Jean-Claude Trichet kreeg in zijn laatste interview als president van de Europese Centrale Bank (ECB) een soortgelijke vraag voorgelegd als Ben Beanke in juli eerder dit jaar. Toen Ron Paul Beanke de vraag stelde of goud geld is, antwoordde Beanke met nee. Jean-Claude Trichet die in het interview weer eens benadrukte dat de ECB erg succesvol is in haar mandaat van prijsstabiliteit, kreeg een soortgelijke vraag.

Via de ECB (en vertaald):

U heeft de laatste 40 jaar in de publieke sector gewerkt op het gebied van monetaire beleid – eerst in Parijs voor Frankrijk, en nu in Frankfurt voor het eurogebied. Kunt u ons iets vertellen: wat is geld, wat is de aard van geld?

“Geld heeft een essentiële functie. Het fungeert als een middel om waarde op te slaan, het is een ruilmiddel en het stelt mensen in staat om de prijs van alles mee uit te rekenen. Geld is een onlosmakelijk onderdeel van de beschaving, omdat het arbeidsdeling mogelijk maakt. Het is dankzij geld dat steden kunnen bestaan. Ik zou geld vergelijken met een ​​gedicht, want een gedicht behoudt altijd zijn structuur, net zoals een gouden munt altijd de beeltenis behoudt die erop is gezet. Eenmaal gevormd – schriftelijk of geslagen – kunnen of mogen deze twee dingen niet veranderd worden. Goethe heeft nadrukkelijk nagedacht over dit probleem op, zoals je kunt lezen in [Goethe's] “Faust”.”

Trichet zegt het niet heel expliciet, maar met zijn antwoord benadrukt hij de monetaire betekenis van goud. De verwijzing naar Goethe's Faust maakt het antwoord van Jean-Claude Trichet des te intrigerender. Goethe's Faust gaat over de weddenschap tussen de duivel en god, over de ziel van Faust. Het verhaal is (deels) gebaseerd op het bijbelse verhaal van Job en gaat naast andere thema's in op de wijze waarop Mephistopheles (de duivel) die samen met Faust optrekt, de keizer op het idee brengt om de tekorten die zijn ontstaan als gevolg van excessieve uitgaven te gaan financieren met papieren claims op goud. Uiteraard blijkt dat niet zonder gevaren te zijn.