Categorie: Nieuws

  • Bank of America maakte elke dag winst op de handelsvloer

    De Bank of America deed goede zaken in de eerste drie maanden van dit jaar. Alle zestig handelsdagen uit deze periode leverden winst op, waarbij de winst in 97% van de gevallen (58 uit 60) groter was dan $25 miljoen. Het onderstaande histogram laat zien dat er zelfs zeven handelsdagen waren waarop Bank of America meer dan $100 miljoen verdiende.

    Zero Hedge dook in het archief en kwam tot de conclusie dat de ’trading desk’ van Bank of America sinds 2009 goede zaken heeft gedaan. Er waren 962 winstgevende handelsdagen, tegenover 97 verliesdagen. Dat is een winstpercentage van 90,8%. Het aandeel van de bank staat op het moment van schrijven 1% hoger op $13,0350.

    Bank of America maakte elke dag winst in eerste kwartaal 2013

  • ‘ECB wil banken stimuleren meer te lenen aan het MKB’

    Door risicovolle schuldpapieren zoals sommige ‘asset-backed securities’ (ABS) van de balans te halen kunnen banken hun taak beter vervullen, namelijk het verstrekken van voldoende kredieten aan particulieren en bedrijven. ECB-bestuurder Jörg Asmussen zou tegenover Die Welt gezegd hebben dat het aankopen van ABS wordt overwogen: “Het is onderdeel van ons werk om te bekijken wat we kunnen doen om kredietverlening aan het MKB te ondersteunen”.

    Asmussen zei bovendien dat beleidsmakers in Brussel open moeten staan en moeten kijken naar de dingen die de ECB kan doen binnen haar mandaat van prijsstabiliteit. We moeten in kaart brengen hoe we de markt van asset-backed securities, in het bijzonder het soort dat gedekt wordt door leningen aan het MKB, weer tot leven kunnen brengen in Europa. “Dat moet natuurlijk onder streng toezicht gebeuren”, zo voegde hij eraan toe.

    “Kleine bedrijven hebben nog steeds te maken met lastige kredietvoorwaarden”, zo verklaarde ECB-president Draghi afgelopen week bij de toelichting van het rentebesluit. Terwijl de ECB kijkt naar alle mogelijke opties om de markt van asset-backed securities in Europa nieuw leven in te blazen hebben beleidsmakers nog geen besluiten kunnen nemen, zo vertelde Asmussen.

    Volgens de berichtgeving van Die Welt is de meerderheid van de beleidsmakers bij de ECB voorstander van het opkopen van deze gestructureerde schuldpapieren. Als we de anonieme bronnen van de Duitse krant mogen geloven zou ook Draghi voorstander zijn van het plan. De Duitsers Jörg Asmussen en Jens Weidmann en Luxemburger Yves Mersch zouden tegen het plan zijn om gestructureerde schulden van banken over te nemen. “We moeten een balans zien te vinden tussen de hogere kapitaaleisen voor financiële instellingen en het verstrekken van leningen voor de economie”, zo verklaarde Asmussen.

    Prijsstabiliteit

    De ECB heeft als mandaat de prijsstabiliteit te waarborgen. Dat houdt in dat de inflatie niet boven de 2% moet komen, maar dat ook deflatie vermeden moet worden. De inflatie in de Eurozone is de afgelopen maanden sterk teruggelopen, waardoor de centrale bank meer ruimte heeft om dit soort maatregelen te treffen.

    Bron: Bloomberg Businessweek

    ‘ECB bespreekt de mogelijkheden om kredietverlening van banken aan bedrijven te ondersteunen’

  • Bron Suchecki: “Er is geen tekort aan goud”

    Bron Suchecki verbaast zich erover dat er in de goudmarkt zoveel mensen zijn die niet weten wat een tekort aan productiecapaciteit betekent. De ‘echte’ goudprijs is niet de goudprijs die je op eBay betaalt voor een gouden munt van 1 troy ounce, maar de prijs waarvoor de grote goudstaven van 400 troy ounce verhandeld worden. Die baren zijn het meest liquide en daar zit ook het grootste volume aan verhandelbaar goud. Suchecki verwijst naar de woorden van Jim Sinclair:

    “Veel particuliere beleggers wereldwijd zijn actief op verschillende beurzen waar goud op papier verhandeld wordt. De tweede markt is een kleine, namelijk die van de handel in fysieke goudbaartjes en munten. Maar geen van deze twee is de ‘echte’ goudmarkt. Dat is de geldmarkt voor goud, waar 400 troy ounce LBMA goudstaven verhandeld worden. Daar wordt de prijs bepaald voor de fysieke goudmarkt.”

    Premie op goud?

    Bron Suchecki verwijst naar een anekdotische verhaal van Jim Willie. Hij zei dat klanten in de Aziatische markt inmiddels meer dan $2.000 per troy ounce moeten neertellen als ze een groot volume goud willen afnemen. Suchecki zei daar het volgende over:

    “Ik werk voor de Perth Mint en we verkopen wekelijks duizenden en duizenden goudbaren van 1 kilogram. We hebben geluk als we daar een paar dollar premie op kunnen krijgen bovenop de zogeheten ‘valse’ papieren goudprijs. Dit vertelt me dat er helemaal geen stress in de markt is en dat het onwaarschijnlijk is dat de COMEX en de LBMA spoedig in de problemen komen.”

    Bron Suchecki schrijft op zijn blog dat de stijging van de premies uitsluitend de gouden munten en de kleinere goudbaren treft, omdat de beschikbaarheid van kleinere coupures te klein is om aan de toenemende vraag te voldoen. Dat is slechts een tijdelijk probleem, dat opgelost kan worden door meer grote goudstaven om te smelten in kleinere goudbaartjes en munten. Beleggers doen er volgens Suchecki verstandig aan om gewoon te zoeken naar goudstukken met een lage premie en flexibeler te zijn met wat ze kopen. Men kan bijvoorbeeld kiezen voor goudbaren van een andere omvang of van een andere smelterij, die op dat moment goed verkrijgbaar zijn. Door beperkte productiecapaciteit zijn de premies en levertijden van bepaalde munten of baren opgelopen, waardoor je minder goud krijgt voor je geld.

    PHYS en GoldMoney

    Suchecki merkt op dat het goud-ETF van Eric Sprott (PHYS) tegen de spotprijs van goud genoteerd staat. Het feit dat de ‘Net Asset Value’ niet veel hoger is dan de spotprijs van goud geeft aan dat er geen sprake is van krapte in de markt van grote goudstaven. Als dat het geval was zou dat doorberekend worden in de waarde van het ETF, dat als één van de weinige een 1:1 dekking met fysiek goud belooft.

    James Turk van GoldMoney verklaarde onlangs tegenover Marketwatch dat de stijging van de premies op kleine goudbaren en munten gunstig was voor zijn bedrijf. Via GoldMoney kopen en verkopen mensen uitsluitend aandelen in een grote 400 oz goudbaar, een vorm van goud die nog steeds goed verkrijgbaar is tegen een zeer beperkte premie. De aan- en verkoopprijzen die GoldMoney haar klanten doorberekent zijn daar volgens de analist van de Perth Mint het bewijs van.

    In een artikel van de IB Times wordt gesteld wordt dat de premies op goud in Hong Kong en Singapore zijn gestegen naar $3 per troy ounce, het hoogste niveau in 18 maanden tijd. Ook in dat artikel spreekt men niet over de premies op de grote 400 troy ounce goudstaven. Suchecki spreekt uit zijn eigen ervaring dat men bij de Perth Mint geen hoge premies ziet op de grote LBMA goudstaven met een zuiverheid van 99,99% of 99,50%. De premies op de kleine goudbaren en munten zijn in een aantal gevallen wel opgelopen, net als de levertijden.

    Grote 400 troy ounce goudbaren volop verkrijgbaar

  • Grafiek: Hoe valuta aan waarde verliezen

    De grafiek bewijst dat geld geen nuttig instrument is om in te sparen, omdat het door de jaren heen veel van haar koopkracht verliest. Wel vervullen de vier valuta hun rol als transactiemunt goed, want we gebruiken ze nog iedere dag. Ondanks het feit dat valuta zoveel waarde verloren hebben beschouwt de markt diezelfde munten als het ideale instrument voor het dagelijkse betalingsverkeer.

    Ook laat de grafiek zien dat de koppeling van geld aan goud onder het Bretton Woods systeem een kansloze ondeeming was. Door aan de ene kant de prijs van goud vast te stellen en aan de andere kant de geldcreatie onbeperkt door te laten gaan kon men al vanaf het begin voorspellen dat de inwisselbaarheid tegen $35 per troy ounce op een dag zou ophouden. Verschillende Europese landen, waaronder Nederland en Frankrijk, hebben daarvan geprofiteerd door in de jaren zestig dollarreserves in te ruilen voor het Amerikaanse goud.

    Geldontwaarding vanaf 1950 tot en met nu (via Zero Hedge)

  • Chinezen importeerden in maart 223,5 ton goud

    Onderstaande grafiek van Zero Hedge laat zien dat er in de eerste drie maanden van dit jaar veel meer goud geimporteerd werd dan in dezelfde periode van vorig jaar. In februari van dit jaar was de import van goud met 97,1 ton al meer dan dubbel zo hoog als het jaar daarvoor. Ook in maart werd er ruim twee keer zoveel goud van Hong Kong naar het Chinese vasteland gebracht als in dezelfde maand van 2012.

    Veel goud dat China importeert komt via doorvoerhaven Hong Kong binnen. Vandaar dat men naar deze cijfers kijkt als indicatie van de Chinese vraag naar fysiek goud. De cijfers hebben betrekking op de bruto import, die nog niet gecorrigeerd is voor eventuele export van goud naar Hong Kong. Vorig jaar was de netto import 30% lager dan het bruto cijfer.

    Naar verwachting zal het importcijfer in april opnieuw dat van vorig jaar overtreffen. Na de prijsdaling van 12 en 15 april hoorden we uit verschillende hoeken dat de vraag naar goud explosief was gestegen, ook in India en China. Business Standard schrijft dat de vraag naar fysiek goud vooral de laatste weken erg groot was. Door de toegenomen vraag moesten handelaren meer goudbaren laten invliegen uit Londen en Zwitserland. Goudhandelaar Ronald Leung zei tegenover Reuters dat de import in april waarschijnlijk nog hoger zal zijn dan in maart.

    Chinezen importeerden in maart opnieuw veel meer goud dan vorig jaar (Grafiek van Zero Hedge)

  • Documentaire: Breaking Inequality

    Een grafiek die in deze documentaire voorbij komt…

  • Goldman Sachs: Werkloosheidscijfer VS is slechte indicator

    Goldman Sachs schrijft in een recent rapport (via Zero Hedge) het volgende:

    “De tweede helft van 2012 zagen we een beslissende verschuiving in het monetaire beleid in de VS. Eén aspect daarvan was de verschuiving naar een QE programma van $85 miljard per maand zonder een vastgestelde einddatum. Het andere aspect – waar we vandaag de focus op leggen – was de keuze voor een werkloosheidspercentage van 6,5% als grens voor de eerste renteverhoging. De motivatie voor de overstap van een datum naar een einddatum die bepaald wordt door een economische indicator is simpel. Het is voor een centrale bank veel logischer om middels een economische indicator de verwachtingen bij te sturen dan om een specifieke datum te selecteren.

    […]

    Maar een grens van 6,5% werkloosheid is niet de ideale doelstelling. De reden daarvoor is dat het werkloosheidscijfer in toenemende mate verstoord wordt door een daling van de participatiegraad van de beroepsbevolking. Die is sinds het begin van de huidige recessie al met 2,7 procentpunt gezakt (red: staat nu op het laagste niveau in bijna dertig jaar tijd).”

    Een gedeelte van deze daling hangt volgens Goldman Sachs duidelijk samen met de vergrijzing van de Amerikaanse bevolking. Hierdoor verschuift het percentage Amerikanen boven de 16 jaar en daarmee de noemer van de participatiegraad. Onderstaande grafiek laat zien dat de veranderde samenstelling van de Amerikaanse populatie verantwoordelijk is voor 1,2 procentpunt van de daling van de participatiegraad. Deze daling is structureel en zal naar verwachting in de nabije toekomst aanhouden in een tempo van 0,2 procentpunt per jaar.

    De tweede verklaring voor de daling van de participatiegraad is een meer zorgelijke ontwikkeling. Goldman Sachs schrijft:

    De verschuiving van werkloosheid naar inactiviteit maakt het werkloosheidspercentage een minder geschikte indicator voor de algehele conditie van de Amerikaanse arbeidsmarkt. Dit heeft implicaties voor het beleid van de Federal Reserve, omdat het impliceert dat het comité nog steeds ver verwijderd is van de vervulling van haar tweede mandaat: het zorgen voor volledige werkgelegenheid.

    De Federal Reserve Act schrijft voor dat de centrale bank moet streven naar een ‘maximale werkgelegenheid’ en niet naar een minimale werkloosheid. Dat was in het verleden geen onderwerp van discussie, maar het wordt nu steeds belangrijker. De directe implicatie is dat de Federal Reserve haar doelstellingen moet heroverwegen. We hebben drie opties op een rij gezet voor de Amerikaanse centrale bank, in oplopende volgorde van agressiviteit.

    1. Benadrukken dat de 6,5% werkloosheid alleen een grens is. Het percentage alleen hoeft niet voldoende te zijn om een renteverhoging door te voeren.
    2. Aanpassen van het getal. De Fed kan de grens van 6,5% verder verlagen en nog steeds de focus houden op het terugdringen van de werkloosheid. Dat zou een pragmatische manier zijn om te corrigeren voor de daling van de participatiegraad.
    3. Het veranderen van de methodiek. De Fed kan ook een percentage nastreven van de populatie tegenover het aantal werkenden. Onderstaande grafiek laat dat ook zien. Deze employment ratio (EMRATIO) kan het onderliggende probleem beter adresseren, namelijk het probleem dat het werkloosheidscijfer een minder nuttige statistiek geworden is.”

  • Aandelen overgewaardeerd volgens RSI-index

    Onderstaande grafiek wordt regelmatig bijgewerkt met nieuwe data en geeft weer welke beleggingen ondergewaardeerd of juist teveel gekocht zijn. Dat overzicht maakt Global Macro Monitor aan de hand van de RSI-index, een technische indicator die de snelheid en omvang van een koersbeweging meet. Een RSI van minder dan 30 zegt dat een bepaalde belegging goedkoop geworden is, terwijl een RSI van meer dan 70 waarschuwt voor een correctie. Als we deze grafiek mogen geloven zijn nu de aandelen aan de beurt om een klap op te vangen. We zullen het zien…

    Grafiek afkomstig van Global Macro Monitor

  • Grafiek: Rendement S&P 500 met en zonder monetaire stimulering

    Onderstaande grafiek en de bijbehorende kalender verschenen begin dit jaar al op Zero Hedge. Nieuw is de toevoeging van een tweede grafiek, die in één oogopslag laat zien wat het rendement van de S&P 500 was met en zonder de stimuleringsprogramma’s van de Fed. Hieruit blijkt dat de 289 dagen zonder interventie van de Fed een verlies opleverde van in totaal 290,6 punten op de S&P 500 index. De langere periode van 1230 dagen mét stimulering leverde in totaal 1.142,5 punten op.

    We kunnen aan de hand van deze informatie de voorzichtige conclusie trekken dat aandelenmarkten altijd kunnen blijven stijgen, mits er voldoende monetaire verruiming toegepast wordt. Maar als alle beleggers winst maken op hun aandelen, waar zijn dan de verliezen? Of wordt men echt rijk door stijgende aandelenkoersen en huizenprijzen, wat Beanke het ‘wealth effect’ noemt…?

    De Amerikaanse aandelenmarkt veert op door ondersteunend beleid van de Fed (Bron: Zero Hedge)

    De kalender van economische stimulering (Bron: Zero Hedge)

    De S&P 500 met en zonder stimuleringsprogramma’s van de Fed (Bron: Zero Hedge)

  • Grafiek: Steeds meer lucht in Amerikaanse aandelenkoersen

    Onderstaande grafiek op Businessinsider laat zien dat er steeds meer geleend geld in de Amerikaanse aandelen wordt gepompt, een indicator waar contraire beleggers aan aflezen dat een correctie nabij is. Beleggers die steeds meer geleend geld in aandelen stoppen geven blijk van een bijzonder groot optimisme. De S&P 500 staat inmiddels op een all-time high, mede geholpen door een toenemende hoeveelheid ‘leverage‘ in de markt.

    Als we de grafiek mogen geloven zit er op dit moment naar verhouding evenveel geleend geld in de markt als in 2007, vlak voordat de S&P 500 crashte. De vorige keer dat de hoeveelheid geleend geld in de markt piekte was rond de eeuwwisseling. Op het hoogtepunt van de technologie bubble zat er op een gegeven moment ook veel ‘leverage’ in de markt en ook toen was het een indicator voor een correctie.

    We kennen allemaal de quote “The market can remain irrational longer than you can remain solvent” (die al dan niet terecht wordt toegeschreven aan Keynes). Met die wijsheid kunnen we in de toekomst terugkijken op deze ‘bull market’ in aandelen, die in maart 2009 begonnen is en die de S&P 500 beleggers sindsdien getrakteerd heeft op een rendement van meer dan 100%…

    De blauwe lijn illustreert de hoeveelheid geleend geld in de aandelenmarkt (Via: Businessinsider, bron: Orcam Financial Group)

  • Onderzoek: 1 op 5 huishoudens heeft geen inkomsten voor boodschappen

    Het onderzoek is in april gehouden door Which?, een consumentenorganisatie die maandelijks het gedrag en het bestedingspatroon van 2.000 mensen volgt. De directeur van deze organisatie noemt de resultaten uit het onderzoek ‘schokkend’, omdat de regering onlangs nog gezegd zou hebben dat huishoudens door belastingvoordelen beter af zijn.

    De cijfers uit het onderzoek stroken niet met de officiële statistieken, want die gaven vorige week nog aan dat het aantal mensen met geldproblemen was gezakt tot het laagste niveau in vijf jaar tijd. Het onderzoek van Which? wordt via inteet uitgevoerd, waarbij de resultaten naderhand gefilterd kunnen worden naar leeftijd, inkomsten, geslacht en regio.

    De huishoudens die spaargeld aanspreken of lenen om boodschappen te kunnen doen bevonden zich voor de helft in de inkomenscategorie onder de £21.000 per jaar. Blijkbaar zijn er ook mensen met een hoger inkomen die hetzelfde probleem hebben, wat mogelijk te verklaren is door relatief hoge vaste lasten. Volgens de meest recente data van het Britse bureau voor de statistiek was het gemiddelde inkomen van een Brits huishouden in 2011 ongeveer £37.000.

    Het onderzoek van Which? gaf de volgende informatie over de betreffende huishoudens die moeten lenen of ‘ontsparen’ om boodschappen te doen:

    • 82% maakt zich zorgen over de voedselprijzen
    • Meer dan de helft van deze groep (55%) verwacht de komende maanden te zullen bezuinigen op voedsel
    • 57% vond het moeilijk om rond te komen van het huidige inkomen
    • Een derde (32%) leende in april geld van familie of vrienden

    De gemiddelde wekelijkse uitgaven voor voedsel in een gemiddeld huishouden zijn naar schatting £76. Dat is een stijging van 4% ten opzichte van een jaar geleden. Vooral voor de huishoudens met een lager inkomen wordt die prijsstijging gevoeld.

    Van alle ondervraagden gaf een kwart aan comfortabel te kunnen leven met zijn of haar inkomen. Van alle respondenten gaf 36% aan dat hun financien onder druk staan. Bijna een derde (31%) gaf aan de afgelopen maand bezuinigd te hebben op de meest essentiele uitgaven. Dat waren overigens vooral vrouwen in de leeftijdscategorie van 30 tot en met 49 jaar.

    ‘Gemengd beeld’

    “Ons onderzoek laat zien dat veel huishoudens financieel tegen de grens aan zitten waarop ze niet meer kunnen verdragen, met stijgende voedselprijzen die als grootste financiële zorg worden ervaren”, aldus de directeur van de consumentenorganisatie Which?. Een correspondent  van de BBC zei dat het economische plaatje in het Verenigd Koninkrijk vandaag de dag gemengd is.

    “Het klopt dat miljoenen huishoudens op een ‘financieel breekpunt’ staan, maar tegelijkertijd nemen de winkelverkopen wel weer toe. Ook stijgen de huizenprijzen weer. De reële inkomens zijn lager dan tien jaar geleden, omdat de loonsstijging de prijsstijging niet heeft bijgehouden”, zo voegde hij eraan toe. Het herstel van de economie gaat in een laag tempo en bereikt nog niet de miljoenen mensen die moeite hebben om rond te komen.

    Miljoenen huishoudens komen onder druk te staan door een gelijkblijvend inkomen en stijgende uitgaven, zo weet een woordvoerder van Oxfam te melden tegenover de BBC.

    Volgens Mary Creagh van de Britse Labour partij is er zelfs sprake van een “groeiende epidemie van verborgen honger”. Ze is van mening dat de regering incompetent is en de werkelijkheid onder ogen moet zien door een ander economisch beleid te voeren.

    Een woordvoerder van de Britse regering zei tegenover de BBC dat 9 op de 10 werkende huishoudens zal profiteren van een nieuw belastingvoordeel, dat jaarlijks gemiddeld een besparing van £300 moet opleveren. “De economie herstelt, het begrotingstekort is met een derde teruggebracht, de rente is laag en er zijn meer dan een miljoen banen in de private sector toegevoegd”, zo voegde hij eraan toe.

    Zelfs geld voor boodschappen is niet vanzelfsprekend bij een groeiend aantal Britse huishoudens