Categorie: Nieuws

  • Chinezen verdubbelen import van goud in 2013

    In anderhalf jaar tijd heeft China bruto 1.461 ton goud geïmporteerd, een aanzienlijk volume. Naar schatting blijft daar netto ongeveer 1.000 ton van over, uitgaande van de verschillen tussen bruto en netto import in de afgelopen maanden. Het land blijft onverminderd goud kopen, ondanks het feit dat de goudprijs dit jaar al met 25% gezakt is. Onlangs werden de cijfers van mei gepubliceerd en ook deze cijfers wijzen op een voortzetting van de trend. In deze maand importeerde China 127 ton goud, aanzienlijk meer dan de 75,6 ton in dezelfde maand van vorig jaar.

    Het is niet alleen de import van goud die blijft toenemen, want ook de mijnproductie van China neemt toe. Haalde het land in 2011 nog 355 ton goud uit de grond, in 2012 was dat al meer dan 400 ton. Volgens schattingen zal de mijnproductie in 2015 verder stijgen tot 420 ~ 450 ton. Als we de binnenlandse mijnproductie en de import van goud samenvoegen komen we tot de conclusie dat China met afstand de grootste afnemer van goud is. In 2015 neemt China naar schatting de helft van de wereldwijde goudmijnproductie af.

    Wat betekent dat voor de goudprijs?

    De grote vraag naar goud uit Azie ondersteunt de goudprijs, al is daar voorlopig nog weinig van te merken. Op zich is dat niet vreemd, want ook China heeft belang bij een lagere goudprijs. De beste manier om zoveel mogelijk van het gele metaal te bemachtigen is om het steeds in kleine hoeveelheden aan te kopen. Zo lang de goudprijs laag is kan het edelmetaal ongehinderd en onopgemerkt verhuizen richting Azië. Een snel stijgende goudprijs maakt het voor China moeilijker om veel goud te kopen. Nu de druk op de goudmarkt wat lager is geworden (zie de voorraadontwikkeling van GLD) kan China wat meer geel metaal van de markt halen.

    Cumulatieve import van goud in China sinds begin 2012 (Bron: Zero Hedge)

    In 2013 wordt er bijna twee keer zoveel goud ingevoerd als in 2012 (Bron: Zero Hedge)

  • Gold Fields: “Goudmijnen niet rendabel bij goudprijs onder de $1.500”

    “De South Deep mijn is één van de weinige goudmijnen van Gold Fields die nog wel winstgevend kan produceren bij een goudprijs van $1.230 per troy ounce”, zo verklaarde Holland tegenover Bloomberg. “Door de omvang en de hoge mate van mechanisering in het productieproces is deze mijn minder gevoelig voor hogere looneisen van het personeel. Dat houdt de kosten laag.”

    Toch zijn er ook veel goudmijnen waar de productiekosten aanmerkelijk hoger liggen. Vandaar dat Holland een prijs van $1.500 per troy ounce noemt als het minimum voor het voortbestaan van deze sector. De afgelopen jaren hebben veel goudmijnen oveames gedaan die door de daling van de goudprijs veel minder opbrengst genereren dan waar eerder op gehoopt werd.

    Door de daling van de goudprijs moeten mijnbouwbedrijven waarschijnlijk bezittingen afwaarderen. Newcrest Mining, de grootste goudproducent van Australië, heeft daar al een begin mee gemaakt. Deze mijn heeft een afschrijving van 6 miljard Australische dollar gedaan op haar totale bezittingen. Het is de grootste eenmalige afschrijving ooit in de goudmijnsector. Concurrenten als Barrick Gold en Newmont Mining moeten volgens onderzoeksbureau Jefferies Inteational ook bezittingen afschrijven, indien de goudprijs niet snel omhoog gaat.

    Leverage

    De ingebouwde leverage van goudmijnen leverde beleggers tussen 2009 en 2011 indrukwekkende koersrendementen op. Omdat mijnen verdienen aan de marge tussen de productiekosten en de verkoopprijs neemt hun winstmarge snel toe bij een stijging van de goudprijs. Nu de goudprijs daalt werkt de hefboom de andere kant op. Sinds 9 april is de Bloomberg Research Global Mining & Exploration Index van goudmijnaandelen met 41% gezakt, terwijl de prijs van goud gedurende deze periode met ‘slechts’ 22,3% onderuit ging.

    Het GDX ETF, een fonds dat bestaat uit een verzameling van grote goudmijnen, verloor alleen de afgelopen vier weken 21,28% van haar waarde. Ten opzichte van het begin van dit jaar staat een belegging in GDX ongeveer 51% lager, terwijl de goudprijs over deze periode met ongeveer 25% onderuit ging.

    Nick Holland (Gold Fields): “Goudmijnen niet rendabel bij goudprijs onder de $1.500”

  • Japanners vertrouwen nog in papiergoud

    Japanners stappen in het Mitsubishi UFJ goud-ETF om zich te beschermen tegen de waardedaling van de munt. In de VS en in Europa lijkt men zich daar steeds minder zorgen om te maken, maar in Japan is het nog steeds een belangrijk agendapunt. De Mitsubishi UFJ Trust and Banking Corp lanceerde drie jaar geleden het eerste Japanse goud-ETF. Volgens Osamu Hoshi, algemeen manager van de bank, nadert hun goud-ETF qua volume het record dat vorig jaar oktober bereikt werd. De totale waarde van het fonds is dit jaar desondanks met 5% gezakt, een daling die volledig te wijten is aan de lagere goudprijs. In yen is de goudprijs dit jaar met 13% gezakt.

    Bloomberg schrijft dat de voorraad goud van ETF’s wereldwijd al met 24% gekrompen is sinds het begin van dit jaar. Het lijkt erop dat 2013 het eerste jaar wordt waarin de ETF’s die fysiek goud aanhouden een krimp laten zien. Sinds de oprichting in 2003 groeiden de goud-ETF’s wereldwijd razendsnel in populariteit. Momenteel zit er volgens schattingen van Bloomberg nog 1.993,76 ton goud in de verschillende goud-ETF’s.

    Japanners gaan voor (papier)goud

    Japanse beleggers zien goud als een interessant instrument om vermogen te beschermen tegen inflatie. Door het soepele monetaire beleid van de Bank of Japan heeft de Japanse yen al meer dan 14% van haar waarde verloren tegenover de Amerikaanse dollar. Het Japanse goud-ETF van Mitsubishi UFJ is gekoppeld aan de goudprijs in Japanse yen, zoals die van minuut tot minuut tot stand komt op de Tokyo Commodity Exchange. Door de zwakke yen is de goudprijs in deze valuta veel minder hard gezakt dan de goudprijs in € of $. In deze relatief sterke valuta zakte de goudprijs dit jaar met 25%, maar in Japanse yen was het verlies slechts 12%.

    Een hoge inflatieverwachting (3% in het tweede kwartaal) en een voortzetting van het soepele monetaire en fiscale beleid lokt steeds meer beleggers richting het goud-ETF. Beleggers willen graag blootstelling aan de goudprijs, maar hebben niet de behoefte om hun yen’s daadwerkelijk om te zetten in fysieke goudbaren en munten. Een goud-ETF is op papier gedekt door een bepaalde hoeveelheid goud, maar in het extreme geval kan een belegger meestal toch geen aanspraak maken op fysiek metaal.

    Pensioenfondsen

    Bloomberg weet te melden dat ongeveer de helft van de posities in het Japanse goud-ETF in handen zijn van particuliere beleggers. De andere helft behoort tot de portefeuilles van vermogensbeheerders, pensioenfondsen en buitenlandse beleggers. Het goud-ETF van Mitsubishi UFJ is met een handelsvolume van ¥7,23 miljard in mei het meest verhandelde grondstoffenfonds op de Japanse beurs.

    De drempel om aandelen van het ETF in te ruilen voor fysiek goud ligt bij het Japanse ETF een stuk lager dan bij GLD. In Japan kan men al aandelen omwisselen bij een waarde vanaf 1 kilogram. Voor het GLD fonds ligt de grens veel hoger en is het inwisselen van aandelen voor fysiek goud voorbehouden aan zogeheten ‘Authorized Participants’. Dat zijn uitsluitend banken en brokers.

    Japanners stoppen nog steeds geld in goud-ETF’s, in tegenstelling tot beleggers in Europa en de VS

  • Jim Rogers: “Goudprijs kan jaren onder productiekosten blijven”

    Jim Rogers nuanceert daarmee de uitspraken van Peter Schiff (Euro Pacific Capital) en Art Cashin (UBS). Die beweren dat goudmijnen zullen sluiten zodra het businessmodel verlieslatend wordt. Volgens Rogers zullen er uiteindelijk inderdaad mijnen sluiten als de goudprijs zo laag blijft, maar het is niet gezegd dat dat snel zal gebeuren. Een goudmijn is een bedrijf dat net als ieder ander bedrijf wil overleven en dat daarom gewoon zal blijven produceren. Pas als er echt geen financiele middelen meer zijn moet de mijn haar activiteit stilleggen.

    De terughoudendheid om mijnen te sluiten, gecombineerd met een welwillendheid van beleggers om mijnaandelen te kopen, zorgt ervoor dat mijnen het nog een tijdje vol kunnen houden. Ook bij een goudprijs die lager ligt dan de productiekosten. Beleggers moeten volgens Jim Rogers niet in de veronderstelling raken dat de huidige situatie spoedig zal omslaan ten gunste van de goudmijnbelegger.

    Alteatieven

    Jim Rogers wijst erop dat de markt van goudmijnaandelen vandaag de dag moeilijker is dan in de jaren ’70. Niet alleen zijn er veel meer mijnbouwbedrijven waar beleggers uit kunnen kiezen, ook zijn er veel meer aantrekkelijke alteatieven bijgekomen. Zo kunnen beleggers vandaag de dag gemakkelijk goud-ETF’s kopen om blootstelling te krijgen aan de goudprijs. Ook is er vandaag de dag een veel groter aanbod van gouden munten dan in de jaren ’70. Toen was er eigenlijk alleen maar de Zuid-Afrikaanse Krugerrand munt. Vandaag de dag zijn er tientallen verschillende gouden munten waar beleggers uit kunnen kiezen. Al deze alteatieven hebben tot gevolg dat de belangstelling voor de mijnaandelen minder groot is dan in de vorige bull market van goudmijnsector.

    Goudprijs naar $900?

    Jim Rogers maakte een correcte analyse toen hij zei dat de goudprijs richting de $1.200 per troy ounce zou gaan. Hij denkt dat de bodem nog niet bereikt is en verwacht dat de goudprijs nog verder gaat zakken tot $900 per troy ounce. Volgens Jim Rogers is het een klassieke consolidatiefase die hoort bij een krachtige bull market. Een correctie van 35 tot 50 procent is dan niet vreemd. Jim Rogers denkt dat de correctie nog wel even kan aanhouden en dat de bodem nog niet bereikt is. Als de onzekerheid onder beleggers begint toe te nemen en veel zwakke handen uit de markt geschudt zijn kan er volgens Jim Rogers een stevige bodem onder de goudprijs gevormd worden.

  • Meeste Zuid-Afrikaanse goudmijnen maken geen winst meer

    Vorig jaar werden de goudmijnen en platinamijnen van Zuid-Afrika nog geplaagd door stakend personeel. Mijnwerkers wilden een loonsverhoging en hebben die in veel gevallen ook gekregen. Daar zullen de mijnbouwbedrijven nu misschien spijt van hebben, want met een dalende goudprijs valt er amper nog iets mee te verdienen. Een zwakkere munt werkte in het voordeel van de Zuid-Afrikaanse goudmijnen, maar dat voordeel werd de laatste maanden volledig ongedaan gemaakt door de lagere opbrengst van het gedolven goud.

    In het vierde kwartaal van vorig jaar was de goudprijs nog 509.000 Zuid-Afrikaanse rand per kilogram, nu is dat minder dan 400.000 rand. Volgens Roger Baxter, hoofdeconoom van het Zuid-Afrikaanse ministerie van Mijnbouw, kan naar schatting 60% van alle goudmijnen geen winst maken bij deze goudprijs. De prijsdaling van de afgelopen maanden is volgens hem de grootste sinds de jaren ’20. Het voorspelt weinig goeds voor de Zuid-Afrikaanse goudmijnen, die in de jaren zeventig nog 79% van de wereldwijde goudproductie voor hun rekening namen. Aan dit tijdperk heeft Johannesburg de bijnaam ‘City of Gold’ overgehouden.

    Goudproductie neemt af

    Vandaag de dag komt er nog steeds veel goud uit Zuid-Afrika, maar op de wereldwijde ranglijst is het land al naar de zesde plaats gezakt. Met een productie van 177,8 ton in het afgelopen jaar droeg het bij aan slechts 6% van de wereldproductie. Sinds 1905 heeft Zuid-Afrika niet meer zo weinig goud uit de grond gehaald. Een combinatie van slechtere ertskwaliteit en stakingen zijn daar debet aan. De daling van de goudprijs zal dit jaar drukken op de totale mijnproductie.

    De dalende goudmijnproductie raakt de Zuid-Afrikaanse economie, want sinds 1990 zijn er al meer dan 340.000 arbeidsplaatsen in de sector verloren gegaan. “Verder banenverlies is door de dalende goudprijs onvermijdelijk geworden”, aldus politiek analist Nic Borain. De daling van de goudprijs zet de sector verder onder druk, maar uit data van de Zuid-Afrikaanse regering blijkt dat het personeelsbestand van goudmijnen ook al verkleind werd toen de goudprijs ieder jaar met dubbele cijfers omhoog ging. Afgelopen jaar werkten er nog 142.000 mijnwerkers in de goudmijnen van het Afrikaanse land, in 1990 waren dat er bijna een half miljoen.

    De mijnwerkers die hun baan verloren hebben zijn over het algemeen laag geschoold en analfabeet. De arbeidsmarkt is moeilijk, getuige het officiële werkloosheidspercentage van 25% in Zuid-Afrika. Volgens Borain kan een toenemend percentage werklozen met een laag opleidingsniveau sociale instabiliteit veroorzaken.

    Prijsdaling zet voort

    Vanaf september 2011, toen de goudprijs een record bereikte van $1.920 per troy ounce, is goud minder in trek onder beleggers. Althans, de papieren afgeleiden van het edelmetaal. In april zagen we de daling van de goudprijs gepaard gaan met een sterke toename van de vraag naar fysieke goudbaren en munten. De afgelopen weken is de goudprijs nog verder weggezakt, tot niveau’s die we al meer dan twee jaar niet meer gezien hebben. De prijsontwikkeling van goud valt dit jaar behoorlijk uit de toon met voorgaande jaren. Was het gemiddelde rendement tussen 2004 en 2012 nog ruim 10% op jaarbasis, dit jaar is het edelmetaal al ruim 25% goedkoper geworden in euro’s en dollars.

    Kosten stijgen explosief

    Reuters schrijft dat de productiekosten van mijnen de laatste jaren sterk zijn toegenomen. In 2008 en 2009 werd er nog winst gemaakt bij een lagere goudprijs. AngloGold Ashanti zag haar basiskosten per troy ounce goud verdubbelen van $575 in Q4 2009 naar $1.166 in Q4 2012. Andere mijnbouwbedrijven als Gold Fields en AngloGold halen momenteel winstmarges van respectievelijk 19% en 15%. Harmony Gold, dat vrijwel alleen in Zuid-Afrika actief is, houdt minder dan 10% van de omzet over als winst. Mijnbouwbedrijven die niet actief zijn in Zuid-Afrika staan er soms veel beter voor. Het Canadese Kinross Gold Corp en het Russische Polyus Gold realiseren winstmarges van respectievelijk 28 en 44 procent.

    “Opbrengst moet ten goede komen aan lokale bevolking”

    De Zuid-Afrikaanse vakbond AMCU heeft gezegd dat de winsten van de Zuid-Afrikaanse mijnbouwindustrie ten goede moeten komen aan de lokale bevolking. Ze stellen dat de mijnwerkers nog niet geprofiteerd hebben van de waardecreatie van de mijnbouwsector in hun land. Nu de goudprijs daalt zitten zowel de mijnwerkers als de aandeelhouders van de mijnen klem tussen oplopende productiekosten en dalende marges.

    De zoektocht naar goud levert steeds minder op

  • Marketupdate is weer terug!

    Om te beginnen vergelijken we de stand van zaken tussen nu en een maand geleden. Onderstaande grafiek van Finviz geeft in één oogopslag weer hoe de verschillende beleggingscategorieen de afgelopen vier weken gepresteerd hebben. Het was niet bepaald komkommertijd…

    Het was een slechte maand voor edelmetalen en grondstoffen. De Amerikaanse dollar sterkte aan en olie werd duurder (Bron: Finviz)

    Edelmetalen

    Goud en zilver zaten in de hoek waar de klappen vielen, want beide edelmetalen zijn ruim 10% in prijs gezakt ten opzichte van een maand eerder. En dat terwijl de twee metalen in april ook al in de uitverkoop werden gedaan. Beleggers anticiperen op een aansterkende economie en de gesuggereerde afbouw van monetaire stimulering in de VS.

    Staatsobligaties

    De afgelopen weken liep de rente voor veel staatsobligaties weer wat op. De Amerikaanse ‘Treasuries’ met een looptijd van 10 jaar stegen in een maand tijd van 2,17% naar 2,69%. Het is een zorgelijke ontwikkeling, aangezien de staatsobligaties bij veel banken en beleggingsfondsen op de balans staan. Verschillende centrale banken houden het schuldpapier ook aan als reserve. Ook in Europa stegen de rentepercentages op 10-jaars staatsleningen. Voor Portugees schuldpapier vraagt de markt meer dan 7%, een percentage dat we sinds december vorig jaar niet meer gezien hebben.

    In Japan lijkt het effect van Abenomics weg te vallen. De rente op 10-jaars leningen blijft op een verhoogd niveau, terwijl de centrale bank met steunaankopen juist probeert de rente te drukken. Door de hoogte van de publieke schuldenlast kan Japan geen hoge rente verdragen. Sinds begin mei is de rente op de Japanse staatsschuld al met een derde opgelopen.

    Olie

    De olieprijs (WTI) is de afgelopen maand met 6,6% gestegen. Een voor de hand liggende reden voor de stijgende olieprijs is de onrust in Egypte. Het prijsverschil tussen WTI en Brent is de afgelopen weken wat kleiner geworden. Momenteel ligt de prijs van beide vaten boven de $100. Aardgas werd de afgelopen vier weken juist wat goedkoper. In tegenstelling tot ruwe olie is aardgas een grondstof die vooamelijk op lokaal geproduceerd en gedistribueerd wordt.

    Valuta

    Toenemende onzekerheid op financiele markten gaat doorgaans gepaard met het aansterken van de Amerikaanse dollar. Deze valuta is het meest liquide en heeft daardoor een premie in onzekere tijden. Gecombineerd met de geruchten over het afbouwen van monetaire stimulering door de Federal Reserve wint de dollar aan terrein. Het is dan ook de enige munt uit onderstaand overzicht die in het groen staat. De dollar werd 3,6% sterker. Valuta die de afgelopen vier weken waarde verloren waren de euro (-2,8%), de Zwitserse Franc (-3%), de Canadese dollar (3,4%), het Britse pond (4,1%) en de Australische dollar (4,6%).

  • Driekwart Amerikanen houdt nauwelijks geld over

    De enquête werd gehouden onder duizend willekeurig gekozen volwassen Amerikanen. Daarvan gaf de helft aan minder dan drie maanden financiele buffer te hebben. Iets meer dan een kwart (27%) hield helemaal geen spaargeld achter de hand.

    Greg McBride, financieel analist bij Bankrate.com is teleurgesteld door de resultaten van het onderzoek. “Niets zorgt voor een betere nachtrust dan de kennis dat je genoeg geld achter de hand hebt voor onvoorziene uitgaven”.

    Nog teleurstellender is dat Amerikanen de afgelopen drie jaar nauwelijks meer zijn gaan sparen, ondanks het feit dat een groter percentage Amerikanen meer baanzekerheid ervaart en meer netto vermogen heeft.

    Minder dan $1.000

    Ook kredietverstrekker CashNetUSA concludeerde dat veel Amerikanen weinig spaargeld achter de hand houden. Het bedrijf hield eerder ook een enquête onder duizend Amerikanen, waaruit bleek dat 46% over minder dan $800 spaargeld beschikte. Een groep van 22% had zelfs minder dan $100 op de bankrekening staan.

    Veel respondenten gaven aan dat er na aftrek van alle kosten en rentelasten simpelweg geen geld overbleef om te sparen. Megan Staton, directeur marketing van CashNetUSA is ook somber gestemd over de situatie. “De economie stagneert, $100 is niet genoeg om jezelf uit een noodsituatie te redden.”

    Bron: CNN

  • Barrick moet personeel ontslaan vanwege lagere goudprijs

    De ontslagen horen bij een reorganisatie die noodzakelijk werd door de daling van de goudprijs. De werknemers die hun baan verliezen krijgen een afvloeiingsregeling en ondersteuning bij het vinden van een andere baan. Vrij vertaald zei een woordvoerder van Barrick Gold het volgende tegenover de Canadese nieuwszender CBC:

    “Als onderdeel van het stroomlijnen van de organisatie en het beheersen van de kosten in uitdagende omstandigheden schrapt Barrick ongeveer 100 werkplekken. Die honderd arbeidsplaatsen vertegenwoordigen tot dertig procent van het personeelsbestand van het hoofdkantoor.”

    Barrick Gold heeft wereldwijd 25.000 mensen op de loonlijst staan. Op het productieniveau zullen voor zover bekend geen ontslagen vallen.

    Daling goudprijs

    Alleen dit jaar is de goudprijs al meer dan 25% gezakt in zowel euro’s als dollars. Op het moment van schrijven kost een troy ounce goud ongeveer €950, de laagste prijs sinds augustus 2010. Het is voor het eerst sinds februari 2011 dat we de goudprijs in euro’s weer onder de duizend euro staat. Het aandeel Barrick Gold (ABX) verloor na de bekendmaking van dit bericht meer dan drie procent van haar waarde. Ten opzichte van een jaar geleden is de prijs van het aandeel met bijna 60% gezakt.

  • Wat zegt de Dow Jones index eigenlijk?

    Halverwege de 2e Industriële revolutie, in 1896, werd de Dow Jones Industrial Average voor het eerst gepubliceerd. De Dow Jones Industrial Average (DJIA) index is de oudste aandelenindex van de Verenigde Staten. Dit was een rechtstreeks gemiddelde van de koersen van twaalf aandelen.

    Een select clubje joualisten van The Wall Street Joual beslist welke bedrijven deel uitmaken van invloedrijkste beursindex ter wereld. Integenstelling tot de meeste andere indices is de Dow een prijsgewogen index. Dat betekent dat aandelen met een hoge absolute beurskoers een grote stempel drukken op de beweging van de index.

    Wat zegt een beursindex zoals DJIA, S&P 50 en BEL 20 eigenlijk?

    In veel grafieken is de y-as een vaste eenheid, zoals kg, meter, liter of euro.
    Bij deze index-grafieken lijkt dit ook zo, want op de y-as wordt de eenheid in punten gebruikt. Niets is echter minder waar! Een index-punt is nl. geen vaste eenheid in de tijd en je mag er dan ook historisch gezien geen enkele betekenis aan hechten.

    Een index wordt berekend aan de hand van een mandje aandelen. Bij elke index gebeurt dat volgens een bepaalde formule en de uitkomst van de formule levert een aantal punten op. Een grote fout die veel mensen maken is, dat er waarde gehecht wordt aan deze grafieken. Deze grafieken zijn echter erg bedriegelijk.

    Een index wordt berekend aan de hand van een mandje aandelen. Bij elke index gebeurt dat volgens een bepaalde formule en als uitkomst krijg je dan een aantal punten. Dat mandje van aandelen wordt bij elke index echter regelmatig veranderd. Voor de nieuwe periode wordt dus de waarde van een ander mandje aandelen gemeten.

    Het is natuurlijk vreemd dat je de verschillende mandjes als zelfde eenheid projecteert. Na een periode van 25 jaar wordt de waarde van een mandje appels vergeleken met de waarde van een mandje peren. Er zitten momenteel nog maar 6 van de 30 oorspronkelijke bedrijven in de Dow Jones in vergelijking met het tijdstip (1979) dat de versnellingsfase van de laatste revolutie begon.

    Het wordt nog vreemder als bij elke overgang van mandjes ook nog eens de formule waarmee de index wordt berekend, verandert. Dit gebeurt omdat de index, de uitkomst van de twee formules van beide mandjes, op het moment van verandering dezelfde uitkomst moet opleveren. De index-grafiek van de twee tijdsperioden moet per slot van rekening wel op elkaar aansluiten. Bij de Dow Jones bijvoorbeeld, worden alle koersen van de dertig Dow-aandelen bij elkaar opgeteld en vervolgens door een getal gedeeld. Door wijzigingen in het mandje en door aandelensplitsingen wordt de deler telkens veranderd. De deler bedraagt momenteel 0,132319125, maar in 1985 was de deler nog meer dan 1. Een indexpunt in de ene periode wordt dus op een hele andere manier berekend dan in een andere periode.

    ·         Dow1985 = (x1 + x2 + …….. +x30) / 1

    ·         Dow2009 = (x1 + x2 + …….. + x30) / 0,132319125

    In de jaren 90 an de vorige eeuw zijn er veel aandelensplitsingen geweest. Om de breuk gelijk te houden is zowel de teller als de noemer van de breuk veranderd. Een koersstijging van 1 dollar van het mandje in 2009 levert dus de facto 7,5 meer indexpunten dan in 1985. Omdat er in de jaren 90 nogal wat aandelensplitsingen zijn geweest, is dit waarschijnlijk de oorzaak waarom de Dow Jones in deze periode bijna exponentieel is gestegen.

    Op het moment van schrijven staat de Dow op 9665. Bij het hanteren van de formule uit 1985 zou de index op 1279 moeten staan.

    Het meest vreemde is natuurlijk de steeds wijzigende samenstelling van het mandje. Over het algemeen is het zo dat bij het wijzigen van het mandje, bedrijven die in een stabilisatiefase of de aftakelingsfase van hun cyclus zitten, uit het mandje gehaald worden. Bedrijven die in de ‘take-off’-fase of versnellingsfase van hun cyclus zitten worden toegevoegd. De kans dat de index na de wijziging van het mandje en de formule stijgt, is dan natuurlijk vele malen groter dan dat de index gaat dalen. Daar hoef je geen kansberekening op los te laten, met name als deze methode wordt toegepast in de versnellingsfase van een transitie. Vanaf 1980 zijn 7 ICT-bedrijven ( 3M, AT&T, Cisco, H P, IBM, Intel, Microsoft), de motoren van de laaste revolutie toegevoegd aan de Dow Jones en 5 financiële instellingen, deze spelen een belangrijke rol bij elke transitie.

    In principe is er een piramidespel gecreëerd. Dit gaat goed zolang er bedrijven die in de ‘take-off’-fase of versnellingsfase van hun cyclus zitten, worden toegevoegd. Aan het eind van een transitie zullen dit er echter steeds minder worden.

    Zullen Beursindexen verder dalen?

    Het bepalen van de beursindexwaarden zoals hierboven beschreven en de weergave van indexen in historische grafieken zijn bruikbare indicatoren om aan te geven in welke fase een industriële revolutie zich bevindt.

    De derde industriële revolutie bevindt zich duidelijk in de verzadigings- en aftakelingsfase. Deze fase kenmerkt zich, doordat de markt verzadigd is en de concurrentie toeneemt. Alleen de sterkste bedrijven kunnen de concurrentie aan, of nemen de concurrentie over (denk aan de oveames die Oracle en Microsoft de laatste jaren hebben gedaan). Onder de motorkap is er in ICT-land relatief weinig technisch nieuws meer onder de zon, alhoewel de marketingmachines vanuit Amerika ons anders willen laten geloven.

    In de voorontwikkelingsfase en take-off fase van een transitie ontstaan er veel nieuwe bedrijven. Het is een divergerend proces. Met name financiële instellingen spelen een belangrijke rol. Er is in deze fase per slot van rekening veel financiering nodig. De grafiek van salarissen van de financiële sector vertoont dan ook dezelfde s-curves als van beide revoluties.

    Beleggers worden euforisch bij het horen van fusies en oveames. In feite geven fusies en oveames de convergerende processen weer aan het einde van een transitie. Objectief gezien is elke fusie of oveame een vermindering van economische activiteiten. Dit wordt pijnlijk duidelijk als we naar de werkloosheidscijfers van diverse samenlevingen kijken.

    Nieuwe industriële revoluties ontstaan door nieuwe ideeën, uitvindingen en ontdekkingen, ofwel nieuwe kennis of inzichten. Ook hier hebben we als mensheid een verzadigingspunt bereikt. Er zullen steeds minder bedrijven komen in de ‘take-off’-fase of versnellingsfase die de bedrijven in de stabilisatiefase of de aftakelingsfase in het indexenmandje kunnen vervangen.

    Herhaalt de geschiedenis zich?

    De mensheid wordt momenteel geconfronteerd met dezelfde problemen als aan het eind van de 2e industriële revolutie, zoals dalende beursindexen, sterk oplopende werkloosheid, torenhoge schulden van bedrijven en overheden en de slechte financiële posities van banken.

    Transities worden geïnitieerd door uitvindingen en ontdekkingen, dus nieuwe kennis van de mens. Nieuwe kennis heeft weer invloed op de vier andere componenten in een samenleving. Er worden momenteel weinig nieuwe uitvindingen of ontdekkingen gedaan. Dus de kans op korte termijn op een nieuwe industriële revolutie is niet erg groot.

    De historie heeft geleerd dat vijf pijlers voor een stabiele samenleving onontbeerlijk zijn. Aan het eind van elke transitie komt de pijler welzijn in het gevaar. Dit hebben we na elke industriële revolutie kunnen constateren. De pijler “WELZIJN” van een samenleving dreigt ook nu weer om te vallen.

    De historie heeft geleerd dat het omvallen van de pijler “WELZIJN” altijd resulteert in revolutie. Door de grote werkloosheid na de 2e industriële revolutie is er door veel samenlevingen een nieuwe transitie geïnitieerd, nl. het creëren van een oorlogseconomie. Deze economie bloeide m.n. in de periode 1940 – 1945.

    Samenlevingen zullen ook nu weer een keuze moeten maken welke transitie zal worden ingezet. Wie geen kennis heeft van het verleden, heeft geen toekomst.

    Dit artikel werd eerder gepubliceerd in “Hermes”, een 2-jaarlijks tijdschrift van de VVLG, de Vlaamse Vereniging voor Leraren Geschiedenis en Cultuurwetenschappen en in het tijdschrift voor economisch onderwijs van de VECON, Vereniging van leraren in de economisch/maatschappelijke vakken in Nederland. Het artikel is geschreven door Wim Grommen.

  • Lange rijen in Bangkok door daling goudprijs

    In veel Aziatische landen is het gebruikelijk om goud te kopen als ‘appeltje voor de dorst’. In deze landen is de bereidheid om spaargeld toe te vertrouwen aan banken kleiner dan in Westerse landen. Men koopt vooral eenvoudige gouden sieraden, waarvan de verkoopprijs dicht bij de intrinsieke waarde van het edelmetaal ligt.

    De gretigheid waarmee Aziaten goud kopen kan op verschillende manieren uitgelegd worden. Het is mogelijk dat Aziaten net zo bevangen zijn door goud als de zogeheten ‘goldbugs’. Ze geloven niet dat de prijs verder kan dalen en trekken opnieuw de portemonnee. Net als tijdens de grote prijsdaling van midden april. De World Gold Council concludeerde onlangs dat de meeste Indiërs en Chinezen de komende vijf jaar een stijging van de goudprijs verwachten.

    Dezelfde gretigheid doet tegelijkertijd vermoeden dat de goudprijs nog verder kan zakken. Pas als de gretigheid omslaat in onzekerheid en twijfels kunnen we stellen dat een bodem in zicht is. De daling van de goudprijs geeft u als belegger voldoende tijd om na te denken over de fundamentele redenen om goud te kopen. De prijsontwikkeling van de afgelopen zes maanden heeft laten zien dat u zich niet hoeft te haasten. Er is voldoende metaal verkrijgbaar en de premies op populaire gouden en zilveren munten wijzen op geen enkele manier op een tekort aan edelmetaal. Over dat laatste geven we u binnenkort weer een update.

    Drukte bij juweliers in Bangkok (h/t: @Fine_Silver_999)

  • Marketupdate vakantiestop

    Vanaf week 28 (8 juli) leest u iedere werkdag weer de nieuwsberichten, achtergronden en analyses op Marketupdate. Tot die tijd verblijft uw redacteur aan het Comomeer in Italië. Daar geniet hij van de zon en maakt hij verschillende fietstochten door de bergen. Op zijn programma staan onder meer de San Marco (1.985 mtr), de Splugenpass (2115 mtr) en de Stelvio (2758 mtr). Tussendoor zal hij zo nu en dan een paar nieuwsberichten schrijven.

    De imposante Stelviopass

    De galerijen van de Splugenpass

    Uitzicht op de San Marco Pass