Blog

  • Politiek kost ons groei en welvaart

    Het is zo onderhand gemeengoed in de eurozone. De economische groei in de jaren voor de crisis was gebaseerd op het aangaan van buitensporig veel schulden. Zo vormde zich geleidelijk een bubbel, die in 2008 barstte en de wereld en de eurozone in een diepe crisis stortte. Wij hebben, zo gaat de nieuwe wijsheid verder, ons lesje wel geleerd en we denken wel tweemaal na voordat we nieuwe schulden aangaan. Dat de economische groei na de crisis nooit meer zo hoog zal zijn als voor de crisis, is dan ook onvermijdelijk. Een lagere groei wordt het nieuwe normale.

    Schulden

    Dat klinkt allemaal logisch en waar, maar is dat wel zo. Hebben ‘we’ als eurozone inderdaad teveel schulden op ons genomen of was het slechts een enkel land. En is het inderdaad zo, dat we gedoemd zijn langzamer te groeien dan in de jaren voor de crisis.

    Het IMF heeft in ieder geval onderzoek naar deze kwesties ingesteld. Olivier Blanchard, chief economist van het IMF,  heeft onderzocht waarom landen als Letland en Spanje in deze eeuw jaren van opmerkelijke opgang als neergang hebben doorgemaakt.

    Wetmatigheid

    De onderzoekers stellen vast dat beide landen in de jaren tot 2007 een ongezond sterke groei doormaakten, die al snel de kenmerken van een bubbel kreeg. Die ongezonde groei was vooral gebouwd op de instroom van veel vreemd kapitaal. In de jaren voor de euro groeide Spanje 2,6. Met de komst van de euro steeg de groei naar maar liefst 3,7%. Als je naar de trend van de groei kijkt in de jaren voor de crisis, dan lijkt het aannemelijk, dat Spanje niet meer mag rekenen op een groei van pakweg 3,5%. Maar daarmee is nog niet gezegd, dat dit als een wetmatigheid beschouwd mag worden voor heel de eurozone.

    Crisis

    In tegenstelling tot enkele individuele landen kende de Eurozone geen pre-crisis bubbel. Dat was te danken of te wijten aan Duitsland. Dat land zat toen in een crisis met ook daar dalende huizenprijzen. Die crisis duurde tot het einde van het vorig decennium. Dat is een van de redenen, waardoor de groei in de eurozone in de jaren 1999 – 2007 uitkwam op gemiddeld 2,3%. Dat was evenveel als in het decennium daarvoor. Op het niveau van de eurozone lijkt de trend tamelijk stabiel. Onderzoek toont verder aan, dat het bruto nationaal product 12% hoger zou zijn geweest, als we de trendmatige groei hadden kunnen vasthouden.

    Politiek geblunder

    Dat is heel wat. Het erge is, dat we die kloof niet kunnen toedichten aan een bubbel. Die is er immers nooit geweest. De groei had dus eigenlijk allang naar zijn gemiddelde kunnen terugkeren. Dat dit niet gebeurd is, kunnen we alleen maar toeschrijven aan blunderende politici en beleidsmakers. Die kozen ervoor om in 2008 in tegenstelling tot de Amerikanen de bankensector meteen grondig aan te pakken en te hervormen. Die sector is nu nog steeds een zorgenkind, dat niet goed functioneert. In plaats daarvan kozen ze voor een beleid van stringente bezuinigingen. De combinatie van aanhoudend strenge bezuinigingen en een falende kredietvoorziening is de oorzaak van de enorme economische schade die is aangericht. Het is nog maar de vraag of we die schade nog ooit kunnen compenseren en kunnen terugkeren naar het trendmatige groeipad van 2,3%. Als dat mogelijk zou zijn, dan moet eerst de kredietverlening weer op orde gebracht zijn. De banken in de eurozone zijn echter nog maar amper hervormd. Het ziet er derhalve niet naar uit, dat dit voor 2015 gebeurd zal zijn.

    Het is waar, dat de crisis vijf jaar geleden uitbrak. Het is waar dat in sommige gevallen een bubbel de crisis mede veroorzaakte. Het is echter nog het ‘meest’ waar, dat politiek en beleidsmatig geblunder er de oorzaak van is, dat de groei voorlopig niet naar zijn trend kan en zal terugkeren!

    Cor Wijtvliet

    Bron:
    Wolfgang Münchau, Blame Europe’s policy makers for lost growth. Financial Times, October 14, 2013

  • Goud opnieuw in backwardation

    De goudmarkt is vandaag opnieuw in een staat van backwardation terechtgekomen. De Gold Forward Offered Rate (GOFO) voor contracten met een duur van 1, 2 of 3 maanden is voor het eerst sinds begin september weer in negatief terrein gekomen. Dat betekent dat handelaren geld toe moeten leggen om dollars in te wisselen voor posities in goud. De GOFO is samengesteld uit twee componenten, namelijk de kosten om dollars te lenen en de kosten om goud te lenen. Een stijging of daling van de GOFO hangt dus af van beide factoren.

    Backwardation

    Van juli tot en met augustus was de goudmarkt ook al in backwardation, dat was al een uitzonderlijk lange periode. Op het dieptepunt waren zelfs leningen voor goud met een looptijd van zes maanden duurder dan leningen in dollars (zie de paarse lijn). Wie goed kijkt merkt op dat een stijging of daling van de goudprijs met een vertraging van ongeveer een maand doorwerkt in de GOFO rates. Of dat nou toeval is of niet, dat weten we niet. Wel valt op dat de goudprijs ongeveer een maand geleden een piek bereikte van $1.370 per troy ounce, om vervolgens $100 weg te zakken. Meer over de backwardation in goud kunt u lezen in dit artikel uit ons archief.

    Goud opnieuw in backwardation

    Goud opnieuw in backwardation

  • Grafiek: Goudprijs versus schuldenplafond

    Nu de discussie over het Amerikaanse schuldenplafond weer hoog op de agenda staat komt ook de volgende grafiek steeds weer terug. Een grafiek die de schijnbare relatie tussen de goudprijs en de staatsschuld weergeeft tussen 2000 en nu. Is het slechts toeval dat de goudprijs en het schuldenplafond een soortgelijke ontwikkeling laten zien of is er ook een causaal verband?

    Is er een verband tussen de Amerikaanse staatsschuld en de goudprijs?

    Is er een verband tussen de Amerikaanse staatsschuld en de goudprijs? (Bron: Sharelynx)

    Goudprijs versus schuldenplafond

    Om die vraag te kunnen beantwoorden dook Marketupdate dieper in de cijfers. We verzamelden alle verhogingen van het Amerikaanse schuldenplafond vanaf 1940 en zetten die cijfers af tegen de officiële staatsschuld en de goudprijs. Voordat we de resultaten van deze grafiek bespreken brengen we u eerste en paar interessante feitjes over het Amerikaanse schuldenplafond.

    • Het schuldenplafond is sinds 1940 al meer dan 70x aangepast
    • In 1946 en in 1956 werd het plafond niet verhoogd maar verlaagd
    • De schuldenlimiet werd in 1963 het vaakst aangepast, namelijk 5x
    • Sinds 2002 is het schuldenplafond al 11x verhoogd
    • Gemiddeld wordt het schuldenplafond ongeveer één keer per jaar aangepast

    De volgende grafiek laat zien dat er vrijwel geen correlatie bestaat tussen de goudprijs en het schuldenplafond. Ook laat onderstaande grafiek met een normale schaalverdeling zien dat de correlatie vanaf 2000 veel minder sterk is dan bovenstaande grafiek van Sharelynx doet vermoeden. Klik op onderstaande afbeelding voor een grotere versie.

    Goudprijs versus schuldenplafond (1940-2013)

    Goudprijs versus schuldenplafond (1940-2013)

  • Video: De Amerikaanse kredietstatus is niet in gevaar

    De VS kan haar schulden in principe altijd afbetalen, maar wat als de wereld haar dollars niet meer accepteert? (h/t @Freegolds)

  • Grafiek: De totale hypotheekschuld in Nederland

    Iedereen weet inmiddels wel dat de totale hypotheekschuld van Nederlandse huishoudens uitzonderlijk hoog is. Maar hoe hoog de schuld precies is en hoe snel die de afgelopen vijftien jaar gegroeid is, dat laat de volgende grafiek goed zien. De grafiek komt uit hetzelfde rapport over de woonuitgaven van huurders en eigenaren-bewoners waar we in ons artikel “Steeds meer subprime hypotheken in Nederland” naar verwijzen.

    Hypotheekschuld groeit bijna niet meer

    We publiceren deze grafiek in een apart artikel, zodat u deze makkelijk terug kunt vinden en kunt delen. Merk op dat de totale hypotheekschuld de laatste jaren vrijwel niet meer groeit, omdat er tegelijkertijd minder nieuwe hypotheken worden verstrekt en er meer wordt afgelost op bestaande hypotheken. Dat betekent deflatie en dus een vrijwel onvermijdelijke daling van de huizenprijzen. Het is de vraag hoe lang die daling zal aanhouden. Als we deze grafiek mogen geloven hebben we nog een weg te gaan voordat de markt weer stabiliseert.

    Totale hypotheekschuld in Nederland vanaf 1996

    Totale hypotheekschuld in Nederland vanaf 1996

    (Bron: Rapport Woonuitgaven van huurders en eigenaren-bewoners)

  • Mike Maloney: Hidden Secrets of Money (deel 4)

    Mike Maloney heeft de vierde aflevering van zijn documentairereeks Hidden Secrets of Money online gezet. In deze video legt Maloney staat de staatsschuld en het schuldenplafond van de Verenigde Staten centraal. Hoe leent de Amerikaanse overheid geld en van wie leent ze het? Zal de staatsschuld ooit worden afgelost? En wat is de rol van de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve? Op al deze vragen probeert Mike Maloney van Goldsilver.com een antwoord te geven in deze video van een half uur.

    Hidden Secrets of Money

    De vorige drie afleveringen van deze documentairereeks zijn ook op Marketupdate te vinden. Klik op onderstaande links om deze terug te kijken.

  • Steeds meer subprime hypotheken in Nederland

    Het blog Huizenmarkt-zeepbel schrijft dat 20% van de hypotheken in Nederland volgens de definitie van de Nederlandsche Bank als subprime aangemerkt moet worden. Dat blijkt uit cijfers die te vinden zijn in een nieuw rapport over de woonuitgaven van huurders en eigenaren-bewoners. In het rapport staat een gedetailleerde opbouw van de totale woonlasten voor zowel huurders als eigenaren-bewoners. Daaruit blijkt dat huurders in Nederland gemiddeld 36,4% van het besteedbare inkomen kwijt zijn aan wonen en dat het percentage voor de eigenaren-bewoners op 25,3% ligt. Dat lijken op het eerste oog geen problematische cijfers…

    Subprime in Nederland

    Maar achter deze gemiddelden gaat een ongelijke verdeling schuil waar ook de banken zich steeds meer zorgen over maken. Tabel 1.2 uit het rapport laat zien dat de huishoudens die tot de laagste inkomensgroep behoren een koopquote hebben van 40,6%. Deze groep van 224.600 huishoudens was in 2012 meer dan 40% van het besteedbare inkomen kwijt aan woninglasten. Huizenmarkt-zeepbel verwijst naar een kwartaalbericht van de Nederlandsche Bank uit maart 2008, waarin staat dat een dergelijk hoge woonquote als ‘subprime’ bestempeld kan worden:

    “Voor subprime huishoudens liggen de woonlasten soms boven de 40 procent van het beschikbare inkomen, zonder dat daar spaargelden tegenover staan.” (Bron: DNB Kwartaalbericht, maart 2008)

    Huurquote en koopquote van huishoudens in 2009 en 2012

    Huurquote en koopquote van huishoudens in 2009 en 2012

    Woonlasten stijgen met name voor de laagste inkomens

    Koopquote van huishoudens in 2009 en 2012 (grafiek)

    (Bron: Woonuitgaven van huurders en eigenaren-bewoners (2013)

    Inkomens dalen

    Het aandeel subprime hypotheken op de Nederlandse huizenmarkt is de afgelopen jaren verder toegenomen, met name doordat het netto besteedbaar inkomen sinds het begin van de financiële crisis gedaald is. Door een daling van de inkomens neemt de woonquote automatisch toe. Figuur 1.3 uit het rapport over de woonuitgaven in Nederland laat zien dat het netto besteedbaar inkomen is gezakt van gemiddeld €35.800 in 2009 naar €34.400 in 2012. We zien dit effect ook terug in bovenstaande tabel, want daarin staat dat de maandlasten voor zowel kopers als huurders ten opzichte van het inkomen tussen 2009 en 2012 is toegenomen (zie de grijze blokjes).

    Netto besteedbaar inkomen daalt

    Netto besteedbaar inkomen daalt

  • Marketupdate lezers verdeeld over de huizenmarkt

    Afgelopen week stelden we onze lezers een vraag die veel mensen bezig houdt: Is dit een gunstig moment om een huis te kopen? De respons op deze poll was uitzonderlijk hoog. Blijkbaar hebben veel mensen een mening over de huizenmarkt en laten zie die graag horen. Het is opvallend op te zien hoe verdeeld men kan zijn over dit onderwerp.

    Gunstig?

    Door stimulerend beleid van de overheid en door de lage rente worden de maandlasten voor een koopwoning steeds gunstiger ten opzichte van een soortgelijke huurwoning. Begin deze maand zei Johan Conijn, hoogleraar Woningmarkt aan de Universiteit van Amsterdam, dat het omslagpunt in steeds meer gebieden benadert wordt of reeds bereikt is. Eind september schreef ING op basis van eigen onderzoek dat er sinds 2006 (de start van de meting) niet meer zoveel starters waren die het een gunstig moment vonden om een huis te kopen. Het is zeker waar dat kopen goedkoper is geworden, onder meer door een verlaging van de overdrachtsbelasting, de daling van de huizenprijzen en de lage rente.

    Ongunstig?

    Aan de andere kant is er ook een groep mensen die het nog geen goed moment vinden om een huis te kopen. Ze wijzen op de grote overwaardering op de woningmarkt en op het feit dat de aflossingsvrije hypotheek wordt ingeperkt. Daardoor kan men steeds minder lenen en daar zullen de huizenprijzen op aangepast moeten worden. Ook het feit dat er zoveel woningen te koop staan kan nadelig zijn, omdat het in deze markt moeilijker is om snel een huis te verkopen.

    Enquête huizenmarkt

    Maar wat vinden de Marketupdate lezers? De poll heeft een week op de site gestaan en heeft de volgende resultaten opgeleverd. Bent u verbaasd over de uitkomst? Wij in ieder geval wel, want na twee dagen stond de antwoordmogelijkheid “Zeer ongunstig” nog bovenaan met meer dan 50% van de stemmen! Dat was ongeveer de respons die wij verwacht hadden van onze lezers, maar na het bericht over het IMF en de spaardersheffing kregen we opeens veel meer bezoekers op onze site. De nieuwe aanwas blijkt heel anders over de huizenmarkt te denken dan de vaste lezerskern van Marketupdate, want de verhouding tussen gunstig en ongunstig sloeg in een paar dagen tijd compleet om!

    Na zeven dagen kunnen we een enquête reproduceren die dezelfde uitkomst geeft als een onderzoek waar NU.nl laatst nog aan refereerde. Uit dat onderzoek bleek dat ongeveer 2/3 deel van alle ondervraagden denkt dat de huizenprijzen gaan stabiliseren of zelfs weer gaan stijgen. Uit onze peiling komen we – tegen onze eigen verwachtingen in – op een soortgelijke conclusie uit…

    Marketupdate lezers toch niet zo negatief over de huizenmarkt

    Marketupdate lezers toch niet zo negatief over de huizenmarkt

  • Snelle de-industrialisatie schaadt de weg naar meer democratie

    De meeste westerse landen hebben door de geschiedenis heen een vergelijkbaar traject afgelegd. In de meeste gevallen maakten agrarische gemeenschappen geleidelijk plaats voor een geïndustrialiseerde samenleving. Boeren werden arbeider en een periode van ongekende productiviteitsgroei brak aan. Maar niet alleen dat geschiedde. De hele sociale en politieke wereld van die tijd ging op de schop. De arbeidersbeweging legde uiteindelijk de basis voor de democratie.

    Werkgelegenheid

    Na verloop van vele tientallen jaren heeft de industriële samenleving plaats gemaakt voor een die gebouwd is op diensten. In de bakermat van de industriële revolutie, Groot Brittannië, bedroeg het aandeel van de industrie in de werkgelegenheid aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog ongeveer 45%. Een halve eeuw later was daar nog 30% van over en vandaag de dag is dat verschrompeld tot een schamele 10%. In de VS zien we een gelijksoortige trend. In de jaren dertig was het aandeel van de Industrie in de werkgelegenheid iets meer dan 25%, maar ook in dit geval is daar nu nog slechts 10% van over. In Nederland draagt de industrie nog ongeveer 12% bij aan de werkgelegenheid.

    Ontwikkelingsgang

    De-industrialisatie is daarmee een normale ontwikkelingsgang die voorafgaat aan het proces van economische globalisering. Er zijn echter duidelijke uitzonderingen op deze regel en die zijn vooral in de Pacific te vinden. Zuid Korea maakte in de jaren vijftig tot tachtig van de vorige eeuw een heel snel proces van industrialisatie door. In 1989 was het goed voor 28% van de werkgelegenheid. Maar daar is nu alweer 10% van af. In amper drie decennia heeft Zuid Korea een weg afgelegd, waar Westerse landen al gauw een eeuw voor nodig hadden. India maakt het nog bonter. In 2002 piekte het aandeel van de industrie op een magere 13% en sedertdien is de weg naar beneden al ingeslagen.

    De-industrialisatie

    Dat werpt de vraag op waarom het proces van de-industrialisatie verhoudingsgewijs zo vroeg inzet? Natuurlijk draagt economische globalisering er aan bij. Het is voor een land als Brazilië moeilijk op industrieel vlak met Zuidoost Azië te concurreren. Daar liggen de echte industriële grootmachten. Maar zelfs bij die landen zie je toch dat de-industrialisatie daar ook gemeengoed is. De industriële grootmacht China is misschien wel het meest sprekende voorbeeld. In het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw piekte de werkgelegenheid op 15%.

    Inkomen

    Één van de onverwachte gevolgen van dit proces is een lager gemiddeld inkomen. In de VS en bijvoorbeeld Duitsland begon het proces toen het inkomen per hoofd er pakweg $ 10 000 bedroeg. In Brazilië startte dit bij een inkomen per hoofd van $ 5000 en in het geval van China bij $ 3000 per hoofd. De-industrialisatie betekent in de praktijk een rem op de groei. Een diensteneconomie heeft niet dezelfde dynamiek als de industriële samenleving. Daar is de productiviteit hoog en dat trekt de hele samenleving omhoog. Minder ruimte voor industrie betekent ook minder kansen op een groeiwonder.

    Maar de industriële samenleving kende nog meer voordelen. De klassenstrijd bracht gedisciplineerde politieke partijen voort, zowel ter linkerzijde als ter rechterzijde van het politieke spectrum. De klassenstrijd, die vaak op de werkvloer werd uitgevochten, bracht het besef bij dat er uiteindelijk een compromis nodig was. De Opkomende Landen slaan de fase van klassenstrijd over en het is nog maar de vraag of ze wel zo goed geëquipeerd voor de democratie. Oefening baart kunst!

    Cor Wijtvliet spreekt aankomende tijd op de seminar reeks ‘Bescherm uw toekomst’. Meer informatie…

    Bron:
    Dani Rodrik, The perils of premature deindustrialization. October 11, 2013

  • Huizenprijzen Verenigd Koninkrijk naar nieuw record

    Terwijl de huizenprijzen in Nederland dalen blijven ze in het Verenigd Koninkrijk verder stijgen, zo schrijft Bloomberg. In augustus stegen de huizenprijzen volgens LSL Property Services met 0,5% naar een nieuw record van £235.534 (omgerekend ruim €278.000). Vooral in Londen stijgen de huizenprijzen snel, want op jaarbasis gingen de prijzen daar de afgelopen drie maanden twee keer zo hard omhoog als in de rest van het land.

    Huizenprijzen ondersteund door kredieten

    De stijgende huizenprijzen in het Verenigd Koninkrijk worden gedreven door de beschikbaarheid van goedkoop krediet en door het stimulerende beleid van de Britse regering. Deze week ging de tweede fase van het Help to Buy programma van start, een systeem waarmee de overheid garanties geeft op hypotheken die de banken verstrekken. Zolang de koper van een woning tenminste 5% van de koopsom zelf inlegt komt zijn hypotheek in aanmerking voor deze overheidsgarantie.

    Omdat het risico op hypotheken met het Help to Buy programma overgebracht wordt van de banken naar de overheid is het makkelijker geworden voor huizenkopers om een hypotheek rond te krijgen. Omdat meer mensen in aanmerking komen voor een hypotheek stijgt ook het aantal hypotheekaanvragen. Volgens de Bank of England was het aantal aanvragen in augustus op het hoogste niveau in vijf jaar tijd!

    Subprime?

    Alles wijst erop dat het Verenigd Koninkrijk een huizenbubbel aan het blazen is. Ging het in de VS al mis met zogeheten sub-prime hypotheken, in het Verenigd Koninkrijk slaan politici en bankiers men met enige vertraging hetzelfde pad in. David Newnes van LSL Property Services zei het volgende tegenover Bloomberg:

    “We hebben gezien dat banken de criteria voor een hypotheek versoepeld hebben voor mensen met een kleine beurs. Daarmee heeft de bank haar deuren geopend voor nieuwe kopers die jarenlang alleen maar konden dromen van een eigen huis. De vraag naar hypotheken is in een relatief korte periode aanzienlijk toegenomen. De vraag loopt zelfs voor op het aanbod van woningen”

    In negen van de tien regio’s waar LSL de huizenprijzen volgt zijn de huizenprijzen de afgelopen drie maanden gestegen ten opzichte van een jaar geleden. In Londen was de groei 8,5%, vergeleken met een gemiddelde van 3,5% in heel Engeland. In Wales zwakte de daling van de huizenprijzen weer wat af. Landelijk waren de huizenprijzen in september in Groot-Brittannië 3,8% (of £8.526) hoger dan een jaar geleden.

    Huizenbubbel

    Het aantal verkochte woningen steeg met 12% in vergelijking met vorig jaar. Een groot deel van de stijging was toe te schrijven aan nieuwe starters op de woningmarkt. Volgens Newnes profiteert het hele land van het Help to Buy programma, omdat het kopers een steuntje in de rug geeft om een eerste woning te kopen. De eigen inleg van 5% is voor de meeste mensen nog te overzien, terwijl banken door de overheidsgarantie op nieuwe hypotheken soepeler hypotheekleningen verstrekken.

    De stijgende huizenprijzen geven de huizenbezitter misschien een rijk gevoel, maar ondertussen wordt de betaalbaarheid van een woning steeds slechter. Dat raakt ook de huursector, omdat stijgende huizenprijzen ook een opwaartse druk uitoefenen op de huur. Onlangs plaatsten we op Marketupdate een mooie illustratie van de betaalbaarheid van woningen in het Verenigd Koninkrijk. De betaalbaarheid wordt door het stimulerende beleid van de Britse regering en de Bank of England alleen maar slechter. Hoe lang kan dit nog goed gaan?

    Huizenprijzen in het Verenigd Koninkrijk stijgen nog steeds

    Huizenprijzen in het Verenigd Koninkrijk stijgen nog steeds (Bron: Onbekend)

  • Londen wordt Europees centrum voor handel in Chinese yuan

    Londen wordt Europees centrum voor handel in Chinese yuan

    China heeft het Verenigd Koninkrijk gekozen als het nieuwe Europese handelscentrum voor de Chinese yuan, zo schrijft Bloomberg vandaag. Dat betekent dat Londense financiële instellingen onder het Renminbi Qualified Foreign Institutional Investor (RQFII) programma maximaal 80 miljard yuan (omgerekend $13 miljard) mogen investeren in de Chinese aandelenmarkt. Ook zal China via het financiële centrum van Londen schuldpapieren in yuan op de markt brengen.

    “Het is mijn ambitie om Londen naar voren te schuiven als het Westerse knooppunt voor handel in Chinese yuan”, zo verklaarde de Britse Minister van Financiën George Osborne. “Meer handel en meer investeringen betekent meer werkgelegenheid en meer banen voor Groot-Brittannië”, zo voegt Osborne eraan toe.

    Valutaswap

    De Bank of England was de eerste Europese centrale bank die een valutaswap tekende met China. In juni werd een overeenkomst gesloten voor een swap faciliteit van 200 miljard Chinese yuan, maanden voordat de ECB een valutaswap van 350 miljard yuan ondertekende met de Chinezen. Met deze valutaswaps verkleinen landen het valutarisico van de Amerikaanse dollar, de munt die in het verleden gebruikt werd voor vrijwel alle internationale transacties tussen bedrijven.

    Chinese yuan wordt wereldmunt

    De Chinese economie is na de Verenigde Staten de grootste ter wereld. Dat betekent dat ook de Chinese munt steeds belangrijker wordt voor de wereldwijde handel en investeringen. Het Britse pond wordt nu de vierde grote valuta die direct verhandelbaar is voor Chinese yuan, na de Amerikaanse dollar, de Japanse yen en de Australische dollar. Directe handel tussen de Australische en Chinese valuta begon in april, terwijl de directe handel tussen yuan en yen al sinds juni 2012 mogelijk is.

    Volgens Nathan Chow, econoom bij DBS Group Holdings Ltd in Hong Kong, levert deze deal tussen China en het Verenigd Koninkrijk het bewijs dat de yuan een wereldmunt is geworden. “Directe handel tussen deze twee valuta levert besparing op in de transactiekosten en elimineert fluctuaties die het gevolg zijn van veranderingen in de dollar. Ook maakt deze deal tussen China en de Bank of England een toename in het gebruik van Chinese yuan binnen Europa mogelijk, omdat Londen meer kan handelen in yuan”.

    Momenteel wordt er in Londen op dagbasis $5 miljard aan Chinese yuan verhandeld, een verdubbeling van het handelsvolume van een jaar geleden, zo verklaarde George Osborne op basis van berekeningen van HSBC. Het is dezelfde bank die verwacht dat China in 2015 een derde deel van al haar internationale handel in Chinese yuan zal afrekenen. Dat zou betekenen dat de Chinese munt in de top drie komt te staan van valuta die het meest gebruikt worden voor wereldwijde handel.

    De Chinese valuta staat momenteel op de negende plaats van meest verhandelde valuta in de wereld. In 2010 stond de yuan volgens de Bank of International Settlements nog op de 17e plaats in deze ranglijst. Volgens het Belgische Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunications (SWIFT), dat veel internationaal betalingsverkeer regelt, was de Chinese yuan in augustus al de twaalfde meest gebruikte valuta.

    Appreciatie

    De Chinese yuan is sinds juli 2005, toen de vaste koppeling met de Amerikaanse dollar werd losgelaten, al met 36% in waarde gestegen ten opzichte van de Amerikaanse munt. Ten opzichte van het Britse pond is de yuan zelfs al 47% in waarde gestegen. Volgens Bloomberg is de yuan dit jaar al 2,1% meer waard geworden tegenover de dollar, waarmee het de best presterende Aziatische munt is uit een mandje van elf Aziatische valuta.

    China stelt haar eigen financiële markt steeds meer open voor buitenlandse investeerders, bijvoorbeeld via RQFII en het Qualified Foreign Institutional Investor programma. In het verleden was de Chinese markt vrij gesloten en konden buitenlandse beleggers bijna niet investeren in bijvoorbeeld Chinese aandelen of Chinees schuldpapier. Nu er steeds meer aandelen en obligaties in Chinese yuan bereikbaar zijn geworden voor buitenlandse beleggers heeft de munt ook meer toegevoegde waarde gekregen.

    Chinese yuan wordt een volwassen wereldreservemunt

    Chinese yuan wordt een volwassen wereldreservemunt (Afbeelding van Bloomberg)