Categorie: Nieuws

  • Na 2000 jaar stort de Chinese muur in; symbolisch voor een harde landing?

    Volgens strateeg Albert Edwards van de Franse bank Société Générale komt deze harde landing dichterbij. Edwards heeft in het verleden meerdere keren grote ontwikkelingen (lees crises) voorspelt en stelt dat deze altijd hetzelfde gemeen hadden. Markten worden besmet met een onrealistisch “groei-script” dat samen met een tierende groei van krediet leidt tot een zeepbel. Volgens Edwards geldt dit precies voor China. Hij verbaast zich erover dat, net als bij eerdere zeepbellen, er een blind vertrouwen is in de competentie van de overheid. Een zachte landing is een mogelijkheid voor China, echter een zeer onwaarschijnlijk scenario. De Chinese economie is uit balans, investeringen draaien op krediet en de huizenmarkt heeft te maken met excessen. Deze problemen kunnen makkelijk uit de hand lopen en leiden tot een economische crash, net als het geval was bij de andere economieën die eens zo hoog werden gewaardeerd.

     
    Volgens de China specialist van de Société Générale, Wei Yao, willen de Chinese autoriteiten de huizenprijzen met 5% tot 10% laten dalen. Zij stelt dat de reële huizenverkopen over het afgelopen jaar met een magere halve procent zijn gestegen. Een laag cijfer in vergelijking met de economische groeicijfers. Daaaast daalde de huizenprijzen in de Chinese stad Whenzou met 0,5%. Volgens Yao is Whenzou een leidende indicator voor de huizenprijzen in heel China. Edwards zet zijn vraagtekens bij de intenties van de Chinese overheid. Waarom zal een daling van de vastgoedprijzen niet leiden tot een economische crash zoals dat tijdens de economische crisis van 2007 in de Verenigde Staten gebeurde? Volgens Edwards kan dit wel, en zal dat naar aller waarschijnlijkheid ook gebeuren. 
     
    Edwards is van mening dat China een zogenaamde “freak” economie is. Er is geen andere economie die te maken heeft gehad met zo'n hoge ratio investeringen ten opzichte van het bruto binnenlands product (BBP) als China en die zoveel achtereenvolgende jaren kende van groeiende investeringen. Het ligt in de lijn der verwachting dat een economie met zulke cijfers te maken heeft met grote volatiliteit. China is daarentegen, volgens hun eigen cijfers, een van de meest stabiele economieën ter wereld. 


     

    De toename in de Chinese buitenlandse valutareserves nam in het derde kwartaal sterk af. Ze namen over het hele kwartaal met $4 miljard toe terwijl tijdens het eerste halfjaar van 2011 gemiddeld nog maandelijks $58 miljard werd bijgeschreven. Waarom nam de groei van de buitenlandse valutareserves af? Volgens velen heeft er recent een kapitaalvlucht plaatsgevonden, maar de recente rally van de dollar speelt ook een rol. Door de relatief sterkere dollar hoeft de Public Bank of China minder in de valutamarkt te interveniëren om de vaste en lage wisselkoers van de renminbi vast te houden. Volgens Edwards is er een grote correlatie tussen een groei van de Chinese buitenlandse valutareserves, de groei van opkomende economieën, en stijgende grondstofprijzen. Een rally van de dollar en de terugvallende groei van de Chinese buitenlandse valutareserves waren halverwege 2008 volgens Edwards een voorbode voor de terugval in de grondstofprijzen, en ook van de opkomende economieën in het tweede deel van 2008.

      
    Edwards stelt dat één ding duidelijk is. De Chinese autoriteiten proberen de op krediet draaiende vastgoed/investeringen-zeepbel van China een zachte landing te geven. De sterke terugval in de accumulatie van valutareserves voorspelt volgens Edwards echter niet veel goeds. De groei van de valutareserves is volgens Edwards China's eigen vorm van Quantitative Easing (te zien op de onderstaande grafiek). Bij een harde landing verwacht Edwards dat de Chinese overheid de economie agressief zal gaan stimuleren. Als, naar voorbeeld van de Verenigde Staten in 2008, de conventionele monetaire en fiscale stimulansen de harde landing niet kunnen voorkomen, dan zullen andere maatregelen zoals het devalueren van de renminbi volgens Edwards worden gebruikt. Eens beschermde de grote Chinese muur het Chinese rijk van de boze buitenwereld. Is de aftakeling van deze eeuwenoude protectie symbool voor de wereldeconomie die eindelijk China in haar val mee trekt?

     
    De volgende grafiek laat de connectie tussen een schommeling van de Chinese geldhoeveelheid (M2) en de Chinese beurs (Shanghai Stock Exchange Composite Index: SHCOMP) zien.

     

     
    Bron: Zero Hedge
     

     

  • Dagelijkse kost 21 oktober 2011

    “Financiële sector mist zelfreinigend vermogen” (FTM)

    Zeer provocatieve teksten van Wall Street bankiers..
    Occupy Wall Street Is Rousing Sexual Appetites Of Protesters And Traders (Business Insider)

    Izabella Kaminska in een drieluik over backwardation in de oliemarkt:
    [Explaining backwardation] The curious case of super-backwardation (FT Alphaville)
    [Explaining backwardation] Are index funds the new swing producers? (FT Alphaville)
    [Explaining backwardation] The WTI-Brent anomaly (FT Alphaville)

    Nieuwe dollarschaarste in Europa; FX-swaps tussen ECB en de Fed stijgt naar een totaal van $1,9 miljard..
    Fed Dollar Swap Lines With Europe Soar To $1.9 Billion, Most Since June 2010 (Zero Hedge)

    Een grafische weergave van het netwerk van 's werelds meeste dominante bedrijven..

    De top 50 van bedrijven van de 147 “superconnected” bedrijven:

    1. Barclays plc
    2. Capital Group Companies Inc
    3. FMR Corporation
    4. AXA
    5. State Street Corporation
    6. JP Morgan Chase & Co
    7. Legal & General Group plc
    8. Vanguard Group Inc
    9. UBS AG
    10. Merrill Lynch & Co Inc
    11. Wellington Management Co LLP
    12. Deutsche Bank AG
    13. Franklin Resources Inc
    14. Credit Suisse Group
    15. Walton Enterprises LLC
    16. Bank of New York Mellon Corp
    17. Natixis
    18. Goldman Sachs Group Inc
    19. T Rowe Price Group Inc
    20. Legg Mason Inc
    21. Morgan Stanley
    22. Mitsubishi UFJ Financial Group Inc
    23. Northe Trust Corporation
    24. Société Générale
    25. Bank of America Corporation
    26. Lloyds TSB Group plc
    27. Invesco plc
    28. Allianz SE 29. TIAA
    30. Old Mutual Public Limited Company
    31. Aviva plc
    32. Schroders plc
    33. Dodge & Cox
    34. Lehman Brothers Holdings Inc*
    35. Sun Life Financial Inc
    36. Standard Life plc
    37. CNCE
    38. Nomura Holdings Inc
    39. The Depository Trust Company
    40. Massachusetts Mutual Life Insurance
    41. ING Groep NV
    42. Brandes Investment Partners LP
    43. Unicredito Italiano SPA
    44. Deposit Insurance Corporation of Japan
    45. Vereniging Aegon
    46. BNP Paribas
    47. Affiliated Managers Group Inc
    48. Resona Holdings Inc
    49. Capital Group Inteational Inc
    50. China Petrochemical Group Company

    * Lehman still existed in the 2007 dataset used:

    Lees meer over het onderzoek, “Revealed – the capitalist network that runs the world” (New Scientist)

    Woedende Grieken demonstreerden gisteren in Athene..

    Zie ook de indrukwekkende foto-serie op Zero Hedge.

    S&P: downgrade 5 landen inclusief Frankrijk bij recessie (RTL-Z)

    S&P sees downgrade blitz in EMU recession, threatening crisis strategy (Telegraph)

    Food inflation retus to double-digits (Times of India)
     

  • GAO-Onderzoek naar Federal Reserve: knooppunt van belangenverstrengeling

    Onafhankelijk senator Beie Sanders (Vermont) amendeerde de Dodd-Frank wet die voor financiële hervormingen op Wall Street moest zorgen. Vooralsnog blijkt de wet niet veel om het lijf te hebben, maar het amendement van Sanders heeft ertoe geleid dat de Goveement Accountability Office haar tweede onderzoek naar de Federal Reserve afgerond. Sanders zette de uitkomsten van dit onderzoek op zijn website; wij hebben de bevindingen van het onderzoek voor u vertaald.

    Van de website van Beie Sanders (pdf):

    Als gevolg van het amendement aan de Dodd-Frank Wall Street Reform and Consumer Protection Act door senator Beie Sanders heeft de Govement Accountability Office (GAO) haar tweede audit van de Federal Reserve afgerond. Dit rapport concentreert zich op belangenverstrengeling bij de Federal reserve ten tijde van de financiële crisis.

    Wat de GAO gevonden heeft?

    • De banden van het bestuur van de Federal Reserve van bestuur met financiële ondeemingen blijft “reputatierisico's” vormen voor de Federal Reserve.
    • Het beleid van de Federal Reserve om de leden uit de banksector de macht te geven om zowel te stemmen en te dienen als lid van het bestuur van de Federal Reserve creëert “een schijn van een belangenverstrengeling”.
    • De GAO identificeerde 18 voormalige en huidige leden van het bestuur van de Federal Reserve die banden hebben met banken en gelieerde ondeemingen die noodleningen ontvingen van de Federal Reserve tijdens de financiële crisis waaronder General Electric, JP Morgan Chase en Lehman Brothers.
    • Er zijn geen beperkingen voor bestuursleden van de Federal Reserve Board om hun zorgen over hun eigen banken aan het personeel van de Federal Reserve te communiceren.
    • Veel van de bestuursleden van de Federal Reserve bezitten aandelen of hebben een dienstverband bij banken die onder toezicht staan en worden gecontroleerd door de Federal Reserve. Deze bestuursleden zien toe op de activiteiten van de Federal Reserve, waaronder beslissingen over salarissen en personeelsbeleid.
    • Onder de huidige regelgeving kunnen Fed-bestuurders die [tegelijkertijd] werkzaam zijn in de bancaire sector aandelen in deze financiële instellingen hebben en meebeslissen over hoeveel rente gerekend wordt voor leningen die bij de Fed worden verkregen, en zij kunnen meebeslissen over de kredietverlening door de Federal Reserve aan gezonde banken en banken die in een “gevaarlijke” toestand verkeren.
    • De Federal Reserve maakt geen regels omtrent belangenverstrengeling openbaar evenals dat zij verleende vrijstellingen voor mogelijke belangenverstrengeling niet openbaar maakt.
    • 21 bestuursleden van de Federal Reserve waren betrokken bij personele beslissingen voor de afdeling van toezicht op regelgeving bij de Fed.

    De GAO vond meerdere gevallen van specifieke personen wiens lidmaatschap van het bestuur van de Fed de schijn van een belangenverstrengeling tegen hebben. Inclusief:

    Stephen Friedman, de voormalig voorzitter van de raad van bestuur van de New York Fed.

    Aan het einde van 2008 keurde de New York Fed de aanvraag van Goldman Sachs om een bank-holding te worden goed, waardoor de bank toegang kreeg tot goedkope leningen van de Federal Reserve. Gedurende deze periode zat  Stephen Friedman, [tevens] voorzitter van de New York Fed, in de raad van bestuur van Goldman Sachs, en had hij aandelen in Goldman Sachs; iets dat verboden was onder de reglementen ten aanzien van belangenverstrengeling. Friedman ontving een vrijstelling voor mogelijke belangenverstrengeling in het najaar van 2008. Deze vrijstelling werd niet openbaar gemaakt. Nadat de heer Friedman zijn vrijstelling had gekregen, bleef hij aandelen Goldman Sachs kopen in de periode vanaf november 2008 tot januari 2009. Volgens GAO, wist de Federal Reserve hier niet vanaf.

    Jeffrey Immelt, de CEO van General Electric, en de raad directeur van de New York Fed

    Het onderzoek van de GAO vond ook uit dat de Federal Reserve Bank van New York overleg voerde met General Electric over de oprichting van het Commercial Paper Funding Facility [een speciaal leenprogramma bij de Fed]  tijdens de financiële crisis. De Fed leende later $16 miljard aan General Electric onder dit noodloket. Dit gebeurde terwijl Jeffrey Immelt, de CEO van General Electric als directeur diende in het bestuur van de Federal Reserve Bank van New York.

    Jamie Dimon, de CEO van JP Morgan Chase en board directeur van de New York Federal Reserve

    Jamie Dimon, de CEO van JP Morgan Chase, zat in het bestuur van de Federal Reserve Bank van New York op het moment dat zijn bank noodleningen ontving van de Fed en werd zijn bank door de Fed gebruikt als een clearinghouse voor de noodleningen van de Fed.

    In maart 2008 heeft de Fed JP Morgan Chase $29 miljard verstrekt voor de financiering van de oveame van [het omvallende] Bear Steas. Tijdens deze periode verkreeg Jamie Dimon een 18 maanden durende vrijstelling om aan risico-gebaseerde kapitaalvereisten en leverage te voldoen. Dimon overtuigde de Fed er ook van om riskante hypotheekgerelateerde activa [rommelhypotheken] van de balans van Bear Steas te halen voordat JP Morgan Chase de in problemen gekomen investment bank over te nemen.

    Andere centrale banken gaan veel beter om met het beperken van vormen van belangenverstrengeling.

    De GAO vindt dat in vergelijking met centrale banken in andere landen, de Federal Reserve niet adequaat omgaat met het openbaar maken van mogelijke belangenverstrengeling en andere belangrijke zaken omtrent transparantie.  De GAO vindt dat deze transparantie “essentieel is voor het effectief en geloofwaardig functioneren van een gezonde democratie” en de verantwoordelijkheid die de overheid heeft voor burgers en belastingbetalers.

    Bijvoorbeeld, de centrale bank in Australië verbiedt haar bestuursleden om te werken voor financiële partijen [banken] of het hebben van financiële belangen in die bedrijven in hun land. Indien dergelijke verordeningen van toepassing zijn bij de Fed, dan zou de CEO van JP Morgan Chase en vele andere bazen van banken niet lid zijn van het bestuur van de Federal Reserve.

    De centrale bank in Canada eist van haar bestuurders om elk mogelijke vormen van belangenverstrengelin te melden zodra ze worden ontdekt; die te vermijden of zich terug te trekken aan een echte, potentieel, of schijnbare vorm van belangenverstrengeling, en niet te stemmen over zaken waarbij sprake is van conflicterende belangen. Als deze regels bij de Fed van toepassing zouden zijn, dan zou Stephen Friedman onmiddellijk verplicht zijn geweest om ontslag te nemen als lid van de raad van bestuur van Goldman Sachs, zijn aandelen in Goldman te verkopen, of [in plaats daarvan] af te treden als bestuurslid van de Fed. In plaats daarvan werd de heer Friedman toegestaan om te profiteren van de stijging van de aandelen van Goldman terwijl het [Goldman] goedkeuring kreeg om een bank-holding te worden en miljarden aan noodleningen bij Fed kreeg.

    De centrale bank in Canada verbied haar bestuursleden om banden te hebben met partijen die financiële diensten aanbieden of optreden als bancaire dienstverlener voor de overheid. De Fed doet dat niet. De regels zouden het zowel Friedman als Dimon verhinderd hebben te dienen in het bestuur van de Fed.

    De bestuurders van de centrale banken in Australië, Canada, Engeland en de Europese Unie moeten alle potentiële vormen van belangenverstrengeling melden en openbaar maken en maken het beleid ten aanzien van belangenverstrengeling publiceren op het inteet. De Federal Reserve doet dit niet.

    De Europese Centrale Bank en de centrale bank in Australië eisen beide dat hun bestuursleden jaarlijks hun financiële belangen [beleggingsposities] bekend maken. De Fed doet dit niet omdat het haar bestuursleden hier niet mee wil “belasten”.

    Federal Reserve Banks publiceert geen openbare informatie over vacante directiefuncties. In plaats van het toestaan dat het publiek actief solliciteert voor bestuursposities, rekruteert de bankensector haar meeste kandidaten voor het bestuur van de Federal Reserve, in de privé-sfeer. In tegenstelling tot de Fed plaatst de centrale bank van Engeland vacante bestuursposities openbaar wanneer er die posities vrij komen. De centrale bank in Canada staat het toe dat iedereen via het inteet kan solliciteren op vacante posities in het bestuur.

    De GAO stuitte ook op de volgende punten:

    • In 2010 waren de 108 leden van het bestuur van [het stelsel van Amerikaanse centrale banken,] de Federal Reserve, overwegend blanke mannen die senior executives zijn bij financiële instellingen.
    • Terwijl het congres bepaald heeft dat de raad van bestuur van de Fed bestaat ​​uit experts op het gebied van arbeid, consumentenbescherming, landbouw, handel en industrie, zijn slechts 11 van de 202 leden van het bestuur van de Federal Reserve representatief voor arbeids- en consumentenbelangen in de periode 2006 tot 2010.
    • Bij het kiezen wie in de raad van bestuur zal dienen, concentreert de Federal Reserve bij haar zoektocht op senior executives, die doorgaans CEO's zijn in de financiële sector. Van de 108 bestuursleden waren 82  voorzitter of directeur van hun bedrijf.
    • De Federal Reserve stelt dat het moeilijk is om vertegenwoordigers voor arbeids- en consumentenbelangen te vinden, omdat zij veelal “politiek actief” zijn en de Federal Reserve heeft kent restricties voor bestuursleden die 'politiek actief” zijn. Sanders noemt dit “lachwekkend,” gezien de politieke activiteiten van CEO's van grote financiële instellingen die dienen in het bestuur van de Fed. Ter illustratie, de CEO van JP Morgan Chase, Jamie Dimon, is momenteel lid van de raad van bestuur bij de Federal Reserve Bank van New York. En volgens het Center for Responsive Politics, heeft Dimon sinds 1990 $620.000 aan campagnegelden gedoneerd.

    ___

     

  • Sprott wil eigen bank

     

    Sprott Asset Management is mede eigenaar van een bedrijf dat in valuta handelt, Continental Currency Exchange Corp, en wil samen met het huidige bestuur van het bedrijf de 17 filialen van Continental omvormen tot de Continental Bank of Canada. Samen hebben ze bij de overheid een aanvraag ingediend om toestemming te krijgen voor het omvormen van het bedrijf naar een bank. Ze verwachten begin volgend jaar een antwoord te krijgen.
     
    Sprott roept al jaren dat er veel mankementen zijn aan het huidige financiële systeem. Zo stelt hij dat een deel van de crises van de afgelopen jaren is veroorzaakt door de exorbitante hefbomen die banken gebruiken. De bank die Sprott en zijn partners willen oprichten zal juist geen hefbomen gebruiken. Bij de bank kunnen mensen hun spaartegoeden net als bij een ''gewone'' bank parkeren. De bank zal echter, in tegenstelling tot de huidige banken die gebaseerd zijn op een model waar ze veel meer geld uitlenen dan dat ze daadwerkelijk in kas hebben, geen geld uitlenen. 
     
    De bank zal in de toekomst wellicht een nieuwe mogelijkheid bieden aan de mensen die nationale valuta's niet meer vertrouwen. Klanten van de bank kunnen dan hun spaartegoeden in de vorm van goud en zilver aanhouden. Dit zou beteken dat een klant goud kan “storten”, aankopen kan doen met een pinpas waarbij de corresponderende hoeveelheid goud wordt “afgeschreven”. 
     
    In een financieel systeem met grote schuld/kapitaal ratio's kunnen relatief kleine verliezen een bank in moeilijkheden brengen. De bank van Sprott zal hier, doordat er geen sprake is van kredietverstrekking, geen last van hebben. De bank zal geld verdienen door ouderwets diensten aan te bieden in plaats van geld verdienen met het verstrekken van krediet. 
     
    De wereldwijde financiële onrust heeft er de afgelopen jaren toe geleid dat zowel de goud- als zilverprijs sterk zijn gestegen. De prijsstijging wordt mede gedreven door mensen die de gedachten van Sprott delen dat goud en zilver in de nabije toekomst wederom het fundament van het financiële systeem kunnen worden. Er is echter kritiek op een systeem met een gouden basis als alteatief voor het huidige papieren stelsel. Het is namelijk niet erg praktisch. Veilige opslag van goud is kostbaar en het is moeilijk om met een paar gram goud naar de kroeg of de supermarkt te gaan. Echter, een bank die goud en zilver in de kluis heeft en haar klanten de mogelijkheid biedt om hun betalingen met een bijbehorend pinpas te doen brengt de rol van goud en zilver als valuta in het dagelijkse leven dichterbij.
     
    Bron:
     
     
     
     
     
     
  • De derivatenbom van Bank of America-Merrill Lynch gedekt met spaargeld en gegarandeerd door Amerikaanse belastingbetaler

    BofA nam in januari 2009 zakenbank Merrill Lynch over en daarmee werd ook de derivatenportefeuille met een nominale omvang van $53 biljoen overgenomen. Die oveame was sowieso een bijzonder verhaal omdat de directie van BofA door Beanke en toenmalig minister van Financiën Paulson met “het pistool op het hoofd” gedwongen werd om Merrill Lynch over te nemen voor zo'n $50 miljard. Paulson en Beanke dreigden elke vorm van federale steun aan BofA in te trekken en de raad van bestuur te ontslaan als zij niet akkoord gingen met de oveame (zie: Bloomberg).

    De derivaten van Merrill Lynch waren na de fusie afgeschermd van de holding van Bank of America zodat spaarders en obligatiehouders niet blootgesteld konden worden aan de risico's die hiermee verbonden zijn. Daar is nu verandering ingekomen nadat BofA bekend heeft gemaakt dat zij met steun van de Federal Reserve deze portefeuille heeft overgeheveld naar de holding. Desgevraagd liet de Federal Deposit Insurance Corporation (FDIC) die vergelijkbaar is met het Nederlandse depositogarantiestelsel aan Bloomberg weten dat zij fel gekant is tegen deze beslissing. Spaarders hebben iets meer dan $1 biljoen aan spaardeposito's bij BofA ondergebracht en wanneer deze derivaten voor verliezen zorgen dan moet de FDIC bijspringen in het geval dat BofA de verliezen niet kan dragen. Gezien de gigantische schadeclaims die reeds zijn ingediend tegen Bofa vanwege ondeugdelijke hypotheeksecuritisaties wordt al langere tijd getwijfeld aan de overlevingskansen van BofA.

    Saillant detail is dat de financiële verplichtingen die aan deze derivatenposities van Merrill Lynch verbonden zijn voorrang krijgen boven de spaarders van BofA. Anders gezegd, wanneer BofA bezwijkt onder het gewicht van slechte activa, schadeclaims vanwege ondeugdelijke hypotheeksecuritisaties en problemen in de derivatenportefeuille van $53 biljoen, dan sluiten spaarders achter in de rij aan. Bovendien betekent het dat de financiële risico's van deze derivaten via de FDIC bij de Amerikaanse belastingbetaler worden neergelegd. Want ook al worden de middelen van de FDIC voor een groot deel gefinancierd door Amerikaanse banken, de financiële middelen van de FDIC zijn veel te klein waardoor het ministerie van Financiën zal moeten bijspringen om te voorkomen dat de FDIC – of zoals u wilt – het Amerikaanse depositogarantiestelsel bankroet gaat.

  • Europese hefboomconstructie: bazooka of erwtenschieter?

    Angela Merkel en Nikolas Sarkozy hebben het er druk mee: hoe wordt de euro en daarmee de Eurozone gered? De ECB weigert haar balans te gebruiken om de schulden van de in de problemen gekomen zuidelijke lidstaten op te kopen en legt de verantwoordelijkheid voor de fiscale problemen bij de politiek. De politiek voelt zich genoodzaakt om met publieke middelen de problemen de baas te worden en de eurolanden die hun begroting niet langer door de markt gefinancierd krijgen, zelf te financieren.

    De plannen om de financiële middelen van het Europese noodfonds EFSF te gaan gebruiken als verzekeringsgaranties lijkt het te gaan worden. In Nieuwsuur legt Martine Wolzak van Het Financieele Dagblad de basisprincipes van de hefboomconstructie in jip-en-janneketaal uit.

    De Nederlandse econoom Willem Buiter die in 2009 in dienst is getreden als hoofdeconoom van de Amerikaanse bank Citigroup liet deze week in een lange analyse (zie pdf) niets heel van het plan om het EFSF te gebruiken als verzekeringsfonds. Met een zeer uitgebreide berekening van de financieringscapaciteit van het EFSF somt hij de gebreken op van de voorgestelde hefboomconstructie. Buiter komt met een versoberend beeld over de daadwerkelijke capaciteit van het noodfonds die in feite vele malen lager is dan wordt gesuggereerd en wijst bovendien enkele aanvullende zwakke plekken aan. Kort samengevat zijn de gebreken als volgt:

    – het EFSF heeft allereerst geen financieringscapaciteit van €780 miljard omdat de garanties van Griekenland, Portugal en Ierland niet geëffectueerd kunnen worden zolang zij steun ontvangen. De capaciteit bedraagt derhalve slechts €726 miljard.

    – Spanje en Italië die directe steun van de ECB ontvangen via haar Securities Market Program (SMP), garanderen via het EFSF hun eigen obligaties. Spanje garandeert €92,5 miljard en Italië €139.3 miljard, maar die garanties vallen weg op het moment dat zij in de financieringsproblemen komen. In het (waarschijnlijke) geval dat Spanje en Italië een beroep moeten doen op het noodfonds, dan bedraagt de capaciteit slechts €494 miljard.

    – De reeds toegezegde noodsteun aan Portugal, Griekenland en Ierland moet eveneens van de resterende middelen worden afgetrokken. Voor Ierland is €17,7 miljard toegezegd (waarvan €3.3 miljard inmiddels is uitgekeerd) en voor Portugal is €26 miljard toegezegd (waarvan €5,8 miljard is uitgekeerd) en dat brengt de capaciteit terug tot €445,5 miljard.

    – De tweede Griekse bailout zal €109 miljard gaan kosten waarvoor Europa tweederde voor haar rekening neemt en het IMF – indien zij formeel akkoord gaat – het resterende bedrag. Dat brengt in het geval dat het IMF deelneemt de middelen terug naar €346,9 miljard en indien het IMF niet deelneemt naar €310,1 miljard.

    – Omdat voor het EFSF de mogelijkheid is gemaakt om ook steun te verlenen bij het herkapitaliseren van Europese banken, en Buiter zeer conservatief deze steun inschat op €50 miljard, neemt de overgebleven capaciteit af naar €296,1 miljard of zelfs naar €260,1 miljard (in het geval het IMF niet formeel akkoord gaat met de uitkering van de tweede Griekse bailout).

    – Indien België vanwege een afwaardering op de kredietwaardigheid niet kan deelnemen en ook Belgische staatsobligaties gegarandeerd moeten worden met middelen uit het noodfonds dan nemen de middelen verder af naar €269.9 miljard (of €233,1 miljard zonder IMF hulp aan Griekenland).

    – Valt Frankrijk weg (en dat is goed mogelijk gezien de analyse van eerder deze week) dan worden de middelen helemaal schaars want die vallen terug naar €111,4 miljard (€74,6 miljard zonder IMF).

    Buiter rekent de consequenties door vanuit de situatie dat Frankrijk en België hun garanties aan het EFSF zonder problemen kunnen waarmaken en banken zelfstandig aan kapitaal kunnen komen om hun balansen te versterken. In dat geval bedraagt de financieringscapaciteit van het EFSF €310 miljard.

    De idee achter het inzetten van EFSF-middelen om soevereine schulden te financieren is dat beleggers een garantie ontvangen die hen voor de eerste verliezen verzekert. Indien de garantie de eerste 10% van potentiële verliezen op staatsobligaties opvangt, dan kan het noodfonds €3.100 miljard aan nieuwe leningen ondersteunen. Omvat de garantie 20% van de potentiële verliezen dan levert de hefboomconstructie het noodfonds een capaciteit op van €1.550 miljard. Indien er sprake is van steun aan banken (bij €50 miljard) dan neemt bij 10% de capaciteit af naar €2,6 biljoen en bij 20% naar 1,3 biljoen. Bij een verliesgarantie van 40% levert de constructie in het beste geval nog maar €777 miljard op. Indien Frankrijk en België wegvallen, dan zijn verdere berekeningen eigenlijk overbodig.

    Een volgend punt dat Buiter terecht aanstipt is dat de voorgestelde hefboomconstructie slechts de financieringsstroom voor nieuw te plaatsen obligaties regelt en geen betrekking heeft op de obligaties die al zijn uitgegeven. Dat betekent dat de garanties een tweedeling maakt in de waardebepaling van staatsobligaties op de primaire markt (bij plaatsing van nieuwe obligaties) en op de secundaire markt (de markt waarop nog lopende staatsobligaties worden verhandeld). Buiter schrijft:

    “Italië en Spanje hebben samen net iets minder dan €2,5 biljoen aan schulden uitstaan. Verhandelbare Spaanse en Italiaanse schulden bedragen alleen al €2,1 biljoen. Voeg daar Griekse, Ierse en Portugese schuldpapieren aan toe dan bedraagt de algemene staatsschulden €3,1 biljoen en de totale verhandelbare schulden €2,9 biljoen. Tel België daarbij op dan komt dit uit op €3,5 biljoen (totaal) en €2,9 biljoen (verhandelbaar). Als Frankrijk een verzekering uit het noodfonds nodig heeft dan zou de voorraad aan bestaande schulden €5,1 biljoen bedragen en €4,3 biljoen aan verhandelbare schulden. Deze getallen gaan ver boven de omvang van de meest optimistische schattingen van de meest lichtzinnige noodsteunvoorstellen. Gelukkig hoeven er alleen garanties te komen voor de financieringsstroom om een financieringsprobleem voor de meest zwakke landen te voorkomen.”

    Met andere woorden, de verzekeringgaranties kunnen alleen herfinancieringen (zie onderstaande grafiek voor het overzicht tot aan 2014) ondersteunen en niet de waarde van bestaande obligaties. Buiter wijst daaaast op aanvullende problemen. Zo is de hoogte van de verliesgarantie van 20% aan financiële partijen vanuit een historisch perspectief wel heel erg rooskleurig. Uit onderzoek van Moody's in 2010 bleek dat de verliezen in de periode 1983-2010 – afhankelijk van de wijze van berekening – tussen 31% en 53% te liggen. Of beleggers interesse hebben om in te stappen met de EFSF garantie van 20% is dus de vraag. Bovendien zorgt de tweedeling in de markt voor bestaande en nieuwe staatsobligaties een bijkomstig probleem op voor banken die mogelijkerwijs moeten afschrijven op obligaties reeds in bezit. Immers, als die minder gewild blijken te zijn omdat deze geen garantie hebben, dan zullen beleggers deze obligaties omwisselen voor obligaties met garanties en neemt de marktwaarde van bestaande obligaties af.

    De conclusies die Buiter trekt zijn samen te vatten in drie punten:
    1. De berekeningen voor de hefboomconstructie worden veel te rooskleurig voorgesteld. De capaciteit van het EFSF is eigenlijk veel lager.
    2. De verzekeringsconstructie is niet bestand tegen tegenvallers en kan een paniekreactie van de markt niet opvangen.
    3. De garantie die wordt afgegeven is niet toereikend om financiële markten te overtuigen zodat zij de begrotingstekorten en herfinancieringen van de zwakke eurolanden voor hun rekening nemen. Een verzekering tot 20% van de verliezen lost niets op en de verzekering zou opgehoogd moet worden naar 40-50%. Dat zou een capaciteit opleveren van hooguit €600-700 miljard. Daarmee kunnen Spanje en Italië tot aan het einde van 2012 net aan gefinancierd worden.

    Buiter vat de conclusie van zijn rekensommen met een analogie samen: “het voorstel is geen bazooka, maar een kleine erwtenschieter”. Anders gezegd, de verzekeringsconstructie is slechts een nieuwe manier om de problemen van niet af te lossen staatsschulden, insolvabele banken en een failliet geldconcept te kunnen blijven ontkennen. Een manier die handen vol geleend belastinggeld kost.

  • Dagelijkse kost 20 oktober 2011

    “Vluchten kan niet meer” (Rene Tissen; RTL-Z)

    Gouden schoenveters kosten 13.740 euro (Nu.nl)

    Bron: Mr. Kennedy

    Citigroup to pay $285 million to settle fraud case (Reuters)

    QE3 'Certainly a Possibility': Boston Fed President (CNBC)

    Shock Therapy in Greece – A Mega-Strike Aims to Challenge Austerity (Spiegel)

    Suspension set to make rare earths even rarer (China Daily)

    Welcome to the Machine: High-Frequency Trading Domination (Schwab)

    Een must read over juridische desintegrate van de Amerikaanse huizenmarkt:
    “Houston, we've got a problem – Bevilacqua” (Amvona blog)

    Boekrecensie over de totstandkoming van de crisis op de Amerikaanse huizenmarkt:
    “Greed and ambition: Why Fannie Mae and Freddie Mac need to diet” (The Economist)

    Tot slot een Amerikaanse marinier die van zijn hart geen moordkuil maakt..

  • James Turk: ‘Zwakke kapitaalspositie banken zal goudprijs doen exploderen’

    James Turk ziet een versnelling van de problemen in de Eurozone, waar ook een hogere goudprijs bij hoort. Er is steeds meer bewustwording van het fenomeen 'counterparty risk', waarin er steeds meer onzekerheid bestaat over de waarde van de bezitingen die banken op de balans hebben staan. Mensen zien de risico's in de bankensector en komen ook steeds vaker tot de conclusie dat veel banken in feite insolvabel zijn. Als gevolg daarvan vlucht men langzaam maar zeker uit papiergeld richting fysieke bezittingen (waaronder goud en zilver) en die trend zal zich volgens Turk blijven versnellen.

    Over de goud- en zilverprijzen

    Wat betreft de goud- en zilverprijzen, die de laatste tijd niet echt van hun plek lijken te komen, ziet James Turk grote kansen liggen. Dit is een ideaal moment voor beleggers om fysiek goud en zilver aan te schaffen, omdat we over een langere termijn hoge prijzen gaan zien die we ons vandaag de dag niet eens voor kunnen stellen. Zo werkt een bull market nou eenmaal en dat zal nu niet anders zijn. Het zal uiteindelijk manische vormen gaan aannemen dat mensen helemaal gek zal maken.

    Wat we vandaag de dag zien lijkt volgens James Turk sterk op de jaren '70, toen grote hoeveelheden geld over de wereld heen en weer werd geschoven op zoek naar rendement. Ondanks de steunaankopen van de Federal Reserve loopt de rente op Amerikaans staatspapier nog steeds op, waaruit James Turk concludeert dat de top in de obligatiemarkt achter ons ligt. Dit maakt ook de Federal Reserve kwetsbaar, omdat ze veel staatspapier op hun balans hebben staan met een zeer lage renteopbrengst. In een omgeving waarin de rente op staatsobligaties oploopt zal de waarde van de bezittingen van de FED dalen. De rente hoeft volgens James Turk niet eens zo ver te stijgen voordat men begint te twijfelen aan de solvabiliteit van de Amerikaanse centrale bank. Naast staatsobligaties heeft de Federal Reserve ook veel 'giftige' hypotheekproducten in de boeken staan, waarvan de waarde ook zeer moeilijk te bepalen is.

    De veiligheid van verschillende bezittingen wordt ter discussie gesteld in een zogeheten conjuctuurcyclus, die in gang wordt gezet doordat banken excessief veel geld uitlenen en doordat centrale banken de rente langdurig te laag houden.

    Sterke fundamenten

    Ondanks de kwakkelende goudprijs van de afgelopen weken blijft James Turk erg optimistisch, omdat de fundamenten om goud en zilver aan te schaffen nog steeds zeer sterk zijn. Als de angst onder beleggers blijft toenemen zal er weer veel geld richting goud en zilver stromen, waardoor de prijzen zullen stijgen. Met de huidige toestand van de economie ziet Turk eigenlijk geen reden waarom het edelmetaal niet zou gaan stijgen.

    Volgens James Turk zitten we dicht bij een end game, omdat er op zoveel verschillende plekken op de wereld gevaar loert dat kan uitmonden in een grote crisis. Het is moeilijk om te bepalen waar de situatie het eerst uit de hand zal lopen, maar de daarop volgende kettingreactie zal dezelfde impact hebben als de val van Lehman Brothers. De bezittingen die op de balansen van de banken staan zullen niet verdwijnen, maar moeten afgeschreven worden. Turk vraagt zich af wie daar voor op zal moeten draaien. Overheden denken de crisis af te kunnen wenden, maar dat al volgens James Turk niet gebeuren. De geschiedenis heeft laten zien dat vroeg of laat het verlies moet worden genomen.

    Problemen vooruitschuiven

    Als de Europese belastingbetalers niet garant willen staan voor toekomstige verliezen in de bankensector zullen er uiteindelijk meer banken gaan omvallen. Beleidsmakers en centrale banken blijven de verliezen maar voor zich uit schuiven, die daardoor alleen maar groter en groter worden. Op een gegeven moment zal het dan ook niet meer op te brengen zijn om de problemen vooruit te schuiven.

    Over James Turk

    James Turk heeft expertise op het vlak van inteationaal bankieren en investeren en begon zijn carrière bij een afdeling van JP Morgan Chase. Vanaf 1980 verlegde hij zijn focus naar de goud- en zilvermarkt, waar hij als trader begon te werken bij het 'Abu Dhabi Investment Authority' investeringsfonds. In 1987 besloot hij voor zichzelf te beginnen en startte hij nieuwe platformen als het Free Gold Money Report en GoldMoney.com. Ook schreef hij mee aan het boek 'The Coming Collapse of the Dollar', dat in 2004 verscheen.

  • S&P geeft downgrade aan meer dan 20 Italiaanse banken

    Eerder waren Engelse en Franse banken al aan de beurt, maar nu krijgen ook tal van Italiaanse banken een downgrade te verwerken. Door de aanhoudende schuldencrisis, die ook Italië heeft getroffen, zijn de banken volgens kredietbeoordelaar S&P in een slechter klimaat terechtgekomen. Daarbij speelt ook mee dat de groeiverwachtingen voor de Italiaanse economie naar beneden zijn bijgesteld, waardoor de banken in een zwakkere positie zijn gekomen. De kosten die de banken moeten betalen om kapitaal aan te trekken zijn ook gestegen, mede door de oplopende rente op Italiaanse staatsleningen. De verslechterde vooruitzichten zullen volgens S&P niet snel meer herstellen, omdat de Italiaanse banken door de hoge kosten om kapitaal aan te trekken minder goed kunnen concurreren met het buitenland. Ook ziet het er volgens de kredietbeoordelaar niet naar uit dat de Italiaanse overheid snel maatregelen gaat nemen die effectief de publieke schuldenlast verlagen en de economie op gang weten te helpen.

    Deze ontwikkelingen zijn aanmerkelijk slechter uitgevallen dan eerder werd verwacht, aldus S&P. Ook kwam er een slechtere score uit de 'Banking Industry Country Risk Assessment' test, die het economische risico van de banken meet. De waarde van de bezittingen van de banken staat onder druk door de zwakke economische condities van het land, die waarschijnlijk ook niet snel zullen verbeteren. De afwaarderingen die S&P nu doorvoert volgen op de vorige ronde van afwaarderingen van september dit jaar. Het volledige overzicht van banken die een afwaardering hebben gehad (of die een negatieve outlook hebben gekregen) is te vinden op Zerohedge. Op dit moment staan 22 van de 43 Italiaanse financiële instellingen op een negatieve outlook.

    De Banca Popolare di Milano is één van de vele banken die een downgrade heeft gekregen van S&P

  • Moody’s verlaagt kredietbeoordeling Spanje met twee stappen naar A1

    Moody’s verlaagt kredietbeoordeling Spanje met twee stappen naar A1

    De Amerikaanse kredietbeoordelaar noemt drie factoren die de afwaardering zouden rechtvaardigen. Als eerste noemt Moody's de kwetsbaarheid van Spanje voor stress op de financiële markten die – sinds het begin van het onderzoek eind juli – nog niet is afgenomen. Dit komt door het uitblijven van een geloofwaardige oplossing voor de huidige schuldencrisis. Ook als deze oplossing er wel komt zal het volgens Moody's nog wel even duren voordat het vertrouwen in Spanje weer volledig is hersteld. Daarbij komt dat Spanje ondertussen veel geld moet blijven lenen om de tekorten op haar begroting te dichten en dat de Spaanse banken nog kwetsbaar blijven als het gaat om het aantrekken van nieuw kapitaal.

    Ten tweede noemt Moody's de groeiverwachtingen voor de economie, die vergeleken met eerdere verwachtingen nog verder naar beneden moeten worden bijgesteld. Ging men eerder nog uit van een economische groei van 1,8% over het jaar 2012, nu is dat cijfer bijgesteld naar slechts 1%. Gecombineerd met de zwakke groeiprognoses voor andere landen in de Eurozone en de problemen in de Spaanse bankensector blijft de economische situatie zwak.

    Het derde punt dat Moody's aandraagt is het effect dat de zwakke economische groei heeft op de ambitieuze begrotingsplannen van de Spaanse overheid. Door lagere opbrengsten en hogere kosten zou Spanje volgens de kredietbeoordelaar niet in staat zijn haar doelstellingen waar te maken. Er moet dus meer geld worden geleend op de kapitaalmarkten, een probleem dat trouwens ook van toepassing is op de regionale overheden in het land. Die hebben ook grote schulden en komen steeds geld tekort.

    De afwaardering die Moody's nu heeft gegeven aan Spanje volgt op eerdere afwaarderingen van Italië (A2 met een negatieve outlook) en België (Aa1, met mogelijk nog een downgrade in het vooruitzicht). Moody's verwacht dat de Spaanse regering die voort zal komen uit de verkiezingen op 20 november sterk gefocust zal zijn op het terugdringen van de tekorten. De kredietbeoordelaar sluit een nog lagere waardering niet uit als deze verwachting niet wordt waargemaakt. Door het besmettingsgevaar van de Europese schuldencrisis en de zwakte van de Spaanse economie past Spanje beter in de A dan in de Aa categorie. Moody's verwijst ook naar landen met een lagere Aa3 beoordeling die een sterkere fiscale positie hebben dan Spanje en die een lage staatsschuld hebben in verhouding tot hun economie.

    De kredietbeoordelaar is dan wel weer enthousiast over het feit dat een oppositiepartij een voorstel van de regering heeft gesteund om de fiscale situatie van het land te verbeteren. Het risico van een default van Spanje is volgens Moody's gering.

    Kredietbeoordeling Spanje verlaagd door Moody's

  • Dagelijkse kost 19 oktober 2011

    ECB leent 500 miljoen dollar aan één bank (Nu.nl)

    Zalm: Griekse verliezen voor belastingbetaler (RTL-Z)

    Goudhausse (IEX)

    De Keynesiaanse Polka via William Banzai

    Bank of England considered £100bn of QE (Telegraph)

    A Trillion Euro Insurance Policy for the Common Currency (Spiegel)

    A sobering look inside Putin’s Russia (MarketWatch)

    The Fraud At The Heart Of Student Lending Exposed – The One Sentence Everyone Should Read (Zero Hedge)

    Wholesale Prices in U.S. Rise More Than Economists Estimated on Food, Fuel (Bloomberg)

    Banks Raided in EU Antitrust Probe Over Euribor Derivatives (Business Week)

    Nassim Taleb on Wall Street Protest, Banking