Blog

  • Trichet: “Voordeel Verenigde Staten in huidige geldsysteem is pervers”

    Het dieptepunt van de kredietcrisis ligt al bijna tien jaar achter ons. Niet verwonderlijk dat er veel wordt teruggeblikt op die tijd. Op 24 april werd in De Balie in Amsterdam de documentaire ‘De achtste dag’ vertoond. Het is een tijdsdocument over de redding van Fortis – een week na de val van Lehman Brothers in september 2008 – met in de hoofdrol de beslissers op dat moment, waaronder voormalig president van de ECB, Jean-Claude Trichet.

    Wat opvalt is dat het bij deze terugblikken meestal gaat over de crisis zelf en de nasleep ervan. Over de oorzaak wordt vrijwel nooit gesproken, hoewel dit misschien veel belangrijker is als we in de toekomst willen voorkomen dat we nogmaals zo in de problemen komen. Tijdens deze bijeenkomst kon ik de Trichet in een vraag en antwoord sessie een vraag stellen. Niet over de crisis en de nasleep, maar juist over de oorzaak van de kredietcrisis. Ik stelde daarom de volgende vraag aan Trichet:

    Sander Boon: “Is het niet de monetaire zonde van het Westen, de ‘Monetary Sin Of The West’ (1) om overheden in staat te stellen onevenwichtigheden in de betalingsbalans (2) te injecteren in het financiële systeem, en daarmee tegelijkertijd kredietbubbels te creëren in de Verenigde Staten, Europa en Azië?

    Staatsobligaties worden in dit systeem net als goud behandeld als risicovrij kapitaal en fungeren als onderpand in de repo markt in combinatie met de eurodollarmarkt, de wholesale offshore eurodollar market. Hierdoor kan het financiële systeem uit het niets krediet creëren. Terug naar mijn vraag, is het niet de originele ‘Sin of the West’ (zie voetnoot) waar dit allemaal mee begonnen is?”

    De vraag en antwoordsessie met Trichet is in zijn geheel opgenomen. Het antwoord op deze vraag begint in de volgende video op 54:30. Voor het gemak hebben we de woorden van Trichet voor u uitgeschreven en vertaald. Deze vertaling staat onder de video.

    Jean-Claude Trichet: “Dit is, zoals ik eerder al zei, het idee dat je permanente tekorten kunt hebben, zowel binnenlandse fiscale tekorten als tekorten op de betalingsbalans, dat is iets wat normaal is geworden in landen die op een gegeven moment een wereldmunt hadden en die gebruikt wordt om zichzelf heel makkelijk permanent te financieren.

    Er wordt geen externe beperking gevoeld in de Verenigde Staten van Amerika, niet door de overheid, het parlement en economen. Ze denken dat het vanzelfsprekend is dat ze gefinancierd zullen worden door de rest van de wereld. En tot op de dag van vandaag werkt dat en dat zou nog een hele lange periode zo kunnen functioneren, rekening houdend met de liquiditeit en de diepte van de Amerikaanse financiële markten. Dus ik zie jouw punt als iets wat zeer belangrijk is. En het is waar dat wanneer je zegt dat je schulden kunt blijven accumuleren, en dat de instrumenten die die schuld vertegenwoordigen – de obligaties en dergelijke – zonder enig risico zijn, en dat de toezichthouder ervan uit kan gaan dat er geen risico is… dat dat pervers is. Ik ben het daarover met je eens.

    Ik kan mezelf observeren dat op het moment van die transitie, toen de financiële private crisis waar de film over gaat, overging in een soevereine schuldencrisis, dat deze zich in het begin niet zo concentreerde op de Europese landen in kwestie, Griekenland, Portugal, Ierland, Spanje, maar dat het meer algemeen was. Ik kan me uit die tijd nog herinneren dat sommige investeerders publiekelijk zeiden dat ze niet meer in Amerikaanse staatsobligaties belegden, omdat ze er geen vertrouwen meer in hadden.

    Je kon zien dat, nadat ze dramatisch getest waren op hun intelligentie in de private markt, er nu ook een aantal investeerders waren die zich afvroegen of het wel juist was om erop te vertrouwen dat overheden altijd kredietwaardig zijn. Dat ze altijd per definitie Triple A zijn. En daarna bleek dat de aandacht van investeerders zich concentreerde op die landen was die ik al genoemd heb en zeker niet op de grote…

    Misschien dat het feit dat er een massief opkoopprogramma van staatsobligaties werd uitgevoerd door alle grote centrale banken een rol speelde in het overtuigen van beleggers en spaarders dat deze altijd liquide zouden blijven en dat ze permanent Triple A zouden blijven. Desalniettemin hebben kredietbeoordelaars de Amerikaanse staatsschuld afgewaardeerd. Dat was in die tijd echt dramatisch toen de eerste afwaardering kwam. We zagen toen ook afwaarderingen in Japan en in het Verenigd Koninkrijk.

    Ik verwacht dat als de tijd zover is, dat er dan wellicht meer zal worden stilgestaan bij de vraag of het wel of niet gepast is om ervan uit te gaan dat bepaalde landen per definitie veilig of excellent zijn. Ik denk dat je daar een goed punt hebt.

    Maar hoe dan ook, we zitten in een transitiefase. Ik heb er echt vertrouwen in dat – zoals ik zei leven we in een gevaarlijke wereld – het erg belangrijk is dat we hard werken om dit te corrigeren.”

    Nawoord

    Al eerder was het me opgevallen dat voormalig Europese centrale bankiers in privé correspondentie of conversaties opmerkelijk meer anti-Amerikaans zijn dan onze politici. De reden hiervoor is natuurlijk dat zij weten wat de financiële consequenties op de langere termijn zijn van de monetaire keuzes die de Amerikanen de afgelopen decennia hebben gemaakt, consequenties die de politici in hun dagelijkse praktijk minder raken (behalve bij een grote financiële crisis als de kredietcrisis).

    Politici zijn waarschijnlijk ook minder kritisch op de VS omdat ze zelf kunnen profiteren van de mogelijkheid van uitbundig krediet sinds het gebruik van staatsobligaties als substituut voor goud. En er speelt natuurlijk een geopolitiek motief: de Verenigde Staten zijn de politieman van de (Westerse) wereld.

    Centrale bankiers hebben geen politiek mandaat en koesteren hun onafhankelijkheid. Daarom houden ze zich doorgaans op de vlakte. Vlak na de kredietcrisis was het de Chinese centrale bankier Zhou Xiaochuan die als enige kritiek had op deze situatie en de vinger op de zere plek legde (3).

    Hij gaf aan dat de crisis voor een belangrijk deel te wijten was aan het feit dat er wereldwijd bij financiële en handelstransacties gebruik wordt gemaakt van een nationale munt (de Amerikaanse dollar), waardoor ongewenste financiële instabiliteit wordt gecreëerd. Zhou stelde zo snel als mogelijk af te willen van deze situatie. Negen jaar later zitten we echter nog altijd in het zelfde schuitje.

    Voetnoten:

    1. The Monetary Sin of the West (1972) is een boek van de Franse econoom Jacques Rueff, landgenoot van Jean-Claude Trichet. Het gaat over de gevaren rondom het verlaten van een goudstandaard.
    2. The Balance of Payments (1967) verscheen een paar jaar eerder en beschrijft in hoofdlijnen dezelfde problematiek van een geldsysteem waarin de handelsbalans niet met goud vereffend wordt.
    3. In 2009 schreef de toenmalige gouverneur van de Chinese centrale bank Zhou Xiaochuan in het artikel ‘Reform the international monetary system‘ over de weeffouten in het huidige internationale monetaire systeem.

    Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines

  • Marktwaarde Deutsche Bank zakt verder weg

    Beleggers verliezen hun vertrouwen in Deutsche Bank, want de waarde van het aandeel zakt langzaam maar zeker terug naar het dieptepunt van september 2016. Op het moment van schrijven betaal je nog maar €11,37 voor een aandeel, wat betekent dat het bedrijf op dit moment een marktwaarde heeft van ongeveer €24,3 miljard. Daarmee staat de grootste bank van Duitsland op plek 95 in de wereldwijde ranglijst van grootste banken, gerangschikt naar de actuele marktwaarde.

    De problemen bij Deutsche Bank komen voort uit een reeks van schandalen, waaronder het manipuleren van de goudprijs en de zilverprijs, het manipuleren van de Libor rente en het doorverkopen van dubieuze hypotheekleningen aan beleggingsfondsen en pensioenfondsen. Deze miljardenboetes drukte niet alleen op de bedrijfsresultaten, ook deden ze de reputatie van de bank geen goed. Het aandeel van de bank ging in 2016 zelfs zo hard omlaag dat ze samen met Credit Suisse van de Stoxx Europe 50 index werd geschrapt.

    Deutsche Bank zakt weg op ranglijst van grootste banken (Via Holger Schaepitz)

    Deutsche Bank nog steeds in moeilijkheden

    In april kreeg met bedrijf een nieuwe directeur en ging ook het management op de schop, maar dat heeft beleggers nog niet weten te overtuigen. Kredietanalisten maken zich zorgen over de strategische uitdagingen die de bank te wachten staan. Voor kredietbeoordelaar Moody’s was er zelfs genoeg reden om de bank een negatieve outlook te geven.

    Vorige week rapporteerde Deutsche Bank een 79% lagere winst over het eerste kwartaal van dit jaar en maakte de bank haar plannen bekend om zich meer te richten op de Europese markt en haar activiteiten in de Verenigde Staten en Azië terug te brengen. Ook wil de bank opnieuw flink snijden in het personeelsbestand om focus aan te brengen en de winstgevendheid te verbeteren.

    De neergang van Deutsche Bank (Bron: Statista)

    Volg Marketupdate nu ook via Telegram

  • Herstel economie is minder robuust dan we allemaal hopen

    Het gaat goed met de wereldeconomie. Alhoewel de groei niet zo sterk is als in de periode 2003-2007 oogt het toch allemaal goed en mooi. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft de feestvreugde nog verhoogd door de mooiste voorspellingen voor 2018 en 2019 neer te schrijven sinds het uitbreken van de crisis en dat is alweer tien jaar geleden. Toch is het verstandig het herstel met de nodige omzichtigheid te bezien.

    Laten we met het goede nieuws beginnen. In zijn laatste World Economic Outlook heeft het IMF zijn voorspellingen voor de groei in de wereld in dit jaar met 0,2% verhoogd. Vooral de groei in de ontwikkelde landen is fors opwaarts bijgesteld en wel met 0,5 procentpunt voor 2018 en 0,4 procentpunt voor 2019. Ondanks al het protectionistisch tromgeroffel blijft ook de wereldhandel goed gaan. De groei voor 2018 is met 1,1 procentpunt opwaarts bijgesteld en voor 2018 bedraagt de bijstelling 0,8 procentpunt.

    Ruim monetair beleid

    We hebben al dit goede nieuws aan twee doorslaggevende factoren te danken. De eerste is dat het gevoerde beleid nog steeds zeer ondersteund is. De korte rente in de VS zal ook dit jaar verder omhooggaan, maar je kunt het monetair beleid niet echt verkrappend noemen. De rente zal waarschijnlijk tot 2021 niet boven 3% uitstijgen. Er is bijna niemand die op de korte termijn een serieus opleven van de (loon)inflatie verwacht. Alle andere belangrijke economieën in de wereld zijn op zijn best nog aan het nadenken over een afbouw van de verruimingsprogramma’s. Een renteverhoging ligt nog verder weg in de tijd.

    De tweede factor van belang is de grote belastinghervorming in de Verenigde Staten. Daar hangt overigens nu al een forse rekening aan. The Congressional Budget Office verwacht dat het overheidstekort tussen 2019 – 2027 pakweg 5% zal bedragen. De aanpak van Trump in een economie met nagenoeg volledige werkgelegenheid doet denken aan de vergelijkbare aanpak aan het einde van de jaren zestig en begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Dat liep toen slecht af.

    Beide bovengenoemde factoren kunnen met een beetje geluk voor de korte termijn resulteren in een sterke groei van de investeringen en de consumptie. Hogere investeringen kunnen de productiviteit verhogen en daarmee de kans op (loon)inflatie verkleinen. Daar staat tegenover dat het huidige politieke klimaat steeds onvoorspelbaarder wordt. Een grotere volatiliteit op de internationale financiële markten kan het opbloeiend optimisme verzwakken en daarmee ook een hogere vraag van consumenten. De zwakke plek is en blijft de eurozone, waar de groei alweer lijkt af te nemen.

    Langere termijn

    Voor de langere termijn lijken negatieve factoren de overhand te krijgen. Het IMF wijst daarbij op de hoge verschuldiging van overheden en bedrijven. Ook prijzen van een reeks van assets zijn te hoog. Het IMF wijst er nadrukkelijk op dat kredietrisico’s beheersbaar zijn zolang de groei sterk is en de leenkosten laag. Maar wat gebeurt er als de inflatie toch sneller oploopt dan verwacht, of dat centrale banken sneller gaan verkrappen dan gehoopt. Onder dit soort omstandigheden zou het schuldenprobleem weer de kop opsteken, met alle mogelijke desastreuze gevolgen van dien.

    De grootste bedreiging van de goede gang van zaken vormen echter de groeiende spanningen tussen de twee belangrijkste economische machten van dit moment, de VS en China. Een gedeeltelijke verklaring voor die oplopende spanningen moeten we waarschijnlijk zoeken in de ontwikkeling van de arbeidsmarkt in de ontwikkelde wereld. Tussen 2008 – 2016 is het aandeel van mannen op de arbeidsmarkt steeds verder teruggelopen. Dat van vrouwen daarentegen is gestegen, behalve in de Verenigde Staten. De arbeidsmarkt in dat land functioneert op zijn best zeer gebrekkig. De tegenstellingen beginnen daar geleidelijk op te lopen en dat moet op den duur misgaan.

    Tien jaar geleden brak er een crisis binnen het systeem uit. Beleidsmakers verhinderden dat het een systeemcrisis werd. Met een beetje pech gaat dat nu wel gebeuren. Het huidig tijdsgewricht is er een van politieke en economische fragiliteit.

    Cor Wijtvliet

    corwijtvliet-logo

    Deze bijdrage is afkomstig van www.corwijtvliet.nl

    Tot slot:

    • Hebt u opmerkingen en/of vragen? Mail ze gerust aan: [email protected]
    • Of via mijn twitteraccount: @wijtvliet
    • Voor meer door mij geschreven artikelen bezoekt u mijn website: www.corwijtvliet.nl
    • Of bezoek www.Beurshalte.nl      
    • Ontvangt u het Cor Wijtvliet Journaal niet rechtstreeks? Abonneert u zich dan hier!

    Deze column verscheen eerder in het CorWijtvlietJournaal en wordt u gratis aangeboden door Marketupdate. Vindt u deze columns interessant, dan kunt voor €25 per jaar donateur worden van het CorWijtvlietJournaal. Ook kunt u een geheel vrijwillige bijdrage overmaken naar NL14RABO0156073676, ten name van Wijtvliet Research.

    Donateurs krijgen niet alleen zonder vertraging het CorWijtvlietJournaal in hun mailbox, maar kunnen ook rekenen op een wekelijkse extra nieuwsbrief met vijf beleggingstips van Cor Wijtvliet. Neem voor meer informatie contact op met Cor Wijtvliet via het hierboven genoemde mailadres.

  • Rusland kocht in maart 300.000 troy ounce goud

    De centrale bank van Rusland heeft in maart 300.000 troy ounce goud aan haar reserves toegevoegd. Daarmee stijgt de totale omvang van haar goudvoorraad naar ongeveer 1.990 ton, wat tegen de huidige goudprijs een marktwaarde van ruim $80 miljard vertegenwoordigt. Samen met de aankopen van januari en februari heeft de centrale bank dit jaar al 50 ton aan haar reserves toegevoegd. Dat is vergelijkbaar met het tempo waarin ze de afgelopen drie jaar haar voorraad uitbreidde.

    Door een daling van de goudprijs in dollars is de totale waarde van het goud op de balans licht gedaald, maar nog steeds is het edelmetaal goed voor 17,5% van de totale reserves. Ter vergelijking, toen de financiële crisis in 2008 uitbrak had de centrale bank slechts 2,5% van haar reserves in edelmetalen. Sindsdien heeft Rusland meer dan 1.300 ton aan haar voorraad toegevoegd. Sinds 2014 zijn de aankopen in een hogere versnelling gezet, mogelijk vanwege de economische sancties van het Westen.

    Rusland blijft goud kopen

    Rusland ziet het edelmetaal als een 100% bescherming tegen politiek risico, omdat het niet onderworpen kan worden aan economische sancties. Ook is het een bescherming tegen een waardedaling van de valutareserves of tegen een waardedaling van de eigen munt. Sinds 2006 waardeert de centrale bank het edelmetaal tegen de marktprijs, wat betekent dat de waarde van deze reserve toeneemt naarmate de goudprijs stijgt. Op die manier kan ze een waardedaling van de valutareserves opvangen.

    De laatste jaren hebben verschillende centrale banken edelmetaal gekocht of dichter bij huis gebracht. Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Turkije haalden de laatste jaren een deel van hun goudvoorraad weg uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, terwijl China en Rusland de laatste jaren honderden tonnen goud kopen als vorm van diversificatie. Rusland bewaart voor zover wij weten haar hele voorraad in eigen land, in een kluis waarvan recent nog foto’s naar buiten werden gebracht.

    Rusland voegde in maart 300.000 troy ounce aan reserves toe

    Rusland koopt sinds 2006 goud bij

  • Dollar stijgt, Amerikaanse rente weer onder de 3%

    De koers van de dollar steeg weer en brak door de bodem van zijn recente bandbreedte ten opzichte van de euro. Het is lastig om één enkele oorzaak voor deze beweging aan te wijzen. De opwaartse verrassingen bij de ‘second-tier’ economische cijfers uit de VS leken voldoende om slapende korte posities wakker te laten schrikken en de dollar omhoog te jagen ten opzichte van elke G10-valuta en de valuta van de opkomende markten. De Turkse lira vormde een eigenzinnige uitzondering op deze bewegingen: deze munt eindigde de week bovenaan de ranglijsten na een grote renteverhoging door de Turkse centrale bank.

    Aankomende week is er veel te beleven; we krijgen zowel economisch als beleidsmatig nieuws. Naast de bijeenkomst van de Federal Reserve, die woensdag plaatsvindt, zijn er ook bijeenkomsten van centrale banken in Australië (dinsdag) en Noorwegen (donderdag). De belangrijke gegevens verschijnen deze week op donderdag: de flash-inflatie voor de eurozone in april en het maandelijkse banenrapport uit de VS. Hieronder de belangrijkste valuta in detail.

    Euro

    Op de ECB-bijeenkomst in april van vorige week bleek helemaal niets te beleven te zijn. Zowel de Raad van Bestuur als voorzitter Draghi deden hun uiterste best om geen nieuwe informatie te geven over hun verwachtingen ten aanzien van de rente. De verklaring was in feite een kopie van die van de vorige bijeenkomst en er werden geen prognoses gegeven. De flash PMI-indicatoren voor zakelijke activiteit in april lieten in de kern ook geen verandering zien ten opzichte van de vorige maand. Hierdoor was de euro overgeleverd aan de angst voor hogere rentes in de VS.

    De lange posities die handelaren nog steeds massaal in de munt hebben, werden verder afgebouwd. Dit bracht de koers van de gemeenschappelijke munt onder de bandbreedte die hij in de afgelopen weken had.

    Britse pond

    De verwachting dat de Bank of England in mei de rente gaat verhogen werden vorige week grotendeels gedempt door een zwak eerste rapport over de groei van het bbp in het eerste kwartaal. De jaargroei daalde van 1,4% in het vorige kwartaal naar 1,2%, het laagste percentage van de belangrijke economische gebieden.

    Dit eerste rapport geeft nog niet zoveel informatie, maar toch verwachten wij dat de zwakte tijdelijk is en deze in het volgende kwartaal volledig verdwenen zal zijn. Daarom denken wij dat de recente depreciatie van het Britse pond overdreven is en verwachten wij een opleving van deze munt, vooral tegenover de euro.

    Amerikaanse dollar

    De meeste economische indicatoren die vorige week in de VS verschenen, brachten opwaartse verrassingen. De belangrijkste was de groei van het bbp in het eerste kwartaal, die op jaarbasis met 2,3% toenam. Hoewel de rendementen van Amerikaanse tienjarige staatsobligaties niet boven de 3% bleven, bleven de dollar shorts hun posities afdekken en steunden ze de koers van de dollar, die boven zijn recente bandbreedtes uitsteeg.

    De opwaartse druk op de greenback zal deze week waarschijnlijk niet afnemen. Wij verwachten dat het FOMC haar boodschap van de vorige bijeenkomst, namelijk dat een combinatie van sterke economische cijfers en fiscale stimuleringsmaatregelen nog steeds borg staat voor hogere rentes, zal herhalen. Ook het payroll report zal vrijdag waarschijnlijk goed nieuws brengen voor de banengroei en de loongroei.

    Door: Enrique Díaz-Álvarez (Ebury)

    Enrique Diaz-Alvarez is chief risk officer en staat aan het hoofd van het analistenteam van Ebury in New York. Vanwege zijn gedrevenheid, passie en gedegen kennis, wordt Enrique door Bloomberg erkend als een van de meest accurate voorspellers van de marktbewegingen.

    Over Ebury:

    Ebury maakt internationale markten toegankelijker met valutadiensten op maat en flexibel handelskrediet voor ondernemingen. Ebury werkt samen met ruim 12.000 organisaties en verricht 12 miljard euro aan valutatransacties in 140 verschillende valuta. Het bedrijf heeft kantoren in het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Spanje en Polen. De speerpunten van Ebury:

    • Financiële diensten die normaal zijn voorbehouden aan grote multinationals
    • Financiering van uw aankopen
    • Marktkennis en valutadiensten op maat
    • Ons netwerk van liquidity providers en intermediaire banken
    • Transacties in ruim 140 verschillende valuta

    Meer informatie op www.ebury.nl

  • Aandeel Zwitserse centrale bank blijft in waarde stijgen

    De aandelen van de Zwitserse centrale bank blijven in waarde stijgen en wisselen op het moment van schrijven voor 7.500 Zwitserse frank van eigenaar. Ter vergelijking, begin dit jaar werd hetzelfde aandeel nog voor minder dan 4.000 frank verhandeld en een jaar geleden om deze tijd kon je ze voor minder dan 1.700 Zwitserse franken kopen. Kijken we naar het koersverloop van de afgelopen vijf jaar, dan zou je bijna denken dat we hier met een virtuele munt te maken hebben.

    Waarom is de waarde van dit aandeel zo hard gestegen? Heeft dat te maken met de goede fundamentals van beleggen in een centrale bank? Of is dit de zoveelste speculatieve bubbel die het gevolg is van een uitzonderlijk lage rente? Beleggers hebben verschillende redenen om in de Zwitserse centrale bank te beleggen. Welke argumenten zijn er om deze aandelen te kopen?

    Het eerste argument is veiligheid, want de kans dat de centrale bank omvalt is zo mogelijk nog kleiner dan dat een overheid haar schulden niet meer afbetaalt. Daarmee lijken de aandelen een interessant alternatief voor de meest veilige staatsobligaties die vandaag de dag vrijwel geen rente meer opleveren. Het tweede argument is dat je met een aandeel in de centrale bank aanspraak maakt op een steeds grotere vermogenspositie, want het balanstotaal van de Swiss National Bank is door de waardestijging van de goudvoorraad en de uitbreiding van de valutareserves de laatste jaren spectaculair toegenomen.

    Aandeel Zwitserse centrale bank (Bron: Google)

    Beleggen in de Zwitserse centrale bank?

    Toch is een belegging in deze aandelen niet vrij van risico. Er zijn maar weinig stukken in omloop en het is niet bekend wie de kopers en verkopers zijn. Daardoor weet je als belegger niet of de aandelen op ieder gewenst moment gemakkelijk te verhandelen zijn en of je er wel een goede prijs voor zult krijgen. Van de 100.000 uitgegeven aandelen worden er maar een paar duizend via de beurs verhandeld, waarbij het dagelijkse handelsvolume op ongeveer 200 aandelen ligt.

    Ook moeten we kanttekeningen plaatsen bij het enorme balanstotaal en de winstgevendheid van de centrale bank, want daar zie je als belegger maar weinig van terug. Het dividend is immers gekoppeld aan de nominale waarde van het aandeel, wat betekent dat je in de praktijk slechts 15 Franc per jaar krijgt uitbetaald. Van deze inkomsten zal je dus ook niet rijk worden.

    Beleggen in het aandeel van de Zwitserse centrale bank is dus vooral een gok, die zich in de toekomst uitbetaalt wanneer andere beleggers bereid zijn er nog meer voor te betalen of als de centrale bank op een dag besluit aandeelhouders uit te kopen. Dat gebeurde eerder ook met aandelen van de Bank for International Settlements (BIS). Aandeelhouders kregen toen een prijs geboden die ver boven de marktprijs lag.

    Lees ook:

    Dit artikel wordt u aangeboden door Goudstandaard, uw adres voor de aankoop en verzekerde opslag van edelmetalen. Wilt u goud kopen? Neem dan contact op door te mailen naar [email protected] of door te bellen naar +31(0)88-4688488.

  • Amerikaanse 10-jaars rente weer boven de 3%

    De Amerikaanse 10-jaars rente brak deze week voor het eerst sinds begin 2014 weer door de 3%. Verschillende renteverhogingen door de Federal Reserve en de verwachting dat de Amerikaanse regering de komende jaren haar begrotingstekort verder zal laten oplopen hebben gezorgd voor een sterke toename van de rente. Op het moment van schrijven vragen beleggers 3,02% rente op de Amerikaanse overheid voor tien jaar geld uit te lenen, meer dan het dubbele van de rente die in zomer van 2016 gevraagd werd voor hetzelfde schuldpapier.

    De Amerikaanse 10-jaars rente is een belangrijke graadmeter, omdat ook veel andere financiële productie zoals hypotheken en autoleningen aan deze rente gekoppeld zijn. Ook wordt de rente als referentiepunt gebruikt voor dollarleningen die in de rest van de wereld worden afgesloten. Een stijging van de rente op dit soort leningen betekent dat bedrijven en consumenten met schulden meer geld kwijt zijn aan het financieren van de schulden, wat zich uiteindelijk zal vertalen in hogere prijzen voor goederen en diensten en een verminderde leencapaciteit.

    Rente boven de 3%

    In historisch perspectief bezien is een rente van 3% niet bijzonder, maar door de sterke toename van de wereldwijde schuldenlast is de impact van een rentestijging vandaag de dag veel groter. Bedrijven en huishoudens die tegen historisch lage rente konden lenen zullen die leningen nu tegen een aanzienlijk hogere rente moeten doorrollen, wat ten koste zal gaan van de consumentenbestedingen en investeringen.

    Ook zal het voor de overheid kostbaarder worden om geld te lenen, juist nu president Trump een groot fiscaal stimuleringsprogramma wil uitvoeren dat het begrotingstekort al in 2020 naar $1 biljoen zal brengen. Ter vergelijking, de laatste keer dat de Amerikaanse overheid in een jaar zoveel geld tekort kwam was kort na het uitbreken van de financiële crisis.

    Tapering

    De stijgende rente wordt versterkt door het monetaire beleid van de centrale bank. De Federal Reserve heeft zich voorgenomen de komende jaren steeds meer hypotheekleningen en staatsobligaties op de markt te brengen, waardoor het aanbod van schuldpapier toeneemt en een deel van de kunstmatige vraag wegvalt. Verschillende analisten verwachten daarom dat de rente de komende tijd nog verder zal oplopen. De Amerikaanse bank JP Morgan voorziet dat de 10-jaars rente dit jaar nog verder zal oplopen tot 3,15%, in overeenstemming met de middelste waarneming van 56 verschillende analisten die door Bloomberg ondervraagd werden.

    Technisch analisten houden momenteel vooral het niveau van 3,0516% in de gaten, want dat was de intraday piek die op 2 januari 2014 werd bereikt. Hoger dan dat niveau zijn we sinds 2011 niet meer geweest. Wordt dat niveau ook doorbroken, dan spreken we van de hoogste rente in zeven jaar. Dat kan worden uitgelegd als het begin van een lange bear market in staatsobligaties.

    Lees ook:

  • Wat betekent het Zwitserse referendum over geld?

    In Zwitserland wordt op 10 juni een referendum gehouden over een drastische hervorming van het geldstelsel, waarmee de functie van geldcreatie wordt overgedragen van commerciële banken naar de Zwitserse centrale bank. De rol van de commerciële banken zou daarmee beperkt worden tot tussenpersoon die de tegoeden van burgers en bedrijven bewaart en geldstromen faciliteert. De centrale bank beslist in dit model hoeveel geld er in de economie wordt gebracht.

    Dit alternatieve geldsysteem, ook wel Full Reserve banking genoemd, werd dat in de jaren dertig door de de Amerikaanse econoom Irving Fisher bedacht. Het was een reactie op de Grote Depressie van begin jaren dertig, toen de geldhoeveelheid kromp en veel leningen niet meer terugbetaald konden worden. Daardoor kwamen ook banken in de problemen.

    Aanhangers van de Full Reserve banking denken dat banken veel stabieler zijn als ze geen krediet kunnen verlenen, zoals dat binnen een fractioneel geldsysteem gebruikelijk is. Critici zetten vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van dit alternatieve geldsysteem en zijn van mening dat de onafhankelijkheid van de centrale bank in het geding komt. We hebben een aantal vragen over dit alternatieve geldsysteem op een rij gezet.

    Hoe werkt geldcreatie in Full Reserve banking?

    Vandaag de dag komt geldcreatie voor rekening van commerciële banken. Wordt er een lening verstrekt, dan komt er nieuw geld in omloop. Wordt deze lening afgelost, dan verdwijnt dit geld weer uit circulatie. Binnen dit systeem is de geldhoeveelheid zeer flexibel en in principe vraaggestuurd. Het voordeel van dit systeem is dat huishoudens en bedrijven relatief gemakkelijk geld kunnen lenen, maar het nadeel is dat de geldhoeveelheid de neiging heeft om voortdurend te groeien, waardoor er over de lange termijn sprake is van een structurele inflatie. Ook kunnen banken in een fractioneel systeem in de problemen komen, indien veel spaarders tegelijkertijd hun geld ophalen of hun schulden niet meer kunnen aflossen.

    Binnen het Full Reserve Banking model is een bankrun in theorie niet mogelijk, omdat de bank de tegoeden van haar spaarders altijd beschikbaar heeft. Een bank heeft in dit systeem volledige dekking met reserves, waardoor alle spaarders altijd bij hun geld kunnen. De geldcreatie komt in dit systeem voor rekening van de centrale bank. Volgens voorstanders kan de centrale bank zo beter de geldhoeveelheid sturen dan via de rente, maar critici waarschuwen dat de centrale bank in dit systeem teveel macht krijgt. Hoe moet ze bepalen wie er geld mag lenen en hoeveel geld er geleend mag worden? Deze rol lijkt niet te combineren met die van een onafhankelijke centrale bank, zeker niet als ze ook aan de overheid uitleent.

    Hoe zit het met de inflatie?

    Een van de nadelen van een fractioneel geldsysteem en de bijbehorende structurele geldcreatie is dat de waarde van het geld na verloop van tijd steeds verder wordt uitgehold. Het is echter nog maar de vraag of dat probleem met een Full Reserve geldsysteem verholpen kan worden, want ook in dat systeem is er dus geldcreatie mogelijk. De vraag moet dan zijn hoeveel geld de centrale bank in dit alternatieve systeem in omloop kan brengen en wie dat gaat bepalen.

    De waarde van het geld wordt natuurlijk ook bepaald door het vertrouwen in de munt. Een drastische verandering van het geldsysteem brengt onzekerheid met zich mee, waardoor spaarders mogelijk de voorkeur geven aan een andere valuta of aan goud. In dat geval is er een wisselkoersrisico dat ervoor kan zorgen dat de prijzen van geïmporteerde goederen stijgen.

    Zijn er meer landen met Full Reserve banking?

    Op dit moment is er geen enkel land in de wereld dat afwijkt van het fractioneel bankieren, waarbij commerciële banken nieuw geld in omloop brengen op het moment dat er krediet verstrekt wordt. Wel zijn er meer landen waar – net als in Zwitserland – initiatieven zijn opgestart om Full Reserve Banking in de praktijk te brengen. Voorbeelden daarvan zijn ‘Positive Money’ in het Verenigd Koninkrijk, het ‘Vollgeld’ initiatief in Duitsland en natuurlijk burgerinitiatief ‘Ons Geld’ in eigen land.

    Het is niet eenvoudig om een geldsysteem en het verdienmodel van banken zo drastisch om te gooien. Volgens de gouverneur van de Zwitserse centrale bank, Thomas Jordan, is een centralisering van de kredietverlening om verschillende redenen niet wenselijk. Hij vreest een gebrek aan concurrentie, valse prikkels en mogelijke politieke beïnvloeding. Ook is het plan nog niet eerder getest, waardoor de uitkomst zeer onzeker is.

    In de aanloop naar het referendum organiseert het Swiss Finance Institute op 16 mei een evenement voor bankiers over het Full Reserve initiatief. Bij dit evenement zullen de Thomas Jordan en Jean-Charles Rochet, hoogleraar Finance aan de Universiteit van Genève, toelichting geven op het initiatief. Ook is er een informatieve brochure uitgebracht.

    Lees ook:

    Volg Marketupdate nu ook via Telegram

  • Wonen in de Randstad wordt onbetaalbaar

    Wonen in de Randstad wordt door de stijgende huizenprijzen voor steeds minder mensen bereikbaar. Ben je een starter op de woningmarkt en kun je maximaal €130.000 lenen, dan heb je binnen de ring van Amsterdam momenteel geen enkele keuze. Buiten de ring is het aanbod in deze prijsklasse op twee handen te tellen. Maar ook in andere steden als Haarlem, Leiden en Utrecht is er voor de starter op dit moment bijna niets meer te koop, tenzij je een bovenmodaal inkomen hebt of eigen geld kunt meenemen.

    Kenmerkend voor de krapte op de woningmarkt is dat er steeds meer kamers te koop worden aangeboden, waarbij je de woonkamer, badkamer, keuken en een eventuele tuin moet delen met een andere bewoner. Voor de prijs waarvoor je twee jaar geleden in de Randstad nog een appartement van ongeveer 40 m² kon kopen moet je nu genoegen nemen met een kamer van hooguit 20 m² met gedeelde voorzieningen, tenzij je uitwijkt naar een minder aantrekkelijke locatie.

    Onbetaalbare woningen

    Het zijn niet alleen de starters die moeite hebben om een betaalbare woning te vinden in de Randstad. Ook voor huishoudens waarbij zowel de man als de vrouw fulltime werken voor een modaal inkomen (leencapaciteit van €370.000) kom je in Haarlem of Utrecht niet veel verder dan een rijtjeshuis met een woonoppervlak van ongeveer 100 m². In Amsterdam krijg je voor dat geld slechts een appartement met hooguit 60 m² aan woonoppervlak of een opgeknapte zolder.

    Arbeiderswoningen die vroeger voor de lagere inkomens gebouwd werden zijn op dit moment zelfs voor tweeverdieners amper te betalen. Hoe lang kan dit nog goed gaan? En hoe verstandig is het om op dit moment nog geld in vastgoed te investeren?

    Binnen de ring van Amsterdam staat geen woning (of kamer) te koop voor minder dan €125.000 (Bron: Funda)

    Volg Marketupdate nu ook via Telegram

  • Geen reden voor paniek over de obligatiemarkt

    Als het misgaat op de aandelenmarkten, dan trekt dat de aandacht van heel de wereld. Maar als de beren de obligatiemarkten binnenvallen dan gaat dat vrijwel ongemerkt. Dat gebeurt vandaag de dag. De yield op de 10-jaars Treasury leunde in september 2017 nog tegen 2%, maar was in februari opgelopen naar 2,95% om daarna weer terug te zakken naar 2,75%. Dat betekent over een periode van zes maanden een verlies van total return van 4,5% als het om de prijs gaat. Dat verlies mag er zijn.

    Daar staat tegenover dat historisch gesproken een stijging van de yield met 75 basispunten niet bijzonder is. Tussen het midden van 1979 en de eerste helft van 1980 steeg de yield op de treasury met 400 basispunten. Dat was te wijten aan de inflatie en de daarmee samenhangende komst van Paul Volcker als eerste man bij de Fed. Van hem was bekend dat hij alles zou doen om de inflatie de nek te breken.

    Negatieve stemming

    Is het huidige negatieve sentiment op de obligatiemarkten gerechtvaardigd? Daar lijkt weinig reden toe. Wereldwijd bedraagt de schuld meer dan $230 biljoen, zo heeft het Institute voor International Finance berekend. De schuldenberg is inmiddels hoger dan aan het begin van de crisis van 2008. Volgens de Fed past daar een Fed Funds Rate bij van bijna 3%.

    Dat is heel andere koek dan het gemiddelde van meer dan 5% sinds het begin van de jaren ’70 van de vorige eeuw. Er spelen waarschijnlijk andere sentimenten. Het gaat goed met de wereldeconomie. In alle regio’s is sprake van een gezonde groei. Als gevolg daarvan neemt de bereidheid om risico’s te nemen toe. Dat zou kunnen betekenen dat er einde komt aan het zeer ruime beleid van centrale banken sinds de val van Lehman Brothers.

    Als er een einde komt aan negatieve rentes in landen als Zwitserland en Japan en de monetaire verruiming heeft zijn tijd gehad, dan geldt dat ook voor de extreem lage yield van dit moment. Er komt nog iets bij. Het lopend jaar 2018 zal het eerste jaar sinds tijden zijn dat er een positieve netto uitgifte van overheidsschuld is van de VS, de Eurozone en Japan samen. In de afgelopen drie jaren was er door opkoopprogramma’s van centrale banken per saldo een negatieve uitgifte van overheidsschulden ter waarde van $100 – $500 miljard.

    Aanbod obligaties neemt toe

    In 2018 zal de positieve netto uitgifte uitkomen op een waarde van $500 miljard en in 2019 op $1 biljoen. Een gebrek aan overheidspapier is daarmee niet langer een rechtvaardiging voor de huidige extreem lage yields. Centrale banken in Europa en in Japan hebben afgelopen tijd hun opstelling jegens monetaire verruiming geleidelijk gewijzigd. Monetaire verkrapping lijkt nog slechts een kwestie van tijd. Als dat gebeurt dan gaan de kosten omhoog voor overheden. Een stijgende yield betekent op den duur meer kosten voor het financieren van schulden. Dat geldt ook voor huishoudens en voor het bedrijfsleven, die beide zwaar in de schulden zitten.

    Is dit alles voldoende om een einde aan de stierenmarkt in obligaties te veronderstellen? Dat is waarschijnlijk niet het geval. Dat zal pas gebeuren als de inflatie in de ontwikkelde landen een overtuigende comeback maakt. Of dat staat te gebeuren? De US TIPS markt verwacht dat de consumentenprijsindex de komende vijf jaar ongeveer 2% zal bedragen. Dat is een behoorlijke stijging vergeleken met het niveau van het midden van 2017. Maar het verwachte niveau is wel in lijn met de lange termijnverwachtingen van de Fed.

    Dat de consumentenprijsindex een zo gematigde stijging laat zien, heeft grotendeels te maken met het doorsnijden van de traditionele relatie tussen de ontwikkeling van de werkloosheid en de prijzen. Technologische ontwikkelingen, globalisering van de arbeidsmarkt en een tanende vakbondsmacht zijn er de oorzaak van dat lonen in de hele Westerse wereld amper stijgen. De spiraal van loon- en prijsinflatie behoort daarmee tot het verleden. Als dat zo blijft dan blijft ook de obligatiemarkt interessant, zeker als er tijdelijk op grote schaal verkocht is!

    Cor Wijtvliet

    corwijtvliet-logo

    Deze bijdrage is afkomstig van www.corwijtvliet.nl

    Tot slot:

    • Hebt u opmerkingen en/of vragen? Mail ze gerust aan: [email protected]
    • Of via mijn twitteraccount: @wijtvliet
    • Voor meer door mij geschreven artikelen bezoekt u mijn website: www.corwijtvliet.nl
    • Of bezoek www.Beurshalte.nl      
    • Ontvangt u het Cor Wijtvliet Journaal niet rechtstreeks? Abonneert u zich dan hier!

    Deze column verscheen eerder in het CorWijtvlietJournaal en wordt u gratis aangeboden door Marketupdate. Vindt u deze columns interessant, dan kunt voor €25 per jaar donateur worden van het CorWijtvlietJournaal. Ook kunt u een geheel vrijwillige bijdrage overmaken naar NL14RABO0156073676, ten name van Wijtvliet Research.

    Donateurs krijgen niet alleen zonder vertraging het CorWijtvlietJournaal in hun mailbox, maar kunnen ook rekenen op een wekelijkse extra nieuwsbrief met vijf beleggingstips van Cor Wijtvliet. Neem voor meer informatie contact op met Cor Wijtvliet via het hierboven genoemde mailadres.

  • Uitbraak Amerikaanse rente sleept dollar mee

    De valutamarkten schudden vorige week eindelijk de recente loomheid een beetje van zich af. De koers van de Amerikaanse dollar steeg ten opzichte van de meeste van zijn tegenhangers, gesteund door de uitbraak naar boven van de Amerikaanse rendementen. Het belangrijke tarief van 10-jarige staatsobligaties kwam in de buurt van de 3% en het traditionele verband tussen hoge Amerikaanse rendementen en een hogere dollarkoers leek terug: de koers van de greenback steeg ten opzichte van elke G10-valuta, behalve de Zweedse kroon.

    Alle belangrijke opkomende markten eindigden de week lager, behalve de Russische roebel, die steeg door het nieuws dat er geen verdere sancties in het verschiet liggen, en de Turkse lira, die gesteund werd door Erdogan’s aankondiging van nieuwe verkiezingen.

    Aanstaande donderdag staat de bijeenkomst van de ECB centraal. Wij verwachten geen beleidswijzigingen of richtinggevende uitspraken en voorzitter Draghi zal waarschijnlijk in het algemeen een voorzichtige toon aanslaan. Dit alles zou neerwaartse druk op de euro kunnen opleveren. Ook de bijeenkomsten van de Bank of Japan en de Riksbank in Zweden zijn deze week belangrijk. Hieronder de belangrijkste valuta in detail.

    Euro

    Een teleurstellende neerwaartse bijstelling van het inflatiecijfer van maart haalde de euro begin vorige week omlaag. Afgelopen vrijdag laat kwam het bericht dat mededelingen van de ECB over het einde van de activa-aankopen pas vanaf het midden van de zomer zullen volgen. Dit deed de gemeenschappelijke munt geen goed.

    De reeks van teleurstellende cijfers uit de eurozone van de afgelopen weken kan bij de ECB niet onopgemerkt zijn gebleven. Hoewel tijdens de bijeenkomsten deze week de prognoses niet formeel bijgesteld zullen worden, verwachten we wel dat voorzitter Draghi op de persconferentie deze zwakte zal erkennen.

    Britse pond

    Het Britse pond kreeg vorige week een dubbele klap te verwerken: de economische cijfers waren zwakker en de gouverneur van de centrale bank, Mark Carney, deed dovish uitspraken die twijfel deden rijzen over de mogelijkheid van een renteverhoging door de Bank of England in mei. De inflatiecijfers en de detailhandelsverkopen stelden beide teleur. De markten prijzen nu nog maar net een kans van 50% op een renteverhoging in mei in, terwijl dit vorige week nog 85% was.

    Vrijdag verschijnt het groeicijfer van het eerste kwartaal. Wij verwachten dat dit rond de marktverwachting van 0,3% zal liggen. We verwachten in mei nog steeds een renteverhoging door het Monetary Policy Committee en denken daarom dat de recente fascinatie van de markt voor het Britse pond een koopkans is.

    Amerikaanse dollar

    De Amerikaanse rendementen lijken op het punt te staan om uit hun meerjarige bandbreedte te breken, geholpen door de hoge olieprijzen en de verwachte stroom van nieuwe leningen bij de Amerikaanse federale regering. De markt heeft zijn verwachtingen voor de bbp-cijfers van het eerste kwartaal, die deze week verschijnen, omlaag geschroefd. Wij denken dat ons hiermee een opwaartse verrassing te wachten staat die het cruciale rendement van 10-jarige staatsobligaties eindelijk boven het psychologische niveau van 3% kan brengen. Zo’n ontwikkeling zou de koers van de dollar vrijwel zeker omhoog brengen, en misschien wordt ook de bodem van de recente bandbreedte van de cross rate EUR/USD wel getest.

    Door: Enrique Díaz-Álvarez (Ebury)

    Enrique Diaz-Alvarez is chief risk officer en staat aan het hoofd van het analistenteam van Ebury in New York. Vanwege zijn gedrevenheid, passie en gedegen kennis, wordt Enrique door Bloomberg erkend als een van de meest accurate voorspellers van de marktbewegingen.

    Over Ebury:

    Ebury maakt internationale markten toegankelijker met valutadiensten op maat en flexibel handelskrediet voor ondernemingen. Ebury werkt samen met ruim 12.000 organisaties en verricht 12 miljard euro aan valutatransacties in 140 verschillende valuta. Het bedrijf heeft kantoren in het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Spanje en Polen. De speerpunten van Ebury:

    • Financiële diensten die normaal zijn voorbehouden aan grote multinationals
    • Financiering van uw aankopen
    • Marktkennis en valutadiensten op maat
    • Ons netwerk van liquidity providers en intermediaire banken
    • Transacties in ruim 140 verschillende valuta

    Meer informatie op www.ebury.nl