Het Duitse blad Der Spiegel schrijft dat Griekenland opnieuw geld nodig heeft. De krant baseert zich op een document van de Bundesbank, waarin staat dat er uiterlijk begin volgend jaar een nieuw steunprogramma klaar moet liggen voor de Grieken. In het rapport staat dat het “zeer risicovol” is om het bestaande steunprogramma voort te zetten en dat de goedkeuring van de laatste tranche van €5,8 miljard “politiek gedreven” was. Hieruit kunnen we concluderen dat het nog steeds niet goed gaat met de Griekse economie en overheidsfinanciën.
Merkel
Het rapport over een nieuw reddingsplan voor Griekenland komt bondskanselier Angela Merkel slecht uit, want dit najaar worden er weer verkiezingen gehouden in Duitsland. Een nieuwe reddingsoperatie voor Griekenland is moeilijk te verkopen door Merkel, omdat ze steeds heeft vastgehouden aan het standpunt dat Griekenland niet meer hulp nodig heeft. De Duitse oppositie beschuldigt bondskanselier Merkel van liegen, omdat ze waarschijnlijk wel op de hoogte is gebracht van de problematische situatie in Griekenland en de noodzaak van een nieuw reddingsprogramma.
Volgens Carsten Schneider van de Sociaaldemocraten komt men na de verkiezingen van een koude kermis thuis: “Door de noodzaak voor extra steun aan Griekenland te betwisten liegt de kanselier de bevolking voor”.
Als grootste economie van Europa heeft Duitsland veel blootstelling aan Griekenland, dat in totaal al €240 miljard heeft ontvangen via steunoperaties. Het huidige reddingsprogramma stopt eind 2014 en dat zou betekenen dat de Griekse regering weer eigenhandig naar de kapitaalmarkt moet om staatsobligaties te slijten.
Afschrijven
Het IMF heeft in 2010 al voorgesteld om een deel van de Griekse staatsschuld kwijt te schelden. Dat gebeurde toen niet, waardoor financiële markten de tijd kregen om het schuldpapier van de hand te doen. Reuters schrijft dat Europese regeringsleiders – waaronder Merkel – Griekenland de afgelopen maanden hebben geprezen voor de succesvolle hervormingen. De hervormingen zijn onderdeel van het eisenpakket dat Europa heeft opgelegd in ruil voor de noodleningen. Maar in het document van de Bundesbank valt te lezen dat de Griekse regering “amper voldoende” resultaat heeft geboekt.
Door de lage goudprijs komt veel fysiek goud in beweging, dat stelt goudhandelaar Mihir Dange van Grafite Capital op Bloomberg. Zijn fonds wacht al acht weken op de aflevering van fysiek goud dat ze voor een prijs van $1200 tot $1250 per troy ounce kochten. Volgens Dange willen meer steeds meer partijen het fysieke goud hebben, wat ook de reden is voor de zeldzame backwardation in goud. De markt geeft de voorkeur aan directe levering van goud, waardoor de goudprijs op de spotmarkt hoger is dan de termijnmarkt.
“Run op fysiek goud”
De handelaar spreekt van een run op fysiek goud. Die indruk krijgen we ook als we kijken naar de voorraadontwikkeling van goud in de COMEX en in het GLD ETF. De bullion banks hebben daar de laatste maanden relatief veel fysiek goud weggehaald. Onderstaande grafiek uit de nieuwsbrief ‘Things that make you go Hmm…’ laat dat mooi zien. De tweede grafiek laat zien dat de totale berg goud in de Comex sinds het begin van dit jaar gekrompen is van 11 naar 7 miljoen troy ounce. Dat is een daling van meer dan 36%! Banken halen ook veel goud weg uit het GLD ETF, door aandelen van het fonds in te ruilen voor fysiek goud. Sinds het beginv an dit jaar hebben bevoegde brokers en banken (Authorized Participants) meer dan 400 ton goud vrij gemaakt. Gaat dat goud rechtstreeks naar China?
Goudvoorraden Comex en GLDDaling Comex goudvoorraad (Grafiek van Nick Laird van Sharelynx)
De Indiase regering heeft de importheffing op zowel goud als zilver verhoogd. De invoerheffing op gezuiverd goud gaat van 8 naar 10 procent, terwijl de heffing op onzuivere doré goudstaven van 7 naar 7 procent zal stijgen. De heffing op zilver gaat dit keer ook fors omhoog, namelijk van 6% naar 10%. India heeft dit jaar al veel meer zilver geïmporteerd dan vorig jaar, wat mogelijk verband houdt met alle beperkingen die de regering heeft opgelegd aan de import van en de handel in goud. Zilver werd de afgelopen maanden nog ontzien. India importeerde in de eerste vijf maanden al meer dan 2.400 ton zilver, veel meer dan de 1.900 ton over heel 2012.
‘Niet-essentiële import’
De Indiase regering beschouwt zowel goud als zilver als niet-essentiële importgoederen, maar daar denkt de bevolking anders over. In de maand juli importeerde India 70,1 ton goud, een stijging ten opzichte van de maand juni. Dat was een tegenvaller voor de Indiase regering en haar centrale bank, die met nieuwe importbeperkingen juist op een daling hadden gehoopt. De Indiase bevolking ziet goud als een vorm van spaargeld, omdat het metaal veel minder waarde verliest dan de roepie. Door de hoge inflatie is het voor Indiërs niet interessant om veel geld op een spaarrekening te parkeren.
Betalingsbalans
De Indiase centrale bank slaagt er maar niet in het tekort op de betalingsbalans weg te werken. In de eerste maanden van dit jaar kwam het tekort uit op 3,6% van het BBP. Daarom overweegt de regering ook de importheffing op goederen als kolen, vloeibaar gas, diamanten en ruwe palmolie te verhogen. Het opschroeven van de importheffing op energie heeft als nadeel dat het meteen doorwerkt in de consumentenprijzen en daarmee prijsinflatie veroorzaakt. En juist een hoge inflatie maakt het kopen van goud aantrekkelijker.
De verkoop van zilveren munten door de US Mint loopt dit jaar bijzonder hard. Het lijkt er zelfs op dat het oude record van 2011 verbroken zal worden. In de eerste zeven maanden van dit jaar verkocht het munthuis al 29,45 miljoen troy ounce aan zilveren munten, veel meer dan in dezelfde periode van voorgaande jaren. Zelfs in 2011, toen de zilverprijs naar $48 per troy ounce steeg, verkocht het munthuis in de eerste zeven maanden van het jaar niet zoveel munten verkocht als dit jaar.
De ongekend hoge verkoopaantallen wijzen erop dat zilverbeleggers zich niet laten ontmoedigen door lagere prijzen. De zilverprijs is dit jaar netto alleen maar omlaag gegaan en staat op het moment van schrijven bijna 30% lager dan aan het begin van dit jaar. Kennelijk grijpen spaarders en beleggers de lage zilverprijs aan als een mooi moment om meer edelmetaal in te slaan.
Goud
Dat geldt ook voor goud, gezien de verkoopcijfers van de gouden munten van het Amerikaanse munthuis. In de eerste zeven maanden van dit jaar verkocht de US Mint al 859.500 troy ounce aan Eagle en Buffalo munten, een stijging van bijna 90% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Onderstaande grafieken van Goudstandaard laten de cumulatieve verkoop (jan t/m juli) van goud en zilver over de afgelopen jaren zien.
Speculanten hebben hun shortpositie goud sterk teruggebracht, zo blijkt uit de laatste data van de Bloomberg. In drie weken tijd hebben ze gezamenlijk 33% van hun netto shortpositie afgesloten. Een paar weken geleden was de totale shortpositie nog op recordhoogte met ongeveer 140.000 contracten goud, maar daar zijn er nog maar 91.737 van over. De laatste keer dat speculanten hun shortpositie zo snel terugtrokken was in 1999/2000. Wat betekent dat voor de goudmarkt? Is er dreiging van een short-squeeze? De daling van de hoeveelheid goud in het GLD sinds het begin van dit jaar wijst ook in die richting…
India heeft in juli meer goud gekocht dan in de maand daarvoor, ondanks de toenemende importbeperkingen voor het gele edelmetaal. In totaal werd er de afgelopen maand voor $2,9 miljard aan goud geïmporteerd, tegenover $2,45 miljard in de maand juni. Rekenen we die bedragen om naar de gemiddelde goudprijs, dan zien we dat het geïmporteerde volume goud nog sterker toegenomen is.
Import stijgt weer
Was de gemiddelde goudprijs in juni nog $1342,40 per troy ounce, in juli zakte de prijs naar gemiddeld $1.286,70 voor hetzelfde gewicht. Met deze prijzen als uitgangspunt komen we uit op volumes van 56,77 ton goud in juni en 70,1 ton goud in juli (+23,48%). In april en mei importeerde de Indiase bevolking ook al veel goud, tot ongenoegen van de regering en de centrale bank. De import van goud drukt de betalingsbalans verder in het rood, waardoor India moet interen op haar buitenlandse valutareserves. Dat zet ook de waarde van de Indiase roepie onder druk.
De Indiase minister van Financien, P. Chidambaram, beschouwt goud als het meest niet-essentiële importgoed en doet er daarom alles aan om de aankopen van goud te ontmoedigen. Voordat de juweliers gouden sieraden in de etalage kunnen leggen moeten er al drie hordes genomen worden:
Een importheffing van 8% op goud
De verplichting om tenminste 20% van het geïmporteerde goud weer als juwelen te exporteren
Juweliers die gouf inkopen moeten dat voorfinancieren middels een lening bij de bank
“Premie goud naar $100 per troy ounce”
Deze obstakels maken het goud niet alleen schaars, ze drijven ook de prijs van het eindproduct verder op. Bloomberg schrijft dat de premie op fysiek goud op de Indiase goudmarkt in een week tijd verder gestegen is van $30 naar $40 per troy ounce. Maar daar zal het volgens Haresh Soni van de All India Gems & Jewellery Trade Federation niet bij blijven:
“De premie op goud kan stijgen tot $100 per troy ounce, indien de overheid de regels niet versoepelt. Wie nu naar de markt gaat om goud te kopen bij de handelaren kan zeer hoge premies verwachten. Handelaren die eerder een voorraad hebben aangelegd profiteren nu van de importbelemmeringen”
Ongeveer 90% van alle juweliers in India is aangesloten bij de All India Gems & Jewellery Trade Federation, een federatie die de belangen van 300.000 juweliers in India behartigt. Dat geeft de uitspraken van Haresh Soni extra lading.
Volgens Barclays kan de premie op fysiek goud in India stijgen naar $45 per troy ounce, tenzij er meer goud via onofficiële kanalen het land binnen wordt gebracht. Die onofficiële importkanalen worden de komende maanden steeds belangrijker, want het Indiase trouwseizoen staat weer voor de deur. Het is in goede Indiase traditie om op dit soort gelegenheden goud te kopen en cadeau te geven.
Smokkel
Door de importbeperkende maatregelen komt er steeds meer goud binnen via naastgelegen landen. Pakistan kondigde recent een totaalverbod uit op de import van goud, omdat een groot gedeelte van het edelmetaal direct de grens over ging naar India. Ook Pakistan is zuinig op haar buitenlandse valutareserves en besloot daarom een maand lang de import van goud tegen te houden. In juli importeerde Pakistan $514 miljoen aan goud, meer dan een verdubbeling ten opzichte van de eerste zes maanden van vorig jaar!
Voor Indiërs is het aantrekkelijk om goud weg te smokkelen uit Pakistan, omdat laatstgenoemde geen importheffing voor goud hanteert. “Het verschil in importheffing heeft de gezorgd voor een toename van de import van belastingvrij goud in Pakistan en goudsmokkel richting India”, zo valt te lezen op de website van het Pakistaanse ministerie van Financiën.
Ook Sri Lanka heeft hinder ondervonden van goudsmokkelaars uit India. Dat probleem werd eind juni aangepakt met een importheffing van 10%, nog hoger dan de importheffing in India. Nepal probeert de smokkel van goud te beperken met een verhoging van de importheffing van 3.000 naar 3.600 Nepalese roepies per 10 gram. In juli werd er nog een lading van 35 kilogram goud onderschept die onderweg was van Nepal naar India.
Nepal heeft de afgelopen elf maanden al 14% meer goud geïmporteerd dan in dezelfde periode van vorig jaar. Sri Lanka zag haar import in de eerste vier maanden van dit jaar zelfs met 46,7% stijgen ten opzichte van vorig jaar. Alleen in de maand april importeerde Sri Lanka volgens haar eigen centrale bank $50 miljoen aan goud.
Het aantal faillissementen in Nederland blijft toenemen, zo blijkt uit data van het CBS. In juli werden 779 bedrijven en instellingen failliet verklaard, ruim honderd meer dan in juni. Van de bedrijven die in juli over de kop gingen waren er veel actief in de handel (224) en in de bouwnijverheid (92). Vooral in juli nam het aantal faillissementen in de handel enorm toe, terwijl de bouwsector juist een daling liet zien ten opzichte van een maand eerder.
Het CBS merkt op dat het aantal faillissementen in een maand sterk samenhangt met het aantal zittingsdagen van de rechtbank. Dat valt ook a te leiden aan de grilligheid van onderstaande grafiek. Toch valt er duidelijk een trend te bespeuren en dat is naar boven toe. In de jaren 2009 en 2010 daalde het aantal faillissementen nog, tot een gemiddelde over drie maanden van minder dan 500. In 2012 begon het aantal faillissementen weer te stijgen en die trend zet zich nog steeds voort. Het voortschrijdende gemiddelde van de laatste drie maanden steeg in juli naar een recordniveau van 751 faillissementen. Een maand geleden lag dat bewegende gemiddelde nog op 722 gevallen.
Werkloosheid
De toename van het aantal faillissementen valt samen met een stijgende werkloosheid. In juli maakte het CBS bekend dat de werkloosheid in Nederland was toegenomen naar 8,5%, omgerekend zijn dat 675.000 werklozen. In 2010 en 2011 was het werkloosheidspercentage in Nederland gemiddeld nog maar 5,4%. De Nederlandse arbeidsmarkt gaat dus snel bergafwaarts.
De Commodities Futures Trading Commission (CFTC) verdenkt een aantal banken van marktmanipulatie, met name in de handel van aluminium en tin. De Amerikaanse toezichthouder heeft een opslagdepot gedagvaard, omdat er verdenkingen zijn dat het depot met bepaalde banken samenwerkt om de prijzen van metalen kunstmatig hoog te houden. De toezichthouder eist volgens Reuters alle communicatie en documentatie van het depot op dat gerelateerd is aan de Londen Metals Exchange (LME) sinds het begin van 2010.
De dagvaarding van het metaaldepot volgt op verdenkingen van onder meer Coca Cola dat opslagdepots met opzet de kosten van aluminium verhogen. De depots waar de frisdrankfabrikant mee samenwerkt zouden opzettelijk traag zijn met de uitlevering van aluminium. Volgens Reuters is het mogelijk dat de CFTC meerdere opslagdepots heeft gedagvaard, maar daar zijn nog geen harde bewijzen voor te vinden.
Banken
Banken hebben de laatste jaren veel meer macht gekregen in de grondstoffenhandel. Niet alleen mogen ze handelen in allerlei soort metalen, ook kunnen ze complete opslagdepots overnemen. In het verleden hadden traditionele opslagbedrijven als het Nederlandse C. Steinweg en het Singaporese CWT Commodities controle over de meeste opslagdepots van bijvoorbeeld aluminium, maar in de laatste jaren hebben banken als Goldman Sachs, JP Morgan en grondstoffenhandelaren als Glencore Xstrata Plc en Trafigura AG steeds meer depots van de traditionele marktpartijen overgenomen.
Marktmanipulatie
Volgens verschillende opslagdepots en de Londen Metals Exchange zijn de grote voorraden van grondstoffen en de hoge prijzen voor fysiek metaal het gevolg van de lage rente en de markt die in contango verkeert. Het is voor handelaren daarom aantrekkelijk om de metalen maanden vooruit te verkopen en hoge opslagkosten door te berekenen. Sommige banken hebben zowel controle hebben over de handel als over de fysieke uitlevering en kunnen die situatie uitbuiten door opzettelijk langzaam metalen uit te leveren.
Het Amerikaanse ministerie van Justitie is ook al op deze kwestie gedoken. Ze heeft volgens bronnen van Reuters een bezoek gebracht aan een metaaldepot om de werkwijze en de procedures van het bedrijf in kaart te brengen. The Beer Intitute, een grote speler in de biermarkt met meer dan 2.800 brouwerijen en een omzet van $250 miljoen, is al met het Amerikaanse ministerie van Justitie in contact getreden om de situatie aan de kaart te brengen. Coca Cola en haar aluminiumleverancier Novelis Inc hebben ook al klachten neergelegd bij de toezichthouders. Ze vinden dat de metaaldepots heel lang wachten met uitlevering, dat ze relatief hoge opslagkosten in rekening brengen en dat ze extra hoge premies doorberekenen aan hun afnemers.
De afgelopen maand zijn er volgens Reuters meer rechtszaken aangespannen door industriële afnemers van aluminium. Ze beschuldigden banken en de metaaldepots van het achterhouden van voorraden, met als gevolg dat de hogere kosten voor aluminium doorberekend moeten worden in de prijzen van producten uiteenlopend van een colablikje tot vliegtuigen. Goldman Sachs en JP Morgan worden in verband gebracht met de vermeende marktmanipulatie, maar beide banken ontkennen dat.
Voorraden
In de afgelopen drie maanden heeft zich een grote voorraad van aluminium en andere metalen opgestapeld in de metaaldepots die horen bij de Londen Metals Exchange. Dat zou het gevolg zijn van de (administratieve) belemmeringen die de depots opwerpen voor hun klanten. Volgens critici van het LME systeem is er een te grote beperking op het volume dat dagelijks uitgeleverd mag worden. Zo kunnen bepaalde opslagdepots met meer dan 900.000 ton metaal onder de huidige regels maximaal 3.500 ton per dag uitleveren.
Goldman Sachs verklaarde eerder al dat haar opslagdepot geen regels heeft overtreden. Toch heeft de bank, om de druk op har activiteiten in de grondstoffenmarkt te verlagen, één van haar depots direct opengesteld voor haar klanten. Dat gebeurde een week nadat Reuters het onderwerp voor het eerst aan het licht bracht.
De goudprijs zakte afgelopen week van €988,39 naar €985,29 per troy ounce, een verwaarloosbaar klein verlies van 0,31%. De zilverprijs steeg van €481,78 naar €495,25 per kilo, een plus van 2,8%. In dollars steeg de goudprijs van $1.312,52 naar $1.314,55 (+0,15%) en steeg zilver van $19,91 naar $20,56 per troy ounce (+3,26%). De hogere percentages in dollars vertellen ons dat de Amerikaanse munt weer in waarde gezakt is ten opzichte van de euro.
Vooral in euro’s is de prijsontwikkeling van afgelopen week opmerkelijk, want doorgaans volgen de prijzen van goud en zilver elkaar (met een hogere volatiliteit voor laatstgenoemde). Door de stijging van de zilverprijs en de daling van goud zakte de ratio tussen de twee edelmetalen van 66:1 naar ongeveer 64:1.
De goud/zilver ratio is in de afgelopen zes maanden gestegen van minder dan 54:1 naar 64:1 en bereikte eind juli zelfs het hoogste niveau in bijna drie jaar tijd. Was zilver te hard afgestraft? Of is er iets aan de hand met de goudmarkt? Voor beide kan men een verklaring vinden. We nemen ze beide onder de loep…
1. Meer vraag naar zilver?
Eerder deze week werd bekend dat India weer meer zilver koopt, mogelijk door de toenemende restricties op de import en verkoop van goud. India kocht in de eerste vijf maanden van dit jaar al 10% van de wereldwijde zilverproductie op, ongeveer 2.400 ton. Dat is veel meer dan het totaal van 1.900 ton zilver over heel 2012. Ook onder beleggers lijkt de vraag naar zilver aan te sterken. Zowel de Australische Perth Mint als de US Mint verkochten de afgelopen maand veel zilver. De Perth Mint verkocht in juli 18% meer zilver dan in mei en juni, namelijk een kleine 700.000 troy ounces. De US Mint verkocht in juli ook meer zilveren Eagle munten. Met een verkoop van 4.406.500 troy ounce aan munten was juli de tweede beste maand van het Amerikaanse munthuis in 2013. Vergeleken met een maand geleden steeg de verkoop met 34%, vergeleken met dezelfde maand van vorig jaar verkocht de US Mint zelfs 97% meer zilveren munten.
De wereldwijde zilvermarkt is natuurlijk veel groter dan deze twee munthuizen, waardoor we eigenlijk geen directe relatie mogen leggen tussen de zilverprijs en de verkoop van deze munthuizen. Toch zegt een sterke stijging van de verkoop van zilveren beleggingsmunten veel over het sentiment van beleggers in de zilvermarkt. En het zijn juist de beleggers die het groeiende aanbod aan zilver moeten opvangen. De industriële vraag naar zilver stagneert en de vraag naar zilver vanuit de fotografie neemt al jaren af. Tegelijkertijd stijgt de mijnbouwproductie van het grijze edelmetaal.
2. Papieren goudmarkt is ziek?
Een andere reden voor de daling van de zilverprijs is de ontwikkeling op de goudmarkt. Goud verkeert nu al ruim een maand in backwardation. De rentevergoeding die de markt vraagt is nog steeds hoger dan de kapitaalmarktrente. Voor alle details over dit zeldzame fenomeen verwijzen we graag naar ons goud en zilver report van vorige week en naar dit achtergrondartikel over backwardation in de goudmarkt. De negatieve Gold Forward Offered Rates (GOFO) houden niet alleen aan, ze worden ook steeds intensiever. Deze week dook ook de rente op een swap van goud voor een periode van zes maanden onder nul! Zie onderstaande grafiek.
Er is ook weer goud uit het GLD onttrokken. Zat er vorige week nog meer dan 918 ton goud in het fonds, afgelopen vrijdag was dat iets meer dan 911 ton. Banken hebben weer aandelen teruggebracht naar de beheerder van het GLD, in ruil voor de claimbewijzen voor 7 ton fysiek goud. De krimp van het GLD fonds is tekenend voor het sentiment in de goudmarkt. Beleggers keren de papieren posities de rug toe, terwijl de vraag naar fysiek goud aanhoudt. Ook in China wordt nog steeds veel fysiek goud gekocht.
Over deze ontwikkelingen in de goudmarkt heeft FOFOA onlangs een zeer interessant artikel geschreven: The Funeral (leestip voor de zondagmiddag!)
Gold Forward Offered Rate blijft negatief
Voor het eerst sinds tijden is ook de effectieve rente op een goudswap met een duur van zes maanden negatief…
Opeens is de lucht in Europa bezwangerd van optimisme. Het herstel komt er aan. Zelfs uit de perifere landen komen cijfers die wijzen op een lichte verbetering van de economische omstandigheden. De industriële activiteiten nemen weer toe en in Spanje en Portugal zou zelfs de werkloosheid licht aan het dalen zijn. Beurskoersen stijgen weer na jaren van stagnatie.
Slagkracht
Nu is de afgelopen vijf jaar bij herhaling het blijde nieuws verkondigd, dat het herstel aanstaande was, maar het is jammer genoeg nooit werkelijkheid geworden. Het is ook nu een kwestie van eerst zien en dan geloven. Zeker de perifere landen staan nog steeds voor grote uitdagingen. Een belangrijke sta-in-de-weg voor een snel herstel van de perifere landen is hun grote handelstekorten met de rest van de wereld. Het gezamenlijk tekort met China bedroeg in 2008 € 34,8 miljard en in 2011 bedroeg het nog steeds € 29 miljard. Voor een deel zijn deze grote tekorten te wijten aan de waardestijging van de euro ten opzichte van de Renminbi in het afgelopen decennium. Daardoor verminderde de Europese slagkracht en in het bijzonder die van de periferie. Die landen leefden toen op veel te grote voet.
Daarnaast werden ze in hun industriële hart getroffen, toen de Chinezen op grote schaal goedkope textiel naar Europa begonnen te verschepen. Daar konden de perifere landen met hun grote textielsector niet tegen op. Aldus groeide de perifere tekorten in razend tempo. De perifere landen waren trouwens ook amper of niet opgewassen tegen de nieuwe concurrentie uit het oosten van Europa. Die ondergroef de toch al geringe slagkracht nog verder. De tekorten zijn uiteindelijk zo groot en onhoudbaar geworden, dat de overschotlanden uit het noorden zich gedwongen zagen een financiële reddingsboei te werpen.
Oplossing
Maar dat kan niet eindeloos doorgaan. Er moet een definitieve oplossing komen, maar welke? Een lage rente, gecombineerd met hoge schulden en enorme tekorten laten weinig ruimte voor verdere fiscale en monetaire stimulering. Loonsverlaging is een hulpmiddel. Maar dat kan niet eindeloos doorgaan. Te lage lonen zijn slecht voor de binnenlandse bestedingen. Te zwakke bestedingen kunnen een nieuwe recessie veroorzaken. Misschien is het beter ook op zoek te gaan naar externe aanpassingen. Dat betekent dat de vraag uit het buitenland moet groeien. Dat kan alleen als de euro zwakker wordt ten opzichte van de renminbi evenals de valuta’s van alle belangrijke handelspartners buiten de eurozone. Het probleem is, dat binnen Europa zeker traditiegetrouw Duitsland geen voorstander is van een zwakke euro. Zwakke valuta’s vormen de basis voor inflatie. Daar hebben de Duitsers een broertje dood aan.
Ook buiten eurozone zal men niet de handen op elkaar krijgen voor een beleid dat de euro moet verzwakken. Er zijn meer landen die worstelen met een zwakke economie. Die zitten niet te wachten op een zwakke Europese munt, die de eigen concurrentiekracht ondergraaft. Een valutaoorlog zou het uiteindelijke resultaat zijn. Daar zit niemand in de wereld op te wachten. De problemen voor de periferie blijven daarmee voorlopig erg groot en dat blijft een herstel in de weg staan.
Cor Wijtvliet
>> Wilt u de dagelijkse column van Cor Wijtvliet zonder een dag vertraging ontvangen? Klik hier om u aan te melden voor de gratis Wijtvliets Investment Insider nieuwsbrief! <<
Obama is van plan de berekening van de Dow Jones index te hervormen, dat schrijft Wim Grommen op basis van een vertrouwelijke bron. De Amerikaanse president is samen met zijn economisch adviseurs tot dit voorstel gekomen. Als zijn voorstel door het Huis van Afgevaardigden en het Senaat wordt aangenomen zal de Dow Jones index begin volgend jaar (bij de huidige stand) op ongeveer 68 punten staan. De waarde van de dertig onderliggende aandelen zal uiteraard niet veranderen, maar de manier waarop de indexscore berekend wordt wel. Hoe zit dat precies?
Hoe wordt de Dow Jones index berekend?
Eerder plaatsen we op Marketupdate ook al een artikel van Wim Grommen, waarin hij de berekening van de Dow Jones index stap voor stap uitlegt. Als u dit artikel nog niet gelezen heeft raden we u aan om dat hier alsnog te doen. De Dow Jones index begon in 1896 met twaalf verschillende aandelen, waarbij de index simpelweg het gemiddelde was van de koersen van alle twaalf aandelen uit de index. Elk aandeel werd dus gelijk gewogen in de index.
(Dow-index_1896 = (x1 + x2+ ……….+x12) / 12)
In 1916 werd het aantal aandelen uitgebreid naar twintig, want er gingen vier aandelen uit en er kwamen twaalf nieuwe aandelen in. De rekenmethode bleef gelijk, want men berekende de index nog steeds als het gemiddelde van alle aandelenkoersen.
(Dow-index_1916 = (x1 + x2+ ……….+x20) / 20)
Vanaf 1927 veranderde de situatie. Een aantal bedrijven uit de index besloten hun aandelen te splitsen, met als gevolg dat er een wegingsfactor aan de aandelen werd toegekend. Zo kreeg American Can bijvoorbeeld en weging van 6x, General Eletric een weging van 4x, enzovoort.. Toen er op 1 oktober 1928 opnieuw tien aandelen aan de index werden toegevoegd en het totaal aantal aandelen op dertig uitkwam werd de rekenmethode met wegingen te complex. Daarom stapte men over op de Dow Jones Divisor. Vlak voor deze omslag was de berekening van de index nog als volgt:
(Dow-index_1927 = (6.x1 + 4.x2+ ……….+x20) / 20)
De Dow Jones Divisor
De index werd vanaf dat moment berekend door de waarde van alle dertig aandelen op te tellen en te delen door één arbitraire waarde, de Dow Jones Divisor. De hoogte van de divider werd bij introductie bepaald op 16,67x, omdat het aantal punten van de index op die manier gelijk bleef aan de oude rekenmethode. Daardoor was er een naadloze transitie van de ene naar de andere rekenmethode van de index. Dat ziet er als volgt uit:
Sindsdien werd de Dow Divisor steeds opnieuw berekend bij een verandering van de aandelen in de index. De vervanging van een oud aandeel door een nieuwe of een splitsing van aandelen zorgde voor een aanpassing van de Dow Divisor, omdat het uiteindelijk indexcijfer onveranderd moest blijven na iedere mutatie. Alleen in het najaar van 1928 en het voorjaar van 1929 vonden er acht aandelensplitsingen plaats in de Dow Jones index, waardoor de Dow Divisor zakte van 16,67 naar 10,47. De berekening was in het voorjaar 1929 dus als volgt:
Na de crash van de aandelenmarkt in 1929 werden er 18 bedrijven uit de Dow Jones index gehaald en vervangen door andere bedrijven. De Dow Jones Divisor werd daarop aangepast naar een waarde van 15,1x. Sindsdien is de Dow Divisor als gevolg van veranderingen in het mandje aandelen en aandelensplitsingen alleen maar verder gezakt. Dat ziet er als volgt uit:
Dow Jones divisor vanaf 1930
Dow Jones Multiplier
De Dow Jones Divisor werd vanaf 198 een Dow Jones Multiplier. Door aandelensplitsingen werd de deler steeds verder omlaag gebracht tot een niveau onder de 1. Dat was het omslagpunt waarop de Dow Jonex index hoger werd dan de som van alle aandelen, gedeeld door het aantal aandelen. Tussen 2000 en 2010 zakte de Dow Jones Divisor naar een dieptepunt van 0,132! Een simpele rekensom leert ons dat er bij de omrekening van aandelen naar de index een vermenigvuldigingsfactor van 7,5 wordt toegepast (1 / 0,132 = 7,5).
De omslag van een Dow Jones Divisor naar een ‘Dow Jones Multiplier’ heeft het opwaartse sentiment op de aandelenmarkt sterk uitvergroot. Onderstaande grafiek van de Dow Jones index laat dat ook goed zien.
Historische grafiek van Dow Jones
Volatiliteit beperken
Omdat iedere opwaartse of neerwaartse beweging op de aandelenmarkt met een factor 7,5 wordt uitvergroot is er een grote mate van volatiliteit in de index. Daarom willen president Obama en zijn economisch adviseurs de oude berekening van de index weer in ere herstellen. De berekening moet weer als volgt zijn:
(Dow-index_Jan_2014 = (x1 + x2+ ……….+x30) / 30)
De totale waarde van alle 30 componenten van de Dow Jones index was op het moment waarop dit artikel geschreven werd $2.039. Door de Dow Jones Divisor te veranderen van 0,130216081 naar 30 zal de index veranderen van 15.658 naar 68 punten (een factor 230 minder). De emotionele factor in de huidige formule en de nervositeit en euforie van aandelenbeleggers zal door de nieuwe berekening van de index kleiner worden. De gedachte achter de verandering is dat de rationaliteit van de belegger weer een grotere rol gaat spelen in de ‘nieuwe Dow Jones’.