Categorie: Nieuws

  • Dow Jones op recordhoogte is pure illusie

    Uitgedrukt in punten staan de Dow Jones en de S&P 500 op recordhoogte, maar je koopt er vandaag de dag minder grondstoffen voor dan dertig jaar geleden. Dat is de conclusie die Charles Hugh Smith trekt in het artikel “What’s Real? What’s Fake?”. De Dow Jones begon in 2009 aan een lange opwaartse trend en heeft inmiddels de oude records achter zich gelaten. Ook de S&P 500 index van 500 grote bedrijven stoomt door naar nieuwe recordhoogtes. Maar wat zegt dat over de waarde?

    De volgende grafieken zetten de waarde van de index af tegen goud en tegen tal van andere grondstoffen. Hoewel iedere grondstof een ander koersverloop kende loopt er een rode draad door alle grafieken heen: Grondstoffen als koffie, katoen, mais, vee, tarwe, sojabonen en koffie werden de afgelopen decennia allemaal duurder ten opzichte van aandelen. Met de Dow Jones op ruim 16.500 punten koopt u vandaag de dag minder grondstoffen dan met dezelfde index op ruim 9.000 punten in het jaar 1999…

    De volgende grafieken illustreren het verlies van waarde in de Dow Jones index…

    De Dow Jones in goud

    De beurs in goud

    De beurs uitgedrukt in olie

    De beurs uitgedrukt in olie

    De Dow Jones in mais

    De Dow Jones in mais

    De Dow Jones in vee

    De Dow Jones in vee

    De index in tarwe

    De index in tarwe

    De aandelenmarkt in sojabonen

    De aandelenmarkt in sojabonen

    De Dow Jones in koffie

    De beursgraadmeter in koffie

  • Ondergrondse goudreserve raakt niet zo snel op!

    Veel ‘experts’ in de goudmarkt beweren dat de ondergrondse goudreserves binnen afzienbare tijd op zullen raken. Goudmijnen halen jaarlijks ongeveer 2.500 ton goud uit de grond en moeten steeds meer moeite doen om het gele edelmetaal boven te krijgen. Al jaren daalt de gemiddelde opbrengst van een goudmijn (uitgedrukt in aantal grammen goud per ton), waardoor de productiekosten steeds hoger worden. Maar hoeveel goud kunnen goudmijnen nog uit de aardkorst halen? Hierover bestaat een onjuiste theorie die nog te vaak wordt aangehaald…

    US Geological Survey

    Om die vraag te beantwoorden pakt men doorgaans de cijfers van de US Geological Survey (USGS). Die houden jaarlijks bij hoe groot de goudreserves zijn die goudmijnen over de hele wereld geïdentificeerd hebben, maar nog niet hebben opgegraven. Dit is zeg maar de goudvoorraad waar de goudmijnen uit putten. In het laatste rapport van de USGS wordt de wereldwijd beschikbare ondergrondse goudvoorraad geschat op 52.000 metrische ton goud. Sommige analisten in de goudmarkt pakken de calculator erbij en rekenen vervolgens uit dat die 52.000 ton gelijk staat aan minder dan 20 jaar productie, omdat de goudmijnen de afgelopen jaren iets meer dan 2.500 ton goud per jaar uit de grond hebben gehaald. Daaruit volgt een foutieve conclusie dat de economisch rendabele goudvoorraden onder de grond binnen afzienbare tijd op zullen raken. We zullen uitleggen waarom deze simpele rekensom misleidend is...

    Wat zijn reserves?

    Zoals gezegd komt het getal van 52.000 ton goud uit het laatste rapport van de USGS. Dit cijfer is opgebouwd uit alle goudreserves die goudmijnen over de hele wereld geïdentificeerd hebben en die ze in de komende jaren op zullen graven. Ieder jaar wordt deze schatting aangepast, enerzijds omdat deze goudreserves aangeboord worden door de goudmijnen en anderzijds omdat er steeds nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Dat betekent dat de 52.000 ton aan ondergrondse reserves slechts een momentopname is die van tijd tot tijd kan veranderen. We baseren ons op dit document van de USGS, waarin de werkelijke definitie van reserves wordt gegeven. We citeren uit het document en hebben enkele belangrijke passages dikgedrukt gemaakt:

    "Reserves data are dynamic. They may be reduced as ore is mined and/or the extraction feasibility diminishes, or more commonly, they may continue to increase as additional deposits (known or recently discovered) are developed, or currently exploited deposits are more thoroughly explored and/or new technology or economic variables improve their economic feasibility. Reserves may be considered a working inventory of mining companies’ supply of an economically extractable mineral commodity. As such, magnitude of that inventory is necessarily limited by many considerations, including cost of drilling, taxes, price of the mineral commodity being mined, and the demand for it. Reserves will be developed to the point of business needs and geologic limitations of economic ore grade and tonnage. For example, in 1970, identified and undiscovered world copper resources were estimated to contain 1.6 billion metric tons of copper, with reserves of about 280 million metric tons of copper. Since then, about 400 million metric tons of copper have been produced worldwide, but world copper reserves in 2011 were estimated to be 690 million metric tons of copper, more than double those in 1970, despite the depletion by mining of more than the original estimated reserves."

    De USGS geeft in deze passage het voorbeeld van koper. Met de technieken van 1970 werd er wereldwijd een ondergrondse reserves van 280 miljoen ton koper geïdentificeerd, maar sindsdien is er meer dan 400 miljoen ton koper uit de grond gehaald. Dat is meer dan de reserves die toen bekend waren! In 2011 werd de ondergrondse reserve van koper geschat op 690 miljoen ton, meer dan een verdubbeling van de reserves zoals die in 1970 gerapporteerd werden!

    Hoeveel goudreserves zitten er onder de grond?

    De manier waarop de USGS de ondergrondse reserve van koper rapporteert is niet anders dan de manier waarop die voor goud wordt vastgesteld. Zo lang er meer nieuwe ontdekkingen zijn dan er goud uit de grond wordt gehaald kan ook de opgegeven goudreserve toenemen. We pakken de cijfers van de USGS erbij en komen tot de volgende grafiek.

    Ondergrondse goudreserves raken niet op

    Ondergrondse goudreserves raken niet op

    Zoals u ziet zijn de ondergrondse goudreserves de laatste jaren niet op geraakt. Blijkbaar worden er nog steeds voldoende nieuwe ontdekkingen gedaan om te compenseren voor het volume dat de goudmijnen jaarlijks uit de grond halen. Alleen op basis van deze cijfers van de USGS kunnen we al de conclusie trekken dat de rekensom van 52.000 ton goud gedeeld door de jaarlijkse goudmijnproductie onjuist is. Zou dit rekensommetje wel kloppen, dan zouden de goudmijnen nu al geen goud meer kunnen vinden.

    We illustreren de denkfout aan de hand van een denkbeeldige grafiek. We beginnen in 1996 met een ondergrondse goudreserve van 44.000 ton en trekken daar ieder jaar de productie van goudmijnen van af. Zoals u ziet is het goud volgens deze foutieve redenering al in 2013 volledig gemijnd. Niets is minder waar...

    Deze grafiek toont de denkfout aan ten aanzien van ondergrondse goudreserves

    Deze grafiek toont de denkfout aan ten aanzien van ondergrondse goudreserves

    Goud raakt niet op

    Door nieuwe technieken kunnen goudmijnen steeds meer goud uit de grond halen, ondanks dat de ertskwaliteit ieder jaar slechter wordt. De volgende grafiek is gebaseerd op de jaarlijkse productie van goudmijnen vanaf het jaar 1900, zoals die bij de USGS bekend is. Zoals u ziet is de goudproductie door de decennia heen sterk toegenomen. Volgens het GFMS hebben goudmijnen nog nooit zoveel goud uit de grond gehaald als in 2013, namelijk 2.917 ton. Van een schaarste aan ondergrondse goudreserves lijkt voorlopig nog geen sprake, ondanks het feit dat grote goudontdekkingen steeds schaarser worden.

    Jaarlijkse goudproductie vanaf 1900

    Jaarlijkse goudproductie vanaf 1900

    Goud wordt steeds minder schaars

    Omdat goud niet vergaat neemt de totale hoeveelheid bovengronds goud alleen maar toe. Goud verandert van vorm (sieraden, elektronica, munten, baren) en wisselt wel eens van eigenaar, maar het metaal blijft altijd aanwezig. Vergelijk het met een pokertafel, waarbij alle fiches op tafel blijven en er ieder jaar een paar nieuwe fiches in circulatie worden gebracht. Bovengronds goud wordt iedere jaar dus een beetje minder schaars.

    Het is niet de schaarste die goud waardevol maakt, want de totale goudvoorraad is vele malen groter dan de jaarlijkse vraag naar goud (hoge stock to flow ratio). Zou goud alleen maar een grondstof zijn voor de industrie, dan zou de prijs volgens de wet van vraag en aanbod compleet in elkaar moeten storten. De volgende grafiek geeft een schatting van de totale bovengrondse goudvoorraad sinds 1900 en is gebaseerd op de jaarlijkse goudmijnproductie volgens de USGS. Het beginpunt in het jaar 1900 is gebaseerd op de aanname dat er vandaag de dag 170.000 ton bovengronds goud bestaat.

    Goud raakt niet op, het wordt ieder jaar minder schaars

    Goud raakt niet op, het wordt ieder jaar minder schaars

    Conclusie

    Met dit artikel hebben we de denkfout in een veelgebruikte analyse proberen bloot te leggen. De reserves die de USGS rapporteert voor goud en voor tal van andere grondstoffen is geen absoluut totaal, maar een relatief cijfer dat van jaar tot jaar kan veranderen op basis van mijnbouwproductie en nieuwe ontdekkingen. De geïdentificeerde ondergrondse goudreserve is op dit moment 52.000 ton, maar dat cijfer schommelt al bijna twee decennia tussen de 40.000 en 52.000 ton...

    Laten we dus terughoudend zijn met uitspraken over wanneer bepaalde grondstoffen op raken, want dat valt in elk geval niet af te leiden uit de cijfers van de USGS. Het voorbeeld van koper spreekt nog meer tot de verbeelding. In 2011 waren de bekende ondergrondse reserves twee keer zo groot als in 1970, terwijl er in de tussentijd volop koper gemijnd werd. Waarschijnlijk is er ook veel meer goud onder de grond dan die 52.000 ton die nu bij ons bekend zijn. Maar zolang dat goud mondjesmaat wordt opgegraven heeft die 'verwatering' van bovengronds goud geen negatief effect op de waarde. Goud ontleent haar waarde blijkbaar niet aan schaarste...

  • Dertig jaar dalende rente

    De volgende grafiek laat het renteverloop van de Amerikaanse 10 jaars staatsobligaties zien. Ten tijde van de ingreep van Paul Volcker aan het begin van de jaren ’80 om de hoge inflatie tegen te gaan steeg de yield op de staatsobligaties naar een piek van 15,8%. Sindsdien is de rente onder de voorzitters Alan Greenspan en Ben Bernanke continue verlaagd. Welk pad zal de nieuwe voorzitter van de Federal Reserve vanaf begin februari inslaan?

    Renteverloop-American-treasury

  • Economie nog steeds belangrijkste topic in de VS

    Met welke onderwerpen houden de Amerikanen zich het meest bezig? Stipt op nummer één komt de economie, gevolgd door aanverwante zaken als de werkloosheid en het begrotingstekort. De economie was ook in 2004, 2008 en 2010 al het meest besproken onderwerp in de VS, maar het begrotingstekort heeft zich omhoog gewerkt van de achtste plaats in 2004 naar de derde plaats in 2013.  Consequent onderaan het overzicht staan klimaatverandering en de infrastructuur. Ook wapens blijken geen hot topic te zijn onder de meeste Amerikanen… Het volgende overzicht komt van Thirdway.org.

    Welke onderwerpen houdt de Amerikanen het meeste bezig?

    Welke onderwerpen houdt de Amerikanen het meeste bezig? (Klik voor grotere versie)

  • Banken lenen geen reserves uit!

    Velen maken zich zorgen over de Quantitative Easing (QE) van de Amerikaanse centrale bank. Door het stimuleringsprogramma van de Federal Reserve groeien de overtollige reserves op de bankbalansen, reserves die zich ophopen tot een ‘stuwmeer’ van potentiële inflatie. Maar is dat wel een juiste voorstelling van zaken?

    Quantitative Easing

    Iedere maand koopt de Federal Reserve tientallen miljarden dollars aan hypotheekleningen en Amerikaanse staatsobligaties van banken onder het QE programma. Dit stimuleringsprogramma is in feite niets meer of minder dan een uitruil van activa. De centrale bank koopt het schuldpapier van de banken en geeft daar tegoeden bij de centrale bank voor terug, de zogeheten Excess Reserves. Deze digitale tegoeden parkeren banken bij de Federal Reserve en komen dus niet in de economie terecht. Wat banken in feite doen met QE is het anders indelen van hun portefeuille. Bezittingen dit eerst werden aangehouden in de vorm van hypotheekleningen en staatsobligaties worden nu vervangen door reserves.

    De onderstaande balans is een vereenvoudigde weergave van de balans van een commerciële bank. De activa zijde van de balans bestaat uit drie componenten: reserves, leningen en obligaties. Als de Federal Reserve hypotheekleningen en staatsobligaties koopt van de bank daalt de hoeveelheid Loans (L) en de Bond Holdings (B). In ruil daarvoor krijgt de bank een tegoed bij de centrale bank voor hetzelfde bedrag, een stijging in de Reserves (R). Zoals u ziet verandert door QE alleen de samenstelling van de balans van commerciële banken en niet de omvang van de balans.

    Verandering balans commerciële bank door QE

    Verandering balans commerciële bank door QE (Bron: S&P)

    De balans van de centrale bank groeit wel door QE, omdat ze de staatsobligaties en hypotheekleningen koopt met nieuwe middelen die uit het niets gecreëerd worden. Dit zijn de Excess Reserves die banken krijgen in ruil voor het schuldpapier. Hieronder ziet u hoe de balans van de centrale bank verandert door QE. Aan de activa zijde groeien de bezittingen (staatsobligaties en hypotheekleningen) en aan de passiva zijde van de balans groeien de verplichtingen aan commerciële banken in de vorm van tegoeden (Excess Reserves).

    Verandering balans centrale bank door QE

    Verandering balans centrale bank door QE (Bron: S&P)

    Dat er bijna een één op één relatie bestaat tussen het stijgende balanstotaal van de Federal Reserve en de overtollige reserves van commerciële banken bij de centrale bank wordt geïllustreerd door de volgende grafiek. Het geld dat de Federal Reserve 'in de economie pompt' komt dus helemaal niet in de economie terecht. Het blijft binnen het banksysteem als een reserve en heeft daardoor geen directe invloed op de consumentenprijzen. Vandaar dat ook in de VS de inflatie nog niet uit de hand is gelopen.

    Onderstaande grafiek is eigenlijk de weerspiegeling van de mutaties op de centrale bank balans, zoals we die hierboven hebben weergegeven. De rode lijn geeft de totale bezittingen van de centrale bank weer, waar de honderden miljarden dollars aan hypotheekleningen en staatsobligaties onder vallen. De zwarte lijn geeft de hoeveelheid Excess Reserves weer, de tegoeden die commerciële banken hebben bij de Federal Reserve.

    Overtollige reserves bij de Fed loopt in lijn met groeiend balanstotaal door QE

    Overtollige reserves bij de Fed loopt in lijn met groeiend balanstotaal door QE

    Hoe creëren banken een lening?

    We weten nu dat banken overtollige reserves bij de Federal Reserve opstapelen als gevolg van het QE programma. Maar in hoeverre heeft dat impact op de manier waarop banken geld uitlenen aan bedrijven en consumenten? Een voorbeeld... Op het moment dat iemand zijn handtekening zet onder een lening van €10.000 wordt dat bedrag door de bank bijgeschreven op de balans als zijnde een lening aan de activa zijde (Loan). De bank heeft immers een vordering van €10.000 (plus rente) op de persoon die de lening aan gaat. Tegelijkertijd krijgt deze persoon een bedrag van €10.000 bijgeschreven op zijn rekening (Deposit). De lening wordt niet gecreëerd uit de reserves en ook niet uit de bestaande banktegoeden van spaarders. In feite creëren leningen spaartegoeden en is al het spaargeld in de oorsprong als een lening door commerciële banken gecreëerd.

    Dit gebeurt er op het moment dat een bank een nieuwe lening uitgeeft

    Dit gebeurt er op het moment dat een bank een nieuwe lening uitgeeft (Bron: S&P)

    Waarvoor dienen de reserves dan wel?

    Banken moeten reserves aanhouden voor het geval iemand geld van de bankrekening wil halen. De bank heeft munten en bankbiljetten nodig zodra iemand geld van zijn of haar bankrekening wil opnemen via de pinautomaat of aan de balie. Die munten en bankbiljetten haalt een commerciële bank bij de centrale bank en daar gebruikt ze haar reserves voor. Op de balans van de centrale bank ziet dat er als volgt uit.

    Reserves bij centrale bank dalen bij toename geld in circulatie

    Reserves bij centrale bank dalen bij toename geld in circulatie (Bron: S&P)

    Chartaal en giraal geld

    Een commerciële bank heeft dus reserves nodig voor zover klanten een voorkeur hebben voor contant geld. Zo lang het geld in girale vorm circuleert in de economie hoeft er dus helemaal geen aanspraak te worden gemaakt op de reserves van banken. Daar ligt de relatie tussen de reserves en het geld dat banken uitlenen. De reserves dalen als de vraag naar contant geld in de economie toeneemt en de reserves nemen toe als de behoefte aan contant geld afneemt.

    Als iemand geld leent van bank A en dat geld gebruikt om een digitale betaling te verrichten aan iemand die een rekening heeft bij bank B, dan is er zelfs helemaal geen verandering in de reserves in het banksysteem. Wanneer iemand bij bank A een bepaald bedrag contant opneemt en dat geld vervolgens weer gestort wordt bij bank B, dan is er slechts tijdelijk een verandering geweest in de hoeveelheid reserves.

    Voor het banksysteem als geheel kan de hoeveelheid reserves alleen dalen voor zover de klanten van de bank geld van hun rekening halen en dat in de vorm van contant geld bewaren buiten het banksysteem. Het is dus vrijwel onmogelijk voor een commerciële bank om al haar overtollige reserves uit te lenen, ook al zou ze dat willen... Laat staan dat het banksysteem als geheel in staat is om de overtollige reserves weg te werken middels leningen aan particulieren en bedrijven!

    De overtollige reserves in het banksysteem kunnen wel verkleind worden zodra de centrale bank besluit om het QE programma terug te draaien (staatsobligaties en hypotheekleningen terug op de markt brengen). Maar of dat ooit gaat gebeuren...?

    Reserves vormen geen rem op kredietcreatie banken

    De hoeveelheid reserves vormt in het moderne banksysteem geen rem op de kredietcreatie. Centrale banken zorgen ervoor dat er genoeg reserves in het banksysteem zijn, zodat de interbancaire rente op het niveau blijft dat de centrale bank zegt te willen handhaven. In het geval van de Federal Reserve worden er dus voldoende reserves beschikbaar gesteld door de centrale bank om de rente op de interbancaire markt op 0 tot 0,25 procent te houden.

    Banken lenen geen reserves uit en doordat de centrale bank een bepaalde korte rente nastreeft zal er dus ook geen tekort aan reserves ontstaan binnen het banksysteem. Als blijkt dat banken teveel kredieten verstrekken en potentieel meer reserves nodig hebben, dan kan de centrale bank interveniëren door minder reserves aan te bieden. In dat geval stijgt de rente en wordt het weer minder aantrekkelijk om geld te lenen.

    Op dit moment wordt de kredietcreatie door banken in de Verenigde Staten dus niet beperkt door de hoeveelheid reserves. Omgekeerd geldt dat een voortzetting van het QE programma door de Federal Reserve (en dus een toename van de overtollige reserves van banken) ook geen impuls zal geven aan de vraag naar kredieten vanuit de reële economie. De rente is immers al zeer laag en kan niet veel verder omlaag worden gebracht.

    Omdat de monetaire stimulering van de Federal Reserve een drukkend effect heeft op de rente wordt het voor consumenten en bedrijven goedkoper (en dus aantrekkelijker) meer krediet op te nemen. Indirect heeft dat dus wel een effect op de inflatie, omdat een toename in het aantal kredieten een prijsopdrijvend effect kan hebben.

    Conclusies

    Uit bovenstaande kunnen we de volgende drie conclusies trekken.

    1. Banken lenen geen reserves uit: Ze creëren nieuwe leningen en daarmee tegelijkertijd nieuwe tegoeden. Voor die tegoeden moeten ze reserves aanhouden. Het geld voor die nieuwe leningen komt 'uit het niets' en is alleen gedekt door de belofte van de lener om terug te betalen.
    2. Reserves zijn geen stuwmeer van inflatie: De capaciteit van banken om kredieten te verstrekken werd al niet beperkt door de hoeveelheid reserves. Meer reserves bij de rente van bijna 0% stimuleren banken niet om meer uit te lenen.
    3. QE heeft geen direct effect op inflatie: De Quantitative Easing van de centrale bank is een uitruil van staatsobligaties en hypotheekleningen voor tegoeden bij de centrale bank. Er sijpelt niet rechtstreeks geld door naar consumenten en bedrijven. Indirect draagt QE wel bij aan meer kredietverlening, doordat de lange rente kunstmatig laag wordt gehouden.

    Excess Reserves: Niet een stuwmeer van dollars die klaar liggen om uitgeleend te worden...

    Excess Reserves zijn geen stuwmeer van dollars die klaar liggen om uitgeleend te worden...

    Bron: Repeat After Me: Banks Cannot And Do Not "Lend Out" Reserves (Standard & Poor's)

  • Van Grote Depressie naar Grote Malaise

    De wereldeconomie heeft inderdaad met goed gevolg 2013 doorstaan. En volgens sommigen staan we in 2014 aan de vooravond van een definitieve doorbraak naar herstel. Dat is misschien toch wat aan de optimistische kant. Het kan ook het geval blijken te zijn, dat de wereld weliswaar ontsnapt is aan de Grote Depressie II, maar dat we daarvoor in de plaats getrakteerd worden op de Grote Malaise.

    Ongunstig

    De voortekenen zijn wat dat betreft niet gunstig. In de VS herstelt weliswaar de banengroei, maar de inkomens van de mannelijke beroepsbevolking ligt nu op het zelfde niveau als veertig jaar geleden. In Europa is de recessie overwonnen, maar tegen welke prijs? In Griekenland en Spanje is 50% van de jeugd werkloos en volgens het IMF zal de werkloosheid in Spanje nog jarenlang op een niveau van 25% blijven hangen. Hoezo herstel?

    Onvermogen

    Ondanks deze magere resultaten overheerst vreemd genoeg in Europa een gevoel van tevredenheid. Dat brengt het broodnodige proces van hervormingen in gevaar. Dat is nu al merkbaar bij het inrichten van de Bankenunie. Er wordt bijvoorbeeld niet meer gesproken over een depositogarantiesysteem op Europees niveau of de invoering van eurobonds. Niets van dat alles. Het beleid faalt, maar de politiek leunt zelfgenoegzaam achterover. Hetzelfde beeld zien we in de VS. Daar zijn democraten en republikeinen zo gepolariseerd, dat er van echt beleid maken geen sprake meer is. De republikeinen deinsden er zelfs niet voor terug het land failliet te laten gaan. Maar zelfs als ze elkaar wel zouden verstaan, dan nog is het beleid hopeloos. In 2014 komt er een nieuwe ronde bezuinigingen op gang, die de economie 1 à 2 procent groei gaan kosten, zodat er slechts een matig tempo van groei overblijft.

    Vertraging

    En dan zijn er nog de groeidiamanten van weleer, de Opkomende Markten. Ook daar valt de groei in 2014 verder terug om overigens uiteenlopende redenen. In India is vooral politiek onvermogen een belangrijke oorzaak en in Brazilië wijd verspreide ontevredenheid over de aanhoudende armoede en ongelijkheid. Het was wel opvallend, dat vooral de sterk gegroeide middenklasse het voortouw nam in de protesten. En zelfs China ontkomt niet aan een groeivertraging en het negatieve effect ervan ondervinden exporteurs van grondstoffen dagelijks aan den lijve. Het goede nieuws is hier echter,dat het land een groeitempo nastreeft, dat ook op langere termijn houdbaar is. Daar zal op den duur de hele wereld van profiteren.

    Malaise

    Het fundamentele probleem in 2013 was dat van het ontbreken van een geaggregeerde vraag. Niet dat die er niet was. Er is nog steeds behoefte aan infrastructuur. Er is ook een groeiende noodzaak landen voor te bereiden en toe te rusten op het voortgaande proces van klimaatverandering. Maar het huidige private financieel stelsel schiet danig tekort om overschotten daarheen te brengen, waar ze goed werk kunnen doen. Vooralsnog is er geen institutie die daar verandering in kan of wil brengen. Het ziet er trouwens niet naar uit, dat er in 2014 veel verandering komt in het hierboven geschetste scenario. Trouwens, het is nog maar de vraag of dit in een later stadium wel gaat gebeuren. Beleidselites op zowel nationaal en internationaal niveau lijken blind of bang voor het doorvoeren van de noodzakelijke hervormingen om een betere toekomst mogelijk te maken. De malaise zal dus blijven aanhouden, ook in 2014. Wellicht dat men over enkele decennia over deze jaren spreekt als de tijd van de gemiste kansen!

    Het straatbeeld van de Depressie uit de jaren '30
    Het straatbeeld van de Depressie uit de jaren ’30

    Bron: Joseph E. Stiglitz, the Great Malaise Drags on, Project Syndicate, January 5 2014

    Stuur uw opmerkingen en kritieken naar [email protected]

  • Steve Keen: “Veel economen zien impact schulden over het hoofd”

    Volgens econoom Steve Keen zagen veel economen de grootste financiële crisis sinds de Grote Depressie niet aankomen, omdat er in hun modellen geen rekening werd gehouden met de impact van (met name private) schulden. Steve Keen is van mening dat de private schuldengroei juist de veroorzaker is van economische depressies, omdat de consumptieve bestedingen en investeringen inzakken op het moment dat de kredietgroei afzwakt. Dat is wat Steve Keen al in 2005 voorzag en wat enkele jaren later ook gebeurde.

    Volgens Steve Keen bestaat er nog steeds een foutieve economische theorie dat private schulden geen invloed hebben op de economie. Volgens die theorie nemen private schulden koopkracht weg bij de partij die het geld verstrekt, maar in het moderne banksysteem is dat helemaal niet het geval. Iedere lening van de bank is volledig nieuw geld dat in de economie gespendeerd kan worden, maar daarvoor wordt geen geld of koopkracht weggenomen bij een ander.

    Schulden stimuleren economische groei

    De schuldgroei staat dus bijna parallel aan meer bestedingen, met als gevolg dat er volgens Steve Keen een causaal verband bestaat tussen schulden en economische activiteit en activaprijzen. En juist dat private schuldenprobleem is helemaal niet opgelost sinds het uitbreken van de financiële crisis. Sterker nog, in landen waar de economie weer wat aantrekt en waar de overheden een stimulerend beleid voeren nemen de private schulden alweer toe. Bekijk ook het college dat Steve Keen in december hield voor de Duisenberg School of Finance.  

  • Angst voor hyperinflatie verdwijnt uit beeld?

    Sinds het begin van de financiële crisis begeven centrale banken zich op glad ijs. In een poging schulddeflatie te vermijden werd er volop liquiditeit verstrekt aan het banksysteem. Het beruchte Quantitative Easing en het TARP programma hebben de balans van de Amerikaanse centrale bank in de loop der jaren met enkele biljoenen opgeblazen. Ook andere centrale banken, zoals die van Japan, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk, hebben ‘de geldpers’ aangezet om het financiële systeem te stutten. Maar zijn al deze maatregelen niet een voorbode voor een ongekende hyperinflatie?

    Niet als we naar de cijfers van Google kijken! De volgende grafiek is afkomstig van Google Ngram en laat zien hoe vaak het woord ‘hyperinflation‘ gebruikt werd in alle boeken die tussen 1900 en 2008 verschenen en die Google gedigitaliseerd heeft. Zoals u ziet speelde het onderwerp hyperinflatie het meest aan het begin van de jaren negentig, een tijdperk waarin veel landen geplaagd werden door een valutacrisis. Denk bijvoorbeeld aan Joegoslavië, Armenië, Turkmenistan, Peru, Bosnië-Herzegovina, Congo, Rusland, Moldavië, Georgië, Tadzjikistan en tal van anderen (zie deze tabel).

    In de boeken die later gepubliceerd werden kwam het woord hyperinflatie steeds minder vaak voor. Onderstaande grafiek laat de neergaande trend goed zien.

    Hyperinflatie verdwijnt uit het beeld

    Hyperinflatie verdwijnt uit het beeld (Bron: Google Ngram)




    Google Trends

    Nu vraagt u zich misschien af hoe relevant deze grafiek nog is, aangezien de data stopt in 2008. Juist die jaren na de crisis zijn interessant. Is er sinds het begin van de crisis meer geschreven over hyperinflatie? Of leeft dit fenomeen nog steeds niet in de maatschappij? Om dit gat op te vullen gebruiken we data van Google Trends. Daarmee kan men opzoeken hoe vaak een bepaald zoekwoord sinds 2004 is gezocht op de zoekmachine van Google.

    Hyperinflatie in Google Trends

    Hyperinflatie in Google Trends

    Angst voor hyperinflatie steeds kleiner?

    De verzamelde gegevens van Google laten zien dat er eind 2008 en begin 2009 even meer belangstelling was voor hyperinflatie en dat de belangstelling piekte in maart van 2009. Niet geheel toevallig de maand waarin de aandelenkoersen op het absolute dieptepunt stonden! Sindsdien is de angst voor inflatie langzaam weer naar de achtergrond verdwenen.

    Op basis van deze twee grafieken kunnen we concluderen dat de angst voor hyperinflatie vandaag de dag kleiner is dan in 2009 en ook kleiner is dan aan het begin van de jaren negentig, ondanks al dat ‘geld drukken’ door centrale banken!

  • Huizenprijzen in Verenigd Koninkrijk stijgen met £1.131 per maand

    Waarom zou je nog geld sparen als je huis iedere maand bijna €1.000 meer waard wordt? Dat is de realiteit op de huizenmarkt in het Verenigd Koninkrijk, waar de huizenprijzen het afgelopen jaar met gemiddeld 8,4% zijn gestegen. Waren de huizen in het Verenigd Koninkrijk begin 2013 nog £162.245 waard, aan het einde van het jaar werd de gemiddelde woning al getaxeerd op £175.826. In Londen stegen de gemiddelde huizenprijzen in een jaar tijd met bijna 15%, van £300.361 naar £345.186. Volgens berekeningen van de Telegraph betekent dat een waardestijging van omgerekend £1.131 per maand voor een gemiddelde woning en zelfs bijna £4.000 per maand voor een woning in Londen!




    Stijgende huizenprijzen

    De huizenprijzen in het Verenigd Koninkrijk stijgen door een stimulerend beleid van de regering en de Bank of England. Met het ‘Help to Buy‘ programma stuurt de overheid actief aan op het verstrekken van meer kredieten, waardoor de huizenmarkt stevig de wind in de rug heeft. Ook is de rente al een lange tijd extreem laag, waardoor de maandlasten verder verlaagd worden ten gunste van de huiseigenaar met hypotheek.

    De prijsstijging was het sterkste in het zuidoosten van het Verenigd Koninkrijk, maar sijpelde de laatste tijd ook door in de meer landelijke regio’s. Toch gaan de prijzen niet overal even hard omhoog, want in het meest noordelijke deel van het land stegen de prijzen het afgelopen jaar met slechts 1,9%.

    Met een prijsstijging van 8,4% in een jaar tijd kan men zich de vraag stellen of de huizenmarkt in een bubbel zit. Maar dat lijkt nog niet het geval te zijn als je kijkt naar de verhouding tussen de huizenprijzen en de inkomens (zie grafiek). Hoewel de prijzen in verhouding tot het inkomen hoger zijn dan het gemiddelde over de afgelopen dertig jaar, liggen ze momenteel nog steeds ruim onder het record van 2007. Dat de huizenprijzen zo snel stijgen komt ook voor een belangrijk deel door de extreem lage rente, waardoor de maandlasten lager uitvallen en waardoor potentiële huizenkopers een hogere hypotheek kunnen financieren.

    Huizenprijzen versus inkomen in het Verenigd Koninkrijk

    Huizenprijzen versus inkomen in het Verenigd Koninkrijk (Bron: Nationwide, via de Telegraph)

  • Zwitserse centrale bank verliest miljarden op goud

    De aandeelhouders van de Zwitserse centrale bank krijgen dit jaar geen dividend uitgekeerd, omdat er in 2013 bij de centrale bank een groot verlies werd geleden van 9 miljard Zwitserse francs, omgerekend €7,3 miljard. De Swiss National Bank (SNB) boekte weliswaar een koerswinst van ongeveer 3 miljard francs op haar valutareserves en verdiende meer dan 3 miljard francs op de verkoop van het stabilisatiefonds dat werd opgezet om de Zwitserse bank UBS te helpen, maar die winsten werden volledig teniet gedaan door verliezen op de goudvoorraad.

    De Zwitserse goudreserve, iets meer dan 10% van de totale reserves van de Zwitserse centrale bank, werd in het afgelopen jaar maar liefst 15 miljard francs minder waard. Omgerekend naar euro’s is dat een ‘verlies’ van ruim €12 miljard. Een verlies tussen aanhalingstekens, omdat het slechts boekhoudkundig is. Zo lang Zwitserland haar edelmetaal niet verkoopt is dit verlies nog niet werkelijk geleden. Wel heeft het koersverlies gevolgen voor de Zwitserse overheid en voor lokale overheden in Zwitserland, want die krijgen door de waardedaling van de nationale goudreserve geen dividend.

    Deze tegenvaller op de begroting had nog groter kunnen zijn als Zwitserland een nog grotere goudvoorraad had. Vorig jaar speelde er een referendum waarin werd opgeroepen om de Zwitserse goudvoorraad uit te breiden naar 20% van de totale reserves. De reserve van 1.040 ton vertegenwoordigde begin 2013 ongeveer 10% van de totale reserves (naar marktwaarde).




    Waardering naar marktprijs

    Steeds meer centrale banken waarderen hun goudreserve naar de marktprijs, omdat het gele metaal steeds meer wordt gezien als een reserve met een variabele marktprijs. Dat is in tegenstelling tot de Amerikaanse Federal Reserve, die haar goudcertificaten (het goud is eigendom van de Treasury) nog steeds waardeert op de historische vaste prijs van $42,22 per troy ounce. Vandaar dat we op het internet geen grote koppen zien over ‘verliezen’ op de Amerikaanse goudreserve.

    Een daling van de goudkoers, zoals we het afgelopen jaar hebben meegemaakt, betekent automatisch een boekhoudkundig verlies op de balans van de centrale bank. Het is dus niet alleen de Zwitserse centrale bank die ‘verlies’ heeft geleden op haar goudreserve, maar iedere centrale bank die de goudreserve naar marktwaarde waardeert. Zo is ook de waarde van de goudvoorraad van het Eurosysteem het afgelopen jaar sterk afgenomen. Dat verlies vangt men op met een herwaarderingsreserve aan de passiva zijde van de balans, een post waar ook de ongerealiseerde winsten van een stijgende goudprijs in worden ondergebracht. Deze reserve heeft momenteel een omvang van €304,5 miljard.

    Het ‘verlies’ op het goud van centrale banken spreekt kennelijk tot de verbeelding. Ook de Britse Telegraph besteedde er een maand geleden uitgebreid aandacht aan. Banc De Binary, een bedrijf dat zich bezig houdt met optiehandel berekende dat de marktwaarde van de Amerikaanse goudvoorraad in 2013 is gezakt van $433 naar $327 miljard. Voor de goudvoorraad van de Bank of England zou het koersverlies $4 miljard bedragen.

    Goud verkopen?

    “De goudprijs zit al in een neerwaartse trend sinds de piek van augustus 2011, na tien jaar van bijna onafgebroken prijsstijging. Helaas hebben centrale banken nog een grote hoeveelheid goud liggen en is het niet eenvoudig om te bepalen wanneer ze ze die moeten verkopen. Daar kwam Gordon Brown achter toen hij een deel van de Britse goudvoorraad verkocht op de bodem van de markt”, zo verklaarde Oren Laurent van de Banc De Binary.

    De goudkoers is in 2013 met meer dan 25% gedaald, waarmee de totale waarde van het metaal dat centrale banken wereldwijd aanhouden in een jaar tijd is gezakt van $1,7 biljoen naar $1,28 biljoen. De lagere goudprijs heeft vooralsnog weinig effect gehad op de manier waarop de belangrijkste centrale banken naar goud kijken. De centrale banken die het Central Bank Gold Agreement (CBGA) ondertekenden hebben expliciet kenbaar gemaakt dat ze goud zien als een waardevolle reserve en niet als een bezitting die ze voor een zo laag mogelijke prijs willen kopen en vervolgens voor een zo hoog mogelijke prijs weer van de hand willen doen (het perspectief van een doorsnee belegger…).

    Ook machtige landen als Rusland en China laten blijken dat goud een essentieel onderdeel is van hun reserve. Rusland koopt sinds 2005 stelselmatig geel metaal bij en heeft inmiddels meer dan 15% van haar centrale bank reserves in goud. De Chinese centrale bank blijft ook goud kopen, als onderdeel van een lange termijn strategie.

    Is de Zwitserse centrale bank dus ‘hard geraakt’ door de daling van de goudprijs? Het is dus maar net hoe u het wilt zien…

    Zwitserse centrale bank kan geen dividend uitkeren door daling goudkoers

    Zwitserse centrale bank kan geen dividend uitkeren door daling goudkoers (Afbeelding van Swiss-gold)

  • Binnenvaren met de zilvervloot van Silver Wheaton

    Silver Wheaton Corp is deze week het Aandeel van de Week bij OptieAcademy. Silver Wheaton zou zo maar weer eens een zilvervloot kunnen worden die komt binnenvaren. Alleen moet je er wel wat voor doen: uiteraard de juiste positie innemen in aandelen of door de juiste optiestrategie op te zetten. Het aandeel heeft het afgelopen jaar aanzienlijke klappen gehad en bereikte in juni 2013 zelfs een dieptepunt van $17,75.

    slw-stockprice

    SLW weekly

    Vervolgens trad een sterk herstel op richting $29 waarna het aandeel gas terugnam. Inmiddels heeft SLW steun gevonden rond $20. SLW noteert nu ruim 5% boven deze $20-steunzone, waardoor wij het op dit niveau wel aandurven om een longpositie in te nemen, het liefst met opties.




    Profiel Silver Wheaton

    slw-key-statistics

    SLW Statement

    Silver Wheaton Corp is een zeer groot mijnbouwbedrijf, dat met een groot aantal dochterondernemingen wereldwijd actief is. Het fonds heeft een marktcapitalisatie van circa $7,6 miljard. De koers/winst-verhouding gerekend voor de komende 12 maanden bedraagt 16,37 en het dividendrendemen bedraagt circa 1,7% wat niet bijzonder hoog is. De profit margin van SLW is evenwel aanzienlijk: 55,6% volgens Yahoo Finance.

    Silver Wheaton heeft lange termijn zilver en diverse lange termijn edelmetalen koopovereenkomsten gesloten. Daarbij wordt de zilver- en goudproductie van de tegenpartijen gekocht in een groot aantal landen zoals: Mexico, de Verenigde Staten, Griekenland, Zweden, Peru, Chili, Argentinië en Portugal. Het hoofdkantoor van Silver Wheaton Corp zetelt in Vancouver, Canada. Meer info kun je vinden op de website van Silver Wheaton. Dit zilverfonds staat aan de NYSE staat genoteerd met tickersymbol SLW (huidige koers $21,21).

    SLW goud waard?

    slw-stockprice2SLW Daily

    Bovenstaande grafiek geeft de koersontwikkeling aan SLW op dagbasis, waarbij het aandeel eind augustus vorig jaar een top bereikte rond $29. In de erop volgende maanden gleed SLW af tot een dieptepunt van $19,23 begin december.

    Sindsdien is SLW bezig met een bodemproces en vond de weg omhoog middels een opwaartse ‘gap’ rond $20,50. Dit zou het startsein kunnen zijn voor een rally richting $25 (zijnde een weerstandszone van september/oktober 2013. Een doorbraak van deze weerstandszone, maakt de weg open voor en verdere stijging richting $30.

    slw-hourly-price-data
    SLW Hourly OptieAcademy

    Bovenstaande uurgrafiek illustreert het prachtige bodemproces van SLW: een herstel vanaf de ‘low’ rond $19,23, met het in januari gevormde opwaartse koershiaat rond $20,50. Op uurbasis zit het aandeel weliswaar aan de bovenkant van het trendkanaal, maar er is zeker ruimte voor een korte termijn rally van meer dan 6,5% richting de eerste weerstand rond $22,50.

    Zit er meer in het vat?

    Het zou kunnen en wij denken dat zeker. Een stijging op termijn richting $30 achten we zeker mogelijk, waarbij een stop-loss kan worden gelegd rond $19,23. Beleggers die korter op de bal willen spelen, zouden al een stop-loss order kunnen plaatsen rond $19,50. Mocht SLW boven de steunzone rond $20 weten te blijven en inderdaad een fors herstel gaan inzetten, dan wordt het een ware goudmijn.

    SLW boven EMA’s 10,20, 40 en 47

    Het aandeel noteert op uurbasis boven het cluster van 4 voortschrijdende gemiddelden, zijnde de EMA’s 10,20, 40 en 47. Met een strakke stop-loss onder $19,50 kunnen we long gaan rond de koers van $21,10. Dit komt dus overeen met een neerwaarts risico van circa 7,5%, waarbij we een eerste koersdoel van $25 hanteren (+18,5%).

    Bij deze profit/risk-verhouding van 2,4 lijkt ons het verantwoord een positie in te nemen. Wellicht dat er zelfs nog meer in het vat zit tot het tweede koersdoel van $30 wat we berekenen op basis van een opwaartse uitbraak uit de driehoek.

    Wij vinden op dit moment SLW koopwaardig en beraden ons momenteel op een (optie)haussestrategie. Een strakke stop-loss kunnen we plaatsen onder $19,50 met ons koersdoel van $25 en een goede winst/verlies-ratio.

    Steun- en weerstandsniveaus

    Eerste steun: $19,50
    Tweede steun: $19,23

    Eerste weerstand: $21,61
    Tweede weerstand: $22,58

    Optiestrategie Silver Wheaton mogelijk

    Op Silver Wheaton (SLW) zijn opties voorhanden in de VS en zijn ook bij BinckBank verhandelbaar. We zitten te broeden om een haussepositie in te nemen middels opties, bijvoorbeeld met een ‘kromme synthetic’.

    Een andere goede en goedkope broker om aandelen en opties te handelen (zowel long, als short) is Tradersonly. Open via deze link een gratis rekening en profiteer van de Laagste Transactiekosten.

    Zodra wij een optie-affaire gaan opzetten, dan zullen wij dit uiteraard exclusief aan onze deelnemers aan de OptieAcademy Aanbevelingen communiceren. Lees hier meer info betreffende deze portefeuille.

    Uiteraard kunt u ook uw eigen suggestie voor een Aandeel van de Week danwel optiestrategie naar ons doormailen naar [email protected].

    Think, Talk & Talk like a Winner!

    Met vriendelijke groeten,

    OptieAcademy
    Voor een optiemaal resultaat

    Harry Klip en Jan Robert Schutte

    Disclaimer: Marketupdate geeft geen beleggingsadvies en dit artikel van OptieAcademy moeten ook niet als zodanig worden aangemerkt. Marketupdate heeft geen geld ontvangen of betaald voor deze bijdrage van OptieAcademy. Zowel Marketupdate als OptieAcademy hebben op het moment van schrijven geen positie in Silver Wheaton.