrijk symbool. Zijn statuur als sociale en politieke vernieuwer is in Latijns Amerika enorm, misschien zelfs vergelijkbaar met die van Gandhi en Mandela. En als ook hij kwetsbaar blijkt te zijn, gevoelig voor corruptie, dan wordt bij veel Latinos een snaar geraakt. Niet alleen bij Latinos, ook bij veel gelijkgestemden in Europa. Er knakt iets. Er was al eerder iets geknakt natuurlijk, zie de teleurstellingen over de ontwikkelingen in Colombia (FARC), Cuba, Venezuela, Nicaragua. Lula was en is het symbool van een andere weg, een weg van democratische vernieuwingen, sociale hervormingen en juridische gelijkstellingen. Hij liet zien dat ‘hét’ kan! Zou ook deze weg tot mislukken gedoemd zijn?

    Zegeningen

    Hoe dan ook, laten wij de zegeningen tellen. Veel Latijns Amerikanen staan er in sociaaleconomisch opzicht veel beter voor dan pakweg 25 jaar geleden. Dat is winst. Of die duurzaam is moet natuurlijk nog maar blijken. Maar het scheelt enorm of je nu wel naar school kunt gaan, geen honger hebt, en niet voortdurend bedacht moet zijn op dictators die tot de meest gruwelijke dingen in staat zijn. Lou Keune Voor meer teksten van Lou Keune, zie www.loukeune.nl of www.platformdse.org.

  • Breed Welvaartsbegrip: “Economie is meer dan het bbp”

    Deze week heeft de Tweede Kamer Commissie Breed Welvaartsbegrip haar rapport gepresenteerd. Ik ben nauw betrokken bij dit onderwerp, zie mijn vorige columns. Ik heb veel waardering voor dit rapport. Maar ook kritiek. Uit het rapport blijkt dat de Nederlandse politiek dit vraagstuk van de meting van welvaart eindelijk serieus wil gaan nemen. Het rapport is van goede kwaliteit. Er worden ook aanbevelingen gedaan voor de toekomstige beleidsvorming. Van groot belang is dat het rapport benadrukt dat de indicator bbp een eenzijdig beeld geeft van de welvaart. Zij bepleit dan ook om sociale en ecologische factoren een minstens evenredige plek te geven in het politieke debat.

    tijdelijek_commissie_breed_welvaartsbegrip_Terecht moet het er volgens de commissie om gaan dat steeds verder gekeken wordt dan het hier en nu van Nederland. Er moet wereldwijd gekeken worden, en ook in de toekomst, eveneens een benadering die ik steeds gewild heb. Het rapport bepleit dat niet meer naar één indicator gekeken gaat worden maar naar een (beperkte) hoeveelheid indicatoren, in de vorm van een checklist. Over welke indicatoren in die checklist moeten worden opgenomen doet de commissie geen uitspraken, jammer.

    Het rapport bevat het voorstel om ieder jaar een verantwoordingsdebat te voeren over de ontwikkeling van de welvaart in deze brede zin. Zo’n debat zou men kunnen vergelijken met het verantwoordingsdebat dat regering en Kamer nu al kennen. Ik ben voorstander van zo’n debat. Het gevaar is wel dat het een verplicht nummer wordt vergelijkbaar met het beleidsdebat dat nu al jaarlijks gevoerd wordt. Voor een degelijke uitholling van een belangrijk principe moet dan ook gewaakt worden.

    Positief is ook de serieuze behandeling van de verschillende ecologische voetafdrukken. Dat is echt een winstpunt, in het recente verleden nog werd daar beleidsmatig nauwelijks naar gekeken.

    Uitgangspunt blijft toch het bbp?

    Met één onderwerp van het rapport heb ik grote moeite. Dat is het gebruik van de indicator bbp. Het rapport bevat op verschillende plaatsen kritische kanttekeningen bij de tekortkomingen van deze indicator. Evenwel trekt zij deze kritiek nauwelijks door naar haar conclusies. Dat betekent dat deze indicator de centrale factor blijft in belangrijke beleidsdocumenten als de jaarlijkse Macro Economische Verkenning, in tegenstelling tot ecologische en sociale factoren als de voetafdruk, de ecologische schuld, de omgekeerde ontwikkelingshulp (zeer actueel gezien de Panama Papers) en de ongelijkheid. De commissie verklaart het bbp tot een robuuste indicator. Welnu, als iets niet waar is, is het dit. Wereldwijd wordt al sinds jaar en dag en in brede kring gewezen op de fundamentele gebreken van deze indicator. Die afwijzing heeft niet alleen te maken met haar statistische tekortkomingen. Zij heeft ook als grote makke dat veel beleid gericht is op de bevordering van economische groei als uitgedrukt in het bbp. En dat dan met ernstige gevolgen voor mens en milieu zoals wij die nu haast dagelijks ervaren. In het rapport wordt een breed beeld geschetst van de discussie over dit onderwerp. Spijtig is dat daarbij geen enkele verwijzing is naar de vele inspanningen die sociale bewegingen en de civil society in het algemeen hebben verricht. Zonder al die inspanningen was deze commissie en dus ook dit rapport er nooit geweest. Zit hier een bepaalde politieke keuze achter? Kortom, de Nederlandse politiek kan gefeliciteerd worden met dit rapport, zij het dat er nog belangrijke hobbels moeten worden genomen willen mensen en milieu er echt iets aan hebben. Lou Keune Voor meer teksten van Lou Keune, zie www.loukeune.nl of www.platformdse.org

  • Ook negatieve rente in de Verenigde Staten

    In grote delen van Europa en in Japan is al sprake van een negatieve rente, maar ook in de Verenigde Staten is de rente eigenlijk al negatief. Niet in nominale zin, want voor een Treasury met een looptijd van 10 jaar krijg je als belegger nog steeds een vergoeding van 1,77%. Maar als je dat rendement corrigeert voor de actuele inflatie van 2,3% – de zogeheten reële rente – dan kom je ook al onder nul uit. Ook aan de andere kant van de oceaan valt er dus niet veel plezier meer te beleven aan staatsobligaties.

    real-rates-us-negative-wsj

    Ook negatieve rente op Amerikaanse staatsobligaties, na correctie voor inflatie (Bron: Wall Street Journal)

  • Goud ruilen voor zilver? Hollandgold koopt goudbaren in voor de spotprijs!

    Zilver is sinds 2008 niet meer zo goedkoop geweest ten opzichte van goud als nu. De goud/zilver ratio ligt al enige tijd boven de 80, wat betekent dat de prijs van een troy ounce goud op de wereldmarkt gelijk staat aan 80 troy ounce zilver. En dat terwijl de ratio historisch gezien tussen de 40 en 50 lag.

    goud-baren-goudbaren-goudbaar-250-gram_1Heeft u goudbaren, maar wilt u op dit moment liever zilver kopen? Dan bent u bij Hollandgold aan het goede adres! Ruilt u tussen 1 april en vrijdag 15 april goudbaren bij ons in om zilveren munten te kopen? Dan bieden wij u geen 1,5% onder spot, maar de spotprijs voor uw goudbaren! Op een Umicore goudbaar van 250 gram scheelt dat dus meer dan €100!

    Let op: Deze actie geldt alleen als u de opbrengst van de goudbaren gebruikt om zilveren munten te kopen bij Hollandgold. Ook geldt de hogere inkoopprijs alleen voor LBMA gecertificeerde goudbaren in de originele verpakking. Ook moeten de goudbaren onbeschadigd zijn.

    hollandgold-logo

  • Van welvaartsstaat naar neoliberale dominantie naar eerlijke economie (Deel 4)

    Lou Keune

    Langzaam maar zeker stijgt de verkiezingskoorts. Als het aan het kabinet ligt zitten de coalitiepartners VVD en PvdA de rit volledig uit tot in 2017. Maar de speculaties over een tussentijdse kabinetscrisis nemen toe. Er liggen dan ook nogal wat bananenschillen op hun weg. Hoe verder met Europa? Moet er een maximum komen aan het op te nemen aantal vluchtelingen? Worden er grenzen gesteld aan de flexibilisering van de arbeidsmarkt? Enkele koppen boven recente nieuwsberichten: “SP bereidt zich voor op vervroegde verkiezingen”. “PVV heeft genoeg kandidaten ‘met gezonde afkeer van islam’”. “PvdA-campagne hangt af van besluit Samsom”. Partijen zijn op zoek naar een visie voor ook de langere termijn. Zoals ik op 20 januari jl. schreef: “Waar willen de partijen heen? Verkiezingen winnen met wat rozen en tomaten, mooie verhalen en debattrucs, dat zit er niet meer in. Mensen willen weten waar de partijen voor staan, hoe ziet de toekomst eruit, hoe die te bereiken?”

    Vergankelijke orde

    lou keuneDe vraag dus naar het voorgestane sociaaleconomische bestel. Vertrekpunt bij die discussie is steeds meer de vergankelijkheid van het heersende neoliberale gedachtegoed en idem model. De gloriedagen van die ideologie beginnen achter ons te liggen. Ook deze maatschappelijke orde blijkt geen eeuwigheidswaarde te hebben. De ontevredenheid over al die bezuinigingen, flexibiliseringen en vermarkting neemt alsmaar toe. Volgens sommigen ligt die ook ten grondslag aan de soms ronduit etnocentristische protesten tegen de komst van vluchtelingen. Waar hebben mensen nog echt iets over te zeggen? Hebben zij gevraagd naar bijvoorbeeld de privatiseringen die de zorg en de sociale huisvesting op orde zouden brengen? Zijn zij, gewone burgers, mede verantwoordelijk voor de zeer kwetsbare positie waarin veel werkers dankzij al die flexibiliseringen zijn geraakt? Wiens woorden worden gesproken? Ideale omstandigheden voor de opkomst en bloei van allerlei populistische bewegingen.

    Het is onontkoombaar dat politieke partijen een visie ontplooien op hoe in hun ogen de samenleving zich dient te ontwikkelen. Daarbij zullen een aantal feitelijke omstandigheden onder ogen moeten worden gezien. Een daarvan is de ecologische crisis waarin de wereldsamenleving verkeert. Die dreigt zo alomvattend te worden dat een toekomst zich zou kunnen aftekenen waarin ecocide en de strijd om de resterende levensbronnen dominant zijn geworden. Een wat ik eerder Mad Max samenleving heb genoemd. Positief is dat sinds de Verklaring van de Klimaatconferentie van Parijs van 2015 duidelijke overeenstemming is over de noodzaak om wereldwijd verregaande maatregelen te nemen die de stijging van de gemiddelde temperatuur indammen. Over de implementatie van die maatregelen ben ik niet gerust. Nog steeds merk ik weinig van een ‘geen woorden maar daden’ mentaliteit, althans onder de bestuurders van de diverse samenlevingen. Dat neemt niet weg dat alleen al vanwege deze noodzaak de toekomstige economie, en dus ook het toekomstige economische beleid met zeker de volgende twee woorden kan worden gekenschetst: ‘Genoeg’ en ‘Overleven”.

    ‘Genoeg’ en ‘Overleven’

    Economie van het Genoeg wil zeggen dat misschien wel de meerderheid van de wereldbevolking, zeker die van de rijke landen als Nederland nu eindelijk zal moeten vaststellen dat haar bestaande welvaart meer dan genoeg is om te voldoen aan de basisbehoeften. Zelfs is er een teveel aan behoeftebevrediging, een teveel dat niet meer bijdraagt aan meer welzijn en geluk, in bepaalde opzichten zelfs strijdig is daarmee. Er zal krimp van de consumptie moeten plaatsvinden.

    En de toekomstige economie is ook een Overlevingseconomie. De bedreigingen die op ons afkomen vanwege allerlei ecologische destructies dwingen ons na te denken over hoe wij kunnen garanderen dat wij en de toekomstige generaties op zijn minst kunnen blijven bestaan. Trouwens, het gaat niet alleen om het gevaar van ecologische destructies. Het gaat ook om andere kwetsbaarheden van de moderne samenleving. De mondialisering is zover geraakt dat vele zo niet alle systemen van productie en distributie een wereldwijde afhankelijkheid hebben. Wat zullen, bijvoorbeeld, de gevolgen zijn van een stopzetting van de grootschalige productie en export van soja in landen als Brazilië en Argentinië? De veeteeltsector in Nederland zal in grote problemen komen, met alle gevolgen van dien voor de voedselvoorziening. En wat als de haven van Rotterdam gehackt wordt en allerlei installaties stil vallen? Wat als die grootschalige systemen van elektriciteitsvoorziening door een vergelijkbare oorzaak stilvallen. Kleine oorzaken kunnen in deze overgecentraliseerde samenleving grote gevolgen hebben. De toekomstige economie zal op deze en andere omstandigheden moeten zijn voorbereid en ingericht. Alleen al om deze redenen zullen vanuit het gezichtspunt van Overleving schaalverkleining, delinking en regionalisering onvermijdelijk zijn.

    Bestaanszekerheid

    Daarbij past de erkenning dat een groot deel van de wereldbevolking nog steeds verkeert in een situatie van dagelijkse strijd om het bestaan. Door extreme armoede gedreven kunnen zij het zich niet veroorloven om te werken aan een consumptie die boven de basisbehoeften uitgaat. Het is al heel wat als zij voldoende te eten hebben, schoon drinkwater, voldoende kleding en schoeisel, enige vorm van huisvesting, basisgezondheidszorg en basisonderwijs. Wat wij ‘economische vluchtelingen’ noemen zijn mensen die op zoek zijn naar een bestaan voor zichzelf en hun verwanten dat die overleving garandeert en overstijgt. Zij zijn degenen die het meest toonbeeld zijn van menselijke durf, creativiteit, doorzettingsvermogen en verantwoordelijkheidsgevoel om een redelijk bestaan op te bouwen. Daarbij is belangrijk dat ook de Nederlanders, en zeker de politieke partijen zich zullen realiseren dat ‘wij’ op allerlei manieren verbonden zijn met de historische oorzaken van de marginalisering van deze honderden miljoenen zo niet miljarden mensen, alleen al vanwege allerlei koloniale en neokoloniale erfenissen. Wij zijn ook degenen die in verleden en heden het meeste beslag leggen op de steeds schaarser wordende natuurlijke hulpbronnen. En ook profiteren wij van allerlei vormen van ‘omgekeerde ontwikkelingshulp’, bijvoorbeeld in de vorm van de illicit financial tranfers. Los daarvan, wij, althans sommigen van ons, hebben de neiging ons te beroepen op bepaalde fundamentele waarden en normen die kenmerkend zouden zijn voor onze beschaving. Laat ons dan die waarden en normen serieus nemen. Minstens zullen wij moeten meewerken aan de ontwikkeling van bestaanszekerheid voor iedereen op Aarde. Wij hebben ook een zorgplicht ten aanzien van al die vluchtelingen. Onze toekomstige economie is er niet alleen een van ‘Genoeg’ en ‘Overleving’ maar ook van mondiale medeverantwoordelijkheid, dus van ‘Solidariteit’. Daarbij kunnen systemen van garantie van bestaanszekerheid als het basisinkomen van grote betekenis zijn.

    Duurzaamheid

    Het mag evident zijn dat de toekomstige economie ecologisch Duurzaam zal moeten zijn. Er moet en zal een evenwicht komen tussen enerzijds het hedendaagse beslag op de natuurlijke hulpbronnen en het milieu, en anderzijds de eisen van instandhouding van de bestaansvoorwaarden van toekomstige generaties. Ook uit oogpunt van duurzaamheid zal gewerkt moeten worden aan processen als regionalisering, cradle to cradle en circulariteit, biologische landbouw, en krimp van de consumptie. Er zal een versnelde overgang moeten plaatsvinden naar duurzame systemen van energieproductie en voorziening.

    Van niet te onderschatten betekenis is dat het denken in economische waarden op de schop moet. De toekomstige economie zal niet meer primair geleid blijven door geldswaarden en daaraan verbonden principes van private winstmaximalisatie, concurrentie en ‘economische groei’ (bbp groei)? Het zal een economie van Gebruikswaarden moeten zijn, geleid door het basisprincipe van het evenwicht tussen enerzijds de mogelijkheden en anderzijds de behoeften van mens en natuur. Een economie geleid door menswaarden en natuurwaarden. Dat heeft natuurlijk verregaande consequenties voor de manieren van economisch rekenen: niet meer primair rekenen in termen van geldswaarden maar van mens- en natuurwaarden. Bijzonder punt hierbij zal zijn dat alle vormen van werk erkend en meegerekend zullen moeten worden, ook de onbetaalde arbeid.

    Monetaire en commerciële sanering

    Er is dringend nood aan gezondmaking van de geldsystemen. Er zal een einde moeten komen aan de zelfstandige en overmatige rol van de particuliere geldcreatie. Geld wordt steeds meer gecreëerd om met geld geld te maken. Financiële doelstellingen overheersen. Met alle gevolgen van dien als monetaire instabiliteit en een overmatige aanbodeconomie. De betekenis van geld moet worden teruggebracht tot de oorspronkelijke rol: ruilmiddel.

    Geldcreatie moet geleid worden door het basisprincipe van evenwicht met de eisen en mogelijkheden van de reële economie: monetaire krimp als die economie minder productie en consumptie mogelijk en noodzakelijk maakt, en monetaire verruiming als de economie dat vraagt. Uiteraard kunnen alleen de publieke overheden deze taak vervullen. Dat betekent een forse inkrimping van de financiële sectoren. Banken zullen full reserve worden. Kortom, de toekomstige economie zal gekenmerkt zijn door Monetaire Sanering.

    Vergelijkbaar zal er ook een Commerciële Sanering moeten plaatsvinden. Uiteraard blijft de toekomstige economie ook een ruileconomie. Arbeidsdeling blijft een belangrijk kenmerk. Maar aan de overmatige rol van de handelssectoren zal paal en perk gesteld moeten worden. De ontwikkeling en vormgeving van de toekomstige arbeidsdeling zullen niet meer gekenmerkt worden door een overmatige aanbodeconomie, en evenmin door de dominantie van mondiale monopolisten of oligopolisten. Mega ondernemingen zullen moeten worden opgesplitst, binnen bedrijven moeten andere aspecten dan alleen de financiële winst veel meer aandacht krijgen. De suprematie van het vrijhandelsdenken zal vervangen moeten worden door die van managed trade, lokaal, regionaal en mondiaal. Handel zal evenzeer moeten bijdragen aan het noodzakelijk evenwicht tussen mogelijkheden en behoeften.

    Oorlogseconomie

    Bijzonder aspecten van de toekomstige economie zijn die van de urgentie en de radicaliteit van de noodzakelijke veranderingen. Die zijn hoog, zeer hoog. Kijk maar eens naar de noodzakelijke maatregelen om de uitstoot van CO2 tot stilstand te brengen. Wij, de wereldsamenleving, hebben maar een tweetal decennia om die stappen te zetten die een verdere verergering van de klimaatcrisis voorkomen. Neem ook de groeiende spanningen in veel samenlevingen die te maken hebben met armoede en ongelijkheid, of met onderdrukking en corruptie. Op dit moment overheerst een gebrekkige wil om die problemen echt en ten gronde aan te pakken. Met alle gevolgen van dien, boemerangs als de enorme stromen van vluchtelingen en andere migranten. Op korte termijn zullen drastische stappen gezet moeten worden met ingrijpende gevolgen voor het dagelijks bestaan van ook veel Nederlanders. Stappen die de toekomstige economie zullen kenmerken als een Oorlogseconomie. En er zal weer behoefte zijn aan een Keynes die een geactualiseerde zo niet volslagen nieuwe versie zal maken van het fameuze rapport How to pay for the war. Onvermijdelijk zal de rol van de publieke overheden veel sterker moeten zijn dan nu het geval is. Er zal een politiek leiderschap vereist zijn vergelijkbaar met die van historische en charismatische grootheden als Churchill, Gandhi en Mandela.

    Een eerlijke economie

    De Nederlandse politieke partijen zullen bij de Kamerverkiezingen o.a. moeten laten zien hoe zij aankijken tegen een toekomst die zo nabij is dat niet lang gewacht kan worden. Zij zullen blijk moeten geven van een visie op die toekomst en hoe die te bereiken. Het gaat om een transitie naar een andere, eerlijke economie. Veel burgers gaan hen voor door allerlei vormen van solidarisering en verduurzaming van hun levensstijl. Ook is al veel denkwerk verricht door particuliere initiatieven als Urgenda, De Grote Transitie, Transitie Nederland en Ons Geld. Dat zal hun taken zeker vergemakkelijken. Daar staat tegenover dat een dergelijke overgang zal botsen op grote belangen van specifieke groepen als de grote financiële instellingen. En ook op angsten, vooroordelen en egocentrisme bij veel kiezers. Kortom, een moeilijke maar tegelijkertijd onvermijdelijke opdracht.

    Lou Keune

    Voor meer teksten van Lou Keune, zie www.loukeune.nl of www.platformdse.org

    Referenties

    1. Dit is het vierde en laatste deel van een serie over het sociaaleconomisch bestel. Voor de voorgaanden, zie: Van welvaartsstaat naar neoliberale dominantie naar ??? 1: TINA of TATA. In: Marketupdate 20 januari 2016. Zie: https://www.marketupdate.nl/columns/van-welvaartsstaat-naar-neoliberale-dominantie-naar/
    2. Van welvaartsstaat naar neoliberale dominantie naar ??? 2: Het model van de welvaartstaat. In: Marketupdate 9 februari 2016. Zie: https://www.marketupdate.nl/columns/van-welvaartsstaat-naar-neoliberale-dominantie-naar-2/
    3. Van welvaartsstaat naar neoliberale dominantie naar ??? 3: Het begin van het einde. In: Marketupdate 19 februari 2016. Zie: https://www.marketupdate.nl/columns/begin-van-het-einde-van-dominantie-welvaartsstaat/