Blog

  • Grafiek: 86 jaar rendement op aandelen

    De volgende matrix van vermogensbeheerder Equius Partners laat in één oogopslag het rendement van de Amerikaanse aandelenmarkt over de afgelopen 86 jaar zien. De reeks begint in 1928 en eindigt in 2013. Zoals u ziet weten aandelen over de langere termijn steeds een positief rendement te behalen, zelfs voor beleggers die vlak voor een grote beurscrash instapten. Klik op onderstaande afbeelding om hem uit te vergroten. Wil u een leesbare versie van deze gigantische matrix, klik dan hier om het PDF bestand te openen.

    86 jaar rendement op aandelen in beeld

    86 jaar rendement op aandelen in beeld (Bron: Equius Partners)

    h/t: Ritholtz

  • Video: Is Thomas Piketty de nieuwe Karl Marx?

    Gisteravond kwam in het TV-programma De Wereld Draait Door het nieuwe boek van Thomas Piketty ter sprake. De 42-jarige Franse econoom Piketty dook in de archieven en verzamelde uitvoerige datareeksen over welvaart en inkomen. Het boek werd met veel enthousiasme ontvangen en is bijna overal al uitverkocht. In DWDD bespreken economen Bas Jacobs en Mathijs Bouman het boek van Piketty. Werkt de video niet, klik dan hier.

  • Het einde voor the new normal

    In mei 2009 lanceerde Mohammed El-Erian van beleggingshuis Pimco het concept van the new normal. Dit concept hield in, dat Westerse economieën niet in staat zouden zijn de financiële crisis van 2008 een-twee-drie achter zich te laten. Integendeel, het westen zou een langdurige periode van vijf jaar of misschien nog wel langer tegemoet gaan, waarin de economie op zijn best 2% kon groeien. Europa zou al blij moeten zijn met 1% à 1,5%.

    Mohammed Er-Erian bedenker van the new normal

    Figuur 1 Mohammed Er-Erian bedenker van the new normal

    De achterliggende rationale was, dat het nu eenmaal heel, heel lang duurt voordat een economie zich herstelt van een periode van opbouw van extreem hoge schuldenlasten gecombineerd met het nemen van onverantwoorde risico nemen en een uiterst soepele kredietverlening. Daar kwam nog bij, dat veel beleidsmakers aan beide kanten van de oceaan de diepte en de intensiteit van de crisis totaal onderschatten. Ze waren immers opgevoed met het idee dat naoorlogse crises cyclisch van aard zijn en niet structureel. Toen het besef eenmaal was doorgedrongen, dat het dit keer toch echt anders was, liepen dezelfde beleidsmakers totaal achter de feiten aan. Het initiatief om de crisis te lijf te gaan kwam in handen van de centrale bankiers en dat is sindsdien zo gebleven.

    Toch geen new normal?

    Aan alle goeds komt een einde, maar ook aan alle minder goede dingen. Ruim vijf jaar na dato komt Pimco met de boodschap, dat the new normal zijn tijd heeft gehad. De wereld in het algemeen en de Verenigde Staten in het bijzonder staan op het punt terug te keren naar 'the old normal' van 3% groei en meer. De opvattingen van Pimco worden gedeeld door veel Wall Street economen. Uit een enquête van Bloomberg blijkt dat een meerderheid ervan uit gaat, dat de Amerikaanse economie in 2014 een groei van 3% kan bereiken. Dat is mooi en optimistisch, maar wordt tegelijkertijd een hele tour de force. In de eerste drie maanden van 2014 was de groei een schamele 0,1% op jaarbasis. Om toch op die beoogde 3% uit te komen, zal de groei in de rest van het jaar moeten versnellen tot ver boven 3%. Onmogelijk is dat niet, zo wijst de geschiedenis uit. In de vier jaar die volgden op de vorige drie recessies groeide de economie met gemiddeld 3,8%. De vraag is waar de extra groei vandaan moet komen. Daar bestaat tamelijk veel eenstemmigheid over. Er wordt veel hoop gevestigd op een acceleratie op de huizenmarkt. In 2013 wisselden ruim 5,5 miljoen huizen van eigenaar. Het was daarmee het beste jaar op deze markt sedert 2006. Hoewel het begin van 2014 zwak te noemen is, gaat ook oud-Fed baas Ben Bernanke ervan uit dat er hoop mag leven op een verbetering die zeker aanhoudt tot ver in 2015. De optimisten wijzen daarbij op de verbeterde financiële positie van veel gezinnen. Veel Amerikanen hebben hun schuldenlast tot zeer acceptabele niveaus terug gebracht en hebben weer ruimte om meer te besteden. Bovendien is de werkloosheid gedaald tot onder 7%. Ook dat schept financiële ruimte. De grootste positieve verrassing komt uit de hoek van de overheid. Mede dankzij het brute bezuinigingsprogramma Sequester lopen de tekorten op het niveau van de federale overheid snel terug tot ver onder 3%. Op het niveau van de staten is zelfs weer sprake van overschotten. Vooral van die laatsten mag veel verwacht worden als het gaat om het aanjagen van de economie. Alleen al de deplorabele toestand van de Amerikaanse wegen en bruggen vereist een miljardeninvestering. Daar is nu de ruimte voor!

    Ben Bernanke heeft er weer alle vertrouwen in

    Figuur 2 Ben Bernanke heeft er weer alle vertrouwen in

    Als dan de rest van de wereld zo aardig is om sneller te gaan groeien, dan kan ook de exportsector nog een steentje bijdragen aan de versnelling van de groei! Er is dus alle reden om met veel verwachtingen naar de nabije toekomst te kijken. The old normal wordt nu the new normal. Lang niet iedereen is overtuigd. Een bekende criticaster is en blijft de hoogleraar Robert J. Gordon. Die schreef al in 2012 een artikel waarin hij betoogde dat het voor het westen bijna praktisch onmogelijk zou blijken om naar oude groeicijfers terug te keren. Hij voerde daar een reeks argumenten voor op. De belangrijkste en bekendste zijn: a.) een kwalitatief tekort schietende innovatie schept geen nieuwe banen. b.) Europa en de VS vergrijzen. Vergrijzende samenlevingen verliezen aan dynamiek en daarmee aan vermogen om te innoveren en sneller te groeien. c.) De snel toenemende inkomensongelijkheid en de afbraak van de middenklasse heeft eveneens een negatief effect op de groei! Welke visie de juiste is, zal de komende tijd bewijzen. Voorlopig sluit Janet Yellen zich aan bij het kamp van de optimisten en Pimco. Zij heeft al laten weten in de trage groei over het eerste kwartaal van dit jaar geen aanleiding te zien te stoppen met de afbouw van de monetaire verruiming. Die gaat verder terug naar een bedrag van $ 45 miljard per maand. Dat is overigens nog steeds geen geringe stimulering! Cor Wijtvliet

    Janet Yellen laat de geldpersen wat langzamer draaien

    Figuur 3 Janet Yellen laat de geldpersen wat langzamer draaien

    BELANGRIJK:
    • Opmerkingen en vragen kunt u richten aan: [email protected]
    • Bezoek ook de website van Cor Wijtvliet en lees meer door hem geschreven artikelen.
    • U kunt Cor Wijtvliet boeken voor een inspirerende spreekbeurt. Laat u verrassen!
    • U kunt zich hier abonneren voor het wekelijks Cor Wijtvliet Journaal, voor het geval u deze
    • nog niet automatisch ontvangt.

  • Tekort aan dollars in Venezuela raakt voedselproductie

    In Venezuela heeft een producent van pasta de voedselproductie afgelopen zondag stilgelegd, omdat het bedrijf geen dollars kreeg om de import van tarwe te financieren. De dollars worden in Venezuela via het nieuwe SICAD II systeem toegewezen, maar de buitenlandse valuta kwam niet op tijd binnen om nieuwe inkopen te doen. Het bedrijf importeert de tarwe uit het buitenland en kan deze alleen met Amerikaanse dollars betalen. Zo lang er geen dollars binnen komen kan de fabriek geen tarwe inkopen en heeft het personeel geen werk.

    De regering wisselt dollars tegen een kunstmatige lage koers aan bedrijven die de meest essentiële producten maken, zoals voedsel en medicijnen. Omdat de wisselkoers op de zwarte markt veel hoger ligt maakt de regering verlies op het aanbieden van dollars. Toch doet ze dit om te voorkomen dat de prijzen van voedsel en medicijnen stijgen.

    Valutacrisis in Venezuela

    Door een combinatie van hoge inflatie en prijscontroles raken alle winkelschappen in Venezuela leeg. De maximumprijzen die winkeliers van de regering mogen vragen ligt zo laag dat het geen zin heeft om voorraden aan te vullen. Door de waardedaling van de Venezolaanse bolivar stijgen de kosten van importgoederen, omdat die in dollars afgerekend moeten worden. Op de zwarte markt is de wisselkoers op het moment van schrijven 69 bolivar per Amerikaanse dollar. De volgende grafiek laat zien hoe de bolivar sinds juni 2010 is weggezakt ten opzichte van de Amerikaanse dollar.

    De Venezolaanse bolivar is in vier jaar bijna 90% in waarde gedaald tegenover de dollar

    De Venezolaanse bolivar is in vier jaar bijna 90% in waarde gedaald tegenover de dollar

  • Stresstest Britse banken in de maak

    Stresstest Britse banken in de maak

    De Bank of England werkt aan een nieuwe stresstest, waaruit moet blijken of de grootste financiële instellingen in het Verenigd Koninkrijk een 35% daling in huizenprijzen kunnen opvangen. Ook wil de centrale bank weten welk effect een stijging van de rente naar 5% heeft op de acht grootste financiële instellingen, die de afgelopen jaren verwend werden met een rente van slechts 0,5%. De financiële instellingen die de stresstest moeten doorstaan zijn RBS, Lloyds Banking Group, Barclays, HSBC, Standard Chartered en de Britse afdeling van het Spaanse Santander.

    De huizenprijzen in het Verenigd Koninkrijk zijn sinds het uitbreken van de financiële crisis sterk gestegen, wat voornamelijk te danken is aan de extreem lage rente en het stimulerende beleid van de Britse centrale bank. Het is dezelfde centrale bank die zich nu kennelijk zorgen maakt over de ongekende prijsstijging. In februari waren de huizenprijzen in het Verenigd Koninkrijk 9,1% hoger dan een jaar eerder en in Londen was het verschil met 18% nog twee keer zo groot. Het was de grootste prijsstijging in 3,5 jaar tijd.

    Sinds deze week moeten de Britse banken ook weten of potentiële huizenkopers een rente van 7% op de hypotheek kunnen verdragen. Daarmee wil men voorkomen dat banken hypotheken verstrekken aan mensen die dat eigenlijk niet kunnen betalen. Deze nieuwe stresstest zal tot en met 2016 duren. Het is te hopen dat er voor die tijd geen ongelukken gebeuren...

    Nieuwe stresstest Bank of England test scenario van dalende huizenprijzen

    Nieuwe stresstest Bank of England test scenario van dalende huizenprijzen

  • DNB: Uitzonderlijk veel spaargeld opgenomen

    Volgens De Nederlandsche Bank hebben spaarders het afgelopen jaar uitzonderlijk veel spaargeld opgenomen. Het gaat om ongeveer €4 miljard, wat omgerekend naar 16 miljoen inwoners €250 per persoon is. Dat spaargeld werd grotendeels gebruikt om versneld de hypotheekschuld af te lossen. Huiseigenaren met een hypotheek maken een simpele rekensom, namelijk dat het spaargeld op hun bankrekening veel minder aan rente oplevert dan wat de hypotheek ze aan rente kost. Daar komt bij dat de spaarrente inmiddels zo laag is geworden dat het bijna niet meer de moeite waard is om veel geld op een spaarrekening te laten staan. De daling van de totale spaartegoeden hebben we drie maanden geleden al in beeld gebracht op Marketupdate.

    Nederlanders breken hun spaargeld aan

    Nederlanders breken hun spaargeld aan (klik voor een grotere versie)

    Spaargeld opnemen

    Het lijkt een goed idee om spaargeld op te nemen om de hypotheekschuld te verlagen, maar soms is het verstandiger om geld achter de hand te houden. Spaargeld dat gebruikt is om de hypotheek af te lossen komt niet meer terug. Spaarders moeten de afweging maken of het verschil in rente meer waard is dan een stevige buffer voor slechte tijden.

    Nederlanders hebben in totaal een hypotheekschuld van €540 miljard, maar daar staat een totaal van €280 miljard aan spaartegoeden tegenover. Daarmee lijkt de Nederlandse huizenmarkt vrij robuust, ware het niet dat de vermogens vooral bij de oudere generatie en de schulden vooral bij de jongere generatie zitten.

  • The Gold Trail: Dollars, olie en goud (Deel II)

    Vorige week publiceerden we het eerste deel van de Gold Trail, een ander verhaal over de goudmarkt. Een verhaal dat tot de kern probeert te komen van ons monetaire systeem. Deze week vervolgen we met deel twee, waarin de relatie tussen de dollar, olie en goud wordt uitgelegd.

    Het volgende stuk werd in februari 2000 geschreven en iedere keer als er naar de ik-persoon verwezen wordt heeft dat betrekking op de persoon die schrijft onder het pseudoniem ‘FOA’. Opmerkingen ter verduidelijking van de tekst staan tussen [haakjes]. Klik hier om het eerste deel van de Gold Trail te lezen.

    The Gold Trail - Deel 2: Eerste wandeling

    FOA (28-02-2000): In mijn vorige artikel “Fundament” hebben we verschillende vragen naar voren gebracht. Sommige waren impliciet en andere waren direct, maar allemaal werden ze genoemd om een denkpauze te creëren. Vandaag geef ik mijn gedachten op basis van een oude studie. Tegen 1971 had het overblijfsel van ons goudwisselsysteem twee krachten tegen zich werken. Ten eerste: De Verenigde Staten had veel meer dollars bijgedrukt dat het goud had om uit te keren. En dan houden we nog niet eens rekening met het feit dat Amerikanen niet in staat waren het binnenlandse aanbod van dollars in te wisselen voor goud. Het hele idee dat fysiek goud overheden ervan zou weerhouden teveel geld bij te drukken was volledig aan flarden geschoten. De realiteit van vandaag de dag dicteert dat iedere grote wereldmacht - niet alleen de Verenigde Staten – een koppeling van de geldhoeveelheid aan een vaste goudprijs met voeten kan treden. Het leek erop dat supermachten en naties, naarmate ze machtiger werden en grotere groepen mensen vertegenwoordigden, makkelijker weg konden lopen van het formele monetaire beleid. En daarmee het gunstige effect van goud op het monetaire systeem teniet konden doen. De Verenigde Staten had haar gouddekking al eens eerder aangepast, toen economische zware tijden aanbraken in de lokale economie. Toen de welvaart van bijna iedereen na de crash van 1929 werd aangetast namen we het goud gewoon weg uit het interne monetaire systeem, om het vervolgens te gebruiken als dekking voor het externe monetaire systeem (dollars in het buitenland). Inderdaad, al het Amerikaanse goud werd opgevraagd van de Amerikaanse bevolking. Voor iedereen die fysiek goud in bezit had (in hun hand), werd de historische dynamiek van goud als bescherming van het vermogen tijdens een allesomvattende schulddestructie weggehaald. Men liet niet toe dat goud haar werk zou doen, namelijk het opruimen van alle ‘dode welvaart’ die in de voorgaande periode gecreëerd werd met het inflateren van de geldhoeveelheid. Van de vele excellente schrijvers op het USAGold forum zullen sommigen inzien dat de “zware tijden” van economische contractie in eerste plaats veroorzaakt worden door het afwijken van een monetair systeem op basis van goud. Daar ben ik het mee eens, maar met de kennis van nu weten we dat de samenleving gewoon niet zal werken binnen een systeem dat slechte schulden volledig afschrijft. Zelfs niet als je de samenleving opdeelt in twee groepen: “de machthebbers” en “de rest van ons”. Ook dan is het nog steeds de manier waarop de wereld vanaf het begin gefunctioneerd heeft. Dus, mijn perceptie is dat toekomstige ontwikkelingen zullen plaatsvinden binnen de menselijke dynamiek zoals die altijd al geweest is. Ook: Nu we de regels in 1933 al één keer hadden aangepast deden we dat in 1971 nog een keer. Op dat moment werden er al zoveel dollars gecreëerd dat het toen al vrijwel zeker was dat er nog een verandering zou gaan plaatsvinden in het spel van gouddekking. Inderdaad, het was volkomen duidelijk geworden dat goud niet de wil van een grote natie kan bedwingen. Ten tweede: Als aanvulling, het hele systeem an sich legt geen enkele discipline op. Denk daar maar eens over na. Algemeen geaccepteerd beleid dicteert dat het goud van een natie in hetzelfde geografische gebied moet liggen als waar het geld wordt uitgegeven dat door dat goud gedekt zou worden. Als het goud en de ‘substituten van echt geld’ [fiatgeld] onder het dak van dezelfde gemeenschap vallen, dan is er geen onpartijdige autoriteit die toeziet op de wijze waarop geld voor goud omgewisseld kan worden! Een natuurlijke en eerlijke verhouding van X aantal dollars voor X hoeveelheid goud kan naar eigen inzicht en naar de wens van de economie aangepast worden! Om een systeem op basis van goud echt te laten werken zou een andere natie het goud moeten bewaren dan de natie die het geld creëert. Een andere natie die de conversie van die munt in goud kan beheren. Zonder deze scheiding aan te brengen kan een grote moderne natie haar eigen wetten gebruiken om het goud uit het systeem te halen [zie Roosevelt in 1933] of besluiten het goud niet meer te exporteren [zie Nixon in 1971], indien de geldhoeveelheid te snel groeit. Juist, na dat eerste kwam het tweede en dat is precies wat er gebeurde na 1971. Onze moderne samenleving bracht al snel aan het licht dat ze niet in staat was de monetaire functie van goud te behouden, zodra dat goud op enige wijze verweven wordt met fiat geld. Zelfs niet als de valuta een claimbewijs op fysiek goud in de kluis vertegenwoordigde en internationale wetgeving de inwisselbaarheid van het claimbewijs afdwong! Slechts weinig mensen kunnen volledig accepteren of waarnemen dat olie de dekking werd voor alle dollars in de wereld, nadat de koppeling met goud in 1971 werd losgelaten. Maar dat is precies wat er in theorie en praktijk gebeurd is. Aan de hand van wat ik eerder geschreven heb maak ik mijn positie duidelijk. Mijn eerdere commentaren staan tussen --- notaties. We beginnen met FOA (15-01-2000): --- Ze gebruikten dit concept niet als een door “grondstof gedekt geldsysteem” in de “perceptie van een goudstandaard”. Op dat moment kochten we in eigen land olie met ‘fiat dollars’ [sinds 1933 was privé goudbezit verboden voor Amerikaanse burgers] en buitenlandse olie met ‘goud dollars’ [inwisselbaar voor goud tegen $35/oz]. Maar – zoals je hebt aangegeven – was de productie van dollars zo veel hoger dan wat de ‘gouddekking’ toestond dat het overduidelijk was dat de Verenigde Staten hun dollarcreatie koppelden aan de welvaart die olie bracht, en dus niet aan goudreserves. Op dat moment werd het goud en de olie afgerekend in dollars en verwachtte men dat overtollige buitenlandse dollars omgewisseld zouden worden voor goud. Maar zoals we kunnen waarnemen was de kloof tussen de realiteit en de gebeurtenissen van dat moment even groot als vandaag de dag het geval is! Al het succes van de dollar werd uiteindelijk mogelijk gemaakt doordat olie zo ver beneden haar economische waarde voor de rest van de wereld geprijsd werd. Op dat moment hadden zelfs onze vrienden in het Midden-Oosten geen idee hoe nuttig olie was geworden voor het behoud van de wereldwijde economische basis. --- Dat gelezen te hebben (en in gedachte te houden) kom ik terug op de impliciete vragen uit het vorige deel: “Waarom bleven andere landen, in het bijzonder de Europese, het fiat dollarsysteem na 1971 toch ondersteunen?” Om het simpel te houden: De hele gedachte achter het gebruik van papiergeld is het vertrouwen dat we er uiteindelijk iets mee kunnen kopen…. Bier, voedsel, kleding, auto’s enzovoort… Goud zat altijd in de mix van het geld om ons ervan te verzekeren dat we deze artikelen konden krijgen tegen enigszins standaard prijzen. Het grootste deel van de maatschappij heeft een vrij directe benadering die ongeveer als volgt gaat: “Het maakt me niet uit waar het fiat geld vandaan komt en waar het door gedekt is… zeker niet als ik er iets mee kan kopen ver beneden de kostprijs en het me nu meteen een voordeel oplevert!” Hier maakt olie de sprong van ‘zomaar een grondstof’ naar ‘een noodzakelijk goed voor de wereld dat de dollar dekt en kan dekken’. Voordat de Verenigde Staten in 1971 de goudstandaard loslieten expandeerde onze complete economische structuur, omdat we profiteerden van de gigantische hefboomwerking van goedkope olie. In die tijd verbeterde olie letterlijk onze levensstijl, omdat de prijs van olie in dollars zo ongelooflijk laag was in verhouding tot wat er door de wetenschap mogelijk werd gemaakt met olie. Moderne technieken maakte olie zoveel waardevoller dan de prijs die we ervoor betaalden, dat we onze schulden tot ver in de toekomst konden extrapoleren en onze geldhoeveelheiden konden laten toenemen. De stijgende productiviteit die mogelijk werd door de zeer goedkope olie zorgde ervoor dat het allemaal uit kon. In feite baseerde de VS haar economie en de waarde van haar geld op de toekomstige waarde van de stroom van olie, niet die van goud. Hier zijn dezelfde gedachten uit mijn bericht: --- De nieuw verworven welvaart van goedkope olie werd gebruikt om de grote berg aan dollarschulden te rechtvaardigen. Zo lang een vat olie gebruikt kon worden om naar verhouding meer echte welvaart te produceren dan wat de dollar vertegenwoordigde, dan zou de dollarinflatie werken naar de enige politieke maatstaaf die telde: “Een verbetering van de levensstandaard!”--- Het enige probleem was dat als we op deze route zouden blijven er twee dingen moesten gebeuren. Als eerste zouden we gedwongen worden de goudstandaard te verlaten, omdat de geldhoeveelheid explodeerde (in verhouding tot de hoeveelheid goud). Daarnaast moesten we een nieuwe bron van olie vinden, omdat die van ons op zou raken. Nog meer uit mijn oude artikel: --- Op dat moment (voor 1971) kochten we lokale olie (intern) met ‘fiat dollars’ [vanwege de confiscatie van goud in 1933] en buitenlandse olie met ‘goud dollars’.--- --- De dollarproductie liep zo ver uit de pas met de ‘gouddekking’ dat het overduidelijk was dat de Verenigde Staten hun dollarcreatie koppelden aan de welvaart die olie bracht. Omdat olie en het goud in Londen voornamelijk in dollars werd afgerekend hield men er rekening mee dat overtollige dollars werden omgewisseld voor goud.--- In de ogen van de officiële denkers van dat moment moest de goudstandaard losgekoppeld worden om de binnenlandse economie van de Verenigde Staten te ontwikkelen. Daarom was het taak voor de Verenigde Staten om de rest van de wereld fiat dollars te laten accepteren die gedekt zijn door olie. Vervolgens was het taak meer olie te vinden die drie keer zoveel waarde had (in dollars) als wat het ons kostte om de olie te bemachtigen! Het was een verheven doel, één die een grote aanpassing vereiste. De transitie van de jaren ’70 was op zijn zachtst gezegd turbulent. Meer uit mijn artikel: --- De Verenigde Staten exporteerden al zoveel dollars dat een verdere toename de perceptie van een “leegloop van goudvoorraden” zou verergeren. Dit was voor iedereen een probleem, omdat de geïndustrialiseerde wereld nog steeds goud wilde hebben. Tegelijkertijd vond de geïndustrialiseerde wereld de “niet-inflatoire” (relatief in die tijd) expansie van de dollarbasis prima, omdat het de nieuwe olie-economie en de reële goederen die dankzij olie geproduceerd konden worden vertegenwoordigde. De Verenigde Staten wilde nieuwe ‘lokale’ oliereserves (op het Amerikaanse continent), omdat die met ‘fiat dollars’ betaald konden worden in plaats van met ‘gold dollars’. Onze buurlanden in het noorden en het zuiden vroegen zelden om goud. In dat opzicht fungeerden ze voor de Verenigde Staten als lokale olieproducenten die betaald werden met ‘fiat dollars’. Echter, om deze reserves voor ‘fiat dollars’ te krijgen moesten ze voorkomen dat de goedkope olie uit het Midden-Oosten iedereen zou voorzien als de olieprijs zou gaan stijgen.--- --- Iedereen was overrompeld toen de koppeling tussen goud en dollars verbroken werd. Zoals ik hierboven gezegd heb was de geïndustrialiseerde wereld dol op de dollarexpansie, vanwege de gepresenteerde context van olie. De rest van de wereld zat gevangen tussen wat leek op een goed systeem op basis van goedkope olie en het verlies van de levering van goud. ---- --- Zelfs toen we goud achterlieten (1971) en olie opkwam (1978) bleef het systeem gewoon werken, omdat olie wellicht $100 aan economische waarde leverde en voor $30 op de markt werd gebracht. --- Op een ietwat ingewikkelde manier, door de koppeling met goud los te laten, werd de olieprijs wereldwijd opgestuwd. Dat bevorderde de zoektocht naar nieuwe (nog steeds goedkope) olie, die betaald zou worden in dollars. Olie die nog steeds veel meer gebruikswaarde had dan de prijs die ervoor betaald werd. De G7-landen wisten dat ze aanvankelijk wat goud moesten verkopen, zodat de goudprijs geleidelijk en op een gecontroleerde manier een hoger prijsniveau kon opzoeken toen de ontkoppeling van goud met de dollar was losgelaten. Pas toen de olieproducerende landen begrepen dat de goudprijs op een redelijk niveau ‘gecontroleerd’ zou worden continueerden ze de prijsvorming van olie in dollars en was de aanvoer van olie voor enige tijd veilig gesteld. Het omwisselen van dollars voor goud op een wereldwijde markt werd toegestaan, voor zover dat noodzakelijk en gewenst was. Dit viel ook in de smaak bij de grote landen buiten de VS, omdat hiermee het ‘tweede probleem’ dat ik hierboven benoemde werd geadresseerd. Namelijk het probleem van de geografische locatie van datgene wat de munt dekt. Omdat de meeste oliereserves zich buiten de Verenigde Staten bevonden – en de Verenigde Staten langzaam door hun eigen reserves heen waren – kon olie in een zekere zin de vrije wil van de Verenigde Staten binnen de perken houden. Als de Verenigde Staten inderdaad af zou stappen van het beheren van een goedkope goudmarkt, of als ze de geldpers te hard liet draaien, dan zou men via een verhoging van de goudprijs de dollar kunnen devalueren. En nee, dat is niet het beste beleid voor de wereld, maar het een betere controle op het bijdrukken van dollars dan het goud in Fort Knox! Terugkerend naar de logica uit mijn vorige artikel “Fundament” was dit de context waarin de G7-landen gebracht werden, nadat ze hun steun kenbaar hadden gemaakt voor nieuwe fiat dollars zonder koppeling aan goud. Zoals ik zei: het alternatief was een grote puinhoop geworden. Met deze nieuwe situatie werd er tijd gekocht. Tijd om ons een beeld te vormen van een nieuwe wereld reserve structuur en die te introduceren. Deze structuur werkte een aantal jaar in een gebroken patroon. Tegen alle verwachtingen in gingen de prijzen van olie en goud niet omhoog, maar werd iedere stijging gevolgd door een daling. Centrale banken zogen zich vol met dollarreserves en voorkwamen daarmee de hyperinflatie van de dollar. Ze bleven dollars accumuleren, omdat ze wisten dat goud in staat was al het waardeverlies van dollarreserves op te vangen zodra een nieuw systeem in gebruik zou worden genomen. Landen die vandaag de dag nog steeds over weinig goudvoorraden beschikken hebben ogenschijnlijk geen idee waar dit allemaal naartoe leidt. Tot op zeker hoogte zijn ze door de Verenigde Staten gebruikt, omdat ze de dollars die ze in ontvangst namen nooit inwisselden voor goud. Ze moeten gedacht hebben dat de hoeveelheid dollars eeuwig kan blijven expanderen en nooit waarde zal verliezen! Vanuit deze gedachte hebben deze landen hun volledige sociale en economische structuur ingericht op het verkopen van goederen aan Amerika, allemaal in ruil voor een Amerikaanse droom. Nu, na al die jaren, beginnen ze eindelijk in te zien dat buitenlandse dollars waardeloos zijn, zo lang de Verenigde Staten een permanent handelstekort blijven maken dat niet zal omslaan in een overschot. Het echte risico wordt nu pas begrepen. De Amerikaanse economie zal alleen vertragen door hyperinflatie, die veroorzaakt zal worden door een verschuiving van de functie die de dollar heeft als reserve! Met gevangen dollarreserves en geen goud om daarvoor te compenseren stevenen deze landen af op regelrechte rampspoed. Opnieuw een stuk uit mijn vorige artikel ‘Fundament’: Denkers in het Euroland beginnen vandaag de dag in te zien dat ze geen dollars in hun reserves nodig hebben om marktaandeel te behouden in de Verenigde Staten. Zoals ik eerder al stelde: “Als de Verenigde Staten haar geldhoeveelheid opblaast en een bubbel produceert, dan werd de wereld overspoeld met geïnflateerd dollars die wij moesten kopen  om de wisselkoers stabiel te houden… Maar met de euro op het toneel, waarom zou ik dan nog die dollars aanhouden als legitimering voor het creëren van mijn eigen munt? Ik kan goud kopen als “waarde reserve” en vervolgens mijn eigen geld drukken. Dat is niet anders dan dat ik dollars aanhoudt als reserves, maar ik heb tenminste een reserve die… niet afkomstig is van een onomkeerbaar handelstekort!!” In betere bewoordingen: De euro is nog steeds te klein om een massieve dumping van overtollige dollars op te vangen. Inderdaad, hoe meer de VS de euro in diskrediet probeert te brengen, hoe groter het risico is van een “Washington Agreement II”, waarin de BIS / ECB hun overtollige dollarreserves gebruiken om de papieren goudmarkt te omzeilen en op grote schaal fysiek goud kopen. In feite hoeven ze slechts op beperkte schaal de markt voor fysiek goud te betreden om de papieren goudmarkt in rook op te laten gaan. Dus, waarom daalt de euro? Of stijgt de dollar omdat een liquiditeitscrisis in de euro haar bestaansrecht bedreigt? Staan we aan de vooravond van een crash in de Amerikaanse markten en in de dollar? Allemaal veroorzaakt door een transitie weg van het dollar reserve systeem? We hebben wat oude artikelen over dit onderwerp die we later zullen bespreken… FOA/ gids van de Gold Trail. (Vertaling door Frank Knopers) Dit artikel verscheen afgelopen vrijdag in de Marketupdate Weekendeditie. Schrijf u hier in en ontvang iedere vrijdag onze nieuwsbrief!

  • Grafiek: Van goud naar valutareserves

    De volgende grafiek uit een IMF rapport van 2006 laat zien dat we de afgelopen decennia een nieuw pad zijn ingeslagen. Voor 1971 was fysiek goud nog de belangrijkste reserve van centrale banken (uitgedrukt in valuta), maar sinds 1980 werd die rol steeds verder naar de achtergrond gedrukt. Valutareserves stapelden zich op, terwijl de goudcomponent kleiner werd door stelselmatige verkoop van goud door centrale banken en door de daling van de goudprijs die daar het gevolg van was.

    “De verschuiving van goud naar buitenlandse valuta was onderdeel van een bredere herverdeling richting activa die – zo dacht men – een meer aantrekkelijke balans gaf tussen risico en rendement”, zo schrijft het IMF in de toelichting.

    De verschuiving van goud naar valutareserves

    De verschuiving van goud naar valutareserves

    Hoewel valutareserves volgens sommigen een beter 'risico-gewogen rendement' boden, besloten centrale banken wereldwijd vanaf 2009 toch meer goud te kopen. Europese centrale banken, die naar verhouding over zeer grote goudvoorraden beschikten, bouwden hun verkopen tussen 1999 en 2009 langzaam af. Ook hebben zij in 1999 afgesproken de jaarlijkse goudverkopen te limiteren en de leasing activiteiten af te bouwen. Komt goud weer terug als wereldreserve? En welke implicaties heeft dat voor al die valutareserves?

  • Gold heading to Asia through Switzerland

    Gold export figures from the Swiss Customs Administration show that most of the physical metal is being exported to Asian countries. In the first three months of 2014, most of the yellow metal went to Hong Kong (206,44 tonnes). India came in second with a net import volume of 87,52 tonnes. Direct imports of gold into mainland China take the third place with a volume of 74,9 tonnes in the first quarter of this year.

    These figures should come as no surprise, because China and India are by far the largest gold markets nowadays. However, a substantial amount went to Singapore and Saudi-Arabia as well. The total net export from Switzerland to these countries was 40,69 and 15,36 tonnes respectively. The first graph shows the ten countries to which Switzerland net exported the largest volumes of gold.

    Most of the gold is exported to Asian countries

    Most of the gold is exported to Asian countries

    Gold heading from West to East

    Switzerland is an important hub in the global physical gold market. Many transactions in this market are therefore taking place in this small and mountainous country. If we look to the other side of the balance, we find the usual suspects sending gold to Switzerland. In the first quarter of this year, the United Kingdom was the largest net exporter of the precious metal to Switzerland, bringing in 270,3 tonnes of gold. The second largest supplier of gold to the Suisse vaults was the United States, exporting a net amount of 56,77 tonnes to the European country. Third and fourth place were taken by Turkey and Russia, exporting 39,93 and 25,89 tonnes of the yellow metal to Switzerland.

    The US and the UK are supplying most of the gold to Switzerland

    The US and the UK are supplying most of the gold to Switzerland

    (h/t: BMS, Goudstudieforum)

  • Goud verhuist via Zwitserland naar Azië

    Zwitserland heeft in de eerste drie maanden van dit jaar het meeste goud naar Azië geëxporteerd, zo blijkt uit de laatste cijfers van de Swiss Customs Administration. Zwitserland exporteerde in deze periode het meeste goud naar Hong Kong, namelijk 206,44 ton. India komt met gepaste afstand op de tweede plaats met een volume van 87,52 ton. Zwitserland exporteerde het edelmetaal ook rechtstreeks naar het Chinese vasteland, het volume van 74,9 ton in het eerste kwartaal van dit jaar is goed voor een derde plaats. Ook ging er veel geel metaal naar Singapore (40,69 ton) en naar Saoedi-Arabië (15,36 ton).

    De eerste grafiek laat de tien landen zien die in het eerste kwartaal van 2014 netto het meeste goud uit Zwitserland importeerden.

    Hong Kong, India en China halen meeste goud weg uit Zwitserland

    Hong Kong, India en China halen meeste goud weg uit Zwitserland

    Goud verschuift van West naar Oost

    Zwitserland staat bekend staat als een belangrijk knooppunt voor de fysieke goudmarkt en veel transacties worden om die reden dan ook via dit land uitgevoerd. Als we kijken waar Zwitserland in de eerste drie maanden van dit jaar het meeste goud vandaan haalde, dan zien we de 'usual suspects' de lijst aanvoeren. Het Verenigd Koninkrijk exporteerde met 270,3 ton netto het grootste volume richting Zwitserland. De Verenigde Staten verscheepten in het eerste kwartaal van dit jaar in totaal 56,77 ton goud naar de kluizen in Zwitserland. De derde en vierde plaats worden opgevuld door Turkije en Rusland, die respectievelijk 39,93 en 25,89 ton van het edelmetaal aanleverden.

    De VS en het Verenigd Koninkrijk exporteerden het meeste goud naar Zwitserland

    De VS en het Verenigd Koninkrijk exporteerden het meeste goud naar Zwitserland

  • Grafiek: Vastgoed steeds voordeliger

    De prijzen van vastgoed in Nederland zijn in een tijdsbestek van ongeveer twintig jaar naar ongekende hoogte gestegen, maar met de crisis van 2008 kwam daar plotseling verandering in. De volgende grafieken zijn afkomstig uit een nieuw rapport van de NVM. In het rapport is niet alleen aandacht voor de woningmarkt, maar maar ook voor commercieel vastgoed en de landbouw.

    Als u een vrijstaande woning had, dan zag u de laatste jaren de meeste waarde ‘verdampen’. De prijsdalingen van appartementen en rijtjeshuizen waren veel kleiner. Vergeleken met 2006 daalde de waarde van een vrijstaande woning van gemiddeld €400.000 naar €332.000, omgerekend een daling van 17%. De gemiddelde prijs van een appartement daalde van €167.000 in 2006 naar €159.000 in 2013, een verlies van bijna 4,8%.

    Huizenprijzen Nederland sinds 2006

    Huizenprijzen Nederland sinds 2006 (Bron: NVM)

    Commercieel vastgoed

    Over commercieel vastgoed hoeven we niet te beginnen. De volgende grafiek spreekt boekdelen. Het is te hopen dat uw pensioenfonds niet de hoofdprijs betaald heeft voor een belegging in kantoren...

    Commercieel vastgoed is fors in waarde gezakt

    Commercieel vastgoed is fors in waarde gezakt

    The Dutch Propery Market in Focus 2013 by Frank Knopers