Eerder waren Engelse en Franse banken al aan de beurt, maar nu krijgen ook tal van Italiaanse banken een downgrade te verwerken. Door de aanhoudende schuldencrisis, die ook Italië heeft getroffen, zijn de banken volgens kredietbeoordelaar S&P in een slechter klimaat terechtgekomen. Daarbij speelt ook mee dat de groeiverwachtingen voor de Italiaanse economie naar beneden zijn bijgesteld, waardoor de banken in een zwakkere positie zijn gekomen. De kosten die de banken moeten betalen om kapitaal aan te trekken zijn ook gestegen, mede door de oplopende rente op Italiaanse staatsleningen. De verslechterde vooruitzichten zullen volgens S&P niet snel meer herstellen, omdat de Italiaanse banken door de hoge kosten om kapitaal aan te trekken minder goed kunnen concurreren met het buitenland. Ook ziet het er volgens de kredietbeoordelaar niet naar uit dat de Italiaanse overheid snel maatregelen gaat nemen die effectief de publieke schuldenlast verlagen en de economie op gang weten te helpen.

Deze ontwikkelingen zijn aanmerkelijk slechter uitgevallen dan eerder werd verwacht, aldus S&P. Ook kwam er een slechtere score uit de 'Banking Industry Country Risk Assessment' test, die het economische risico van de banken meet. De waarde van de bezittingen van de banken staat onder druk door de zwakke economische condities van het land, die waarschijnlijk ook niet snel zullen verbeteren. De afwaarderingen die S&P nu doorvoert volgen op de vorige ronde van afwaarderingen van september dit jaar. Het volledige overzicht van banken die een afwaardering hebben gehad (of die een negatieve outlook hebben gekregen) is te vinden op Zerohedge. Op dit moment staan 22 van de 43 Italiaanse financiële instellingen op een negatieve outlook.

De Banca Popolare di Milano is één van de vele banken die een downgrade heeft gekregen van S&P