Categorie: Nieuws

  • Dagelijkse kost 2 november 2011

     

     

    • Papandreou kondigde referendum al in juni aaan (FTM)
    • Bedrijvigheid Duitse industrie krimpt voor eerst in 2 jaar (RTL-Z)
    • Joris Luyendijk (van The Guardian) houdt de financiële wereld van de sharia onder de loep (Welingelichte Kringen)
    • Mogelijk nieuwe problemen voor kereactor Fukushima (NRC)

    Bron: 1913Gold (Flickr)

    Een munt van 1.000 kilo goud gemaakt door de Perth Mint. En het is nog een wettig betaalmiddel ook!!

    Bron & fimplje: 1tonnegoldcoin.com

    • Pennies from Heaven (Bill Gross)
    • MF Global and echoes of Repo 105 (FT Alphaville)
    • Papandreou Is Right to Let the Greeks Decide (Spiegel)
    • Hubris Watch: US Bank CEO Sniffs About Breaking Rules When His Bank Has Huge Trustee Liability (Naked Capitalism)
    • Nuclear Reactions Have Restarted at Fukushima (Washington's Blog)
    • Japan: Damaged reactors at nuclear plant could take 30 years to retire (CNN)

    En als je als Japanse functionaris echt wilt overtuigen dan drink je het water uit Fukushima voor de camera demonstratief op..

     

  • Obama geïnspireerd door Lloyd Blankfein: ‘God wil Amerikaanse banenplan ook’

     

    Toen in november 2009 Lloyd Blankfein van Goldman Sachs aan de wereld liet weten dat hij God's werk doet, ontstond er een golf van verbazing en minachting over deze uitspraak. Met Blankfein als CEO had Goldman Sachs elke financiële streek uitgehaald, tot aan het speculeren tegen eigen klanten aan toe. Blankfein beweerde dat omdat Goldman bedrijven helpt bij het vinden van investeringskapitaal, Goldman bedrijven helpt om banen te creëren; dat ligt geheel in lijn met God's werk. Blankfein's uitspraak was voor velen een teken hoe losgeslagen Wall Street bankiers zijn.

    Barack Obama vertelde bij een bijeenkomst ter promotie van zijn banenplan dat hij “vertrouwd op God, maar dat God wil zien dat we ons zelf helpen door mensen aan het werk te zetten”. Obama deed zijn uitspraak bij een brug die drastisch gerepareerd moet worden. Obama's plannen voorzien in een totaal van $447 miljard om mensen weer aan het werk te krijgen en een nieuw stimuleringsprogramma van $60 miljard voor herstelwerkzaamheden aan infrastructuur.

    De politieke impasse blijft echter voor problemen zorgen. Het Republikeinse congres en de Democratische senaat liggen al geruime tijd in de clinch met elkaar en kunnen het niet eens worden over bezuinigingen en belastingverhogingen. Obama lijkt maar één agenda te hebben: zoveel mogelijk banen creëren – of er geld voor is of niet – en herkozen worden.

     

  • Europa volgens ….

     

     

    Europa volgens de Duitsers.

    Europa volgens Italië.

    Europa volgens de Verenigde Staten

    Europa volgens Rusland

    Europa volgens Frankrijk.

    Europa volgens Groot-Brittanië.

     

    Europa volgens Spanje.

    Europa volgens Polen.

    Europa volgens Turkije.

    Europa volgens het Vaticaan.

    Europa volgens Berlusconi.

    Bron:
    Alpha Designer 
     

     

  • DNB: ‘Eurobonds als sluitstuk van de EMU’

    Op de website van De Nederlandsche Bank (DNB) een uitgebreide toelichting op de mogelijke introductie van eurobonds die een einde moeten maken aan de financiële onzekerheden in Europa. DNB stelt één keiharde voorwaarde: een reductie van de publieke schuldenlast tot onder de 60%. Het is een voorwaarde die in de praktijk onmogelijk is.

    Via de website van De Nederlandsche Bank:

    Onder strikte voorwaarden kan de introductie van eurobonds op termijn de stabiliteit van de EMU vergroten. Met eurobonds mondt een liquiditeitsprobleem in een euroland niet meer onnodig uit in een solvabiliteitsprobleem. Bovendien werpen ze een dam op tegen besmettingsgevaar.

    DNB begint haar toelichting ‘Eurobonds als sluitstuk van de EMU’ met de suggestie dat een liquiditeitsprobleem dreigt uit te monden in een solvabiliteitsprobleem. Maar is die suggestie wel terecht? Een liquiditeitsprobleem betekent dat er een tijdelijk een probleem is om de rekeningen te kunnen blijven betalen. Dat betekent niet noodzakelijkerwijs dat een partij ook failliet is, maar niet aan de middelen kan komen om haar verplichtingen te betalen. Een solvabiliteitsprobleem betekent dat de schulden niet kunnen worden afgelost en dat een partij technisch failliet is. Een solvabiliteitsprobleem en een liquiditeitsprobleem verschillen in aard, maar delen overeenkomsten: de rekeningen kunnen niet worden betaald.

    Geheel in lijn met de bankencrisis van 2008 waarbij banken ook zogenaamd getroffen werden door een ‘liquiditeitscrisis’ en “tijdelijk geen financiering konden krijgen”, wordt dat wederom gesteld en nu met betrekking tot Europese overheden. In 2008 wantrouwde banken elkaar omdat zij grote afschrijvingen bij elkaar vreesden (met faillissementen als gevolg). Hierdoor droogde de interbancaire leenmarkt op en daarmee was er inderdaad sprake van een accuut liquiditeitsprobleem. Tegelijkertijd was er sprake van een solvabiliteitsprobleem. Maar door de wijze van ingrijpen door centrale banken en overheden werd dit verhult. Zij haalden alle conventionele en onconventionele middelen uit de kast om een systeemimplosie te voorkomen. Maar veel banken waren in 2008 insolvabel en omdat het hen werd toegestaan om boekhoudkundig verliezen te verhullen wordt de insolvabiliteit van Europese banken verhuld. In 2011 zijn zij nog steeds insolvabel. Immers, Europese banken moeten niet voor niets herkapitaliseren en dat moeten zij om afschrijvingen op verkeerde beleggingen en slechte (hypotheek)leningen te kunnen vangen. De verplichte herkapitalisatie is een manier om de toekomstige verliezen voor belastingbetalers te beperken.

    De suggestie dat Europese landen slechts een tijdelijk liquiditeitsprobleem hebben is complete larie. Het is een verkeerde voorstelling van zaken want het probleem van Europese overheden is dat zij een onhoudbaar fiscaal beleid hebben gevoerd en momenteel ondervinden dat zij geld moeten lenen om alle rekeningen te kunnen betalen. Landen moeten hun best doen om te voorkomen dat zij failliet gaan. Dat is voor Griekenland te laat want zij kan zeker haar schulden niet af betalen. Ierland en Portugal zouden nog onder het liquiditeitsprobleem geschoven kunnen worden, ware het niet dat de totale schuldenlast in beide landen eveneens een meervoud is van hun nationale economie.

    Zo is Ierland ten onder gegaan door de nationalisatie van Ierse banken die met een extreme hefboom een Ierse huizenmarktzeepbel mogelijk maakte. De Ierse banken hadden een gezamelijk balanstotaal dat acht keer de Ierse economie overtrof (zie afbeelding uit 2010)! Ierse banken waren extreem gehefboomde hedgefunds geworden die veel te veel financiële risico’s namen en zichzelf hebben opgeblazen. Ierland werd gedwongen om haar banken te nationaliseren om te voorkomen dat banken elders in Europa zouden omvallen. Die hadden Ierse banken aan miljarden van leningen voorzien. Ierland kreeg voor deze bailout miljarden aan leningen van Europa. Het gevolg was dat de staatsschuld omhoog schoot: van 24,9% van het BBP in 2007 naar 94% in 2010 (zie: Eurostat).

    Bron: Forbes

    Voor Portugal geldt iets soortgelijks, maar in Portugal zijn het de extreem hoge private en publieke schulden (die bovendien grotendeels exte gefinancierd zijn). De Portugese publieke schulden zijn met bijna 100% erg hoog. Maar Portugal kamt met een bijkomstig probleem en dat is dat de totale schuldenlast op 360% van het Portugese BBP ligt; een stuk hoger dan die van Griekenland. Datzelfde geldt ook voor Spanje met 366% (in 2009); zie de onderstaande grafiek.

    Een liquiditeitsprobleem is verkeerde voorstelling van zaken; Europa heeft een probleem met de solvabiliteit. Hoe DNB ook het invoeren van eurobonds brengt, men kan onmogelijk doen alsof het hier om een liquiditeitsprobleem gaat. Die suggestie is misleidend.

    DNB wil met dit schrijven anders doen geloven en is in de intellectuele boekenkast proletarisch gaan winkelen:

    De belangrijkste voorwaarde voor de invoering van eurobonds is een bewezen versterking van de begrotingsdiscipline, waarbij de staatsschuld in alle eurolanden eerst tot onder de 60% bbp moet zijn gedaald. Eurobonds zijn dan ook niet geschikt als crisisinstrument. Wel kan een geloofwaardig stappenplan voor de versterking van de begrotingsdiscipline met als sluitstuk invoering van eurobonds een dempend effect hebben op de huidige onrust.

    Eurobonds kunnen volgens DNB een dempend effect op de huidige onrust hebben, althans mits er wordt voldaan aan een geloofwaardig stappenplan. Op welke manier de financiële risico’s in het bankwezen en de risico’s bij overheden teruggebracht kunnen worden, wordt echter niet duidelijk. Daar is een reden voor, want er bestaat namelijk geen manier. Enkel een geloofwaardig plan dat in een complete herziening van de monetaire en financiële kaders (lees: juridische hervormingen van het eigendomsrecht) voorziet, zou dat kunnen. Dat betekent herstructureren. Het dempende effect waarvan DNB spreekt is eigenlijk niets anders dan een manier om de problemen van insolvabiliteit Europees vooruit te schuiven, zij het – met bepaalde hervormingen – een tempo lager.

    DNB vervolgt haar betoog met een korte uitleg van eurobonds:

    Onder eurobonds wordt hier verstaan centraal uitgegeven gemeenschappelijk gegarandeerde obligaties ter financiering van alle staatsschuld van de eurolanden. In die vorm kunnen eurobonds onder strikte voorwaarden de stabiliteit van de EMU versterken. Voorop staat dat een stabiele EMU ondenkbaar is zonder sterkere en meer afdwingbare waarborgen voor gezonde nationale overheidsfinanciën, inclusief de juiste prikkels voor het vergroten van het structurele groeivermogen en het tegengaan van macro-economische onevenwichtigheden. Ook wanneer daar aan voldaan is blijft het echter mogelijk dat onverwacht grote schokken in individuele landen tot marktonrust over de budgettaire gezondheid leiden. Regels kunnen immers nooit van tevoren alle problemen voorzien. Dit keer waren het de opbouw van onevenwichtigheden en een financiële crisis, maar een volgende keer is het wellicht een natuurramp waardoor één of meerdere eurolanden hun overheidsfinanciën onverwacht scherp zien verslechteren. Onrust over de budgettaire gezondheid van een land kan vervolgens een vicieuze cirkel in gang zetten, waarbij hogere rentes leiden tot een verslechtering van de budgettaire situatie, die weer tot hogere rentes leidt. Op die manier kan elk land uiteindelijk insolvabel worden, zelfs als de initiële verslechtering daar op zichzelf geen aanleiding toe gaf. In vergelijking met landen met een eigen munt hebben eurolanden minder beleidsinstrumenten om deze vicieuze cirkel zelfstandig te doorbreken. Ze hebben geen eigen monetair beleid en wisselkoers, zodat renteverlagingen en devaluaties geen (tijdelijke) verlichting kunnen bieden. Omdat marktpartijen weten dat alle eurolanden in dit opzicht kwetsbaar zijn, kan financiële onrust in één land snel overslaan naar andere (probleem)landen. Dit besmettingsrisico wordt verder versterkt door de vergaande verwevenheid van de financiële sector in de EMU.

    Het besmettingsgevaar dat volgens DNB het gevolg is van een tijdelijke liquiditeitsproblemen – iets dat door middel van het Europese noodfonds EFSF wordt opgevangen en wel door middel van miljarden aan leningen – is het gevolg van insolvabiliteit. Het gevolg en de oorzaak worden omgedraaid. De noodleningen zijn slechts een manier om een onvermijdelijke herstructurering dan wel geldpersfinanciering, uit te stellen. Hierbij geldt deze noodleningen in het geval dat zij niet terugbetaald worden, er eenzelfde lot dreigt voor de landen die via het EFSF deze leningen garanderen. Met andere woorden, het opvangen van dit zogenaamde liquiditeitsprobleem met de miljarden van het Europese noodfonds leidt tot het tegenovergestelde van hetgeen moet worden voorkomen: het verspreiden van een solvabiliteitsprobleem. Het EFSF vergroot het probleem.

    Het besmettingsgevaar is het gevolg van een volslagen onhoudbaar uitgavenpatroon van Europese overheden. De begrotingstekorten zijn structureel en de overheidsuitgaven als onderdeel van het BBP bedragen in Europa meer dan de helft (zie: Eurostat)! Wanneer overheden bezuinigen, dan krimpen de economieën en zodra een economie krimpt dan betekent het dat de schuldenlast zwaarder weegt en als gevolg hiervan nemen de problemen toe. Bovendien komt daar in Europa nog eens bij dat de pensioenen in vrijwel overal ongedekt zijn en uit de belastingpot moeten komen. Met andere woorden, binnenkort zijn we allemaal Grieken. Daar veranderen eurobonds op geen enkele wijze iets aan.

    Het gebruik van een mogelijke natuurramp is even zo goed misplaatst en misleidend. Dergelijke risico’s kunnen allereerst en grotendeels privaat opgevangen worden zoals dat nu ook het geval is. Daaaast kunnen dergelijke risico’s – indien het publieke belang daarbij gebaat is en het publiek bereid is om dit met belastinggeld te financieren – dan is er geen noodzaak tot publieke schulden. De macro-economische onevenwichtigheden zijn in tegenstelling tot natuurrampen het gevolg van het huidige financiële stelsel.

    Op dit moment wordt er voor gekozen deze problemen te bestrijden door via een Europees noodfonds liquiditeitssteun te verlenen. Door voorwaarden aan deze steun te verbinden kan worden afgedwongen dat landen die steun krijgen ook hervormen. Dit is nodig, omdat de huidige opzet van de eurozone niet in voldoende mogelijkheden voorziet om dit op andere manieren af te dwingen. Tegelijkertijd brengt deze aanpak ook onrust met zich mee. Periodiek rijst nu immers de vraag of aan de voorwaarden voor uitbetaling van een volgend deel van de lening is voldaan. Daaaast biedt een noodfonds een minder fundamentele oplossing voor het besmettingsgevaar dan eurobonds. Met een noodfonds wordt pas ingegrepen als de vicieuze cirkel al in gang is gezet, waarbij het besmettingsrisico niet volledig wordt weggenomen. Op termijn kan de introductie van eurobonds daarom een betere oplossing bieden voor de eerder beschreven instabiliteit van de eurozone dan de aanwezigheid van een noodfonds. Hiervoor moet echter wel aan een aantal strikte voorwaarden zijn voldaan.

    Met name een bewezen borging van de nationale begrotingsdiscipline is van groot belang. Als gevolg van de wederzijdse garanties en de afwezigheid van marktdiscipline verminderen eurobonds op zichzelf de prikkels voor gezond nationaal begrotingsbeleid. De huidige budgettaire problemen laten zien dat de prikkels voor gezond beleid bovendien ook in de afgelopen jaren al niet voldoende waren. Voordat eurobonds kunnen worden ingevoerd moet nationale begrotingsdiscipline dan ook aantoonbaar zijn gewaarborgd. De schuldquote moet minimaal tot de in het Europese Verdrag gestelde grens van 60% bbp zijn gedaald. Dit zorgt ervoor dat ook bij een forse verslechtering van de budgettaire situatie de kans dat de wederzijdse garanties moeten worden ingeroepen klein is. Ook draagt een lage schuld er aan bij dat in het geval dat de garanties toch zouden moeten worden ingeroepen het geloofwaardig is dat de overige landen dit kunnen dragen. Deze lagere schuldquote kan alleen worden bereikt en vastgehouden met onafhankelijke handhaving van de Europese begrotingsregels en verankering van deze regels in nationale wetten. Een onafhankelijke Europese autoriteit die in toenemende mate in kan grijpen in het budgettaire beleid van landen die de afspraken schenden is in dit opzicht essentieel. Hierin zou ook aandacht moeten zijn voor de opbouw van macro-economische onevenwichtigheden en het structurele groeivermogen van de eurolanden.

    Het is altijd wonderlijk waar bepaalde getallen vandaan komen. In dit geval gaat het om de ‘magische’ 60% publieke schuldquote. Waar komt die toch vandaan? Waarom ligt die niet 40% of 20%? Fundamenteler is de vraag waarom die niet 0% ligt? Is het niet zo dat publieke schulden het mogelijk maken dat politici meer kunnen uitgeven dan u eigenlijk wilt financieren?

    De geschiedenis heeft aangetoond dat zodra overheden dermate in de schulden zitten, zij die schulden niet aflossen. Ofwel door een herstructurering en afstempeling, dan wel door middel van de geldpers en inflatie. Dat stelde Adam Smith reeds in zijn tijd (exacte quote). De enige manier om te voorkomen dat overheden in de problemen komen is door hen grondwettelijk te verbieden om überhaupt schulden te maken. Want 10% wordt 20% en 60% wordt 85,6% zoals het Europese gemiddelde nu is. Het betekent dat het toestaan van publieke schulden een hellend vlak is en uiteindelijk leidt tot de historische conclusie zoals Adam Smith die conclusie in de 18e eeuw trok. Een grondwettelijk verbod op publieke schulden zou de politiek te allen tijde dwingen om toestemming te vragen om de uitgaven te vergroten en dat is een verzoek om belastingen te verhogen. Een eis tot een fiscaal 0-beleid waarbij uitgaven in balans zijn met inkomsten is de enige garantie die kan voorkomen dat overheden ooit failleren.

    DNB vervolgt met haar reflectie van eurobonds met een aanbeveling dat als er eurobonds komen, nationale schulduitgifte te verbieden. Brussel moet de hoogte van de uitgaven gaan dicteren. Maar of Brussel gedicteerd kan worden door de Europese belastingbetaler is voor DNB geen issue; dat is voor de politiek:

    Om de naleving van de begrotingsregels daadwerkelijk afdwingbaar te maken moet er tegelijkertijd met de introductie van eurobonds een (Europees en nationaal) wettelijk verbod komen op nationale schulduitgifte door eurolanden. De onafhankelijke autoriteit krijgt zo volledige controle over de schulduitgifte van een land, zodat de financiering van een notoire zondaar als ultieme sanctie kan worden begrensd. Met eurobonds is deze sanctie veel geloofwaardiger op te leggen dan nu, omdat i) landen alleen via de autoriteit toegang hebben tot financiering en ii) de (her)financiering van de bestaande schuld niet ter discussie staat. Het opgeven van de mogelijkheid tot nationale schulduitgifte lijkt een groot offer, maar in de praktijk zal het voor een land dat al zijn staatsschuld met eurobonds heeft gefinancierd toch al kostbaar zijn zelfstandig extra financiering te zoeken. De markt hiervoor is dan immers zeer illiquide. Bovendien laat een land door toegang tot de markt te zoeken blijken dat het zijn zaakjes niet op orde heeft, wat bij beleggers tot wantrouwen zou moeten leiden. Ten slotte blijkt uit de huidige crisis dat landen hoe dan ook hun markttoegang verliezen wanneer het mis gaat. Een volledig verbod dient dus slechts als extra slot op de deur.

    De moeizame toegang tot kapitaalmarkten wordt benadrukt, maar de introductie van de euro heeft aangetoond dat financiële markten ten tijde van economische groei – aangedreven door een excessieve geld- en kredietexpansie – risicozoekend zijn en in hun concurrentiestrijd voor hoge rentemarges de rentelasten van landen met een slecht fiscaal beleid toch toegang hebben tot grote kredieten tegen lage(re) rentes.

    Een complicatie is wel dat als een land als gevolg van het overtreden van de afspraken geen toegang tot nieuwe financiering krijgt, het gedurende die tijd ook geen steun kan verlenen aan systeemrelevante banken mocht dat nodig zijn. Dit kan het vertrouwen van de markt in het nationale bankwezen ondermijnen, waarmee dit bankwezen in financieringsproblemen kan komen. Om de eurobond-financiering als ultieme sanctie geloofwaardig te kunnen stopzetten, is een belangrijke voorwaarde dat er een Europees bankenvangnet (inclusief een Europees depositogarantiestelsel) wordt opgericht, wat ook Europees bancair toezicht vereist. Dit is overigens onderdeel van de visie van de Nederlandse regering op de toekomst van de EMU.
    Wanneer aan al deze randvoorwaarden is voldaan, is een potentieel voordeel van eurobonds dat ze de financieringskosten voor alle eurolanden verlagen.

    De voorwaarde van een maximale schuldquote voor overheden lijken een oplossing te zijn om problemen zoals nu te voorkomen. Wanneer de Spaanse situatie bekeken wordt, dan levert dat een heel ander beeld op. De Spaanse staatsschuld is geen reden tot “zorg”; die ligt nog steeds op een bescheiden niveau van 61% (2010). De Spaanse banken – met name de caja’s – zitten op een gigantische hypotheekportefeuille waarvan de onderliggende waarde is geïmplodeerd. Immers, de Spaanse huizenmarktzeepbel is uiteen gespat. Bovendien zitten de lokale overheden gigantisch in de problemen doordat zij inkomsten uit de caja’s waarvan zij veelal aandeelhouder van zijn mis, en hebben te kampen met afnemende inkomsten omdat de economie in het slop zit. Met een werkloosheid van boven de 20% en een jeugdwerkloosheid van bijna 50% en een insolvabel Spaans bankwezen is de Spaanse onzekerheid verklaart.

    Er ontstaat immers een veel grotere markt, waardoor de liquiditeitspremie met name voor kleinere landen omlaag gaat. De combinatie van bewezen nationale begrotingsdiscipline, lage schuldniveaus en wederzijdse garanties kan van eurobonds bovendien een zeer veilige belegging maken, wat de rente verder kan drukken. Hierdoor hoeven ook de financieringskosten van de huidige sterke landen niet toe te nemen, zodat een “transferunie” wordt voorkomen.

    Het is praktisch gezien niet mogelijk om op korte termijn aan al deze randvoorwaarden te voldoen. Eurobonds zijn hiermee alleen nuttig als sluitstuk van de EMU en niet als crisisinstrument. Wel kan een geloofwaardig uitzicht op strikte begrotingsdiscipline met als sluitstuk eurobonds een commitment signaleren van Europese regeringsleiders aan een stabiele EMU, wat kan bijdragen aan het verminderen van de huidige onrust. Hiervoor kan net als bij de oprichting van de EMU een stappenplan nuttig zijn, waarin voorafgaand aan de introductie van eurobonds eerst de noodzakelijke randvoorwaarden worden ingevuld.

  • Aflevering 11111 Griekse soap

     

    Van onze collega's bij de NOS:

    Bij het NOS-jouaal moet er toch nog even iets verduidelijkt worden. Er wordt alleen door banken op Griekse staatsobligaties afgeschreven. Officiële houders waaronder de ECB schrijven niet af op Grieks schuldpapier. Na een snelle berekening komt men dan uit op een afschrijving op de totale Griekse schuldenlast van 28%. Die beperkte afschrijving is veel Grieken niet hoog genoeg, want de Griekse staatsschuld blijft na de uitvoering van het Europese akkoord nog steeds op zo'n 120% van het krimpende Griekse bruto binnenlands product liggen. 

    De Grieken hebben ervaring met het failleren op schulden. Sinds 1800 heeft Griekenland de helft van de tijd haar extee schulden (schulden aan buitenlandse partijen) niet betaald. De Grieken worden wereldwijd gezien als democraten pur sang en mogen nu naar de stembus om te beslissen of Griekenland zich aan al haar tradities houdt. Premier Papandreou noemde een referendum de hoogste vorm van democratie en een vorm van patriotisme. Uit peilingen blijkt dat Grieken in meerderheid tegen de opgelegde bezuinigingen van de trojka van EU-IMF (en ECB) zijn. Ruim 60% van de Grieken zijn tegen.

    Reacties vanuit Europa zullen ongetwijfeld volgen en verwacht mag worden dat de Europese politiek klaar is met de Griekse opstelling. Terwijl Europa alles deed om haar eigen banken van de ondergang te redden door Griekenland van miljardenleningen te voorzien, gooit Griekenland opnieuw roet in het eten.

     

     

  • Dagelijkse kost 1 november 2011

     

    • Het afrekenmoment is nabij (Alexander Sassen van Elsloo; IEX)
    • Senaat wil studie naar hypotheekrenteaftrek (Nu.nl)
    • Fitch: groter risico op wanordelijke default (RTL-Z)
    • Sarkozy roept op tot noodbijeenkomst vanwege Grieks referendum (RTL-Z)

    Nog meer Griekenland..

    • Greeks threatened with power cuts if they fail to pay property tax (Guardian)
    • G-Pap's Referendum Bomb Was Secret Even From His Finance Minister (Zero Hedge)
    • Fury in Germany after Greek referendum call (Reuters)
    • The Papandreou plunge (FT Alphaville)
    • European Stocks Drop as Greece’s Govement Calls Referendum; Banks Tumble (Bloomberg)

    Het Trojaanse paard is in Griekenland – net zoals de stier op Wall Street – geveld..

    En er gebeurt nog veel meer..

    • Who Is Mario Draghi? (Wall Street Pit)
    • OECD cuts growth forecasts, urges G20 to act on eurozone (Telegraph)
    • Japan intervenes to tame soaring yen ahead of G20 (Reuters)
    • The Games of Banks and Govements (Acting Man)
    • Shocker: The More You Pay a Rating Agency, the More They Do Your Bidding! (FDL News Desk)
    • The Solyndra Story No One Knows: Top Investor Served In Kochs’ Cato Institute, Runs Americans Elect (Exiled Online)
    • Nobel Prize-Winning Economist: “War Is Widely Thought To Be Linked To Economic Good Times … NONSENSE” (Washington's Blog)
    • US Treasury Estimates It Will Have to Borrow More (CNBC)
       
  • Geen herstel Amerikaanse economie, het gebruik van voedselbonnen blijft stijgen

    Geen herstel Amerikaanse economie, het gebruik van voedselbonnen blijft stijgen

    De laatste cijfers van de maand augustus laten zien dat inmiddels 45,8 miljoen Amerikanen afhankelijk zijn van het 'Supplemental Nutrition Assistance Program', wat omgerekend ongeveer 14,7% van de totale Amerikaanse bevolking is (zie figuur 1). Ten opzichte van een maand eerder is dat een toename van 1,1%. Vergeleken met de maand augustus van 2010 zien we een toename van 8,1%. Ongeveer een kwart van de Amerikaanse kinderen is op dit moment (indirect) afhankelijk van het voedselprogramma.

    Als we verder teruggaan in de geschiedenis van Amerika zien we dat het gebruik van voedselbonnen nog niet eerder zo hoog is geweest als nu het geval is (zie figuur 2). Om een positieve draai te geven aan het verhaal: de stijging lijkt de laatste maanden enigzins af te vlakken. Toch gaat het nog steeds erg slecht, want volgens Zero Hedge heeft 40% van de kandidaten voor huisuitzetting de afgelopen twee jaar (!) al geen betaling meer verricht. Zelfs 72% van de mensen die met huisuitzetting bedreigd worden heeft de afgelopen twaalf maanden al geen betaling meer verricht.

    Langer werkloos

    Een andere indicator die laat zien dat deze crisis anders is dan eerdere crises is de tijd die mensen gemiddeld werkloos zijn. Inmiddels staat het gemiddelde op 40 weken werkloosheid, een verdubbeling ten opzichte van de vorige piek in 1983 (zie figuur 3). De snelle stijging van de grafiek laat zien dat er nog veel te weinig nieuwe banen worden gecreeërd om de werkloosheid op te vangen.

    Figuur 1: Gebruik voedselbonnen blijft maar stijgen

    Figuur 2: Het gebruik van voedselbonnen is sinds 1969 nog niet eerder zo hoog geweest als nu

    Figuur 3: De gemiddelde duur van de werkloosheid in Amerika staat inmiddels op 40 weken

  • James Turk praat met Adam Fergusson over het fenomeen hyperinflatie

    Adam Fergusson behandelt in zijn boek 'When Money Dies' (klik hier voor een PDF van het boek) het fenomeen hyperinflatie in de Weimarrepubliek, waar het geld in 1923 in een relatief kort tijdsbestek volledig waardeloos werd. De destructie van het geldsysteem resulteerden in een hoge werkloosheid, chaos, sociale onrust, voedselrellen, corruptie en ruilhandel. Nadat de middenklasse was weggevaagd door de hyperinflatie kregen politiek extremisten voet aan de grond, met als gevolg het trauma van WO II. De combinatie van herstelbetalingen na de Eerste Wereldoorlog (in de vorm van gouden munten en grondstoffen) en ongedisciplineerd monetair beleid kan worden gezien als de oorzaak voor de hoge inflatie, die uiteindelijk omsloeg in een verwoestende hyperinflatie. Fergusson beschrijft in zijn boek welke impact de hyperinflatie had op verschillende groepen in de maatschappij en hoe mensen met een zeer hoge schuldenlast profiteerden van de geldontwaarding. Een voorbeeld hiervan waren grote bedrijven, die in aanloop naar de hyperinflatie heel erg veel geld konden lenen tegen zeer lage rentes. De beleidsmakers hoopten dat een versoepeling van de kredietverstrekking de werkgelegenheid en economische groei zouden stimuleren.

    In het interview wordt dit onderwerp nog eens ter sprake gebracht, maar ook wordt de vertaalslag gemaakt naar de huidige situatie. Met de stimuleringsmaatregelen van de verschillende overheden (gefinancierd met nieuwe schulden) en centrale banken lijken we weer af te stevenen op een tijdperk van zeer hoge inflatie. James Turk en Adam Fergusson zijn het erover eens dat de Westerse overheden inmiddels zo diep in de schulden zitten dat het weginflateren van de staatsschuld de enige politiek aanvaardbare optie is, met alle gevolgen van dien voor de waarde van spaartegoeden en pensioenen. Fergusson merkt op dat inflatie pas kan omslaan in hyperinflatie als de omloopsnelheid van het geld omhoog gaat en de vraag naar het geld afneemt. Als het vertrouwen onder de bevolking wegvalt wordt het geld een soort hete aardappel, die iedereen het liefste zo snel mogelijk inruilt voor iets van echte waarde. Volgens Fergusson kan het verrassend lang duren voordat de situatie uit de hand loopt en hoge inflatie omslaat in hyperinflatie. Hij wijst daarbij op het gegeven dat de Duitse bevolking tijdens de Eerste Wereldoorlog vertrouwen bleef houden in de munt, terwijl die toen al aan hevige inflatie onderhevig was en het heel duidelijk was dat er een valutacrisis in de maak was.

    Volgens Fergusson zijn centrale bankiers zich er heel goed van bewust hoe schadelijk 'monetair verruimen' is, maar staan ze vaak onder politieke druk om de geldpers aan te zetten. Politici willen graag herkozen worden en de zachte hand van inflateren werkt daarvoor nou eenmaal beter dan de 'harde bezuinigingen', terwijl het eindresultaat hetzelfde is. Fergusson acht het minder waarschijnlijk dat we nu weer in een soortgelijke crisis komen als de Weimarrepubliek in 1923. De economische en politieke structuur is verfijnder dan toen en ook kennen we vandaag de dag niet de herstelbetalingen die Weimar Duitsland toen moest betalen. De onderstaande video duurt ongeveer 35 minuten en is absoluut het kijken waard.

  • Obligatieveiling voor EFSF loopt in de soep: minder geld opgehaald

    Obligatieveiling voor EFSF loopt in de soep: minder geld opgehaald

    Minder dan €5 miljard opgehaald tegen slechtere voorwaarden

    Zo verwacht men van de geplande €5 miljard slechts €3 miljard aan obligaties op de markt te brengen, voor 40% van het bedrag was geen koper te vinden. Daaaast moest het EFSF genoegen nemen met een veel kortere looptijd dan gepland, namelijk 10 in plaats van 15 jaar. Blijkbaar zijn beleggers minder bereid hun geld langer aan het EFSF uit te lenen. De nieuwe 10-jaars leningen van het EFSF gaan naar verwachting ook tegen een hogere rentevergoeding van de hand.

    Naar verwachting worden de obligaties woensdag uitgegeven, waarbij men op dit moment rekening houdt met een rentevergoeding van 3,30%. Dat is een premie van 130 basispunten ten opzichte van een Duitse 10-jaars staatsobligatie, die wordt gezien als benchmark voor de Europese obligatiemarkt. Zowel Duitsland als het EFSF kent de hoogste 'Triple A' rating, maar toch maken beleggers een onderscheid tussen de twee. De hogere rentevergoeding op de EFSF obligaties impliceert dat beleggers rekening houden met een iets hoger risico op wanbetaling. Niet alleen betaalt het EFSF een flinke premie boven Duitsland, ook is de premie groter geworden ten opzichte van de vorige obligatieveiling. Toen kon het EFSF middels 10-jaars obligaties geld ophalen tegen ongeveer 2,6%, destijds een premie van 70 basispunten boven het Duitse 10-jaars papier.

    De hogere rentevergoeding die het EFSF moet betalen voor de nieuwste obligaties hangt direct samen met een afnemende vraag uit China en Japan. Eerder dit jaar waren beleggers uit deze twee landen grote afnemers van de EFSF-obligaties. Naar verwachting zullen de banken Barclays Capital, Crédit Agricole en JPMorgan de grootste afnemers zijn van de nieuwe leningen van het Europese noodfonds.

    Het is bijna niet voor te stellen hoe het EFSF de geplande €1000 miljard moet gaan ophalen nu ze al problemen ondervinden met het slijten van slechts €5 miljard aan langlopende leningen. Het gebrek aan vertrouwen in de markten beperkt zich niet alleen tot de obligatiemarkt, want ook de aandelen van grote Franse banken moesten het vandaag bekopen. De koersen gingen maandag flink omlaag bij Société Générale (-9,8%), BNP Paribas (-9,6%) en Credit Agricole (-7,8%). De Franse CAC40 index ging mede hierdoor met een verlies van 3,16% de dag uit.

    Het noodfonds van €1000 miljard moet de redding worden voor Europa

  • Crisis in beeld en grafiek (31/10/11)

    Hieronder een suggestie om vanavond de mensen het stuipen op het lijf te jagen.

     
    Tijdens de eurotop van afgelopen week werd onder andere besloten dat  het Europese noodfonds (EFSF) zal worden verhoogd en Europese banken 50% van hun Griekse leningen moeten afschrijven. Daaaast moeten Spanje en Italië drastisch hervormen en bezuinigen om hun staatsschuld onder controle te krijgen. 

    Na afloop van de eurotop steeg in Europa en Italië de druk op de regering van Berlusconi. Umberto Bossi, de Italiaanse minister van hervormingen en leider van Lega Nord, zei zelfs dat de kans bestaat dat de regering van Berlusconi valt over voorstellen om de pensioenleeftijd te verhogen. De verhoging van de pensioenleeftijd maakt deel uit van de hervormingsplannen. Berlusconi reageerde doodleuk door te stellen dat hij de enige persoon is die de nodige bezuinigingen voor elkaar kan krijgen. “Alleen ik en mijn regering kunnen de komende 18 maanden de nodige hervormingen voor elkaar krijgen, daarom is het geen optie dat ik een stap opzij zet”.


    Suggestie voor een onderschrift? Voelt u zich vrij om te reageren..

     
    De onderstaande tabel werd gepubliceerd door kredietbeoordelaar Moody’s. Het is een weergave van de blootstelling van de Europese landen aan landen die niet kunnen rekenen op de hoogste kredietwaardigheid (AAA). Welke landen hebben de grootste blootstelling? Spanje en Italië…..


     

     
  • Afscheid van ‘Mr. Prijsstabiliteit’ Jean-Claude Trichet

    Jean-Claude Trichet kreeg in zijn laatste interview als president van de Europese Centrale Bank (ECB) een soortgelijke vraag voorgelegd als Ben Beanke in juli eerder dit jaar. Toen Ron Paul Beanke de vraag stelde of goud geld is, antwoordde Beanke met nee. Jean-Claude Trichet die in het interview weer eens benadrukte dat de ECB erg succesvol is in haar mandaat van prijsstabiliteit, kreeg een soortgelijke vraag.

    Via de ECB (en vertaald):

    U heeft de laatste 40 jaar in de publieke sector gewerkt op het gebied van monetaire beleid – eerst in Parijs voor Frankrijk, en nu in Frankfurt voor het eurogebied. Kunt u ons iets vertellen: wat is geld, wat is de aard van geld?

    “Geld heeft een essentiële functie. Het fungeert als een middel om waarde op te slaan, het is een ruilmiddel en het stelt mensen in staat om de prijs van alles mee uit te rekenen. Geld is een onlosmakelijk onderdeel van de beschaving, omdat het arbeidsdeling mogelijk maakt. Het is dankzij geld dat steden kunnen bestaan. Ik zou geld vergelijken met een ​​gedicht, want een gedicht behoudt altijd zijn structuur, net zoals een gouden munt altijd de beeltenis behoudt die erop is gezet. Eenmaal gevormd – schriftelijk of geslagen – kunnen of mogen deze twee dingen niet veranderd worden. Goethe heeft nadrukkelijk nagedacht over dit probleem op, zoals je kunt lezen in [Goethe's] “Faust”.”

    Trichet zegt het niet heel expliciet, maar met zijn antwoord benadrukt hij de monetaire betekenis van goud. De verwijzing naar Goethe's Faust maakt het antwoord van Jean-Claude Trichet des te intrigerender. Goethe's Faust gaat over de weddenschap tussen de duivel en god, over de ziel van Faust. Het verhaal is (deels) gebaseerd op het bijbelse verhaal van Job en gaat naast andere thema's in op de wijze waarop Mephistopheles (de duivel) die samen met Faust optrekt, de keizer op het idee brengt om de tekorten die zijn ontstaan als gevolg van excessieve uitgaven te gaan financieren met papieren claims op goud. Uiteraard blijkt dat niet zonder gevaren te zijn.