Categorie: Nieuws

  • SNS Reaal genationaliseerd

    SNS Reaal bleek de verliezen bij vastgoedonderdeel Property Finance niet te kunnen dragen en al vrij snel was ook duidelijk dat de bank de staatslening van €750 miljoen niet zou kunnen terugbetalen binnen de gestelde deadline. Volgens Jan Sijbrand, directeur toezicht van De Nederlandsche Bank, leek er een bankrun op SNS te ontstaan. Om meer schade te voorkomen werd besloten de bank te nationaliseren. De boekwaarde van de vastgoedportefeuille in Property Finance bedroeg in juni 2012 €8,55 miljard, meer dan 10% van het balanstotaal van de hele bank. Deze portefeuille bleek risicovoller dan de vastgoedportefeuilles van andere banken, vanwege een hoger percentage aan non-performing-loans.

    Dubbele leverage

    In de brief aan de Tweede Kamer omtrent de nationalisatie van SNS Reaal lezen we dat er extreem veel leverage werd toegepast voor de financiering van de bedrijfsactiviteiten. Het eigen vermogen van de dochters werd gedeeltelijk gefinancierd met vreemd vermogen dat werd aangetrokken door de moeder, de Holding SNS Reaal. 

    “Naast de problemen van SNS Bank, bij de vastgoeddochter Property Finance, speelt er ook een ander probleem bij SNS REAAL dat het zoeken naar een oplossing heeft bemoeilijkt. Zo is bij SNS REAAL via de holdingstructuur sprake van een grote financiële vervlechting tussen de verzekeringspoot en de bancaire poot (de technische naam voor dit verschijnsel is double leverage).6 In concreto betekent dit dat het eigen vermogen van de dochters gedeeltelijk is gefinancierd met vreemd vermogen dat is aangetrokken door de moeder, de Holding SNS REAAL. Bij SNS REAAL is de omvang van de totale double leverage € 909 miljoen ultimo 20127. Dit heeft tot gevolg dat als bijvoorbeeld onderdelen van de verzekeraar verkocht zouden worden, niet al de vrijgespeelde middelen gebruikt zouden kunnen worden om problemen bij de bank op te lossen, maar ook voor een deel zouden moeten worden gebruikt om de door de Holding aangegane leningen af te lossen.”

    De afgelopen tijd zijn er pogingen ondeomen om met private partijen een oplossing te vinden, bijvoorbeeld door het bedrijf op te splitsen en de goede onderdelen te verkopen aan andere banken of private investeerders. Dat bleek uiteindelijk niet haalbaar, met als gevolg dat minister Dijsselbloem van Financien vanmorgen vroeg bekend moest maken dat de bank genationaliseerd is. Na raadpleging van De Nederlandsche Bank en in overeenstemming met de Minister-President is besloten tot de onteigening van de bank. Dat besluit trad om 8:30 in werking en heeft als gevolg dat de aandelen van SNS Reaal niets meer waard zijn en van de beurs zullen worden gehaald. Daaaast worden ook achtergestelde obligatiehouders geraakt.

    In een brief aan de Tweede Kamer schrijft Dijsselbloem dat hij in de toekomst ook bij niet-achtergestelde obligatiehouders de rekening wil neerleggen. Nederland zet daar actief op in bij de onderhandelingen over de harmonisatie van resolutieraamwerken in Europa, zo valt te lezen in deze brief.

    In het persbericht van het Ministerie van Financien wordt uit de doeken gedaan hoe de Staat tot deze nationalisatie is gekomen en wat er allemaal aan vooraf gegaan is bij SNS Reaal. Op pagina 17 staat onder 'Artikel 1' een opsomming van de aandelen en obligaties die vandaag ten name van de Staat der Nederlanden zijn onteigend. Deze lijst ziet er als volgt uit.

    Artikel 1
    “1. De navolgende effecten, uitgegeven door of met medewerking van de naamloze vennootschap SNS REAAL N.V., onderscheidenlijk de naamloze vennootschap SNS Bank N.V., beide statutair gevestigd te Utrecht, worden ten name van de Staat der Nederlanden onteigend:
     
    a. alle tweehonderd zevenentachtig miljoen zeshonderd negentien duizend achthonderd zevenenzestig (287.619.867) geplaatste aandelen van de klasse gewone aandelen in het kapitaal van SNS REAAL N.V., ISIN code NL0000390706;
    b. alle zes (6) geplaatste aandelen van de klasse aandelen B in het kapitaal van SNS REAAL N.V.;
    c. alle overige geplaatste aandelen in het kapitaal van SNS REAAL N.V.;
    d. alle geplaatste aandelen in het kapitaal van SNS Bank N.V. die worden gehouden door anderen dan SNS REAAL N.V. of haar groepsmaatschappijen;
    e. alle vier miljoen driehonderd vijftig duizend (4.350.000) Stichting Beheer SNS REAAL Core Tier 1 capita' securities uitgegeven door SNS REAAL N.V.;
    f. alle door SNS REAAL N.V. uitgegeven achtergestelde obligaties van de volgende series:
    1°. EUR 350 million 6.258% Fixed/Floating Rate Hybrid Capital Securities
    uitgegeven onder SNS REAAL N.V.'s EUR 2,000,000,000 Debt Issuance
    Programme d.d. 13 juli 2007, ISIN code X50310904155;
    2°. USD 100 million 8.45% Fixed Rate Subordinated Notes due August 2018,
    uitgegeven onder SNS Reaal N.V.'s EUR 2,000,000,000 Debt Issuance
    Programme d.d. 18 augustus 2008, ISIN code XS0382843802;
    g. alle door SNS Bank N.V. uitgegeven achtergestelde obligaties van de volgende series:
    1°. EUR 320 million 11.25% Resettable Tier 1 Notes uitgegeven op 27
    november 2009 onder de Debt Issuance Programme van SNS Bank N.V. / SNS
    REAAL N.V., ISIN code X50468954523;
    20. EUR 200 million 5.75% Subordinated Fixed changing to Floating Rate Notes
    uitgegeven op 22 juli 2003 onder de euro 20,000,000,000 Debt Issuance
    Programme, ISIN code XS0172565482;
    Pagina 17 van 19
    3°. EUR 500 million 6.25% Subordinated Notes uitgegeven op 26 oktober
    2010 onder de Debt Issuance Programme van SNS Bank N.V. en SNS REAAL
    N.V., ISIN code XS0552743048;
    4°. EUR 200 million 6.625% Subordinated Fixed Rate Notes due 14 May 2018,
    uitgegeven op 14 mei 2008 onder SNS Bank N.V.'s EUR 25,000,000,000 Debt
    Issuance Programme, ISIN code XS0363514893;
    h. alle niet-beursgenoteerde achtergestelde obligaties, uitgegeven door SNS Bank N.V. onder de naam “SNS Participatie Certificaten 3”, met nominale waarde van EUR 100 per stuk, met rente van (thans) 5,16%, uitgegeven voor onbepaalde tijd en beschreven in het prospectus d.d. 1 mei 2003;
    i. alle door of met medewerking van SNS REAAL N.V. of SNS Bank N.V. uitgegeven schuldinstrumenten die achterstellingsbepalingen bevatten die vergelijkbaar zijn met de achterstellingsbepalingen van de bovengenoemde series obligaties, of die op andere wijze bewerkstelligen dat de vorderingen van houders van deze instrumenten eerst voldaan kunnen worden indien en nadat de concurrente schuldeisers van de uitgevende instelling in kwestie zijn voldaan.”

    Faillissement

    Zonder ingrijpen door de Staat zou SNS Reaal onherroepelijk failliet zijn gegaan, zo stelt Dijsselbloem. Daarom werd het uiterste middel, een volledige nationalisatie, ingezet. Dat besluit is donderdagavond genomen in samenwerking met de Nederlandsche Bank en de Minister-President. Omwille van de financiele stabiliteit zou het te risicovol zijn geweest op SNS Reaal (de Holding) failliet te laten gaan. Het zou een schokeffect teweeg kunnen brengen in het Nederlandse financiele landschap, waarbij ook het vertrouwen in andere Nederlandsche instellingen onder druk zou komen te staan. Tot gisteravond 18:00 is er gekeken naar een oplossing met een private partner, maar die legde volgens Dijsselbloem teveel risico's bij de Staat zonder dat het ministerie daar voldoende zeggenschap voor terug kreeg.

    Spaarders veilig

    Voor spaarders en andere klanten van SNS Reaal verandert er niets, aldus het Ministerie van Financien. Op sommige dagen stroomde er €0,5 tot €1 miljard aan spaargeld weg uit de bank, aldus Sijbrand van de DNB. De SNS bank heeft een bestand van 1,6 miljoen spaarrekeningen en 1 miljoen betaalrekeningen.

    Europese Commissie

    Het eerdere plan om SNS met hulp van de drie andere grote banken in Nederland te redden stuitte in Brussel op weerstand, omdat ING zelf staatssteun ontvangen heeft en omdat ABN al geheel in handen is van de staat. De nationalisatie van SNS moet nu nog worden voorgelegd aan de Europese Commissie, maar dat lijkt gezien de omstandigheden slechts een formaliteit te zijn.

    Garanties en overbruggingskrediet

    Naast de directe kosten van €3,7 miljard verstrekt de Staat ook een overbruggingskrediet van €1,1 miljard aan de Holding, zodat de liquiditeitsbehoefte van SNS Reaal opgevangen kan worden. Een garantie van €5 miljard wordt verstrekt op de financiering van de vastgoedbeheerorganisatie. Het benodigde geld wordt initieel verstrekt door de SNS Bank, maar als de verliezen oplopen bestaat het risico dat de vastgoedbeheerorganisatie deze financiering niet kan terugbetalen. De garantie van €5 miljard vangt dit risico op, zo lezen we in de brief aan de Tweede Kamer.

    Deukje in de begroting

    Als gevolg van deze nationalisatie zal het tekort op de Nederlandse rijksbegroting oplopen, namelijk met 0,6% van het BBP. Op onze staatsschuld is het effect nog iets groter, omdat hierin ook de garantie van €5 miljard en het overbruggingskrediet van €1,1 miljard worden meegenomen. De staatsschuld zal circa 1,6 procentpunt stijgen (t.o.v. met BBP). Dat is het totaalbedrag van circa €9,8 miljard. Dijsselbloem schrijft in de brief aan de Tweede Kamer dat eerdere noodingrepen hebben laten zien dat er op voorhand geen uitsluitsel gegeven kan worden over aanvullende tegenvallers. De kosten van de nationalisatie van SNS Reaal kunnen in de toekomst dus nog verdere oplopen, mochten er zich onverhoopt tegevallers voordoen.

  • US Mint verkocht in januari 150.000 troy ounce aan gouden munten

    De goede verkoopcijfers van de US Mint over de eerste maand van dit jaar staan haaks op de ontwikkeling van de goudprijs, want die zakte netto in januari. Er was ook geen sterke uitschieter naar boven of jaar beneden die als verklaring kan dienen voor de goede verkoopcijfers van de US Mint. Met 150.000 troy ounce aan gouden beleggingsmunten was deze januari maand de beste sinds 1999. In dat jaar werd een recordhoeveelheid van 281.000 troy ounce aan Gold Eagle munten aan de man gebracht.

    Ook de verkoop van zilveren munten liep hard, zo hard zelfs dat de US Mint twee weken lang geen nieuwe orders kon accepteren. Op 28 januari werd de verkoop weer hervat en begon het totaal aantal verkochte munten op het maandstaatje van de US Mint weer op te lopen. De teller is uiteindelijk gestopt op bijna 7,5 miljoen Silver Eagle munten, een nieuw record voor de US Mint.

    De sterke vraag naar gouden en zilveren beleggingsmunten bij de US Mint geeft aan dat er onder beleggers veel vraag is naar edelmetaal, als veilige haven in onzekere tijden en als bescherming tegen waardeverlies van 'papieren' beleggingsinstrumenten. Het enthousiasme voor goud en zilver onder beleggers vertaalt zich nog niet naar veel hogere prijzen. In dollars bleef de goud vlak en ging de zilverprijs wat omhoog.

    US Mint verkocht in januari 150.000 troy ounce aan gouden munten, het meeste sinds juli 2010

  • ‘Er is geen tekort aan zilver’

    Vaak wordt beweerd dat zilver een grondstof is die binnen afzienbare tijd op zal raken. De ondergrondse voorraden zouden bij de huidige productie van zilvermijnen in 29 jaar volledig op zijn. In dit artikel proberen we uit te leggen waar de denkfout in deze analyse zit en waarom er helemaal geen tekort aan zilver is.

    In de video verwijst de maker naar het rapport van Ted Butler uit 2005, getiteld “Friendman’s Theory”. In dat rapport haalt Ted Butler data van de US Geological Survey (USGS) uit 2004. In dat rapport staat dat de wereldwijd bekende zilverreserves 570.000 ton (18 miljard troy ounce) groot zijn. Omgerekend naar de jaarlijkse mijnproductie van zilver komt Ted Butler tot de conclusie dat het er nog voor 29 jaar aan zilver in de grond zit. Op dat moment zou er theoretisch geen zilver meer in de grond zitten. Ook zou de bovengrondse voorraad tegen die tijd uitgeput zijn, waardoor Butler de conclusie trekt dat er op dat moment geen ondergronds en bovengronds zilver meer is.

    Reserves

    Deze conclusie is volgens de analist van ‘MomentsinTrading’ onjuist, want de USGS heeft zelf aangegeven dat de geschatte reserve van 570.000 ton niet hetzelfde is als de totale zilverreserve die in de aardkorst aanwezig is. MomentsinTrading maakt zelf een berekening op basis van eerder gepubliceerde informatie over de hoeveelheid zilver als percentage van de totale aardkorst. Als men daarvan uitgaat is er nog voor vele decennia of langer aan edelmetaal aanwezig in de aardbodem. De 570.000 ton waar Ted Butler naar gekeken heeft is alleen de door zilvermijnen geïdentificeerde reserve, die bij de huidige prijs ook economisch rendabel is om te winnen.

    Waar deze reserve van 570.000 ton geen rekening mee houdt is de hoeveelheid zilver die naar voren kan komen zodra zilvermijnen uitbreiden, de prijs verder stijgt en er nieuwe mijnen worden geopend. Naar verhouding is slechts een minimaal gedeelte van de totale hoeveelheid zilver die in de aardkorst aanwezig is aangemerkt als reserve. Als zilver als gevolg van schaarste echt in prijs zou stijgen zou de mijnproductie snel opgeschroefd worden. Dat is ook wat we feitelijk gezien hebben in de afgelopen tien jaar. Zilvermijnen halen steeds meer van het grijze edelmetaal uit de grond.

    In de video wordt ook informatie van zilvermijn Hecla gebruikt. Zij geven – net als andere zilvermijnen – aan dat de zilverreserves die ze in de boeken zetten steeds aan aanpassing onderhevig is. Als er een nieuwe laag met erts wordt aangeboord zal dat zich vertalen naar een uitbreiding van de gerapporteerde reserves.

    De reserve van 570.000 ton die de USGS in haar rapport heeft opgenomen blijkt ook van jaar op jaar herzien te kunnen worden. In 1999, 2000 en 2001 was de reserve 420.000 ton. Vanaf 2004 tot en met 2009 bleef de reserve gelijk op een veel hoger niveau van 570.000 ton. Michael George van de USGS schrijft het volgende over de definitie van reserves in relatie tot verschillende grondstoffen:

    “Reserves zijn een bewegend cijfer. Ieder jaar voegen we meer reserves toe aan het totaal, enerzijds door exploratie en anderzijds door expansie van bestaande mijnen. Reserves worden ook beinvloedt door de prijs, want bij een stijgende of dalende zilverprijs verandert ook de hoeveelheid commercieel winbare reserves. Technologische ontwikkelingen beinvloeden de reserves ook, door betere mijntechnieken kan de reserve groter worden.”

    1,4 biljoen ton zilver in de aarde?

    Volgens de USGS zit er gemiddeld 0,075 gram zilver per 1.000 kilo in de aardkorst, wat zich volgens de berekening van MomentsinTrading laat vertalen 1,4 biljoen ton zilver. Dat is heel veel meer dan de bekende reserves van 570.000 ton waar Ted Butler in zijn berekening van uitgaat. Als we de schattingen erbij pakken van de totale hoeveelheid zilver die reeds uit de grond gehaald is in de menselijke geschiedenis (40 tot 50 miljard troy ounce), dan zou men tot de conclusie kunnen komen dat er nog ruim voldoende in de aardkorst aanwezig is. Weliswaar kan slechts een gedeelte van dat edelmetaal met de huidige technieken uit de grond gehaald worden, maar de stelling van Ted Butler en Adrian Douglas dat al het ondergrondse zilver over 29 jaar of vanaf 2020 “op” zal zijn is dan een onhoudbare stelling.

    Ook kan men opmerken dat het zilver niet echt kan verdwijnen. Zolang we het niet de ruimte in schieten of de samenstelling met chemicaliën of iets dergelijks aanpassen zal het metaal gewoon op de aarde aanwezig blijven. Weliswaar is het verwerkt in verschillende industriële toepassingen of producten, maar het is dan nog niet “weg”.

    Aanbod zilver neemt toe

    De cijfers van Thomson Reuters GFMS laten zien dat de wereldwijde zilverproductie per jaar tussen 2003 en 2012 met bijna 200 miljoen troy ounce is toegenomen. Over diezelfde periode nam ook de vraag naar zilver voor industriele toepassingen toe, van iets meer dan 350 miljoen troy ounce in 2003 naar iets meer dan 450 miljoen troy ounce in 2012. Het percentage van het totale aanbod dat gebruikt wordt door de industrie zakte van 94% in 2002 naar minder dan 70% in 2012. Waar gaat de rest van dat zilver heen? Dat legt MomentsinTrading uit in een andere video die op 14 januari dit jaar werd gepubliceerd.

    Net implied investment

    De vraga naar zilver is onder te verdelen in een aantal categorieën, zoals industriële toepassing, fotografie, juwelen, zilverwaar en ‘munten en medailles’. Onder die laatste categorie vallen de bekende zilveren beleggingsmunten zoals de Amerikaanse Silver Eagle, de Canadese Maple Leaf, de Mexicaanse Libertad enzovoorts. Deze vraag is samengevoegd vaak niet gelijk aan het totale aanbod in het betreffende jaar. Het verschil tussen deze twee cijfers wordt toegevoegd aan de categorie ‘Implied Net Investment’. Deze is positief als het aanbod van zilver groter is dan de vraag en negatief als de vraag groter is dan het aanbod.

    Als de vraag naar zilver uit de identificeerbare categorieen gelijk blijft en het aanbod uit mijnproductie en recycling stijgt, dan betekent dat automatisch dat de positie ‘Implied Net Investment’ groter wordt. Stijgt de vraag naar zilver onder beleggers of vanuit de industrie harder dan het aanbod, dan daalt de positie Implied Net Investment juist. Kopen beleggers in een bepaald jaar veel meer zilveren beleggingsmunten, dan brengt dat de hoeveelheid Implied Net Investment dus omlaag. Volgens MomentsinTrading kan de feitelijke hoeveelheid zilver die beleggers jaarlijks kopen niet precies geteld worden. De zilverindustrie neemt gewoon aan dat het edelmetaal dat niet gebruikt is voor industriële toepassingen, juwelen, voor zilverwaar of voor het slaan van beleggingsmunten en dat dus ‘over’ is, gekocht is door beleggers.

    Overschotmarkt

    Daarom moet de hoeveelheid zilver die beleggers kopen ieder jaar net zo groot zijn als de som van ‘Implied Net Investment’ en ‘munten en medailles’, anders groeit de voorraad. Is de feitelijke hoeveelheid zilver die beleggers kopen groter dan deze twee posities, dan dalen de voorraden juist. De cijfers van het GFMS laten zien dat de vraag naar zilver in de industrie vlak is en dat het GFMS verwacht dat de vraag naar het edelmetaal in de toekomst zelfs wat kan dalen. Ondertussen blijft de mijnbouwproductie van het grijze metaal stijgen, wat betekent dat beleggers een steeds groter overschot aan zilver moeten absorberen om te voorkomen dat er zich voorraden opstapelen (en de prijs zakt).

    In onderstaande video laat MomentsinTrading zien dat het verschil tussen het aanbod van zilver (mijnbouw + recycling) van 2002 t/m 2012 sterk is toegenomen. Hoefden beleggers in 2002 samen nog maar 31,5 miljoen troy ounce zilver van de markt te halen (‘absorberen’) om de voorraadontwikkeling tegen te gaan, in 2012 was dat toegenomen tot 323,6 miljoen troy ounce. Kopen beleggers minder zilver dan die 323,6 miljoen troy ounce, dan ontstaat er een overschot in de markt. Kopen ze meer zilver, dan ontstaat er een tekort. Feit blijft dat beleggers een bepaalde hoeveelheid zilver moeten blijven kopen om de prijs op dit niveau te houden. En die hoevelheid is in de afgelopen tien jaar sterk gegroeid.

    Er is geen tekort aan zilver!

    De fysieke zilverbaren en munten die beleggers kopen worden ergens veilig opgeborgen, ze worden niet verbruikt. Deze substantiële hoeveelheid zilver blijft dus altijd ‘boven de markt hangen’. Het is de vraag wanneer dit zilver daadwerkelijk weer op de markt wordt aangeboden. Gebeurt dat op het moment dat de zilverprijs enorm stijgt, waardoor de mijnbouwproductie opgeschroefd wordt en beleggers winst zullen nemen? Of gebeurt dat als dat de economische crisis verder escaleert en zilverbeleggers hun zilver van de hand moeten doen om rond te komen? Is een dergelijk doemscenario waarschijnlijk? En is er feitelijk wel een schaarste in zilver dat zal zorgen voor een prijsopdrijvend effect? Dat zijn fundamentele vragen waar zilverbeleggers zich ook mee bezig zouden moeten houden.

    Er is geen tekort aan zilver

    Er is geen tekort aan zilver

  • Doug Casey interviewt Peter Schiff

    Doug Casey interviewt Peter Schiff

  • ING: Een op de drie Europeanen heeft geen spaargeld

    De Belgische minister Vanackere van Financiën riep onlangs de spaarders van België op te gaan investeren in bedrijven. Die staan te springen om financiering, terwijl ze daarvoor ook nog eens meer rendement uitkeren dan een spaarrekening bij de bank. Maar uit onderzoek van ING blijkt dat een derde van de Europeanen helemaal geen spaargeld heeft. De Belgische spaarder heeft gemiddeld €20.000 op de bankrekening staan.

    De ING Bank deed onderzoek naar het spaargeld van Europeanen en voerde een studie uit onder 14.000 volwassenen in Oostenrijk, Tsjechië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Luxemburg, Nederland, Polen, Roemenië, Slovakije, Spanke, Turkije, Groot-Brittannië en België. Hieruit kwam naar voren dat de minste spaarders in Roemenie zitten, daar bleek bijna de helft van de ondervraagden geen spaarrekening te hebben. In Luxemburg waren naar verhouding de meeste spaarders te vinden, 89% van de respondenten die daar wonen gaf aan een spaarrekening te hebben.

    De ontwikkeling van het spaarsaldo liet een daling zien in Spanje en Italië, waar respectievelijk 47 en 52 procent van de spaarders haar saldo de afgelopen twaalf maanden zagen dalen. In Turkije en in Groot-Brittannië kon de helft van de ondervraagden het afgelopen jaar meer geld opzij zetten op een spaarrekening dan voorheen.

    De Belgische krant De Morgen schrijft verder dat Nederlanders en Duitsers het meest gelukkig zijn met het saldo op hun spaarrekening. Respectievelijk 47 en 46 procent van de respondenten was tevreden over de hoeveelheid spaargeld op de bankrekening. Tsjechen, Italianen en Spanjaarden bleken de minst gelukkige spaarders te hebben.

    Voldoende spaargeld

    Verder laat het onderzoek van ING zien dat 49% van de ondervraagden van mening is dat hun spaargeld voldoende is om het drie maanden uit te zingen. Een bijna even grote groep van 47% denkt dat die termijn niet haalbaar is met hun gespaarde saldo. Opvallend is dat maar liefst 2/3 van de ondervraagden uit deze studie aangeeft dat ze in het afgelopen jaar minder geld konden uitgeven aan hobby’s, kleding en lichaamsverzorging dan daarvoor.

    Een op drie Europeanen heeft geen spaargeld

    Volgens studie van ING heeft een op de drie Europeanen geen spaargeld

  • Grafiek: Overgewaardeerde beleggingen volgens de RSI-index

    De Relative Strength Index (RSI) meet het momentum van een prijsbeweging en kijkt daarbij zowel naar de snelheid als de omvang ervan. Deze index werd ontwikkeld door  J. Welles Wilder en kan een waarde hebben van minimaal 0 en maximaal 100. Traditioneel wordt een score van beneden de 30 aangemerkt als “oversold” (te veel verkocht) en een score van meer dan 70 als “overbought” (te veel gekocht). De RSI is een zeer populaire indicator, omdat technisch analisten er veel informatie uit kunnen halen en omdat de indicator vaak de prijsbodem kan aanwijzen.

    Onderstaande grafiek is afkomstig van het blog 'Global Macro Monitor' en is gebaseerd op prijsinformatie van 25 janauri 2013. Klik op de grafiek voor een grotere (leesbare) versie.

    Verschillende beleggingen gemeten naar hun RSI waarde (Bron: Global Macro Monitor)

  • Grafiek: Consumentenvertrouwen VS tegenover S&P 500

    Het consumentenvertrouwen staat al enkele maanden onder druk en kwam in januari veel lager uit dan economen hadden verwacht. In plaats van een score van 64 punten kwam het cijfer uit op 58,6, de laagste stand sinds november 2011. Reuters schrijft dat de zorgen omtrent de fiscal cliff nog niet geheel verdwenenen zijn, omdat er over veel bezuinigingen nog opnieuw onderhandeld moet worden. Daaaast zijn er al enkele belastingverhogingen doorgevoerd die het consumentenvertrouwen aangetast hebben.

    Andere cijfers die Reuters aanhaalt laten zien dat Amerikanen somberder zijn geworden over het vinden van een baan. Tegelijkertijd verwachten ze ook dat de prijzen de komende twaalf maanden harder zullen stijgen. Uit een enquete bleek dat Amerikanen een inflatie van 5,7% verwachten over de komende twaalf maanden, tegenover 5,6% bij een eerdere meting. Dat cijfer is trouwens meer dan dubbel zo hoog als de officiële inflatie, een opmerkelijke constatering.

    Ondertussen lezen we steeds meer optimistische berichten over het beleggen in Amerikaanse aandelen. Deze twee ontwikkelingen samen leveren de volgende opzienbarende grafiek op.

    Amerikaanse consumentenvertrouwen omlaag, beurs omhoog (Bron: Soberlook)

  • US Mint verkoopt recordaantal Silver Eagle munten in januari

    De grote vraag naar zilveren beleggingsmunten laat zien dat het sentiment in de zilvermarkt weer wat positiever is geworden, ondanks het feit dat de prijs van het edelmetaal in het afgelopen jaar netto vrijwel niet van haar plek gekomen is. Op het moment van schrijven geeft de website van de US Mint aan dat er al 7,42 miljoen Silver Eagle munten verkocht zijn, meer dan de 6.107.000 verkochten munten in januari vorig jaar en ook meer dan de 6.422.000 verkochte zilveren munten in de eerste maand van recordjaar 2011.

    Als beleggers de rest van dit jaar even enthousiast blijven over zilver kan 2013 wel eens een recordjaar worden. In 2011 werden er bijna 40 miljoen Silver Eagle munten van 1 troy ounce verkocht, waarmee deze beleggingsmunt alleen in 2011 al ruim 5% van de jaarlijkse zilverproductie van ongeveer 760 miljoen troy ounce voor haar rekening nam.

    Als we verder terugkijken in de geschiedenis zien we dat de verkoop van 7,42 miljoen troy ounce zilver in de eerste 30 dagen van dit jaar al groter is dan de totale verkoop van deze munten in de jaren van 1992 t/m 1998. Op basis van de ontwikkeling van de laatste jaren zou men kunnen concluderen dat zilver steeds schaarser wordt. Toch zien we dat nog niet terug in verder stijgende prijzen of langere levertijden van het edelmetaal.

    US Mint Silver Eagle van 1 troy ounce puur zilver

    US Mint verkoopt vrijwel even veel goud als zilver

    Als we de verkopen van 7,42 miljoen troy ounce aan Silver Eagle munten afzetten tegen de totale verkoop van gouden munten biuj de US Mint in diezelfde periode, dan kunnen we de conclusie trekken dat beleggers nog steeds evenveel geld omzetten in goud als in zilver. In januari staat de teller bij de US Mint op 140.000 troy ounce, wat wil zeggen dat er 53x zoveel volume aan zilveren munten verkocht werd. Over heel januari was goud ongeveer 53x zo duur als zilver, dus in dollars of euro's werd er van beide edelmetalen evenveel afgenomen.

    US Mint verkocht in januari 2013 meer Silver Eagles dan in verschillende jaren voor het milllenium

  • Zwitserse banken willen minder goud opslaan voor klanten

    UBS en Credit Suisse, die samen de markt voor fysiek goud in Zurich domineren, hebben een eerste stap gezet om het aanhouden van goud bij de bank te ontmoedigen. Zo verhogen ze de kosten die ze aan klanten in rekening brengen voor de opslag van hun goud. Door de hogere kosten proberen de banken vermogende klanten – waaronder andere banken, hedgefondsen en institutionele beleggers – aan te sporen het goud in eigen beheer te nemen. He kan dat nog steeds veilig opgeslagen worden bij de banken, maar dan in zogeheten 'allocated accounts'. In die situatie heeft iedere klant zijn of haar goudbaren apart op naam staan en functioneert de bank alleen als bewaker van het gele edelmetaal.

    Basel III

    Onder de meer gebruikelijke 'unallocated accounts', waarbij er geen specifieke goudbaren op naam gezet worden, verschijnt het goud in de kluis op de balans van de banken. Daar moeten banken als UBS en Credit Suisse weer een zekere hoeveelheid 'kapitaal' als 'reserve'  tegenover zetten. Het klinkt misschien gek: goud dat conform de regels van Basel III voor een fractie gedekt moet worden met bijvoorbeeld schuldpapieren. Toch is dat de feitelijke situatie waar de Zwitserse banken mee geconfronteerd worden.

    De Zwitserse banken worden, net als hun concurrenten elders in de wereld, door toezichthouders onder druk gezet om hun kapitaalintensieve activiteiten af te bouwen in de aanloop naar de introductie van de Basel III regels.

    Mensen die volgens de Financial Times vertrouwd zijn met de visie van de banken zeiden dat de hogere kosten voor deze 'unallocated accounts' onderdeel zijn van een groter plan om de totale balansomvang te verkleinen. “Als het goud op de balans staat zorgt dat voor kosten en als er hogere kosten voor in rekening worden gebracht moeten we die transparant maken voor onze klanten”, zo lichtte iemand toe die vertrouwd is met de situatie. De kosten die de banken in rekening brengen zijn per klant verschillend, maar gemiddeld genomen zou het gaan om een verhoging van de opslagkosten met ongeveer 20%. Momenteel zouden de kosten voor het in bewaring brengen van goud bij de bank ongeveer 0,05 tot 0,1 procent van de waarde van het goud moeten kosten.

    Credit Suisse

    Credit Suisse weigerde een toelichting te geven op de hogere kosten voor het in bewaring geven van goud, maar ze kon wel bevestigen dat de kosten voor edelmetaalrekeningen voor financiele instellingen worden aangepast. UBS wilde helemaal geen commentaar leveren over dit onderwerp.

    Hogere opslagkosten zijn volgens de Financial Times de laatste tekenen van spanning in de Zwitserse bankensector, die wordt 'belast' door beleggers en spaarders die op zoek zijn naar een veilige haven voor hun vermogen. Afgelopen maand besloten UBS en Credit Suisse de rente op hun korte termijn spaarrekeningen in negatief terrein te brengen, in een poging de instroom van kapitaal vanuit het buitenland te ontmoedigen.

    De nieuwste maatregel veroorzaakt veel roering onder handelaren in de financiele wereld, gezien de significantie van Zwitserland als knooppunt voor de handel in fysiek goud. Het schept volgens kenners van deze sector ook kansen voor concurrerende banken, die zouden namelijk overwegen nieuwe kluizen te bouwen in Zwitserland om te profiteren van de nieuwe situatie.

    Verschuiving van 'unallocated' naar 'allocated' accounts

    Sommige vermogende klanten zijn aan het begin van de financiele crisis al begonnen met het overplaatsen van goud van een zogeheten 'unallocated' naar een 'allocated account'. Dat brengt overigens hogere opslagkosten met zich mee, maar een belangrijk verschil is dat het  goud dat apart op naam ligt in een 'allocated account' beschermd is in het geval een bank omvalt. Wie in Zwitserland spaart via een zogeheten goudrekening ('unallocated') heeft geen bescherming van het vermogen bij het omvallen van een bank.

    “Banken zijn zo scherp geweest om het goud van hun klanten weg te halen uit niet-toegewezen posities en deze over te brengen naar posities die wél toegewezen zijn”, aldus Philip Klapwijk van onderzoeksbureau Thomson Reuters GFMS. “We hebben een fase gehad waarin deze trend gedreven werd door vermeend kredietrisico [na het faillissement van Lehman Brothers]. Maar deze keer wordt de trend gedreven door de banken zelf, die tegen klanten zeggen: “Verplaatst dit goud naar een toegewezen positie zodat het niet langer op onze balans staat”.”

    UBS heeft haar klanten in de afgelopen maanden aangespoord om goud onder te brengen in zogeheten “collective pool account”, kort gezegd een collectieve verzameling fysiek goud waar iedere deelnemer een aandeel in heeft. Dit is volgens UBS een financieel instrument dat direct bezit van een goudbaar garandeert namens een aantal klanten. Door het goud van verschillende klanten samen te brengen en te groeperen kan de logistieke complexiteit beperkt worden van het tellen en bij elkaar zoeken van specifieke goudbaren en munten.

    Bron: CNBC

    Zwitserse banken als UBS en Credit Suisse willen goud van balans halen omwille van kapitaaleisen Basel III

  • Exclusief: Geschiedenis Duitse goudvoorraad vanaf 1951

    De tabel staat op de website van de Bundesbank en de cijfers over 2012 komen precies overeen met de omvang van de Duitse goudreserve zoals die op het lijstje van de World Gold Council staat. In de tabel staan de hoeveelheden genoteerd in aantal troy ounce. Een simpele rekensom leert dat we deze getallen door 32.150 moeten delen om het aantal tonnen goud te krijgen.

    De officiële goudreserve van Duitsland is 3391,3 ton groot. Daarvan ligt ongeveer 1536 ton bij de New York Fed, 445 ton bij de Bank of England, 374 ton bij de Franse centrale bank en 1036 ton in de kluis van de Duitse Bundesbank zelf. Klik op onderstaande grafiek voor een grotere versie die ook goed leesbaar is. De link naar deze data vond ik op het Goudstudieforum.

    Ontwikkeling Duitse goudvoorraad sinds 1951

    Duitse goudvoorraad sinds 1951, klik voor een grotere versie (Bron: Bundesbank)

    Goudswaps en goudleasing

    Wie de datasheet goed bekijkt, ziet dat er van 1979 t/m 1997 goud werd ‘geswapped’ door de Duitse centrale bank. Van 1997 t/m 2007 werd er juist veel goud “geleased”. Beide activiteiten hebben geholpen om de prijs van het edelmetaal te onderdrukken. Daar is de Bundesbank na 2007 mee gestopt. Dit werd onder andere opgemerkt door @darenpa72 op twitter.

     

     

  • Nieuwe appartementen in Dubai binnen enkele uren uitverkocht

    De prijs was iets lager dan bij “The Address the Boulevard”, een complex waarvan de appartementen ook al binnen enkele uren verkocht waren. De nieuwe wolkenkrabber van Emaar Properties zal 220 meter hoog worden en is daarmee één van de meer dan 200 gebouwen in Dubai die hoger zijn dan 200 meter. In het complex komen zes verdiepingen met penthouses, een sportcentrum en een recreatieterras op het dak. In 1999 had Dubai nog geen enkele wolkenkrabber van 200 meter of hoger, nu heeft het er meer van dit kaliber dan Shanghai, de grootste stad van China.

    De relatief lage eerste inleg voor de appartementen in Dubai wordt geassocieerd met de periode waarin speculanten veel geld verdienden met handel in vastgoed in Dubai. Door vastgoed te verhandelen voordat de betalingstermijnen ingezet worden kunnen speculanten soms hun aanvankelijke inleg verdubbelen. Sinds de crash van de vastgoedzeepbel in Dubai heeft de lokale toezichthouder een aantal maatregelen genomen om beleggers te beschermen tegen frauduleuze praktijken, maar dat kan niet voorkomen dat er nog steeds veel gespeculeerd wordt op vastgoed.

    De centrale bank van de Verenigde Arabische Emiraten (V.A.E.) wil later dit jaar de maximaal te belenen hypotheeksom beperken, door een hogere loan-to-value ratio te hanteren. Daarmee denkt ze de speculatieve handel in vastgoed af te kunnen remmen en de huizenprijzen te stabiliseren.

    Aandelenmarkt

    De aandelen van het beursgenoteerde Emaar Properties doen het ook goed op de 'Dubai Fiancial Market', het fonds steeg dit jaar alleen al met 10,4% in waarde. Daarmee rijst de vraag of er nu niet opnieuw een vastgoedbubbel opgeblazen wordt in deze wereldwijd bekende oliestaat. Door de extreem lage rente en de vlucht van geld richting 'veilige havens' wordt ook de vraag naar vastgoed kunstmatig opgedreven.

    Arabianmoney schrijft dat alle ingredienten voor een nieuwe vastgoedzeepbel aanwezig zijn: wereldwijd lage rente, vastgoedfondsen die hogere rendementen beloven, een vlucht van vermogende mensen die bang zijn gemaakt door de 'Arabische lente', relatief hoge olieprijzen die regionale handel versterken en huizenprijzen die relatief laag zijn ten opzichte van andere plaatsen in de wereld.

    Het is de vraag in hoeverre vluchtkapitaal de vraag naar vastgoed beïnvloedt. Zeer vermogende mensen zullen door de extreem lage rente en de wereldwijde valutaoorlog zoeken naar verschillende manieren om hun vermogen te beschermen. Daarbij is vastgoed een soort bezitting dat ook na een valutacrisis een zekere waarde behoudt.

    De Burj Dubai toren van 828 meter (Bron: hdwallpapers)