Categorie: Nieuws

  • Oliebedrijven verdacht van prijsafspraken

    De oliegiganten hebben mogelijk verkeerde prijzen doorgegeven aan het agentschap Platts, dat de prijzen vaststelt voor een aantal olieproducten. Zelfs een kleine afwijking van de gecommuniceerde prijzen kan gevolgen hebben voor de prijzen van ruwe en geraffineerde olie, waar uiteindelijk de consument voor moet betalen. Ook bij Platts zijn dinsdag functionarissen van de Europese Commissie langs geweest om het proces van het vaststellen van de prijzen te bestuderen.

    Als blijkt dat er inderdaad gemanipuleerd is met de doorgegeven prijzen zou dat een zaak zijn die net zo serieus is als de manipulatie van de Liborrente. De Europese Commissie zei dat de invallen bij oliebedrijven een voorzorgsmaatregel zijn om verdachte praktijken te kunnen onderzoeken en dat het niet betekent dat de bedrijven bij voorbaat al schuldig zijn van concurrentievervalsing.

    De Amerikaanse toezichthouder CFTC wees eerder ook al op het risico van manipulatie. De manier waarop de olieprijs bepaald wordt kent veel gelijkenissen met de vaststelling van de Liborrente, zo schrijft de Telegraph. Als blijkt dat de olieprijs inderdaad gemanipuleerd is, dan zou dat een groot schandaal zijn. De olieprijs heeft direct invloed op transportkosten, maar indirect ook op de productiekosten van tal van producten.

    De oliebedrijven die de inval bevestigd hebben verklaarden volledige medewerking te verlenen aan het onderzoek.

  • Grafiek: Centrale banken wereldwijd verlagen de rente

    De Federal Reserve, Bank of England en de Bank of Japan zijn niet terug te vinden in dit overzicht. Deze centrale banken hebben in het verleden al drastische rentestappen ondeomen en kunnen niet veel verder omlaag.

    Renteverlagingen in 2013, vooral Wit-Rusland springt eruit (Bron: Bloombergbriefs, via Zero Hedge)

  • HSBC gaat 14.000 arbeidsplaatsen schrappen

    Blijkbaar viel er een grote efficientieslag te maken bij de bank, want bij een eerdere reorganisatie gingen er al 46.000 arbeidsplaatsen verloren bij de bank. In de komende drie jaar wil het bedrijf het werknemersbestand verkleinen tot 240.000. In dat proces zullen bedrijfsonderdelen verkocht worden en zal uitbreiding gezocht worden in opkomende markten.

    Ook HSBC is hard geraakt door de crisis en staat nu onder druk van aandeelhouders om de winst op peil te houden. Tegelijkertijd dringen toezichthouders aan op een versterking van de kapitaalbuffer. De efficientieslag die sinds het uibreken van de crisis gemaakt is zorgt ervoor dat banken weer terugkeren naar hun basis. De minder winstgevende of meer risicovolle activiteiten worden vaker afgestoten.

    HSBC gaat nog eens 14.000 banen schrappen

  • Werkloosheid Nederland in april gestegen naar 8,2%

    Met een werkloosheid van 8,2% is Nederland zeker niet meer het ‘beste jongetje van de klas’. De werkloosheid begon vooral in de tweede helft van 2012 sterk toe te nemen. Dalende huizenprijzen en lagere consumentenbestedingen zijn de vooaamste reden voor de terugval van de Nederlandse arbeidsmarkt. De afgelopen drie maanden steeg vooral de werkloosheid onder mannen.

    WW-uitkeringen

    Het aantal WW-uitkeringen bleef netto stabiel, maar er waren wel wat verschuivingen zichtbaar. Zo daalde het aantal uitkeringen in de drie noordelijke provincies en steeg het aantal in de randstad. Verder zakte het aantal uitkeringen in de landbouw en in de bouwnijverheid. Ten opzichte van een jaar geleden is het aantal WW-uitkeringen het sterkst toegenomen in de bouw (+67,5%), gezondheidszorg (+38,8%), vervoer en opslag (+38,3%) en in de horeca (+35,8%). Er werden in april 45 duizend nieuwe uitkeringen verstrekt en 46 duizend beëindigd. Daarvan werd de helft beeindigd wegens werkhervatting, een stijging van 5% ten opzichte van een maand geleden en 13% ten opzichte van april vorig jaar.

    Voor meer details en tabellen verwijzen we naar de publicatie van het CBS.

    Werkloosheid blijft oplopen, tempo lijkt wel iets af te nemen (Bron: CBS)

  • Grootste zilvermijn ziet winstmarge slinken

    Op SilverDoctors lezen we dat de ertskwaliteit van de Fresnillo zilvermijn is gezakt van 15,2 troy ounce per ton in 2005 naar 9,2 troy ounce per ton in 2012. Dat betekent dat het mijnbouwbedrijf nu veel meer puin moet verwerken om de productie van zilver op peil te houden. Met een stijgende zilverprijs is dat geen groot probleem, maar met een dalende prijs gaat veel marge verloren.

    In 2011 bereikte Fresnillo door de hoge zilverprijs een recordomzet van $2,19 miljard en kon het een nettowinst van $901 miljoen noteren. Door het opschalen van de mijnactiviteit is zowel de omvang als de winst van het bedrijf toegenomen. Maar hoe kwetsbaar is die winst eigenlijk? Eerst twee grafieken…

    De kwaliteit van het zilvererts bij Fresnillo wordt met het jaar slechter…

    … maar ondertussen maakt de mijn wel ieder jaar meer winst.

     

    Productiekosten zilver

    In het jaarverslag van Fresnillo over 2012 staan de operationele kosten en de exploratiekosten die het mijnbouwbedrijf gemaakt heeft (zie pag. 167). Ook is uiteen gezet hoeveel procent van de opbrengst toegeschreven kan worden aan de mijnproductie van goud, zilver, lood en zink. Een analist die op Youtube actief is onder de naam ‘MomentsinTrading’ rekende alle cijfers door en kwam tot de conclusie dat Fresnillo in 2012 met een gemiddelde zilverprijs van $31,43 per troy ounce nog steeds een marge van meer dan $10 kon behalen.

    De zilverprijs staat momenteel op $23 per troy ounce, ruim $8 beneden de prijs die Fresnillo in 2012 kreeg voor haar zilver. Als de prijs van zilver nog $2 verder zakt is er van de ruime winstmarge van 2012 niets meer over en draait de mijn break-even. Geen wonder dat ook de mijnaandelen, die in 2011 profiteerden van de hoge zilverprijs, nu uit de gratie zijn geraakt. De beleggers in mijnaandelen zijn dit jaar veel harder getroffen dan de beleggers in fysiek metaal.

    De hoge zilverprijs leverde Fresnillo in 2012 nog een winstmarge op van meer dan $10 per troy ounce

  • Grafiek: Zwakke yen stuwt Nikkei naar records

    De prestaties van de Nikkei index (bovenaan) en de Japanse yen (onderaan) houden verband met elkaar (Bron: Finviz)

  • Telegraaf: “43% verwacht leeglopen goudbubbel”

    De 38% die denkt dat de goudprijs vanaf nu weer zal gaan stijgen wijst op de aanhoudend grote vraag naar fysiek goud in China en India en op het feit dat de prijsdaling van kort geleden door veel koopjesjagers aangegrepen zal worden als een mooi moment om in te stappen. Het is opvallend dat er nog zoveel respondenten zijn die denken dat goud een bubbel is, terwijl slechts weinig mensen het fysiek in bezit hebben en veel fondsbeheerders ook geen of weinig interesse in hebben om permanent een positie aan te houden in fysiek goud.

    ABN: Daling zet voort

    Maandag raadpleegde de Financiële Telegraaf de analisten van ABN Amro. Zij verwachten dat de goudprijs in een neergaande trend zal blijven en richting de $1.300 per troy ounce zal gaan. De krant schrijft dat goud na de enorme rally van de afgelopen jaren de status van veilige haven langzaam aan het kwijtraken is.

    Volgens analisten van ABN Amro zijn de vooruitzichten voor de Amerikaanse economie aan het verbeteren en is er speculatie dat de Federal Reserve haar omvangrijke stimuleringsprogramma gaat afbouwen. De verwachten een verdere terugval van de goudprijs en hanteren een korte termijn koersdoel van $1.350 per troy ounce. Eind dit jaar zal de prijs $1.300 per troy ounce zijn. Eerder schreven we op Marketupdate al over het negatieve koersdoel van de staatsbank voor goud. In april liet de bank via een trading update weten dat ze rekening houdt met een goudprijs van $875 per troy ounce in 2015.

    ‘Goud blijft dof’, aldus de Telegraaf

  • Bank of Israel verlaagt rente en koopt meer buitenlandse valuta

    De Bank of Israël heeft daaaast ook de rente met 25 basispunten verlaagd, van 1,75% naar 1,5%. Die verlaging zal met ingang van 17 mei doorgevoerd worden. De bank draagt verschillende argumenten aan om de renteverlaging en het opkopen van nog meer buitenlandse valuta te verdedigen. De volgende passages (vertaald) komen uit het persbericht van de Israelische centrale bank.

    “De waardestijging van de shekel blijft aanhouden. De effectieve wisselkoers is de afgelopen maand met 2,4% en de afgelopen drie maanden met 5,4% gestegen. De sterkte van de shekel ten opzichte van de euro en de Amerikaanse dollar was opvallend in vergelijking met andere valuta. De appreciërende trend werd onder andere veroorzaakt door het opstarten van de productie van aardgas in het Tamar gasveld, de renteverlagingen van centrale banken wereldwijd, in het bijzonder de ECB, en de aanhoudende monetaire stimuleringsprogramma’s van diverse grote economieen in de wereld.

    De verwachtingen voor de wereldwijde groei van de economie is, met name in China en Europa, wat naar beneden bijgesteld. De groeivertraging zal naar verwachting ook invloed hebben op de Israelische economie.”

    Volgens de Bank of Israël ligt de inflatie nog beneden de lange termijn doelstelling en zal die daar de komende jaren nog wel blijven. In een bijgevoegd document licht de Bank of Israël het aankopen van buitenlandse valuta verder toe:

    “2. Hoe worden de aankopen van buitenlandse valuta gedaan? Is dat eenmalig of door middel van dagelijkse aankopen?

    De aankopen zullen gedurende het hele jaar gemaakt worden op basis van de marktcondities. De Bank of Israël zal deze aankopen separaat documenteren en rapporteren op de 7e dag van iedere maand.

    3. In het verleden hebben jullie aangegeven dat het optimale niveau van de reserves op $65-$90 miljard ligt. Is dat gewijzigd? Hebben jullie plannen om de reserves uit te breiden tot meer dan $90 miljard?

    De huidige reserves zijn ongeveer $77 miljard, nog steeds ver verwijderd van de bovengrens van $90 miljard. Bovendien staat de wetgeving toe dat de Bank of Israël van dit doel afwijkt, indien dat nodig is voor de invulling van het monetaire beleid.”

    Balanstotaal groeit

    De Israelische centrale bank begon in 2008 al met het verkopen van shekels en het aankopen van Amerikaanse dollars. De maatregel heeft als doel de waarde van de shekel laag te houden en daarmee de exportpositie van de Isrealische economie te beschermen. Een positief neveneffect is de kunstmatige steun die de Bank of Israël op deze manier geeft aan de Amerikaanse dollar. Onderstaande grafiek uit een artikel van Businessinsider laat zien hoe ook de balans van de Israelische centrale bank is opgeblazen sinds het uitbreken van de financiele crisis. In juli 2008 voegde de centrale bank op een gegeven moment $100 miljoen per dag toen aan haar reserves.

    Balans van de Israelische centrale bank werd in 2008 al opgeblazen door aankopen van dollars (Bron: Businessinsider)

  • Satellietbeelden Google en NASA visualiseren urbanisatie en ontbossing

    Voor alle beelden verwijzen we naar de website van Google, NASA en Time. Hieronder een korte promotievideo.

  • Onderzoek: Euro nog steeds populair onder Europese bevolking

    Het onderzoek (PDF) is gehouden onder 800 tot 1.000 ondervraagden per land, in sommige landen ligt het aantal nog wat hoger. Het onderzoek bevestigt het relatief positieve sentiment in Duitsland, waar de economie wat beter draait dan in veel andere Europese landen. De werkloosheid is er lager dan in de Zuid-Europese landen en de private schuldenlast weegt er minder zwaar dan in ons land. Het contrast tussen Duitsland en andere Europese landen is soms groot, maar in andere opzichten liggen de standpunten minder ver uit elkaar.

    Grieken

    De Grieken blijken in de grootste meerderheid voor het behoud van de euro te zijn. Slechts een kwart van de Griekse respondenten ziet een terugkeer naar de Drachme zitten. Ook in andere Europese landen blijkt de meerderheid voor het behoud van de euro te zijn. De gemeenschappelijke munt geniet bij de bevolking meer vertrouwen dan de oude vertrouwen eigen munt (grafiek 1). De Grieken kiezen als enige in meerderheid voor stimulering van de economie, in andere landen is bezuinigen populairder (zie grafiek 2 en 3).

    Duitsers

    Duitsers lijken van een heel ander continent te komen, zo concludeert Pew Research op basis van de onderzoeksresultaten. In Duitsland geniet de regering het vertrouwen van 74% van de ondervraagde bevolking. De mediaan van de hele EU ligt slechts op 26%. Ook vindt driekwart van de Duitsers dat hun economie goed draait. De mediaan van alle EU-landen is veel lager, slechts 9% noemt de stand van de economie goed (grafiek 4). Duitsers blijken ook het meest positief te zijn over de richting van de economie (figuur 5 en 6) en over de overdracht van macht richting Brussel (figuur 7).

    Europa 

    De populariteit van het ‘Europese project’ zwakt de laatste jaren wel wat af, ook in Duitsland (figuur 8 en 9). Met name de werkloosheid is een onderwerp waar veel respondenten zich in verschillende Europese landen zorgen om maken. Stijgende prijzen blijken in Italie en Griekenland ook voor veel mensen een probleem te zijn. Over de hoogte van de staatsschuld maakt men zich in Griekenlands logischerwijs het meeste zorgen (figuur 10). Opvallend is dat ook het sentiment in Frankrijk erg negatief geworden is. Na de Grieken zijn het de Fransen die het meest somber zijn over de economische situatie voor komende 12 maanden (figuur 11).

    Figuur 1: De meerderheid kiest voor de euro

    Figuur 2: Alleen de Grieken prefereren stimuleren boven bezuinigen

    Figuur 3: Meerderheid verkiest bezuinigen boven stimuleren

    Figuur 4: Kloof tussen Duitsland en rest van Europa is groot

    Figuur 5: Veel ontevredenheid over de richting die hun land inslaat

    Figuur 6: Duitsers veel positiever over economie dan andere inwoners van andere EU landen

    Figuur 7: Macht overdragen aan Brussel niet populair

    Figuur 8: Minder optimisme over de EU

    Figuur 9: Minder steun voor het ‘Europese project’

    Figuur 10: Banengroei staat bovenaan de agenda in de meeste EU-landen

    Figuur 11: Vooral het vooruitzicht voor Frankrijk blijkt somber te zijn

  • De verborgen crisis in de goudmarkt

    De directeur van Barrick Gold, Jamie Sokalsky, zei in november vorig jaar  tijdens een conferentie van de LBMA in Hong Kong dat er sprake is val een crisis in de goudmarkt. De statische mijnproductie heeft niet positief gereageerd op de stijgende goudprijs van de afgelopen jaren en zal naar verwachting ook niet veel meer toenemen. Zelfs niet als de goudprijs verder stijgt. Sokalsky licht toe:

    “Er zijn momenteel maar een paar grote goudmijnen in de wereld die op volle productie draaien. Als we alle goudmijnen rangschikken naar grootte (er zijn momenteel ongeveer 400 producerende goudmijnen), komen we er 156 tegen die meer dan 100.000 troy ounce goud per jaar produceren. Slechts 21 mijnen halen meer dan 500.000 troy ounce goud uit de grond en zes mijnen produceren in een jaar tijd meer dan een miljoen troy ounce van het gele metaal.

    Het is opvallend dat geen van alle nieuwe ontdekkingen van de laatste tijd kan worden beschouwd als een ‘super giant’ (20+ miljoen troy ounce reserve). Nieuwe goudbronnen zijn moeilijker te vinden en dat heeft direct invloed op de productiecapaciteit. Het zijn namelijk die grote ontdekkingen die een substantiele invloed hebben op het totale mijnaanbod.”

    De jaarlijkse mijnproductie is volgens data van de US Geological Survey nauwelijks veranderd in de afgelopen twaalf jaar. In 2011 kwam er wereldwijd 2.560 ton goud uit de mijnen, in 2012 was dat iets toegenomen naar 2.700 ton. In 2008 werd er nog minder goud opgegraven dan in 2001 en in 2012, namelijk 2.280 ton.

    Pascua Lama

    Barrick Gold, een relatief grote goudproducent, kreeg eind april slecht nieuws. De Pascua Lama goudmijn, het nieuwste project op het grensgebied van Chili en Argentinië, werd door de Chileense rechtbank gesloten om ‘milieutechnische redenen’. Het is niet zomaar een mijn, want er zit naar schatting een goudreserve van 19,7 miljoen troy ounce (bijna een ‘super giant’) en er was al $8,5 miljard geïnvesteerd in de ontwikkeling van de Pascua Lama.

    Door deze tegenvaller wordt het nog moeilijker om de wereldwijde goudproductie op te schroeven. Het gedeelte van de mijn dat op Argentijns grondgebied staat wordt nog wel ontwikkeld, maar Barrick houdt er rekening mee dat de werkzaamheden in zijn geheel stilgelegd moeten worden als de Chileense overheid niet meewerkt.

    Sokalsky wil met dit voorbeeld aangeven dat er veel risico’s zijn in de goudmijnsector. Zelfs strategisch belangrijke mega-projecten, zoals de Pascua Lama mijn, kunnen door extee factoren ontsporen.

    “Als je de wereldwijde goudproductie afzet tegen de wereldwijde vraag, dan krijg je het gevoel dat er op een gegeven moment iets moet gaan schuiven”, zo schrijft Kosares in zijn artikel op USAGold. “De aanbodfundamentals in de goudmarkt worden vaak over het hoofd gezien door de goudbeleggers die steeds wijzen op de monetaire redenen om fysiek goud aan te houden. Vroeg of laat zal de spanning tussen vraag en aanbod zich laten gelden.”

    Peak gold?

    Sokalsky ziet de goudmijnsector als een supertanker. Het duurt heel lang om de sector in beweging te krijgen. Er verstrijken meerdere jaren tussen het ontdekken van een nieuwe goudreserve en het op gang brengen van de goudwinning. Goudmijnen die over een aantal jaren niet meer rendabel zijn moeten tijdig worden vervangen door nieuwe mijnen. Het verkennen en identificeren van nieuwe goudreserves kost veel tijd en geld, net als de ontwikkeling van een nieuwe goudmijn. Sokalsky denkt dat de goudmijnproductie de komende jaren zelfs kan gaan dalen, zelfs als de goudprijs aanzienlijk gaat stijgen.

    Wereldwijde goudmijnproductie van 2000 t/m 2012

    Vraag en aanbod

    Het is nog maar de vraag of vraag- en aanboddynamiek de belangrijkste drijfveer is voor de goudprijs. Slechts 10% van het jaarlijkse aanbod van goud vindt een industriële toepassing, de rest wordt gebruikt voor het maken van sieraden of het smelten van zuiver beleggingsgoud (munten en baren). In principe is er dus nooit een tekort aan goud, het is slechts niet beschikbaar voor de markt. De bovengrondse goudvoorraad is naar schatting 160.000 tot 170.000 ton groot. Het jaarlijkse aanbod uit mijnproductie van ongeveer 2.500 ton heeft in dat opzicht een beperkte invloed op het totale aanbod van bovengronds goud. Een steeds groter deel van de vraag naar goud wordt  opgevangen door aanbod uit het secundaire circuit (sloopgoud en belegginsgoud).