Blog

  • Dollar hervat rally na hawkish Fed; ECB is dovish

    Dollar hervat rally na hawkish Fed; ECB is dovish

    De tegenstelling tussen het steeds ‘hawkisher’ wordende wereldbeeld van de Federal Reserve ten opzichte van vrijwel alle andere belangrijke valutazones werd vorige week groter na de bijeenkomsten van de Fed en de ECB. Een renteverhoging door de Fed ging gepaard met de duidelijke suggestie dat vier renteverhogingen in 2018 waarschijnlijker zijn dan drie. Aan de andere kant van het spectrum kondigde de ECB voor 2018 afbouw aan, maar dit gebeurde zo dovish als we ons maar konden voorstellen.

    De bank verklaarde dat men voor minstens nog eens negen maanden niet verwacht de rente te zullen gaan verhogen. Het oordeel van de Forex-markt over de gebeurtenissen van de week was duidelijk en de koers van de dollar steeg aanzienlijk ten opzichte van elke belangrijke valuta ter wereld.

    Deze week is bijna net zo rijk aan cruciale gebeurtenissen op de Forex-markt als de vorige. Naast de bijeenkomst van de Bank of England op donderdag zullen de PMI-indicatoren voor zakelijke activiteit in de eurozone een eerste indicatie geven of er sprake is van herstel van de economie na de recente zwaktegolf. Hieronder de belangrijkste valuta in detail.

    Euro

    Ondanks de enigszins verrassende aankondiging van een einddatum voor zijn QE-programma daalde de koers van de gemeenschappelijke munt scherp, nadat de ECB aangegeven had dat verhogingen van de rente in de eurozone nog heel ver weg zijn.

    De ECB noemde in zijn verklaring expliciet dat “aanzienlijke stimulering nog steeds nodig is” en dat men verwacht dat de belangrijke rentetarieven “tenminste tot en met de zomer van 2019” op hun huidige niveaus zullen blijven. Dat was flink verder weg dan de markten ingeprijsd hadden.

    Voorzitter Draghi gebruikte de persconferentie na de bijeenkomst ook om de dovish boodschap van de ECB te herhalen. Het was niet verwonderlijk dat de euro het recente weerstandsniveau na de bijeenkomst doorbrak en de week onder de $1,16 eindigde. Deze week zou er wat verlichting kunnen zijn voor de gemeenschappelijke munt als de PMI-indicatoren voor zakelijke activiteit zich stabiliseren.

    Britse pond

    Het belangrijkste nieuws uit het werkgelegenheidsrapport van vorige week was beter dan verwacht. Hierdoor hield het pond beter dan de meeste andere valuta stand tegenover de Amerikaanse dollar, hoewel de munt de week toch met verlies afsloot.

    Deze week is de belangrijkste gebeurtenis de bijeenkomst van de Bank of England op donderdag. De markten lijken vooral een herhaling van de voorgaande bijeenkomsten verwachten, waarbij de leden van het Monetary Policy Committee met 7-2 voor de status quo stemden en de rente niet werd verhoogd. Als nog meer leden overlopen naar het hawkish kamp dan is dat ongetwijfeld heel positief voor het pond.

    Amerikaanse dollar

    De Federal Reserve verhoogde afgelopen woensdag de rente met nog eens 25 basispunten, en gaf daarbij het signaal af dat men bereid is om de rente dit jaar nog twee keer te verhogen. Dit is een sneller tempo dan de markt in de aanloop naar de bijeenkomst ingeprijsd had. De ‘dot plot’ van het FOMC liet een bescheiden opwaartse verschuiving zien bij de prognoses voor de kortetermijnrente.

    Dit duidt erop dat de centrale bank op weg is de rente in september opnieuw te verhogen en dan nog eens in december, wanneer de volgende twee sets economische prognoses verschijnen. Als gevolg hiervan ontstond de meest breed gedragen rally in de Amerikaanse dollar die we in maanden gezien hebben; de dollar steeg ten opzichte van elke belangrijke valuta ter wereld.

    Deze week zijn er in de VS vrij weinig macro-economische publicaties. Wij verwachten dat de koers van de dollar bepaald zal worden door nieuws elders en door de lik-op-stukheffingen die China en de VS invoeren.

    Door: Enrique Díaz-Álvarez (Ebury)

    Enrique Diaz-Alvarez is chief risk officer en staat aan het hoofd van het analistenteam van Ebury in New York. Vanwege zijn gedrevenheid, passie en gedegen kennis, wordt Enrique door Bloomberg erkend als een van de meest accurate voorspellers van de marktbewegingen.

    Over Ebury:

    Ebury maakt internationale markten toegankelijker met valutadiensten op maat en flexibel handelskrediet voor ondernemingen. Ebury werkt samen met ruim 12.000 organisaties en verricht 12 miljard euro aan valutatransacties in 140 verschillende valuta. Het bedrijf heeft kantoren in het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Spanje en Polen. De speerpunten van Ebury:

    • Financiële diensten die normaal zijn voorbehouden aan grote multinationals
    • Financiering van uw aankopen
    • Marktkennis en valutadiensten op maat
    • Ons netwerk van liquidity providers en intermediaire banken
    • Transacties in ruim 140 verschillende valuta

    Meer informatie op www.ebury.nl

  • ECB stopt dit jaar met stimuleringsprogramma

    De ECB heeft besloten haar stimuleringsprogramma te beëindigen. Tot en met september blijft de centrale bank voor €30 miljard aan staatsobligaties opkopen, maar in de laatste drie maanden van het jaar wordt dat gehalveerd tot een tempo van €15 miljard. Na december zal het opkoopprogramma stoppen, al blijft de centrale bank nog wel de opbrengst van afgeloste leningen herinvesteren. Ook blijft de rente nog tenminste tot september volgend jaar op nul procent.

    Vorige week schreven we al over het versnelde afbouw van het stimuleringsprogramma van de ECB. Verschillende personen binnen de centrale bank hadden via de media al kenbaar gemaakt dat het onderwerp op de agenda kwam en ook waren veel economen al in de verwachting dat het opkoopprogramma dit jaar stopgezet zou worden.

    ECB begon in 2015 met het stimuleringsprogramma (Bron: ECB)

    ECB stopt stimuleringsprogramma

    De timing voor dit besluit is opmerkelijk, want begin vorig jaar lag de inflatie ook al op het door de ECB gewenste niveau. Dat was dus niet de enige reden om het opkoopprogramma dit jaar stop te zetten. Mogelijk probeert de centrale bank met dit besluit een signaal af te geven aan overheden om een verantwoord begrotingsbeleid te voeren.

    Dankzij het stimuleringsprogramma konden landen in de Eurozone goedkoper lenen en was de obligatierente uitzonderlijk laag. Dat was niet alleen gunstig voor de rentelasten van overheden, maar ook van huishoudens die met een hypotheek een eigen huis kochten. De beëindiging van het stimuleringsprogramma betekent dat een belangrijke koper zich terugtrekt van de obligatiemarkt. Daardoor zou de rente vanaf volgend jaar weer wat kunnen gaan stijgen, met alle gevolgen van dien.

  • Zilverprijs op laagste niveau na correctie inflatie

    Zilverprijs op laagste niveau na correctie inflatie

    De zilverprijs is nog niet eerder zo laag geweest als nu, wanneer je deze corrigeert volgens de inflatie. Ook goud is momenteel relatief goedkoop, wanneer je de prijs afzet tegen de algemene prijsontwikkelingen van goederen en diensten.

    Aan het begin van deze eeuw stond zilver op ongeveer $5 per troy ounce, maar volgens John Williams van de site Shadowstats is er in de afgelopen twintig jaar zoveel inflatie geweest dat je minder kunt kopen met de $17 die een zilveren munt vandaag de dag opbrengt.

    Naast zilver blijft ook goud volgens hem achter bij de inflatie. Met een huidige goudprijs van ongeveer $1.300 per troy ounce is het edelmetaal nog niet zo ondergewaardeerd als aan het begin van deze eeuw, maar het verschil wordt steeds kleiner.

    Shadowstats

    Shadowstats houdt al jaren statistieken bij over de geldhoeveelheid, werkloosheid en de inflatie in de Verenigde Staten. Daarbij houdt hij vast aan traditionele rekenmethodes, zoals die in het verleden gebruikt werden voor de berekening van de officiële inflatiecijfers.

    Volgens John Williams geven de inflatiecijfers volgens de historische berekening een betere weerspiegeling van de werkelijkheid, omdat de overheid in haar rekenmethode voortdurend aanpassingen doorvoert die het inflatiecijfer beïnvloeden. Zo worden duurdere producten soms vervangen voor goedkopere varianten en wordt de weging van verschillende soorten goederen en diensten regelmatig aangepast op basis van het gemiddelde consumptiepatroon.

    Hoeveel inflatie is er?

    De officiële inflatie ligt dicht bij de 2% op jaarbasis, terwijl de rekenmethode die John Williams gebruikt de laatste jaren structureel een paar procenten hoger uitvalt en eerder 5% of 6% bedraagt. Welk cijfer de beste weerspiegeling geeft van de realiteit, daarover verschillen de meningen. Luxegoederen worden over het algemeen steeds goedkoper, terwijl levensmiddelen en woonlasten juist duurder worden. Afhankelijk van het persoonlijke consumptiepatroon kan dat cijfer dus hoger of lager uitvallen dan het gemiddelde.

    Passen we de inflatieberekening van John Williams toe op de goudprijs en de zilverprijs, dan zien we dat de prijzen van beide edelmetalen in historisch perspectief op dit moment relatief laag zijn. Vergelijken we de prijzen van nu met die van de vorige pieken in 2011 en 1980, dan zien we dat de edelmetalen toen eigenlijk veel meer koopkracht hadden dan nu.

  • Wie financiert de Amerikaanse schulden?

    Enige tijd geleden maakte de Amerikaanse president zijn belastingplannen voor de komende jaren bekend. Hij wil de economie verder stimuleren en dat zal tot gevolg hebben dat het begrotingstekort de komende jaren flink zal oplopen.

    De grote vraag is nu wie deze tekorten gaat financieren, want het is geen geheim meer dat de rest van de wereld niet meer zo happig is om geld uit te lenen aan de Amerikaanse overheid. China en Rusland breiden hun positie in Treasuries niet meer uit, terwijl ook andere landen per saldo weinig extra schuldpapier opkopen.

    De volgende grafiek laat zien dat de Amerikaanse tekorten steeds meer intern gefinancierd worden, namelijk door pensioenfondsen, verzekeraars en huishoudens. Een zorgelijke ontwikkeling, omdat de Verenigde Staten de afgelopen decennia zeer gemakkelijk haar tekorten kon laten financieren door andere landen.

  • World Gold Council: “China en India zijn belangrijkste goudmarkten”

    De goudprijs beweegt enige tijd in een zeer smalle bandbreedte en schommelt al meer dan een jaar rond de €35.000 per kilo. Wanneer je kijkt naar alle geopolitieke spanningen en het ruime monetaire beleid van centrale banken zou je misschien een hogere goudprijs verwachten, maar volgens John Reade van de World Gold Council is het koersverloop van de laatste maanden een goede weerspiegeling van de laatste ontwikkelingen in de goudmarkt.

    In een interview met Commodity TV zegt het hoofd van de onderzoeksafdeling van de World Gold Council dat het edelmetaal momenteel redelijk gewaardeerd is, wanneer je kijkt naar de wereldwijde vraag naar fysiek goud. Volgens Reade is de vraag naar goudbaren en munten nog steeds substantieel, maar niet zo groot als een paar jaar geleden, toen de goudprijs veel hoger stond.

    China en India

    Volgens John Reade zijn China en India inmiddels de belangrijkste afzetmarkten voor fysiek edelmetaal. Deze twee landen samen zijn goed voor de helft van de wereldwijde vraag. Hij merkt daarbij op dat vooral de Chinese markt bijzonder hard gegroeid is, van ongeveer 200 ton goud per jaar aan het begin van deze eeuw naar ongeveer 1.000 ton per jaar sinds 2013.

    Reade merkt verder op dat de goudprijs vooral wordt bepaald door de waarde van de Amerikaanse dollar en de reële rente in de Verenigde Staten, maar dat ook de economische groei in opkomende markten een belangrijke rol speelt. Een toename van het besteedbare inkomen in belangrijke afzetmarkten als China en India kan de komende jaren een positief effect hebben op de goudprijs.

    Goudmijnsector

    Volgens Reade zijn er voor de goudmijnsector nog meer dan genoeg kansen om nieuwe goudreserves aan te boren, maar zijn er de laatste jaren te weinig investeringen in de sector gedaan om de productie op de langere termijn op peil te houden. Dat betekent dat de wereldwijde productie over een jaar waarschijnlijk weer zal dalen. En die daling kan een lange tijd aanhouden als er niet meer nieuwe ontdekkingen worden gedaan.

  • ECB: ‘Italië geen bedreiging voor eurozone’

    ECB: ‘Italië geen bedreiging voor eurozone’

    Ondanks de grote volatiliteit op de financiële markten als gevolg van de politieke situatie in Italië is er geen sprake van een bedreiging voor de eurozone. Dat zei Vitas Vasiliauskas van de Algemene Raad van de ECB tegenover Reuters.

    De afgelopen weken was het door de ontwikkelingen in Italië erg onrustig op zowel de obligatiemarkt als de valutamarkt. De euro ging onderuit vanwege de eerdere geruchten over een mogelijk Italiaans vertrek uit de muntunie, terwijl de obligatiemarkt nerveus werd van de plannen om een deel van de staatsschuld weg te strepen.

    Rente Italië blijft hoog

    De nieuwe Italiaanse regering heeft deze extreme standpunten ingetrokken, maar daarmee is de rust nog niet teruggekeerd. Beleggers richten hun aandacht nu op de ECB, die sinds de laatste ontwikkelingen in Italië meer vaart lijkt te zetten achter het beëindigen van haar stimuleringsprogramma.

    Volgens Vasiliauskas vormt Italië geen bedreiging meer voor de Eurozone, nu het land weer een regering heeft. Dat wil overigens niet zeggen dat Italië nog steeds een enorm schuldenprobleem heeft, dat alleen maar groter zal worden als de rente weer gaat stijgen. En die is in korte tijd opgelopen tot meer dan drie procent, het hoogste niveau in vier jaar.

  • Dollar-rally onderbroken, opkomende markten volatiel

    De dollar bewoog afgelopen week niet zo sterk ten opzichte van de meeste belangrijke valuta. Dit maskeerde de enorme volatiliteit die de belangrijke valuta van opkomende markten beleefden – vooral de Braziliaanse real. Daarbij vergeleken waren de bewegingen van de G10-valuta mild. De Europese valuta leefden onder aanvoering van de euro enigszins op tegenover de dollar, nu de markten er meer van overtuigd raken dat aan het einde van dit jaar de afbouw van het QE-programma van de ECB aangekondigd zal worden.

    Deze week belooft cruciaal te worden voor de valutamarkten. De Federal Reserve komt woensdag bijeen en de ECB donderdag. Bovendien stemt het Britse Lagerhuis dinsdag over het wetsvoorstel tot terugtrekking uit de EU, wat politiek nieuws zal opleveren. Ten slotte verschijnen in de VS (dinsdag) en in het Verenigd Koninkrijk (woensdag) belangrijke inflatiecijfers. Tegelijkertijd kunnen ook de krantenkoppen over de VS-Noord-Korea-top wel eens voor wat heftige volatiliteit zorgen. Hieronder de belangrijkste valuta in detail.

    Euro

    Er is meer onzekerheid dan gebruikelijk over de belangrijke ECB-bijeenkomst deze week. Het is ons niet duidelijk hoe de Raad zal reageren op de onrust in de politiek en op de markten door de nieuwe populistische Italiaanse regering en ook door de (daar los van staande) vertraging in de economische cijfers uit de VS. Wij denken dat deze twee zorgen voldoende zijn voor uitstel van de aankondiging van het einde van QE tot later dit jaar, naar de bijeenkomst van juli. Maar op langere termijn is de sterke opleving van de inflatiecijfers die we in mei zagen het eerste voorzichtige bewijs van een opwaartse trend voor deze kritieke economische indicator; de rally van de dollar ten opzichte van de euro zou binnenkort voorbij kunnen zijn.

    Britse pond

    Het Britse pond volgt bijna elke tick van de euro; de koers van de munt zit klem tussen de iets positievere boodschap van de economische cijfers en het overwegend slechte nieuws over de Brexit-onderhandelingen. Het is opmerkelijk dat het pond niet heeft kunnen profiteren van de zwakte van de euro en nog steeds op het niveau van 0,88-0,89 wordt verhandeld, maar wij denken dat de kans groot is dat dit verandert zodra er beter nieuws over de Brexit komt.

    Het debat dat deze week in het Lagerhuis plaatsvindt over het wetsvoorstel tot terugtrekking uit de EU zal minder substantiële informatie opleveren dan de cruciale arbeidsmarkt- en inflatiecijfers die eraan komen.

    Amerikaanse dollar

    De Federal Reserve zal de rentes volgende week naar verwachting verhogen en de Amerikaanse inflatiecijfers zullen waarschijnlijk alweer een uptick laten zien. Het enige dat het rendement van Amerikaanse tienjarige staatsobligaties nog beneden de 3% houdt is de golf van marktvolatiliteit die bij de Italiaanse obligaties begon en oversloeg naar de meer kwetsbare opkomende markten. De signalen daaruit waren in de tweede helft van vorige week positief: de koers van de Braziliaanse real leefde bijvoorbeeld sterk op. Als deze veerkracht blijft bestaan, dan zouden de Amerikaanse koersen wel weer eens langzaam kunnen gaan stijgen. Wel beginnen wij te denken dat de koers van de dollar tegenover de meeste valuta’s deze ontwikkelingen al inprijst. Daarom verwachten wij niet per definitie dat de Amerikaanse dollar zijn weg omhoog op korte termijn zal voortzetten.

    Door: Enrique Díaz-Álvarez (Ebury)

    Enrique Diaz-Alvarez is chief risk officer en staat aan het hoofd van het analistenteam van Ebury in New York. Vanwege zijn gedrevenheid, passie en gedegen kennis, wordt Enrique door Bloomberg erkend als een van de meest accurate voorspellers van de marktbewegingen.

    Over Ebury:

    Ebury maakt internationale markten toegankelijker met valutadiensten op maat en flexibel handelskrediet voor ondernemingen. Ebury werkt samen met ruim 12.000 organisaties en verricht 12 miljard euro aan valutatransacties in 140 verschillende valuta. Het bedrijf heeft kantoren in het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Spanje en Polen. De speerpunten van Ebury:

    • Financiële diensten die normaal zijn voorbehouden aan grote multinationals
    • Financiering van uw aankopen
    • Marktkennis en valutadiensten op maat
    • Ons netwerk van liquidity providers en intermediaire banken
    • Transacties in ruim 140 verschillende valuta

    Meer informatie op www.ebury.nl

  • Wanneer stopt de ECB met stimuleren?

    Door de ontwikkelingen in Italië lijkt de ECB opeens meer haast te hebben met het afbouwen van opkoopprogramma. Het kan blijkbaar niet de bedoeling zijn dat landen de begrotingsregels overboord gooien, in de veronderstelling dat de centrale bank de tekorten zal blijven financieren. ECB-bestuurslid Sabine Lautenschläger liet onlangs namelijk nog doorschemeren dat de centrale bank mogelijk deze maand het definitieve besluit zal nemen over de beëindiging van het opkoopprogramma, een statement dat deze week nog eens door de hoofdeconoom van de centrale bank, Peter Praet, werd herhaald.

    Een recente peiling van Reuters onder meer dan tachtig economen wijst ook op een einde van het stimuleringsprogramma voor het einde van dit jaar. Nu de economie in de eurozone weer groeit en de inflatie mede door de stijging van de olieprijs weer oploopt heeft de centrale bank een extra excuus om te stoppen met het opkopen van staatsobligaties. De centrale bank koopt momenteel voor €30 miljard per maand aan staatsobligaties op. Daarnaast wordt de opbrengst van afgeloste leningen weer opnieuw geïnvesteerd, waardoor er nog steeds sprake is van een stijging van het balanstotaal.

    Centrale bank onder vuur

    De ECB heeft de laatste jaren veel kritiek gekregen op haar opkoopprogramma, vooral in de noordelijke eurolanden. Daar zorgt het monetaire beleid voor een extreem lage rente, waardoor er bubbels zijn ontstaan in vastgoed, aandelen en obligaties. Een ander kritiekpunt is dat het opkoopprogramma de druk bij overheden heeft weggenomen om hervormingen door te voeren en de begroting op orde te maken. De plannen van de nieuwe Italiaanse regering laten zien dat dit beleid niet zonder gevolgen blijft, want op den duur zullen politici hun kans grijpen om meer geld uit te geven dan er binnenkomt.

    Eerder deze week werd bekend dat de ECB in mei minder Italiaanse staatsobligaties had gekocht dan normaal. De centrale bank had overduidelijk de schijn tegen, want de Italiaanse regering beschuldigde de ECB meteen van politieke inmenging. Later bleek dat er op dat moment heel veel Duitse staatsleningen afliepen die doorgerold moesten worden. Deze opmerkelijke gang van zaken bewijst nogmaals dat de centrale bank met het opkopen van staatsschulden haar onafhankelijkheid op het spel heeft gezet.

  • Goldcorp: “Goudmijnsector nadert peak gold”

    Binnen de goudmijnsector horen we steeds meer geluiden dat peak gold nabij is, het moment waarop de wereldwijde productie van goudmijnen haar piek bereikt en een dalende trend zal inzetten. De reden daarvoor is dat er steeds minder nieuwe ontdekkingen worden gedaan, terwijl bestaande goudmijnen langzaam maar zeker uitgeput raken.

    Ook de directeur van Goldcorp, Ian Telfer, verwacht dat de wereldwijde goudproductie spoedig een maximum zal bereiken. Hij heeft al veertig jaar ervaring in de sector, maar heeft in die tijd nog niet eerder te maken gehad met het vooruitzicht van een dalende productie. In een interview met de Financial Post zei hij daar het volgende over:

    “Als ik je in één zin wat mag vertellen over de goudmijnsector, dan is het wel dat ik de productie van goudmijnen de afgelopen veertig jaar robuust heb zien stijgen. Nou, dit jaar of volgend jaar zal het gaan dalen, of het daalt nu al. We zitten al vlak bij peak gold.”

    Peak Gold

    Peak Gold is een term die steeds vaker genoemd wordt in de goudmijnsector, omdat er wereldwijd steeds minder nieuwe ondergrondse goudreserves gevonden worden. Er zit waarschijnlijk nog meer dan genoeg goud in de grond, maar de vraag is tegen welke kostprijs je het boven kunt halen. Bij de huidige kostprijs neemt het aanbod niet meer toe en verwacht men de komende jaren zelfs een afname in de productie.

    Door de daling van de goudprijs van een paar jaar geleden zijn beleggers wat terughoudender geworden om grote bedragen te investeren in exploratie, het proces van het in kaart brengen van nieuwe ondergrondse reserves. Tegelijkertijd moesten operationele mijnen bezuinigen op deze activiteiten om de kostprijs per troy ounce te drukken. Deze bezuinigingen hebben de mijnen efficiënter gemaakt voor de korte termijn, maar het gevolg is dat er over een paar jaar veel minder nieuwe goudbronnen aangeboord kunnen worden zodra de productie uit bestaande mijnen daalt.

    De grote goudmijnbedrijven als Goldcorp, Barrick Gold en Newmont Mining merken nu al dat ze moeite hebben om oude productierecords te verbreken. Dankzij nieuwe exploratie- en mijnbouwtechnieken worden mijnen met een lagere kwaliteit erts rendabel, maar bij een goudprijs van $1.300 per troy ounce die vooral zijwaarts beweegt is het voor de mijnbouwsector en voor beleggers risicovol om grote investeringen te doen.

    Steeds minder nieuwe ontdekkingen in de goudmijnsector (Bron: World Gold Council)

    Wordt goud schaars?

    Het is een misverstand dat goud schaarser wordt op het moment dat de productie van goudmijnen daalt. Feit is dat de totale bovengrondse goudvoorraad ieder jaar toeneemt met datgene wat de mijnen in dat jaar uit de grond halen. Volgens de World Gold Council is ongeveer tweederde van de totale bovengrondse goudvoorraad van circa 190.000 ton opgegraven na 1950.

    Eigenlijk is goud de afgelopen decennia steeds minder schaars geworden, maar door de groei van de wereldbevolking en de toename van de geldhoeveelheid is de goudprijs explosief gestegen. Betaalde je in 1950 een bedrag van $35 voor een troy ounce goud, vandaag de dag is dat ongeveer $1.300. Dat is omgerekend een gemiddeld rendement van bijna 5,5% op jaarbasis, en dat in een tijd waarin de totale hoeveelheid bovengronds goud drie keer zo groot werd!

    Toekomst goudmijnsector

    Dat het voor goudmijnen steeds moeilijker wordt om nieuwe reserves te vinden wil niet zeggen dat de sector in de problemen zit. Zo lang er uit verschillende hoeken (beleggers, centrale banken, huishoudens) veel vraag blijft naar het edelmetaal zal zich uiteindelijk moeten vertalen naar een hogere goudkoers. Neemt het aanbod van ‘nieuw’ goud af, dan heeft dat een prijsopdrijvend effect op al het goud in de wereld. Een stijgende prijs zal ook weer nieuwe investeerders aantrekken in de mijnbouwsector, waardoor er meer budget beschikbaar komt om nieuwe ontdekkingen te doen.

    Volgens de topman van Goldcorp liggen er ook nog genoeg kansen in de geografisch meer afgelegen gebieden en in de landen met een minder stabiel politiek klimaat. Dergelijke projecten hebben uiteraard een hoger risico, maar kunnen beleggers belonen met een aantrekkelijk rendement.

  • Poetin: ‘Europa heeft importheffingen aan zichzelf te wijten’

    Europa heeft de economische sancties uit de Verenigde Staten voor een belangrijk deel aan zichzelf te wijten. Dat zei de Russische president Poetin in zijn jaarlijkse vraag en antwoord sessie met het publiek. Hij refereerde aan zijn toespraak voor de Veiligheidsconferentie van München in 2007, waarin hij waarschuwde voor de negatieve effecten van een wereld die gedomineerd wordt door de wil van één supermacht.

    Volgens Poetin laten deze nieuwe importheffingen op staal en aluminium zien dat het tijd is om wereldwijd nieuwe afspraken en gedragsregels te maken met betrekking tot internationale handel en veiligheidsvraagstukken, om te voorkomen dat er meer van dit soort economische sancties volgen.

    Andrei Kondrashov: U noemde de terugtrekking van de Verenigde Staten van het ABM-verdrag inzake de verdediging tegen ballistische raketten. Weet je nog dat je in 2007 voor het eerst de aandacht van het publiek vroeg in München? U zei toen dat de Verenigde Staten hun nationale wetgeving naar andere landen verspreidden, wat erg gevaarlijk is. Het thema van je toespraak was toen een multipolaire versus een unipolaire wereld.

    Jaren zijn verstreken. Niemand luisterde naar wat u toen zei. En nu worden de EU en Canada geconfronteerd met een handelsoorlog met de Verenigde Staten. De bondskanselier van Duitsland en de president van Frankrijk hebben onlangs Rusland bezocht. Natuurlijk zeggen ze dit niet in het openbaar, maar suggereren ze achter gesloten deuren dat het tijd is om de sancties tegen Rusland op te heffen? Of wachten ze nog steeds op toestemming van Washington?

    Vladimir Poetin: Dit gaat niet alleen over onze één-op-één gesprekken, hoewel ze een aanzienlijk deel uitmaken van het onderhandelingsproces met de leiders van Frankrijk, Duitsland, met onze Oostenrijkse vrienden – ik ben net in Oostenrijk geweest – en vertegenwoordigers van vele andere Europese landen, om nog maar te zwijgen van Azië. Ze zeggen het niet alleen in mijn oor, ze zeggen het al publiekelijk.

    Een minister van de Franse regering heeft onlangs publiekelijk gezegd dat de VS niet de toestemming mag krijgen om de economische politieagent van de wereld te worden. Hij zei het publiekelijk. De voormalige Duitse minister van Financiën heeft enkele maanden geleden publiekelijk gezegd dat de Bondsrepubliek sinds 1945 nooit een soevereine staat is geweest in de volledige betekenis van het woord.

    Iedereen ziet natuurlijk wat er aan de hand is. Maar blijkbaar dachten onze partners dat ze nooit zouden worden getroffen door dit contraproductieve beleid met beperkingen en sancties. Nu zien we wat er aan de hand is, omdat de introductie van importheffingen niet alleen op staal uit Europa, maar ook uit Canada en Mexico geld.

    Dit zijn in feite sancties. Alleen de gebruikte woorden zijn verschillend, maar in werkelijkheid is dit het geval. Waar worden ze voor gestraft? Hebben ze ‘de Krim geannexeerd’, zoals veel van onze partners zeggen? Nee. Dit heeft te maken met de pragmatische nationale belangen van de Verenigde Staten, zoals het huidige leiderschap ze ziet.

    En dat brengt ons terug naar wat ik eerder al heb gezegd, namelijk de noodzaak om gemeenschappelijke, uniform begrepen en stevige gedragsregels uit te werken op het gebied van veiligheid en op het gebied van economische interactie. Het bewustzijn van dit proces is er natuurlijk.

    Toen ik in 2007 in München mijn standpunten uiteenzette, die in de jaren daarna vaak weer werden aangehaald, kreeg ik de boosheid van veel van mijn collega’s over me heen die zeiden dat het te zwaar en ongepast was. Maar waar had ik het over? Ik zei dat de Verenigde Staten haar regels buiten haar nationale grenzen verspreidde en dat dit onaanvaardbaar was.

    Dit is precies wat er vandaag gebeurt, alleen gebeurt het met onze Europese en andere partners. Waarom gebeurt het? Omdat niemand, zoals ik al zei, bereid was om te luisteren en niemand iets deed om deze trend tegen te houden. En zo ging het.

    Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines

  • Venezuela kocht goud terug van Citigroup

    De centrale bank van Venezuela heeft in april $172 miljoen betaald aan de Amerikaanse bank Citigroup om een deel van haar goud weer terug te krijgen. Het gaat om goud dat eerder door de centrale bank als onderpand was aangeleverd om dollars te kunnen lenen, zo meldt Reuters op basis van verschillende bronnen.

    Venezuela heeft de laatste jaren een gedeelte van haar goudvoorraad gebruikt om dollarleningen af te kunnen sluiten, maar door de nieuwe sancties mogen Amerikaanse banken deze swaps niet meer uitvoeren. Daarmee had Venezuela geen andere mogelijkheid meer dan de valutaswap met Citigroup te beëindigen en het edelmetaal weer terug te vragen.

    Uit de beëindiging van de valutaswap blijkt dat Venezuela nog genoeg dollars bij elkaar kon schrapen om de lening af te lossen en het goud terug te krijgen. Daarmee is het land overigens nog niet uit de problemen, want door de Amerikaanse sancties is het voor bedrijven en financiële instellingen in Venezuela zo goed als onmogelijk geworden zaken te doen via Amerikaanse banken.

    Crisis in Venezuela

    Venezuela is door een combinatie van een lage olieprijs en een falend economisch beleid in een zware crisis terechtgekomen. De olieprijs is inmiddels weer hersteld, maar daar profiteert het Zuid-Amerikaanse land nauwelijks van. Door de crisis is ook de olie-industrie verwaarloosd, waardoor er te weinig olie geproduceerd wordt om het tekort op de handelsbalans weg te werken.

    Venezuela is voor haar import erg afhankelijk van dollars, maar door de dalende inkomsten uit olie werden die dollars steeds schaarser. Het probleem was zelfs zo erg dat de centrale bank in 2014 besloot goud als onderpand aan te bieden aan verschillende banken, in ruil voor dollarleningen. Eerder sloot het land al een vergelijkbare deal met Deutsche Bank om aan dollars te komen.

    Door de financiële crisis in Venezuela is de goudvoorraad van het land in een paar jaar tijd meer dan gehalveerd, van ongeveer 360 ton in 2014 naar slechts 150 ton aan het einde van 2017. De centrale bank moest een deel van haar goudvoorraad aanwenden om de import van goederen te kunnen financieren.

    Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines