Blog

  • Argentijnse peso raakt in vrije val

    De Argentijnse peso verliest steeds meer waarde tegenover de dollar, zo schrijft Bloomberg. In 2002 werd de koppeling met de Amerikaanse dollar losgelaten en sindsdien is de peso alleen maar minder waard geworden. De afgelopen week zakte de waarde van de munt met 12,7% naar 7,8825 tegenover de dollar. De centrale bank wil de munt niet devalueren en laat de waardedaling over aan de valutamarkt. Het gevolg daarvan is dat de dollarreserves van het land steeds verder dalen. Sinds november vorig jaar, toen de minister van Financiën en de top van de Argentijnse centrale bank vervangen werd, zijn de valutareserves van het land met 31% gezakt naar $29,4 miljard. De valutareserves worden gebruikt om crediteuren in het buitenland te betalen.




    Argentijnse peso steeds goedkoper

    De wisselkoers van de Argentijnse peso met de Amerikaanse dollar is in een jaar tijd opgelopen van 4,96 naar 7,16 peso per dollar, een waardedaling van ruim 30 procent. Gedurende deze periode verkocht de centrale bank netto $5,9 miljard om de waardedaling van de munt wat af te remmen. De volgende grafiek laat zien dat de peso steeds sneller waarde verliest tegenover de wereldreservemunt.

    Argentijnse peso heeft de afgelopen jaren veel waarde verloren

    Argentijnse peso heeft de afgelopen jaren veel waarde verloren

    De Argentijnse regering probeert de uitstroom van dollars af te remmen, bijvoorbeeld door aankopen van buitenlandse valuta te blokkeren, belasting te heffen op vakanties in het buitenland en op online aankopen en door buitenlandse bedrijven te verbieden dividend in dollars uit te keren. Ook zijn er importbeperkingen opgelegd, waardoor met name elektronica bijzonder duur is geworden. Voor de nieuwste iPhone, een Playstation 4 spelcomputer of een iPad tablet betaalt men in Argentinië omgerekend twee keer zoveel als in de Verenigde Staten.

    Zwarte markt

    Door de kapitaalcontroles van de regering werd er het afgelopen jaar nog maar half zoveel valuta verhandeld als in 2010, zo schrijft Bloomberg. Toch willen veen Argentijnen graag dollars hebben, omdat die hun waarde beter behouden dan de peso. Het is daarom niet verwonderlijk dat er ook in Argentinië een zwarte markt is ontstaan voor dollars, waar momenteel een wisselkoers van 12,75 peso gehanteerd wordt.

    Argentinië had in de eerste negen maanden van 2013 het grootste tekort op de betalingsbalans sinds 2001. Volgens economen is de inflatie in Argentinië 28,4% op jaarbasis, twee keer zo hoog als de officiële inflatie. De centrale bank probeert de inflatie te bestrijden met een depositorente van 21,5%, maar dat lijkt vooralsnog weinig effect te hebben. Volgens econoom Vladimir Werning van JP Morgan moet de Argentijnse centrale bank de rente nog verder verhogen om de uitstroom van dollars tegen te gaan.

    Argentijnse peso

    Argentijnse peso

  • Optimisme beleggers naar hoogste niveau in vijf jaar

    Het optimisme onder beleggers wereldwijd is in vijf jaar tijd niet meer zo hoog geweest als nu, zo schrijft Bloomberg. Reden is het economische herstel in de Westerse wereld, aangevoerd door de Verenigde Staten. Beleggers laten zich niet leiden door cijfers over de arbeidsmarkt en het gemiddelde inkomen van huishoudens (vallen tegen), maar naar de hogere bedrijfswinsten en de optimistische verwachtingen over de groei van de Amerikaanse economie. Aan de vooravond van het topoverleg in Davos deed Bloomberg onderzoek naar het sentiment onder haar betaalde abonnees.

    Optimisme

    Daaruit kwam naar voren dat een meerderheid van 59% verwacht dat de economie verder zal aantrekken. Dat is een sterke verbetering ten opzichte van november vorig jaar, toen 33% optimistisch was. Sinds juli 2009, toen Bloomberg deze enquête voor het eerst hield, is het optimisme onder de beleggers niet meer zo groot geweest als nu. De kracht van de ontwikkelde landen was de voornaamste reden voor het optimisme. Hoewel de S&P 500 index vorig jaar al met 24% gestegen is denkt meer dan de helft van de respondenten van het Bloomberg onderzoek dat aandelen de beste belegging voor 2014 zullen zijn. Slechts 14% denkt dat de aandelenmarkt in bubbel territorium is gekomen en 42% denkt dat we het niveau van een bubbel naderen. Een jaar geleden lagen deze percentages op respectievelijk 20 en 45 procent. Beleggers spreken ook steeds meer hun voorkeur uit voor aandelen boven vast renderende waardes (zoals obligaties). Van alle respondenten denkt 53% dat aandelen in 2014 het beste rendement zullen opleveren.  Dat is het hoogste percentage sinds mei vorig jaar. Slechts 3% van de respondenten denkt dat 2014 wel een goed jaar wordt voor obligaties. Een veel grotere groep van 39% denkt dat obligaties van alle beleggingen het laagste rendement zullen halen. Ook vastgoed blijft in trek, een beleggingscategorie die zich in de afgelopen dertien jaar uitstekend staande heeft gehouden (zie hier de rendementen van verschillende beleggingen sinds 2001).

    Herstel

    De abonnees van Bloomberg zijn positief over de Amerikaanse economie, want 72% verwacht dit jaar verder herstel. Vorig jaar was dat 53%. Over de Eurozone is men ook veel positiever geworden. Inmiddels rekent 49% op economische groei, een verdrievoudiging ten opzichte van begin vorig jaar. Voor de Japanse economie voorziet 48% van de respondenten dit jaar een herstel. Het herstel van de economie wordt onderschreven door het IMF, dat eerder deze week nieuwe groeiprognoses bekendmaakte. Volgens Christine LaGarde zal de wereldeconomie met vier procent blijven groeien, mits het deflatiegevaar wordt bestreden.

    BRICS landen uit de mode

    Opvallend is dat beleggers vrij negatief zijn over de opkomende economieën. Slechts 13% denkt dat China dit jaar zal groeien, terwijl 36% rekent op een verslechtering van de Chinese economie. De Braziliaanse economie wordt door 33% van de ondervraagden aangewezen als één van de slechtste beleggingen voor 2014. Ongeveer 29% zegt dat over China en 27% zegt dat over Rusland.

    Beleggers steeds positiever over aandelen

    Beleggers steeds positiever over aandelen

    Nederland

    Ook in Nederland durven beleggers weer meer risico's te nemen, aldus ING. Uit onderzoek van ING Investment Management blijkt dat de risicobereidheid bij meer dan de helft van de institutionele beleggers (56%) het afgelopen kwartaal is toegenomen. Slechts 11% was in het vierde kwartaal minder bereid om risico's te nemen dan in het derde kwartaal, een daling van 18% vergeleken met drie maanden geleden. Institutionele beleggers en fondsbeheerders zien aandelen bij uitstek als favoriete belegging voor 2014 (73% in vierde kwartaal versus 64% in het derde kwartaal). Vastgoed kwam op de tweede plaats in het lijstje van favoriete beleggingscategorieën. Volgens Valentijn van Nieuwehuizen, hoofd multi-asset strategie bij ING Investment Management, is de toename in de risicobereidheid onder beleggers zonder meer een veel belovend teken voor 2014: "Als meer dan de helft van de ondervraagden verklaart dat hun bereidheid het afgelopen half jaar is toegenomen, duidt dit erop dat beleggers positiever zijn over de wereldeconomie". Van Nieuwenhuizen merkt op dat het herstel van de wereldeconomie heel gelijkmatig verdeeld is en dat er minder risico is op schokken:

    “Wat we nu zien, is het meest gesynchroniseerde wereldwijde herstel sinds 2009. Nog opmerkelijker dan het optimisme is de mate van eensgezindheid die tegelijkertijd onder marktpartijen lijkt te ontstaan. Met een sterkere groei en minder schok risico in het vooruitzicht, zijn de meeste beleggers het erover eens dat aandelen de aantrekkelijkste beleggingscategorie vormen. Daarbij komen Europa en Japan naar voren als de favoriete regio’ s.”

    Contra-indicator

    Vaak kan sentiment onder beleggers gebruikt worden als een contra-indicator. Sentiment en aandelenkoersen gaan doorgaans hand in hand, waarbij het sentiment iets achter loopt op de index. De crash komt doorgaans als het vertrouwen op het hoogtepunt is en optimisten de overhand hebben. We willen graag weten hoe de lezers van Marketupdate naar deze ontwikkeling kijken. [polldaddy poll=7739458]

  • Kevin O’Leary: “3,5 miljard mensen in armoede is fantastisch nieuws”

    Volgens investeerder en zakenman Kevin O’Leary is het fantastisch nieuws dat er 3,5 miljard mensen in armoede leven: “Ze halen inspiratie uit de top 1% van rijkste mensen en zullen hard werken om de top te bereiken.”

    “Het is fantastisch nieuws dat er zoveel mensen in armoede leven”

  • Beleggingsfondsen lezen voor beginners

    Zoekt u een beleggingsproduct dat naadloos aansluit bij uw wensen, maar raakt u het spoor bijster als u in de brochure voor beleggingsfondsen de termen ‘Global Growth’, ‘Balanced’ en ‘Premium’ tegenkomt? Dan bent u op het juiste adres, want met de volgende handleiding komt u als belegger niet meer voor verrassingen te staan!

    Met deze handleiding leert u de beleggingsfondsen beter begrijpen

    Met deze handleiding leert u de beleggingsfondsen beter begrijpen (Bron: Twitter)

  • De eeuw van verandering

    De 21ste eeuw is nog maar net van start. Nu al is duidelijk, dat er voorlopig van een rustig tij geen sprake zal zijn. Er hebben zich in de beginjaren een aantal veranderingen van waarschijnlijk epische omvang aangediend. Economisch krijgen we waarschijnlijk te kampen met nieuwe groeipatronen. De sociale verhoudingen tussen mensen onderling staan onder druk. Het geopolitieke landschap is in razendsnel tempo aan het veranderen en hetzelfde kan gezegd worden van het ecosysteem van onze wereld. Wat kunnen we van dit alles in 2014 gaan merken?

    risico-deze-tijd
    Figuur 1 Problemen van onze tijd

    Om bij het eerste te beginnen. De economie lijkt in een tijdperk beland van afnemende verwachtingen en toenemende onzekerheid. De vier grootste economieën in de wereld ondergaan zwaarwegende veranderingen. In de Verenigde Staten is het politieke landschap totaal versplinterd en dat maakt een economisch herstel ronduit dubieus. China is op zijn beurt begonnen aan de ombouw van een economie van investeren en exporteren naar een economie gebaseerd op diensten en een sterke consumptieve vraag. Europa heeft alle moeite om overeind te blijven en ziet zich gesteld voor de majeure uitdaging om een reeks institutionele weeffouten uit het verleden te herstellen en tegelijkertijd de euro overeind te houden. Japan tenslotte maakt na een coma van twee decennia eindelijk aanstalten de deflatie echt te willen bestrijden, desnoods met zeer onconventionele middelen.

    De uitkomst op al deze uitdagingen vraagt om beslissingen op basis van talloze ‘unknowns’. De daarbij behorende onzekerheid wordt nog verergerd door het gegeven, dat door de onderlinge verwevenheid verkeerd beleid wereldwijde consequenties zal hebben. We hebben daar al een voorproefje van mogen smaken, toen de Amerikaanse centrale bank, de fed, aankondigde haar monetair stimuleringsbeleid te gaan afbouwen. Wereldwijd dook de waarde van valuta’s omlaag en opkomende landen zagen reusachtige kapitaalstromen wegvloeien naar de VS.

    keep-calm-taper-on Hoe zal de wereld reageren als in 2014 de afbouw echt vorm gaat krijgen en de wereldwijde financiële markten zien hun liquiditeit opdrogen? Tot nu toe tracht iedereen de mogelijke gevolgen te bagatelliseren, maar onderliggend  bestaat de angst dat oude structurele problemen weer de kop gaan opsteken. Veel ontwikkelde landen hebben te weinig hervormd in de afgelopen jaren om hun economie daadwerkelijk concurrerend te maken. Hun schuldenlast daarentegen is sinds het begin van de crisis scherp toegenomen. Tegelijkertijd lijken de opkomende markten hun economische dynamiek verloren te hebben. In 2014 zullen ze minder aan de wereldwijde economie bijdragen dan de ontwikkelde landen. Voor de Opkomende Landen geldt min of meer dezelfde waarheid als voor veel Westerse landen. Ze hebben het in de afgelopen jaren niet aangedurfd verder te hervormen. De reorganisatie van de arbeidsmarkt en van het juridisch systeem ligt politiek zeer gevoelig. Veel belangengroepen verdedigen met veel succes het eigenbelang! Het is met andere woorden nog maar de vraag of de economie in 2014 een zo mooie groei zal laten zien als menigeen nu verwacht. Dat maakt het extra moeilijk de groeiende economische ongelijkheid in de wereld effectief aan te pakken. Het aandeel van de factor Arbeid van de nationale koek wordt al decennia lang alsmaar kleiner. De oorzaak van deze onzalige trend is te vinden in het proces van globalisering en in de versnelling van de technische vooruitgang. Beleidsmakers zijn er zich gelukkig van bewust, dat ongelijkheid uiteindelijk tot zelfvernietiging van het huidige systeem zal leiden. Daar staat echter tegenover dat kapitaal zeer mobiel is in een interdependent wereld, wat overheden ertoe verleidt voortdurend belastingvoordelen aan te bieden. corporate-profits Zelfs in economische sterke landen als de VS en het Verenigd Koninkrijk stagneert de inkomensontwikkeling. In de VS is het gemiddelde inkomen sinds het begin van de crisis met 5% teruggelopen. Ondertussen zijn er de eerste tekenen aan de wand die vertellen wat er allemaal kan gaan gebeuren. In landen als Brazilië, Turkije en Zuid Afrika is de sociale onrust in 2013 al tot het kookpunt gestegen. Dat wijst op een absolute noodzaak meer hoogwaardige economische groei te bereiken. De vraag is echter hoe dat op redelijk korte termijn kan. Een versnelling van de technologische innovatie is een mogelijkheid, maar de uitkomsten van innovatie zijn vaak ongewis en laten doorgaans (te) lang op zich wachten. Op dit moment bestaat bij de meeste beleidsmakers min of meer onwil om het probleem van de ongelijkheid aan te pakken. Fiscale problemen hebben de volledige aandacht en daarin past geen verhoging van de uitgaven voor productieve investeringen. Toch zal het er op niet al te lange termijn van moeten komen. Gebeurt dat niet, dan kan de uitspraak van de Nigeriaanse econoom Sam Aluko uit 1999 wel eens meer werkelijkheid worden dan wenselijk: de armen kunnen niet slapen, omdat ze honger hebben. De rijken kunnen niet slapen, omdat de armen van de honger niet kunnen slapen.  

     gesloten-gemeenschap-nederland

    Figuur 2 Gated communities voor de rijken in Nederland

    Cor Wijtvliet Bron: Klaus Schwab, The global economy in 2014. Project-syndicate, January 6 2013 Vragen of opmerkingen kunt u richten aan [email protected]

  • Kan de politiek een nieuwe beurscrash voorkomen?

    Dit artikel roept de politiek op, om in overleg met het bedrijfsleven, het splitsen van aandelen in de toekomst te verbieden. Dit artikel verklaart, waarom er tijdens de versnellingsfase van een industriële revolutie telkens veel aandelensplitsingen plaats vinden en dat aandelensplitsingen telkens de beurscrash versterken. Door het verbieden van aandelensplitsingen zal een beurscrash in de toekomst minder hevig zijn. Het eerste deel van dit artikel werd al beschreven in eerdere publicaties van Wim Grommen. Als u die al gelezen heeft kunt u beginnen bij het kopje ‘Aandelensplitsingen versterken beurshausse’.

    Door: Wim Grommen

    Transities

    Iedere productiefase, of iedere maatschappij of ander menselijk verschijnsel, doorloopt een zogenaamd transformatieproces. Transities zijn maatschappelijke transformatieprocessen, die tenminste één generatie beslaan. Transities hebben de volgende eigenschappen: - het betreft een structurele verandering van de (wereld)-maatschappij, of een complex deelsysteem daarvan; - er is sprake van op elkaar inwerkende en elkaar versterkende technologische, economische, ecologische, sociaal-culturele en institutionele ontwikkelingen op verschillende schaalniveaus; - het is de resultante van langzame veranderingen (ontwikkelingen in voorraden) en snelle dynamiek (stromen). Een transitie ligt niet bij voorbaat vast, omdat er gedurende een veranderingsproces altijd sprake is van aanpassen aan, leren van, en inspelen op nieuwe situaties. Een transitie is dus geen wetmatigheid.

    Vier transitiefasen

    In het algemeen beschrijven transities de S-curve en zijn vier transitiefasen te onderscheiden:
    1. Een voorontwikkelingsfase van dynamisch evenwicht waarin de status-quo niet zichtbaar verandert;
    2. Een ‘take-off’-fase waarin het veranderingsproces op gang komt, doordat de toestand van het systeem begint te verschuiven;
    3. Een versnellingsfase waarin zichtbaar structurele veranderingen plaatsvinden door een cumulatie van op elkaar inspelende sociaal-culturele, economische, ecologische en institutionele veranderingen; in de versnellingsfase is sprake van collectieve leerprocessen, diffusie en processen van inbedding;
    4. Een stabilisatiefase waarin de snelheid van maatschappelijke verandering afneemt en al lerend een nieuw dynamisch evenwicht wordt bereikt.
    Ook een productlevenscyclus en een bedrijfslevenscyclus beschrijven een S-curve. In dit geval is er nog een vijfde fase: de aftakelingsfase, waarin kosten stijgen door overcapaciteit en waarin een producent zich uiteindelijk terugtrekt uit de markt. Als we terugkijken in de geschiedenis, dan hebben in de laatste twee eeuwen drie ingrijpende transities (industriële revoluties) plaatsgevonden:
    1. De 1e industriële revolutie (1780 tot circa 1850); de stoommachine
    2. De 2e industriële revolutie (1870 tot circa 1930); elektriciteit, olie en auto
    3. De 3e industriële revolutie (1950 tot ....); computer en microprocessor

    Het ontstaan van een beurshausse

    In de voorontwikkelingsfase en take-off-fase van een industriële revolutie ontstaan er veel nieuwe bedrijven. Al deze bedrijven doorlopen min of meer gelijktijdig dezelfde levenscyclus. Tijdens de 2e industriële revolutie waren dit de bedrijven in de staal-, olie-, auto- en elektriciteitsindustrie. Tijdens de 3e industriële revolutie waren dit de bedrijven in de hardware-, software-, consultancy- en communicatieindustrie. Tijdens de versnellingsfase van een industriële revolutie bevinden veel van deze nieuwe bedrijven zich, min of meer gelijktijdig, in de versnellingsfase van hun levenscyclus (Figuur 1).

    Verloop van een marktontwikkeling

    Figuur 1: Verloop van een marktontwikkeling: introductie, groei, bloei en verval

    De verwachte waarde van de aandelen van deze bedrijven, die in de versnellingsfase van hun bestaan komen, stijgt enorm. Dit is de reden waarom aandelen in de versnellingsfase van een industriële revolutie erg duur worden. De koers-winstverhouding van aandelen is tussen 1920 – 1930, de versnellingsfase van de tweede industriële revolutie, enorm gestegen en ook tussen 1990 – 2000, de versnellingsfase van de derde industriële revolutie.

    Twee industriële revoluties: koers-winstverhouding

    Figuur 2: Twee industriële revoluties: koers-winstverhouding

    Aandelensplitsingen versterken beurshausse

    De stijging van de koers-winstverhouding wordt nog eens versterkt, doordat veel bedrijven tijdens de versnellingsfase van hun bestaan, besluiten hun aandelen te splitsen. Een aandelensplitsing is gewenst, als de beurswaarde van een aandeel te groot is geworden en daardoor de verhandelbaarheid onvoldoende is. Omdat er bij de lagere koers meer potentiële beleggers zijn, heeft een splitsing dus een positief effect op de waarde van het aandeel. Tussen 1927 - 1929 en 1990 – 2000 zijn er veel aandelensplitsingen geweest, die de koers-winstverhouding positief hebben beïnvloedt.

    tabel1-dowdivisor

    Tabel 1: Aandelensplitsingen voor de beurscrash van 1929

    tabel2-dowdivisor

    Tabel 2: Aandelensplitsingen tijdens de periode 1990 - 2000

    Aandelensplitsingen laten telkens Dow Jones Index exploderen

    De Dow Jones Index wordt voor het eerst gepubliceerd op 26 mei 1896. De index wordt berekend door de som van de aandelen te delen door 12:

    Dow_12_26_mei_1896 = (a1 + a2+ ..........+a12) / 12

    Op 4 oktober 1916 wordt de Dow uitgebreid naar 20 bedrijven; er verdwijnen 4 bedrijven en er komen 12 nieuwe bedrijven bij.

    Dow_20_4_okt_1916 = (a1 + a2+ ..........+a20) / 20

    Twee jaar voor de beurscrash oktober 1929, op 31 December 1927, werden van een aantal bedrijven voor het eerst de aandelen gesplitst. Bij elke wijziging in het mandje van de Dow Jones of bij een aandelensplitsing, wordt de formule waarmee de Dow Jones wordt berekend aangepast. Dit gebeurt omdat de index, de uitkomst van de twee formules van beide mandjes, op het moment van verandering dezelfde uitkomst moet opleveren. Voor die aandelen, die op 31 december 1927 worden gesplitst, wordt een wegingsfactor in de berekening meegenomen. De formule ziet er als volgt uit (American Can wordt met 6 vermenigvuldigd, General Electric met 4 enz).

    Dow_20_31_dec_1927 = (6.a1 + 4.a2+ ..........+a20) / 20

    Op 1 oktober 1928 wordt de Dow Jones verder uitgebreid naar 30 aandelen. Omdat men nog alles met de hand moet uitrekenen wordt de berekening van de index eenvoudiger. De wegingsfactor van de gesplitste aandelen verdwijnt en men introduceert de Dow Divisor. De index wordt berekend door de som van de aandelen te delen door de Dow Divisor. Omdat de index op 1 oktober 1928 niet mag veranderen, krijgt de Dow Divisor de waarde 16.67. De index-grafiek van de twee tijdsperioden moet per slot van rekening wel op elkaar aansluiten.

    Dow_30_1_okt_1928 = (a1 + a2+ ..........+a30) / 16.67

    In het najaar van 1928 en het voorjaar van 1929 vinden er 8 aandelensplitsingen waardoor de Dow Divisor daalt naar 10.77.

    Dow_30_25_juni_1929 = (a1 + a2+ ..........+a30) / 10.47

    Vanaf dat moment levert een waardestijging van de 30 aandelen bijna driemaal zoveel indexpunten op dan 31 december 1927. Bij de oude formule zou de som van de aandelen worden gedeeld door 30.

    Dow Jones index voor en na Black Tuesday

    Figuur 3: Dow Jones Index voor en na Black Tuesday

    De extreme stijging van de Dow Jones in de periode 1920 – 1929 en met name tussen 1927 – 1929, is dus vooral veroorzaakt omdat de verwachte waarde van de aandelen van bedrijven, die in de versnellingsfase van hun bestaan komen, enorm stijgt. De waardestijging van de aandelen wordt door aandelensplitsingen nog verder versterkt en als klap op de vuurpijl wordt deze waardestijging van de aandelen nog een keer uitvergroot in de Dow Jones Index, omdat achter de schermen bij aandelensplitsingen, de formule van de Dow Jones wordt aangepast. Tijdens de versnellingsfase van de derde industriële revolutie, 1990 - 2000, heeft de geschiedenis zich herhaald. In deze periode zijn er weer vele aandelensplitsingen geweest, m.n. in de jaren 1997 en 1999.

    Overzicht Dow Jones, Dow Divisor en aantal splitsingen tussen 1990 - 2000

    Tabel 3: Overzicht Dow Jones, Dow Divisor en aantal splitsingen tussen 1990 - 2000

    De formule die op 1 januari 1990 werd gebruikt om de Dow Jones te berekenen was:

    Dow_30_1_jan_1990 = (a1 + a2+ ..........+a30) / 0.586

    De formule die op 31 december 1999 werd gebruikt om de Dow Jones te berekenen was:

    Dow_30_31_dec_1999 = (a1 + a2+ ..........+a30) / 0.20145268

    Op 31 december 1999 levert een waardestijging van de 30 aandelen ook weer bijna driemaal zoveel indexpunten op als dezelfde waardestijging op 1 januari 1990! Ook nu weer is de extreme stijging van de Dow Jones in de periode 1990 – 2000 dus vooral veroorzaakt omdat de verwachte waarde van de aandelen van bedrijven, die in de versnellingsfase van hun bestaan komen, enorm stijgt. De waardestijging van de aandelen wordt door aandelensplitsingen nog verder versterkt en als klap op de vuurpijl wordt deze waardestijging van de aandelen nog een keer wordt uitvergroot in de Dow Jones Index, omdat achter de schermen de formule van de Dow Jones wordt aangepast.

    Historische grafiek Dow Jones index

    Figuur 4: Dow Jones Index tijdens 3e industriële revolutie

    Conclusie: Politiek moet splitsen van aandelen verbieden

    Door een verbod op aandelensplitsing zal een beurshausse tijdens de versnellingsfase van een industriële revolutie veel minder extreem zijn. De stabilisatiefase van een industriële revolutie kenmerkt zich, doordat de markt verzadigd raakt en de concurrentie toeneemt. Alleen de sterkste bedrijven kunnen de concurrentie aan, of nemen de concurrentie over. Hierbij komen veel van de nieuw ontstane bedrijven in de stabilisatiefase of aftakelingsfase van hun levenscyclus en zullen de groeimogelijkheden van deze bedrijven gaan afnemen en dus ook de verwachte waarde van de aandelen. De koers-winstverhouding van aandelen zal hierdoor gaan dalen. Deze trend heeft zich destijds vanaf 1930 ingezet en vanaf 2000 heeft het patroon zich weer herhaald. Door het verbieden van aandelensplitsingen zal de beurshausse minder extreem zijn, daardoor ook de dalende trend. Het is nu zaak dat zowel politiek als bedrijfsleven proactief gaan handelen; driemaal is scheepsrecht.

    Dow Divisor campagneZowel het artikel "1929: Beurscrash of correctie?" als het artikel “Kan de politiek een nieuwe beurscrash voorkomen?” zijn zowel naar de Tweede Kamercommissie voor Financiën als naar de Tweede Kamercommissie voor Economische Zaken gestuurd, met het verzoek, het splitsen van aandelen door bedrijven kritisch te bestuderen en hiertegen de juiste maatregelen te nemen.

  • Guest Post: Keeping it Simple

    Vertaald door: MK10 / BronModern Monetary Theory: Real Economics

    Veel academici – en economen vormen hierop geen uitzondering – zijn van mening dat een bepaalde moeilijkheidsgraad om iets te begrijpen een vereiste is. Een blik op moderne economische verslagen bevestigt dit beeld. Een onbegrijpelijk argument kan een berg academische roem creëren. Het probleem evenwel is dat wanneer een argument onbegrijpelijk lijkt diezelfde persoon het meestal zelf ook niet zo goed begrijpt en bijgevolg wel eens fout kan zitten. Ik heb al eens een blog gelezen dat de moeilijkheidsgraad van economie vergelijkt met kwantumfysica. Dit slaat echter helemaal nergens op!
    We kunnen dikwijls inzicht krijgen in bepaalde problemen in onze economie door een heel eenvoudig economisch model als voorbeeld te nemen. Bijvoorbeeld: veronderstel een vereniging van babysitters, opgericht door enkele ouders met kleine kinderen. Zij zetten zelf een clubje op, kiezen een raad en geven iedere deelnemer twee tickets. Strikt genomen kunnen we concluderen dat de raad een "schuld" heeft gelijk aan het aantal uitgegeven tickets. Dit systeem kan perfect werken als elk stel ouders regelmatig gaat babysitten en op hun beurt ook regelmatig laat babysitten. Zij die gaan sitten krijgen een ticket, zij die laten sitten betalen een ticket. Na verkoop van tijd krijgen sommige ouders plots het idee om tickets op te sparen. Ze steken deze in de spreekwoordelijke koekjestrommel voor later. Wat ook de reden is, ze doen nu meer sittings dan ze laten doen. Misschien plannen ze aan gezinsuitbreiding in de toekomst en denken ze dat hun tickets later nog goed van pas zullen komen. Of misschien hebben ze een hamstermentaliteit gekregen. Wie weet... Het onvermijdelijke gebeurt. Het aantal "actieve" tickets dat binnen dit systeem circuleert vermindert. De ouders ondervinden dat er blijkbaar niet genoeg tickets meer zijn. Vele ouders hebben behoefte aan sitters en andere willen wel gaan sitten, maar er zijn echter niet voldoende tickets om dit mogelijk te maken. Hierdoor zullen ouders zelfs moeten thuisblijven, weg sociaal leven. Ze vragen bijgevolg aan de raad van de vereniging om meer tickets uit te geven. Diegenen met hun koekjestrommel vol tickets vinden dit echter geen goed idee. Zij argumenteren dat de anderen moeten leren leven binnen hun mogelijkheden. Zij zeggen dat het fout is om meer tickets uit te geven en dieper in de schuld te gaan. Zij waarschuwen voor het feit dat meer tickets uitgeven een weg is naar hyperinflatie! Zij vragen de clubleden of ze graag willen betalen met een kruiwagen vol tickets voor een nacht babysitten!

    lootjes

  • Venezuela devalueert bolivar met 44%

    Venezuela heeft gisteren haar munt opnieuw gedevalueerd ten opzichte van de dollar, zo schrijft de Wall Street Journal. Was de officiële wisselkoers voorheen nog 6,3 bolivar per dollar, vanaf volgende week wordt dat 11,3 bolivar. De devaluatie raakt overigens maar een kleine groep mensen, omdat de overheid de wisselkoers maar voor een beperkt aantal producten beschikbaar stelt. Voedsel en medicijnen worden nog steeds geïmporteerd tegen een wisselkoers van 6,3 bolivar per dollar, maar voor toeristen, de oliesector en de goud-transacties van de centrale bank wordt de wisselkoers vanaf volgende week verhoogd naar 11,3 bolivar. Een jaar geleden vond er ook al een devaluatie plaats van de bolivar, destijds van 4,3 naar 6,3 bolivar per dollar.

    Officiële wisselkoers

    Officieel hanteert Venezuela nog wel een vaste wisselkoers ten opzichte van de dollar, maar die wisselkoers valt eigenlijk niet meer te verdedigen. Omdat de regering maar een beperkt aantal dollars beschikbaar stelt via haar wisselkantoor zijn veel mensen aangewezen op de zwarte markt. Daar is een dollar inmiddels 60 bolivar waard, ruim vijf keer zo veel als de officiële wisselkoers. De overheid subsidieert via de wisselkoers de meest noodzakelijke producten, waardoor deze betaalbaar blijven voor de bevolking. Zou de overheid geen kunstmatig lage wisselkoers hanteren, dan zou er al snel onrust ontstaan over te hoge voedselprijzen en onbetaalbare medicijnen. Eerder dit jaar lanceerde Venezuela het Sicad systeem, waar sommige importeurs en toeristen dollars kunnen opvragen tegen een wisselkoers die gunstiger is dan de wisselkoers op de zwarte markt. De wisselkoers binnen dit systeem ligt al enige tijd op ongeveer 12 bolivar per dollar. Rafael Ramirez (Minister van Olie) liet weten dat er in 2014 in totaal $5 miljard beschikbaar wordt gesteld via het Sicad systeem. Daar heeft de gewone man weinig aan, want die is voor het verkrijgen van dollars nog altijd aangewezen op de zwarte markt.

    Inflatie in Venezuela

    Sinds het aantreden van president Maduro is het snel bergafwaarts gegaan in Venezuela. De waarde van de valuta staat onder druk en de inflatie loopt razendsnel op. Volgens de laatste berichten is de officiële inflatie meer dan 50%, maar volgens velen is dat percentage in werkelijkheid nog veel hoger. De verandering van de officiële wisselkoers van de bolivar is een stap in de goede richting, maar er is veel meer nodig om het huishoudboekje van het Zuid-Amerikaanse land op orde te krijgen. Een grootschalige devaluatie van de bolivar is noodzakelijk om het land weer uit het slop te trekken. Tot die tijd zullen er nog talloze berichten over oplopende inflatie, lege winkelschappen, prijscontroles en staatspropaganda voorbij komen. Begin dit jaar werden er nog drie nullen weggestreept van de aandelenmarkt. Ook werd eerder deze maand bekend dat de centrale bank naar verhouding steeds meer bankbiljetten met grote coupures drukt. De regering schuwt er zelfs de inzet van het leger niet om de bevolking in het gareel te houden. Deze ontwikkelingen zijn kenmerkend voor hyperinflatie.

    Venezuela devalueert de bolivar met 44%

    Venezuela devalueert de bolivar met 44%

    Op de zwarte markt is bolivar al veel minder waard

    Op de zwarte markt is bolivar al veel minder waard

  • Video: Edin Mujagic over inflatie

    Econoom Lex Hoogduin sprak met Edin Mujagic over de impact van een hoge inflatie. In zijn jeugd heeft Mujagic de hyperinflatie in Joegoslavië meegemaakt, waardoor dit onderwerp hem extra aangrijpt. Mujagic wist op de middelbare school al dat hij monetaire economie wilde studeren. Hij schreef in 2010 het boek Het Inflatiespook en in 2012 het boek Geldmoord.

    Bron: Lexhoogduin.com

  • Aantal slechte leningen in Italië blijft toenemen

    De rente op Italiaanse staatsobligaties daalt al enige tijd, maar daarmee is niet gezegd dat de economie van het land aan de beterende hand is. Zo steeg de werkloosheid in Italië de afgelopen drie jaar van 8% naar 12,7% en is de staatsschuld nog verder opgelopen ten opzichte van het bbp. Zero Hedge komt met nog meer slecht nieuws, want de volgende grafiek laat zien dat het percentage slechte leningen sinds 2008 vrijwel onafgebroken stijgt.

    Meer slechte leningen

    De Italiaanse regering kan momenteel voor tien jaar geld lenen tegen 3,83%, een rentetarief dat we sinds het uitbreken van de Europese schuldencrisis niet meer hebben gezien. Is het niet vreemd dat de kapitaalmarkten op dit moment zoveel vertrouwen hebben in het schuldpapier van de regering, terwijl de bevolking van Italië zich in allerlei bochten moet wringen om de private schuldenlast te dragen?

    In november stond er €149,6 miljard aan slechte leningen op de bankbalansen, omgerekend 7,8% van het totaal aan private schulden. Dat is een forse toename ten opzichte van de 6,1% een jaar eerder. Jaar op jaar steeg het percentage slechte leningen bij Italiaanse huishoudens met 23%, de snelste stijging in twee jaar tijd. Hieruit kunnen we concluderen dat het nog steeds niet zo goed gaat met de Italiaanse consument. Ook daar is het nog volop crisis, ondanks het feit dat de regering weer goedkoop geld kan ophalen uit de markt.

    Aantal slechte leningen blijft toenemen in Italië

    Aantal slechte leningen blijft toenemen in Italië 

  • Welke belegging gaf het beste rendement?

    Business Insider plaatste deze week een overzicht van het rendement van verschillende categorieën beleggingen over de afgelopen dertien jaar. Helemaal rechts op onderstaande tabel ziet hoeveel rendement iedere belegging wist te behalen over de totale periode van 2001 tot en met 2013. Zoals u ziet waren aandelen in opkomende markten, goud en vastgoed (REIT’s) vanaf 2001 tot en met 2013 de beste beleggingen. De minst presterende beleggingen over deze periode waren grondstoffen, de markt-neutrale hedgefondsen en de S&P 500 index.

    In de aanloop naar de crisis waren grondstoffen bijzonder in trek als belegging, omdat de inflatie in die tijd relatief hoog was. Maar door het uitbreken van de financiële crisis in 2008 liep er veel lucht uit deze markt. Ook aandelen en vastgoed verloren in 2008 veel waarde, maar wisten vanaf de bodem weer de weg naar boven te vinden. Toch bleven deze twee categorieën qua koersrendement achter op goud, dat tussen 2001 en 2013 ieder jaar met gemiddeld 11,7% in prijs steeg.

    Goud

    Goud hield als veilige haven opvallend goed stand in de crisis van 2008, maar in het afgelopen jaar zakte de belangstelling voor het gele metaal opeens weg bij het beleggend publiek. ETF's verloren meer dan 30% van hun positie in goud, omdat beleggers de aandelen in de verkoop deden. Tegelijkertijd steeg de vraag naar fysiek goud in de vorm van munten en baren. In de eerste drie kwartalen van 2013 werd er wereldwijd 1.252 ton fysiek goud in deze vorm aangekocht, een stijging van 36% ten opzichte van dezelfde periode van 2012. Toen werd er in de eerste drie kwartalen 919 ton fysiek goud in de vorm van munten en baren verkocht.

    Belegging spreiden loont

    Volgens Business Insider gaat het aloude adagium nog steeds op: "Stop niet al je eieren in één mandje". Diversificatie richting verschillende beleggingscategorieën blijkt over de langere termijn een dempend effect te hebben op de ontwikkeling van uw vermogen. Zowel op de weg naar boven als op de weg naar beneden.

    Welke belegging leverde het meeste op?

    Welke belegging leverde het meeste op? (Bron: Oppenheimer, via Business Insider)