Categorie: Nieuws

  • Venezuela devalueert bolivar met 44%

    Venezuela heeft gisteren haar munt opnieuw gedevalueerd ten opzichte van de dollar, zo schrijft de Wall Street Journal. Was de officiële wisselkoers voorheen nog 6,3 bolivar per dollar, vanaf volgende week wordt dat 11,3 bolivar. De devaluatie raakt overigens maar een kleine groep mensen, omdat de overheid de wisselkoers maar voor een beperkt aantal producten beschikbaar stelt. Voedsel en medicijnen worden nog steeds geïmporteerd tegen een wisselkoers van 6,3 bolivar per dollar, maar voor toeristen, de oliesector en de goud-transacties van de centrale bank wordt de wisselkoers vanaf volgende week verhoogd naar 11,3 bolivar. Een jaar geleden vond er ook al een devaluatie plaats van de bolivar, destijds van 4,3 naar 6,3 bolivar per dollar.

    Officiële wisselkoers

    Officieel hanteert Venezuela nog wel een vaste wisselkoers ten opzichte van de dollar, maar die wisselkoers valt eigenlijk niet meer te verdedigen. Omdat de regering maar een beperkt aantal dollars beschikbaar stelt via haar wisselkantoor zijn veel mensen aangewezen op de zwarte markt. Daar is een dollar inmiddels 60 bolivar waard, ruim vijf keer zo veel als de officiële wisselkoers. De overheid subsidieert via de wisselkoers de meest noodzakelijke producten, waardoor deze betaalbaar blijven voor de bevolking. Zou de overheid geen kunstmatig lage wisselkoers hanteren, dan zou er al snel onrust ontstaan over te hoge voedselprijzen en onbetaalbare medicijnen. Eerder dit jaar lanceerde Venezuela het Sicad systeem, waar sommige importeurs en toeristen dollars kunnen opvragen tegen een wisselkoers die gunstiger is dan de wisselkoers op de zwarte markt. De wisselkoers binnen dit systeem ligt al enige tijd op ongeveer 12 bolivar per dollar. Rafael Ramirez (Minister van Olie) liet weten dat er in 2014 in totaal $5 miljard beschikbaar wordt gesteld via het Sicad systeem. Daar heeft de gewone man weinig aan, want die is voor het verkrijgen van dollars nog altijd aangewezen op de zwarte markt.

    Inflatie in Venezuela

    Sinds het aantreden van president Maduro is het snel bergafwaarts gegaan in Venezuela. De waarde van de valuta staat onder druk en de inflatie loopt razendsnel op. Volgens de laatste berichten is de officiële inflatie meer dan 50%, maar volgens velen is dat percentage in werkelijkheid nog veel hoger. De verandering van de officiële wisselkoers van de bolivar is een stap in de goede richting, maar er is veel meer nodig om het huishoudboekje van het Zuid-Amerikaanse land op orde te krijgen. Een grootschalige devaluatie van de bolivar is noodzakelijk om het land weer uit het slop te trekken. Tot die tijd zullen er nog talloze berichten over oplopende inflatie, lege winkelschappen, prijscontroles en staatspropaganda voorbij komen. Begin dit jaar werden er nog drie nullen weggestreept van de aandelenmarkt. Ook werd eerder deze maand bekend dat de centrale bank naar verhouding steeds meer bankbiljetten met grote coupures drukt. De regering schuwt er zelfs de inzet van het leger niet om de bevolking in het gareel te houden. Deze ontwikkelingen zijn kenmerkend voor hyperinflatie.

    Venezuela devalueert de bolivar met 44%

    Venezuela devalueert de bolivar met 44%

    Op de zwarte markt is bolivar al veel minder waard

    Op de zwarte markt is bolivar al veel minder waard

  • Video: Edin Mujagic over inflatie

    Econoom Lex Hoogduin sprak met Edin Mujagic over de impact van een hoge inflatie. In zijn jeugd heeft Mujagic de hyperinflatie in Joegoslavië meegemaakt, waardoor dit onderwerp hem extra aangrijpt. Mujagic wist op de middelbare school al dat hij monetaire economie wilde studeren. Hij schreef in 2010 het boek Het Inflatiespook en in 2012 het boek Geldmoord.

    Bron: Lexhoogduin.com

  • Aantal slechte leningen in Italië blijft toenemen

    De rente op Italiaanse staatsobligaties daalt al enige tijd, maar daarmee is niet gezegd dat de economie van het land aan de beterende hand is. Zo steeg de werkloosheid in Italië de afgelopen drie jaar van 8% naar 12,7% en is de staatsschuld nog verder opgelopen ten opzichte van het bbp. Zero Hedge komt met nog meer slecht nieuws, want de volgende grafiek laat zien dat het percentage slechte leningen sinds 2008 vrijwel onafgebroken stijgt.

    Meer slechte leningen

    De Italiaanse regering kan momenteel voor tien jaar geld lenen tegen 3,83%, een rentetarief dat we sinds het uitbreken van de Europese schuldencrisis niet meer hebben gezien. Is het niet vreemd dat de kapitaalmarkten op dit moment zoveel vertrouwen hebben in het schuldpapier van de regering, terwijl de bevolking van Italië zich in allerlei bochten moet wringen om de private schuldenlast te dragen?

    In november stond er €149,6 miljard aan slechte leningen op de bankbalansen, omgerekend 7,8% van het totaal aan private schulden. Dat is een forse toename ten opzichte van de 6,1% een jaar eerder. Jaar op jaar steeg het percentage slechte leningen bij Italiaanse huishoudens met 23%, de snelste stijging in twee jaar tijd. Hieruit kunnen we concluderen dat het nog steeds niet zo goed gaat met de Italiaanse consument. Ook daar is het nog volop crisis, ondanks het feit dat de regering weer goedkoop geld kan ophalen uit de markt.

    Aantal slechte leningen blijft toenemen in Italië

    Aantal slechte leningen blijft toenemen in Italië 

  • Welke belegging gaf het beste rendement?

    Business Insider plaatste deze week een overzicht van het rendement van verschillende categorieën beleggingen over de afgelopen dertien jaar. Helemaal rechts op onderstaande tabel ziet hoeveel rendement iedere belegging wist te behalen over de totale periode van 2001 tot en met 2013. Zoals u ziet waren aandelen in opkomende markten, goud en vastgoed (REIT’s) vanaf 2001 tot en met 2013 de beste beleggingen. De minst presterende beleggingen over deze periode waren grondstoffen, de markt-neutrale hedgefondsen en de S&P 500 index.

    In de aanloop naar de crisis waren grondstoffen bijzonder in trek als belegging, omdat de inflatie in die tijd relatief hoog was. Maar door het uitbreken van de financiële crisis in 2008 liep er veel lucht uit deze markt. Ook aandelen en vastgoed verloren in 2008 veel waarde, maar wisten vanaf de bodem weer de weg naar boven te vinden. Toch bleven deze twee categorieën qua koersrendement achter op goud, dat tussen 2001 en 2013 ieder jaar met gemiddeld 11,7% in prijs steeg.

    Goud

    Goud hield als veilige haven opvallend goed stand in de crisis van 2008, maar in het afgelopen jaar zakte de belangstelling voor het gele metaal opeens weg bij het beleggend publiek. ETF's verloren meer dan 30% van hun positie in goud, omdat beleggers de aandelen in de verkoop deden. Tegelijkertijd steeg de vraag naar fysiek goud in de vorm van munten en baren. In de eerste drie kwartalen van 2013 werd er wereldwijd 1.252 ton fysiek goud in deze vorm aangekocht, een stijging van 36% ten opzichte van dezelfde periode van 2012. Toen werd er in de eerste drie kwartalen 919 ton fysiek goud in de vorm van munten en baren verkocht.

    Belegging spreiden loont

    Volgens Business Insider gaat het aloude adagium nog steeds op: "Stop niet al je eieren in één mandje". Diversificatie richting verschillende beleggingscategorieën blijkt over de langere termijn een dempend effect te hebben op de ontwikkeling van uw vermogen. Zowel op de weg naar boven als op de weg naar beneden.

    Welke belegging leverde het meeste op?

    Welke belegging leverde het meeste op? (Bron: Oppenheimer, via Business Insider)

  • Video: de duurzaamheid van de euro

    Het sustainable finance lab is een initiatief van Herman Wijffels en Klaas van Egmond, beiden verbonden aan de Universiteit van Utrecht. Het Lab brengt wetenschappers van diverse disciplines samen en hebben als doel het verduurzamen van de financiële sector. Financiële duurzaamheid staat volgens het Lab voor: een stabiele en robuuste financiële sector die bijdraagt aan een economie die de mens dient zonder daarbij zijn leefmilieu uit te putten. De onderstaande video toont een discussieavond van het lab van afgelopen 2 december. De sprekers en aanwezigen richten zich op de “Schuldvraag”. Hoe komt de westerse wereld af van de ongekende schuldenberg? Tijdens deze avond was er speciale aandacht voor Europa.

    Sustainable Finance Lab

  • Singapore ziet af van introductie goudprijs fixing

    Singapore heeft haar plannen voor de introductie van een Aziatische goudprijs fixing voorlopig in de ijskast gezet, vanwege het onderzoek dat in Europa loopt naar mogelijke manipulatie met de Londen fixing. Vijf grote banken bepalen dagelijks via een teleconferentie de goudprijs, door vraag en aanbod bij de klanten van de betreffende banken in kaart te brengen. Dit proces geeft de banken in kwestie (Barclays, HSBC, Bank of Nova Scotia, Société Générale en Deutsche Bank) tijdelijk voorkennis over de goudmarkt, voorkennis die omgezet kan worden in een winstgevende handelsstrategie.

    Terughoudend

    Door de laatste ontwikkelingen in Europa zijn de banken in Singapore opeens terughoudend geworden. De plannen voor een Aziatische fixing, vergelijkbaar met de fixing van de goudprijs in Londen, zijn om die reden stopgezet. De Singapore Bullion Market Association (SMBA) voert nu al bijna een jaar gesprekken met verschillende banken over de introductie van een alternatieve goudprijs fixing voor de Aziatische markt, zo schrijft de Indiase afdeling van Reuters. De SBMA was al in gesprek met diverse Europese banken, waaronder een aantal banken die ook een zetel hebben in de Londen fixing. Maar door de ophef die ontstaan is over deze prijsvorming kiezen de banken voor een 'low-profile' strategie. Het onderwerp zou nu te gevoelig liggen om gesprekken over een Aziatische goudprijs fixing voort te zetten, zo verklaren goed ingevoerde bronnen tegenover Reuters.

    Aziatische markt wil eigen goud fixing

    De Aziatische markt volgt de referentieprijs voor goud die in Londen wordt vastgesteld, maar daar wil Singapore een einde aan maken. De tijdstippen waarop de Londen fixings plaatsvinden (10:30 AM en 3:00 PM Londen tijd) zijn niet toegespitst op de goudhandel in de Aziatische goudmarkt. Een alternatieve goudprijs fixing die rekening houdt met de handelsuren in grote goudmarkten als India en China zou een betere weergave moeten geven van de vraag naar fysiek goud in de regio. De SBMA ziet voorlopig af van de introductie van een alternatief voor de Londen fixings, maar blijft zoeken naar een alternatieve manier om de referentieprijs voor de Aziatische goudmarkt vast te stellen. Een anonieme bron verklaarde tegenover Reuters dat de SBMA in gesprek is met de Singapore Exchange (SGX) over de introductie van een nieuw futurescontract voor goud. Singapore probeert zichzelf op de kaart te zetten als handelsplatform voor de fysieke goudmarkt, bijvoorbeeld door goud vrij te maken van belastingen. Dit jaar zal de eerste goudsmelterij (Metalor) haar deuren openen in Singapore. Gerelateerde artikelen:

    Singapore zet plannen voor alternatieve fixing goudprijs in de ijskast

    Singapore zet plannen voor alternatieve fixing goudprijs in de ijskast (Bron: Reuters)

  • Gaat de fixing van de goudprijs op de schop?

    De vijf banken die betrokken zijn bij de fixing van de goudprijs (de zogeheten Londen fixings) hebben een adviescommissie ingesteld die op zoek gaat naar mogelijke verbeterpunten voor de procedure. Dat schrijft Bloomberg op basis van een goed ingevoerde bron die niet bij naam genoemd wil worden. De fixing van de goudprijs is een proces dat al sinds 1919 bestaat, maar dat pas sinds eind vorig jaar vuur is komen te liggen.

    Goudprijs fixing

    Twee keer per dag stelt een groep van vijf banken een referentieprijs vast voor goud, een prijs die gehanteerd wordt door centrale banken, goudmijnen, handelaren en juweliers. Eind vorig jaar ontstond er opeens een discussie over deze fixing, omdat toezichthouders in Duitsland en in het Verenigd Koninkrijk een onderzoek naar de goudprijs fixing opstartten. De fixing van de goudprijs komt tot stand door telefonisch overleg tussen Barclays, Deutsche Bank, Bank of Nova Scotia, HSBC en Société Générale. De voorzitter van de groep begint door een prijs voor te stellen, waarna de genoemde banken aangeven hoeveel goudstaven ze voor die prijs willen kopen of verkopen. Vervolgens wordt de balans opgemaakt en worden vraag en aanbod tegen elkaar afgewogen. Als het verschil tussen vraag en aanbod kleiner is dan 50 goudstaven (~620 kilogram) wordt de voorgestelde prijs geaccepteerd. Zo niet, dan volgt een nieuwe ronde, net zo lang tot er een fixing gevonden is.

    Oneerlijk voordeel

    Terwijl dit proces loopt kunnen de banken voor eigen rekening gewoon blijven handelen op de termijnmarkt en de spotmarkt voor goud. En juist daar zit het probleem, want er zijn steeds meer aanwijzingen dat handelaren van de vijf betrokken banken tijdens de fixing over voorkennis beschikken die ze ten gelde kunnen maken op de markt. Dit wordt uitvoerig beschreven in een paper die eind vorig jaar gepubliceerd werd. Zelfs na correctie voor transactiekosten blijkt dat handelaren van de vijf betrokken banken winst kunnen maken over de rug van andere handelaren die deze voorkennis niet hebben.

    Europese Commissie

    Niet alleen de vijf banken die de goudprijs fixen zoeken naar een manier om het proces te verbeteren, ook de Europese Commissie is ermee bezig. Een van de mogelijkheden die ze aandragen is om de antieke goud fixing volledig te schrappen en de referentieprijs voor goud vast te stellen op basis van de gemiddelde transactieprijs voor goud in de spotmarkt gedurende een bepaalde periode. Deze plannen zullen worden voorgelegd aan het Europees Parlement.

    Deutsche Bank

    De vijf banken die betrokken zijn bij de fixing wilden Bloomberg niet te woord staan voor commentaar. Dat de kwestie gevoelig ligt blijkt ook wel uit het feit dat Deutsche Bank zich terugtrekt uit de fixing. De bank verkoopt haar zetel, naar eigen zeggen omdat ze haar activiteiten in de grondstoffenhandel wil terugbouwen. De timing van dit besluit is op zijn minst opmerkelijk te noemen.

    De  goudprijs fixing wordt onder de loep genomen door de vijf betrokken banken

    De  goudprijs fixing wordt onder de loep genomen door de vijf betrokken banken

  • Armoede in de Verenigde Staten in kaart gebracht

    De volgende kaart van de New York Times laat per regio het percentage huishoudens zien dat onder de armoedegrens leeft. Om u een idee te geven hoe hoog de armoedegrens ligt: In 2012 lag de grens voor een huishouden met twee volwassenen en twee kinderen op $23.283. Voor een alleenstaande onder de 65 jaar lag het minimuminkomen op $11.945 per jaar. U ziet dat er per gebied grote verschillen zijn in het percentage huishoudens dat beneden de armoedegrens leeft. In de meest extreme gevallen leeft de helft of meer beneden de armoedegrens. In de meest welvarende gebieden leeft vijf tot tien procent van de huishoudens onder de armoedegrens.





    De grootste concentratie vinden we in steden als Los Angeles, Chicago, New York, Houston en Miami. Klik op onderstaande afbeelding om de interactieve kaart te bekijken op de website van de New York Times.

    Armoede in de Verenigde Staten

    Armoede in de Verenigde Staten (Bron: NY Times)

  • Kadaster: 2013 slechtste jaar voor huizenmarkt

    Uit de cijfers van het Kadaster blijkt dat 2013 opnieuw een slecht jaar was voor de huizenmarkt. Werden er in 2012 nog 117.261 woningen verkocht, het afgelopen jaar was dat met 110.094 woningen nog 6,1% lager. En dat terwijl 2012 volgens de cijfers van het Kadaster al het slechtste jaar was sinds 1995, toen de cijfers voor het eerst op deze manier werden bijgehouden. Vergeleken met 2007 werden er het afgelopen jaar 45% minder woningen verkocht, een daling die de afgelopen jaren alleen maar in kracht is toegenomen.

    De decembermaand leverde vorig jaar 15.463 verkochte woningen op, een daling van 10,9% ten opzichte van dezelfde maand van vorig jaar. Toen werden er in december nog 17.364 woningen verkocht. Het Woningmarktcijfers weblog schrijft dat we beter niet de cijfers met de voorgaande maand kunnen vergelijken, omdat de verkopen in december traditioneel veel hoger liggen dan in november. Maken we toch de vergelijking, dan zien we van november naar december 2013 een stijging van 46,2%. Geen reden tot euforie, want sinds 1995 was december stelselmatig veel beter dan november. Kennelijk spelen veranderingen in de regelgeving mee in het besluit om voor de jaarwisseling een huis te kopen.

    Wel of geen herstel op de huizenmarkt?

    De cijfers van het Kadaster laten een daling in het aantal transacties zien tussen 2012 en 2013, terwijl de NVM juist een stijging registreerde. Hoe is dat mogelijk? Volgens weblog Woningmarktcijfers hanteert de NVM voorlopige cijfers, gebaseerd op het moment waarop de koopakte ondertekend is. Dit cijfer loopt mogelijk iets voor, maar een andere verklaring voor het verschil zit hem in het gegeven dat de NVM haar eigen cijfers omrekent naar de totale huizenmarkt. Daardoor kunnen inschattingsfouten ontstaan die het Kadaster niet kan maken. Laatstgenoemde heeft namelijk de registraties van alle woningen. Aan de hand van de cijfers die Woningmarktcijfers verzameld heeft kunnen we tot de conclusie komen dat 2013 niet het hersteljaar is geworden waar men op hoopte. Het aantal transacties blijft jaar-op-jaar nog steeds dalen. Wat dat voor de prijsontwikkeling op de huizenmarkt zal betekenen, dat valt nog moeilijk te zeggen. Wel blijkt maar weer dat we de lichtpuntjes in de media met een korreltje zout moeten nemen.

    Huizenmarkt blijft zwak: In 2013 werden er minder woningen verkocht dan in 2012

    In 2013 werden er minder woningen verkocht dan in 2012 (Bron: Woningmarktcijfers)

  • Nieuwe inflatie berekening in de VS

    Met ingang van dit jaar gaat de Amerikaanse overheid de inflatie op een andere manier berekenen. In de nieuwe rekenmethode krijgen de prijzen van goederen een minder zware weging en wordt er meer gewicht toegekend aan dienstverlening. In een economie die gedomineerd wordt door dienstverlenende activiteiten moet er blijkbaar op een andere manier naar inflatie gekeken worden. Voortaan worden ook de prijzen van gezondheidszorg, financieel advies, kinderopvang, transport en bezorgdiensten meegenomen in de nieuwe ‘Producer Price Index’ (PPI).

    De nieuwe PPI zal ook rekening houden met export, de uitgaven van de overheid en met de kosten van woningbouw, zo schrijft Marketwatch. Onder de oude rekenmethode keken investeerders en economen vaak naar de kerninflatie, het cijfer waarin de prijsontwikkeling van voedsel en brandstof buiten beschouwing wordt gelaten. Dit cijfer is minder volatiel en zou om die reden beter in staat zijn de trend weer te geven. Critici stellen dat de kerninflatie juist de belangrijkste component weglaat, omdat voedsel en brandstof de meest essentiële uitgaven zijn van ieder huishouden.

    In het nieuwe inflatiecijfer veranderen ook de begrippen inflatie en kerninflatie. Zo wordt het inflatiecijfer vervangen door twee varianten van de 'producer price index for final demand', waarvan één voor goederen en één toegespitst op diensten. De kerninflatie zal voortaan door het leven gaan als de 'final demand less food, energy and trade'. In dit document worden alle details van de nieuwe inflatiecijfers uit de doeken gedaan.

    PPI versus CPI

    Het PPI cijfer heeft betrekking op de producentenprijzen en moet dus niet verward worden met de Consumer Price Index, ook wel de CPI genoemd. Waar de CPI de prijsverandering meet vanuit het oogpunt van de consument neemt het PPI cijfer de producent als referentiepunt. Deze cijfers kunnen met elkaar in de pas lopen, maar het BLS merkt op dat er ook periodes zijn waarin de PPI en de CPI uit elkaar lopen. Zo worden de kosten voor huur, dienstverlening en belastingen wel meegenomen in de CPI, maar niet in de PPI.

    Nieuwe PPI berekening is opgesplitst in goederen en diensten

    Nieuwe PPI berekening is opgesplitst in goederen en diensten (Afbeelding via Marketwatch)

  • Afkickverschijnselen

    Het afgelopen jaar, 2013, was ongetwijfeld het jaar van de centrale bankiers. Hun meest in het oog springende optreden viel in de zomer. Vooral Ben Bernanke, de eerste man van de Fed, stal wereldwijd de show met zijn aankondiging om het Amerikaanse monetaire stimuleringsprogramma geleidelijk te gaan afbouwen.
    In zijn kielzog maakte de gouverneur van de People’s Bank of China (PBOC), Zhou Xiaochuan, bekend de kredietverlening in zijn land te gaan inperken. De markten vertoonden echter zoveel koudwatervrees, dat beide centrale bankiers hun voorstellen schielijk introkken. Het was duidelijk een schrikbeeld voor de financiële markten dat de bronnen voor nagenoeg onbeperkte liquiditeiten zouden gaan opdrogen.

    stimuleren-kan-niet-stoppen

    Figuur 1 Stimuleren werkt verslavend

    Het idee te moeten gaan afkicken stond geen enkele partij aan. Er zijn trouwens goede argumenten aan te voeren om niet te gaan afbouwen of taperen. Zo heeft de Amerikaanse hoogleraar economie, Larry Summers, nog in november van vorig jaar zijn vrees uitgesproken dat de wereld een lange periode van economische stagnatie tegemoet gaat. Er zijn ook veel economen, die bang zijn, dat Europa een periode van langdurige deflatie gaat doormaken met alle Japanse gevolgen van dien. Daar staan weer seinen tegenover die duidelijk op groen staan. Het Internationaal Monetair Fonds verwacht dat de wereldhandel in 2014 met bijna 3,6% zal groeien en in de jaren daarna met minimaal 4%. Als dat gebeurt, dan zou de groei hoger komen liggen dan in de afgelopen 30 jaar het geval was. Dat is echter allemaal min of meer toekomstmuziek. Centrale bankiers zien zich voor 2014 in ieder geval voor de vraag gesteld hoe de economische mismatch tussen een onderpresterende Westerse wereld en het herstel van groei in de rest van de wereld op te lossen. Daarbij lijkt een goede onderlinge afstemming van beleid van groot belang. Beleidsbeslissingen in bijvoorbeeld de VS hebben effect in de rest van de wereld. Een Alleingang kan zeer negatieve gevolgen hebben. De belangrijkste vraag, die antwoord nodig heeft, is wat de voornemens van mevrouw Yellen zijn. Zij is de nieuwe sterke vrouw van de Fed. Het is zeer aannemelijk, dat ze bij het taperen niet te hard van stapel zal lopen. Het gevaar is echter reëel, dat ze met het oog op de situatie op de arbeidsmarkt de rente te lang laag zal houden. De economie van de VS laat een duidelijk herstel zien met dank aan bijvoorbeeld de overvloed aan schalieolie. Het kan best zijn, dat de financiële markten dankzij meer goed nieuws het lage rentebeleid van de Fed gaan negeren. Het zou zomaar kunnen, dat ze alleen maar gaan letten op het proces van taperen en de lange rente geleidelijk omhoog duwen. Als dat gebeurt, is een scherpe correctie op de aandelenmarkten niet uitgesloten. Daar zijn in de geschiedenis meerdere voorbeelden van te vinden, Een tweede vraag is natuurlijk hoe andere centrale banken gaan reageren op de wijziging in het monetaire beleid van de VS en de Fed? De ECB weet dondersgoed, dat de perifere landen nog lang niet gereed zijn voor een renetverhoging. Vooral de werkloosheid is nog veel te groot. En dan te bedenken dat er Europese verkiezingen in aantocht zijn. Veel populistische partijen lijken instaat goede verkiezingsuitslagen te gaan boeken op basis van een anti-Europa agenda. De geldpers zal daarom eerder harder gaan draaien, dan langzamer. Hetzelfde beeld zien we oprijzen in Japan. Wil Abenomics kans van slagen hebben, dan lijkt een verdere stimulering voor de hand te liggen, wat er ook in de VS gaat gebeuren.

    japanse-bankbiljetten

    Figuur 2 Japan gaat nog extra stimuleren

    Maar noch Europa, noch Japan speelt een doorslaggevende rol als het om doorslaggevende beleidsuitkomsten gaat. Dat geldt zelfs ook niet voor de VS. Die rol is waarschijnlijk weggelegd voor China. Daar gaat de PBOC de strijd aan met de sterke schaduwbanken in dat land. Dat geschiedt door de uitbundige kredietverlening te gaan verkrappen. Dat beleid kan verreikende consequenties hebben. Het zou kunnen uitmonden is een structurele groeivertraging. Die kans is groot, omdat de kredietkrimp gepaard gaat met de structurele hervormingen die door de Partij aan het einde van 2013 zijn bekend gemaakt. Als dat gebeurt hoe zal dan de Chinese bevolking gaan reageren. Die hebben inmiddels aan de welvaart geroken en koesteren torenhoge verwachtingen voor de nabije toekomst. De Chinese overheid is zeer beducht voor groeiende ontevredenheid. Zij zou daarom zomaar haar toevlucht kunnen nemen tot veel wapengekletter op het internationaal toneel. Dat hebben de Chinezen in 2013 ook gedaan door het conflict met Japan nodeloos hoog op te stoken. Afkicken, zeker cold turkey afkicken, doet pijn! Niet ieder land kan daar even goed mee omgaan.

    chinese-bankbiljetten

    Figuur 3 China wil hier een einde aan maken

    Cor Wijtvliet Bron: Niall Ferguson, rehab world, Project-syndicate, January 8 2014