Categorie: Nieuws

  • Dow Jones naar 36.000 punten

    De auteurs schreven in 1999 in de introductie van hun boek al dat het onmogelijk is om de voorspellen hoe lang het gaat duren. In dezelfde paragraaf van het boek spraken ze de verwachting uit dat ze rekenden op een periode van drie tot vijf jaar voordat het koersdoel bereikt zou worden. In het jaar waarin ze het boek “Dow 36.000” publiceerden tikte de index de 11.500 punten aan. Drie jaar later, in 2002, zakte de Dow Jones weg van ruim 10.000 naar minder dan 8.000 punten. Vijf jaar na hun voorspelling stond de Dow Jones tussen de 10.000 en 11.000 punten. Netto geen winst…

    Beleggers die het advies van de heren gevolgd hebbenen long gingen in 1999 waren na vijf jaar waarschijnlijk niet rijker geworden. Toch geloven Hassett en Glassman in hun oorspronkelijke koersdoel, want op de opiniepagina van Bloomberg beargumenteren ze waarom die 36.000 nu wél gehaald zal worden.

    “Van het dieptepunt van maart 2009 tot en met nu is de Dow Jones met 117% gestegen. Nog een stijging van 117% vanaf het huidige niveau zou de Dow Jones naar 31.022 punten brengen, slechts 16 procentpunt verwijderd van ons koersdoel van 36.000.

    Toen we ons boek schreven hadden we twee redenen om te verwachten dat we in drei tot vijf jaar naar de 36.000 zouden gaan. Als eerste dachten we dat beleggers het risico op de aandelenmarkt te hoog hadden ingeschat. Onderzoek van Jeremy Siegel wees uit dat over de langere termijn aandelen niet meer of minder volatiel zijn dan obligaties. We zagen dat beleggers minder risicomijdend werden en wij dachten dat dat terecht was. Een lagere inschatting van het risico zou een hogere waardering voor aandelen betekenen, een hogere koers/winst verhouding bijvoorbeeld.

    Ten tweede gingen we ervan uit dat het Amerikaanse GDP, de belangrijkste drijfveer van de bedrijfswinsten, met 2,5% per jaar zou blijven groeien. Dat was iets minder dan het lange termijn gemiddelde sinds de Tweede Wereldoorlog. Toen waarschuwden we trouwens al dat een lagere groei van de economie een grote impact zou hebben op de aandelenkoersen”

    Bange beleggers

    De auteurs van het boek, die nu opnieuw hoopvol zijn over een Dow Jones van 36.000 punten, merken op dat beleggers banger zijn geworden voor aandelen. Deze angsten zijn volgens Hassett en Glassman begrijpelijk. “We schreven ons boek voor de aanslagen van 11 september, de dotcom bubbel, de 38% daling van de aandelenkoersen in 2008, de ''flash crash'' van 2010 die de Dow Jones met duizend punten liet zakken in een paar minuten, de Japanse tsunami en aardbeving in 2011 en de eurocrisis.”

    De auteurs van het boek ''Dow 36.000'' beargumenteren verder dat obligaties vandaag de dag, vanuit historisch perspectief gezien, extreem overgewaardeerd zijn en dat aandelen juist extreem ondergewaardeerd zijn. De Dow Jones kan daarom makkelijk naar 36.000 punten, zodra beleggers hun angst verliezen en de koers/winst verhoudingen weer gaan stijgen. Een koers/winst verhouding van 20 zet aandelen al 50% hoger dan waar ze nu staan, ervan uitgaande dat de winsten op peil blijven.

    Lagere economische groei

    Hassett en Glassman merken op dat de groei van de Amerikaanse economie drastisch omlaag is gegaan. “In plaats van historische groei van 3% of onze verwachting van 2,5% was de feitelijke groei in GDP tussen 1999 en 2012 gemiddeld slechts 1,8%. De inflatie was ook lager dan normaal, dus de nominale groei was slechts 4 in plaats van 6 procent.”

    Kunnen deze economen nu eindelijk hun gelijk halen? Of zitten ze er weer grandioos naast zoals in 1999? Hoe dan ook, het boek was destijds een echte best-seller!

    Het boek ''Dow 36.000'' was een best-seller in 1999

  • Dijsselbloem: “Groot-Brittannië kwetsbaar voor valutaspeculanten”

    De opmerking van Dijsselbloem, die ook de rol van minister van Financiën vervult in ons eigen land, komt vlak voor de bekendmaking van de nieuwe begroting van de Britse regering Cameron en na een periode waarin het Britse pond aan waarde verloor tegenover de euro. Sinds het begin van dit jaar is het pond al gezakt van €1,23 naar €1,16. Ook roept de waarschuwing van Dijsselbloem herinneringen op van de valutacrisis in het Britse pond in 1992, toen Groot-Brittannië uit het Europese wisselkoersmechanisme stapte dat opgezet was in de aanloop naar de introductie van de euro.

    Dijsselbloem deed zijn uitspraak voor studenten van de Universiteit van Amsterdam. Hij zei dat Groot-Brittannië er veel slechter voor staat dan de VS, omdat het land een veel groter financieringsprobleem heeft dan de VS. De twee landen hebben ongeveer een even hoog begrotingstekort, uitgedrukt als percentage van het BBP.

    Valutaspeculanten en kredietbeoordelaars

    “Engeland is kwetsbaar voor valutaspeculanten, dat hebben we in het verleden gezien. Een nieuwe crisis in het Britse pond kan zo weer gebeuren”, aldus Dijsselbloem. De uitspraak van de voorzitter van de Eurogroep doet denken aan de aanval van Christian Noyer – de centrale bankier van Frankrijk – aan het einde van 2011. Hij zei toen dat Groot-Brittannië eerder haar triple-A kredietstatus zou moeten verliezen dan Frankrijk.

    “De kredietbeoordelaars zouden moeten beginnen met het afwaarderen van Groot-Brittannie, een land dat meer schulden, een groter begrotingstekort, een hogere inflatie en minder economische groei heeft dan Frankrijk”, zo verwoorde Noyer destijds zijn klacht. Frankrijk verloor ondanks deze woorden haar AAA rating al binnen een maand. Groot-Brittannië zou een jaar later pas haar triple-A rating verliezen. Christian Noyer zorgde eind vorig jaar voor wat opschudding door te stellen dat het financiele centrum van Europa niet in Londen zou moeten zitten.

    De uitspraken van Dijsselbloem kunnen volgens de Telegraph schade toebrengen aan de relatie tussen het valutablok en het Verenigd Koninkrijk. De Britse premier Cameron probeert de laatste tijd juist nieuwe regels uit te onderhandelen voor het maximeren van bankiersbonussen. Op het Europese vasteland wil men die beperken tot maximaal 2x het jaarsalaris, maar daar tekent Cameron bezwaar tegen aan. Hij weet dat instemming met deze regel niet goed zal vallen bij de omvangrijke en machtige financiële sector van Londen.

  • Bijna helft woningverkopen in de VS was ‘problematisch’

    Het leeglopen van de huizenbubbel is in de VS is nu al vijf jaar aan de gang, maar nog steeds worden er veel mensen uit huis gezet omdat ze de hypotheeklasten niet meer kunnen opbrengen. RealtyTrac schrijft in haar Foreclosure & Short Sales Report van het vierde kwartaal en heel 2012 dat er in het afgelopen jaar in totaal 947.995 woningen verkocht zijn als gedwongen verkoop. Dat is een daling van 6% ten opzichte van 2011 en 11% minder dan 2010.

    Deze 'foreclosure relates sales' waren goed voor 21% van alle verkochten woningen in de VS over heel 2012, tegenover 23% en 28% van alle verkopen in respectievelijk 2011 en 2010. Daaaast werd er op ongeveer 10% van alle verkochte woningen een verlies geleden door de bank, omdat de waarde van de woning lager was dan het openstaande hypotheekbedrag. In de VS worden deze verliezen overigens gedragen door de bank en niet door de eigenaar van de woning. Tenslotte was 11% van de verkochte woningen afkomstig van de woningvoorraad van banken, woningen die eerder in beslag genomen zijn en die nog een koper moesten vinden. Ook op deze woningen moet de bank doorgaans een verlies nemen, want op de veiling brengen deze in beslag genomen woningen doorgaans veel minder geld op.

    Maar liefst 43% van alle verkochte woningen in VS was 'distressed' (Bron: RealtyTrac)

    In 28 Amerikaanse staten waren er het afgelopen jaar meer onderhandse woningverkopen vlak voor de huisuitzetting dan in 2011. In 12 staten was het aantal onderhandse verkopen vlak voor de veiling zelfs groter dan het aantal woningen dat de banken zelf verkochten uit hun voorraad. Dat waren onder meer de staten Arizona, Califoia, Colorado, Florida, Maryland, New Jersey en New York.

    In het rapport valt ook te lezen dat het aantal verkopen uit de woningvoorraad van banken (REO Sales) in 2012 landelijk gezien lager was dan in het jaar daarvoor. Dat klinkt als een vooruitgang, maar in 26 staten was het aantal woningverkopen door banken het afgelopen jaar juist hoger dan in 2011. Het aantal woningen dat door banken verkocht werd was in 38 staten groter dan het aantal woningen dat vlak voor de gedwongen huisuitzetting onderhands verkocht werd. Dat was onder andere het geval in Georgia, Illinois, Indiana, Massachusetts, Michigan, Minnesota en Nevada.

    Staten waar banken meer in beslag genomen woningen verkochten dan in 2011 (Bron: RealtyTrac)

    Markt herstelt weer

    In het vierde kwartaal van 2012 werd er gemiddeld $171.704 betaald voor woningen die gedwongen verkocht werden (onderhands of door de bank), dat was een stijging van 2% ten opzichte van het derde kwartaal en een stijging van 4% ten opzichte van een jaar eerder. De verliezen die werden geleden op gedwongen woningverkopen waren in 2012 ook wat lager dan in het jaar daarvoor. De 'restschuld' die overbleef na de gedwongen verkoop van de woning was gemiddeld $81.621 in 2012, versus $87.809 in het jaar ervoor.

    “Ondanks het feit dat gedwongen verkopen een steeds kleiner gedeelte worden van de totale woningverkopen (wat vooamelijk toe te schrijven is aan banken die minder in beslag genomen woningen verkopen), zijn het aantal problematische verkopen nog steeds disproportioneel hoog in verhouding tot de totale woningmarkt”, aldus Daren Blomquist van RealtyTrac. “Ondanks het feit dat gedwongen woningverkopen nog steeds veel minder opbrengen dan normale woningverkopen zien we ook de prijzen voor deze woningen weer aan het stijgen zijn door de sterke vraag en het beperkte aanbod”, zo voegt Blomquist eraan toe.

    Verliezen op gedwongen woningverkopen VS neemt af (Bron: RealtyTrac)

    Percentage woningen onder gedwongen verkoop loopt langzaam terug (Bron: RealtyTrac)

  • LIVE: ECB persconferentie 7 maart 2013

    Werkt de livestream niet? Klik dan hier om naar de website van de ECB te gaan en daar de stream te bekijken.

  • China neemt nog een Afrikaanse goudmijn over

    Het CAPM fonds is voor 74% eigendom van het in Hong Kong gevestigde Superb Gold Ltd. en voor 26% eigendom van een Afrikaans consortium dat onder leiding staat van Elias Khumalo. De betreffende goudmijn verkeerde in financiële problemen toen het door Harmony Gold verkocht werd aan Pamodzi Gold, zo valt te lezen op iafrica.com. De mijn was al niet meer operationeel, omdat mijnwerkers niet betaald werden en het werk hadden neergelegd. Het overwegend Chinese CAPM investeringsfonds zal de mijn nu weer operationeel maken en een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst opstellen om de mijnwerkers weer aan het werk te krijgen.

    Lesiba Seshoka van de National Union of Mineworkers (NUM) was blij met de oveame: “Als vakbond kijken we uit naar de beëindiging van dit pijnlijk langdurige proces. We hopen dat onze leden weer snel aan het werk kunnen en daar het geld voor krijgen waar ze recht op hebben”.

    China op oveamepad

    Verschillende Chinese fondsen investeren wereldwijd in de ontwikkeling en exploitatie van mijnbouwbedrijven. Uit recente berichtgeving kunnen we voorbeelden halen van Chinese investeringen in Australië, Canada en Venezuela. Zelfs in de VS en in Groot-Brittannië koopt China waardevollebezittingen op om haar reserves te 'verzilveren' in tastbare waarde.

    China doet steeds meer oveames in mijnbouwbedrijven, vooral in Afrika is het zeer actief

  • Welke aandelen brachten Dow Jones naar nieuw record?

    Net als bij onze AEX-index kent ook de Dow Jones een weging toe aan ieder aandeel. Sommige aandelen hebben daardoor veel impact op de koers van de index, anderen leveren nauwelijks een bijdrage. Onderstaande grafiek geeft een beeld van de aandelen die de meeste punten aan de Dow Jones index hebben toegevoegd. IMB, Caterpillar, 3M, Chevron en United Technologies waren de zwaargewichten die het goed hebben gedaan sinds begin 2009. Het aandeel IBM steeg bijvoorbeeld 147% in waarde en was daarmee verantwoordelijk voor bijna 942 punten van de totale stijging van iets minder dan 8000 punten tussen maart 2009 en nu.

    Aandelen met een lage koers in 2009 hebben een veel minder zware weging. zo kan het zijn dat een aandeel als Bank of America meer dan 200% steeg, maar slechts 62 punten toevoegde aan de totaalscore van de index. Onderstaande grafiek is van de Wall Street Joual. Klik hier voor de interactieve versie.

    Slechts vijf aandelen droege een derde van de totale rally van de Dow Jones (Bron: Wall Street Joual)

  • Japanse juwelier maakt gouden kopie van linkervoet Messi

    De broer van de stervoetballer was onder de indruk van de gouden voet: “Het is uitzonderlijk. Je kunt elk lijntje in de voet zien. Het is een indrukwekkend werk”. De juwelier maakte de gouden voet, samen met een half zo grote miniatuurversie en een massief gouden voetafdruk, eind 2012 in een werkplaats in Spanje.

    “We waren helemaal weg van het idee om de 'gouden linkervoet' te maken. We hebben onszelf het doel gesteld om de spreekwoordelijke gouden voet van Messi werkelijkheid te maken”, aldus Masakazu Tanaka, de directeur van het bedrijf dat de voet heeft gemaakt. De andere gouden objecten die geveild worden voor de Lionel Messi Foundation zijn de gouden voetafdruk van Messi's linkervoet en de miniatuurversie van de linkervoet, kunstwerken die getaxeerd zijn op respectievelijk $94.500 en $42.000. De gouden objecten zijn zeer gedetailleerd, naast aders en de eeltlaag zijn ook de lijntjes onder de tenen zichtbaar.

    De opbrengst van de veiling zal voor een deel ook ten goede komen aan de kinderen in Japan die zwaar getroffen werden door de aardbeving en de tsunami van bijna twee jaar geleden.

    De gouden linkervoet van Lionel Messi (Bron: Bullionstreet)

  • Zuid-Korea kocht in februari 20 ton goud

    Zuid-Korea is niet het enige land dat goud koopt, maar het is wel een land dat de aandacht trekt. Wie de ontwikkeling van de Zuid-Koreaanse goudreserve over de afgelopen jaren bekijkt zal meteen begrijpen waarom dat zo is. Het land had jarenlang maar 14,4 ton goud in de kluis liggen, maar kreeg in juni 2011 plotseling het idee om goud bij te kopen. Sindsdien is het hard gegaan, want in een paar maanden tijd kocht de centrale bank 40 ton goud bij. Niet veel later werd er opnieuw een substantiële hoeveelheid geel metaal van de markt gehaald, want in twee tranches werd er nog eens 30 ton aan de reserve toegevoegd. Daarmee kwam het totaal rond de jaarwisseling uit op 84,4 ton goud.

    Met deze nieuwe aankopen van februari brengt het land haar totale goudvoorraad naar 104,4 ton. Procentueel klom de goudreserve in verhouding tot de totale reserves van de Zuid-Koreaanse centrale bank van 1,1% naar 1,5%. De aanschafprijs was slechts $1,03 miljard, wat omgerekend een kiloprijs van $51.500 oplevert. Wie de grafiek van de goudprijs in dollars erbij pakt komt tot de conclusie dat de Zuid-Koreanen een goede deal hebben gesloten. De spotprijs was pas laat in februari op dit niveau, de premie voor het fysieke metaal bleek nog zeer beperkt te zijn.

    “Goud is een bezit dat dient als veilige haven en dat ons kan helpen om te reageren op zeer extreme wereldwijde financiële situaties. Ook verstrekt het goud het vertrouwen in de totale reserves van de centrale bank”, zo verklaarde de Zuid-Koreaanse centrale bank. Daar voegde men aan toe dat het aankopen van goud onderdeel is van een lange termijn standpunt, waar kleine prijsbewegingen weinig betekenis voor hebben.

    Lange termijn strategie

    Volgens de ranglijst van het IMF en de World Gold Council klimt Zuid-Korea met deze aankoop van 20 ton van de 36e naar de 34e plaats van landen met de grootste goudvoorraad. Zuid-Korea zag de waarde van haar valutareserves dalen door de waardedaling van het Britse pond en de euro tegenover de dollar. De totale omvang van de valutareserve wordt gemeten in dollars en dan zorgt een slechtere wisselkoers van andere valuta voor een lager totaal. Het Britse pond verloor 4% tegenover de dollar, de euro werd 3,2% zwakker tegenover dezelfde munt.

    De Zuid-Koreaanse centrale bank maakt niet helemaal duidelijk hoeveel reserves het van iedere valuta heeft liggen. Wel laat ze weten dat de totale valutareserve gekrompen is van $328,91 miljard in januari naar $327,4 miljard in februari. Dat is een daling van $1,51 miljard. Zuid Korea heeft van alle landen in de wereld de op zes na grootste valutareserve. Tussen augustus 2012 en februari 2013 groeide de valutareserve (in dollars) van $316,88 naar $327,40 miljard.

    Ook Zuid-Korea blijft goudvoorraad uitbreiden, in februari kocht het land 20 ton goud

  • Grafiek: Ontkoppeling aandelen en grondstoffen

    De CRB grondstoffenindex bestaat sinds 1957 en volgt de prijzen van 28 verschillende grondstoffen, waaronder diverse 'hard commodities' en 'soft commodities'. De index is door de jaren heel regelmatig bijgewerkt en heeft in één oogopslag weer hoe de grondstoffenprijzen zich door de jaren heen hebben ontwikkeld. Omdat de vraag naar grondstoffen meebeweegt met de stand van de economie is het niet verwonderlijk dat de CRB index een nauwe correlatie laat zien met de S&P 500. Toch zien we nu al enige tijd een ontkoppeling plaatsvinden, waarbij de aandelenkoers wegloopt van de grondstoffenindex. Zijn de Amerikaanse aandelen overgewaardeerd?

    (h/t @Not_Jim_Cramer)

    CRB-index volgt sinds begin 2012 de S&P500 index niet meer (Bron: Bloomberg, via Zero Hedge)

     

  • Mobiel bankieren razend populair in Kenia

    Het betalingssysteem van M-Pesa is in 2007 in Kenia uitgerold door Safaricom, een telecomprovider met 19 miljoen klanten. Daarvan maken er 15 miljoen gebruik van het betaalsysteem, dat inmiddels 80 transacties per seconde verzorgt en verantwoordelijk is voor 31% van het totale BBP van Kenia van $33,62 miljard. In heel Afrika zijn meer dan 700 miljoen mobiele telefoons en 70% van de bevolking heeft er één. Toevallig is dat hetzelfde percentage Afrikanen dat geen toegang heeft tot een bank.

    Het succes van M-Pesa kan worden toegeschreven aan deze feiten, maar niet overal dit bedrijf zo sterk doorgebroken. In Zuid-Afrika zagen de banken deze ontwikkeling aankomen en zijn ze op tijd begonnen met het ontwikkeling van hun eigen betalingssysteem dat op dezelfde manier werkt. In Zuid-Afrika is Fundamo – dat in 2011 voor $110 miljoen werd overgenomen door VISA – het meest gebruikte mobiele betalingssysteem. Dit systeem wordt ook uitgerold in India en Rwanda.

    In de VS en in andere rijke Westerse landen worden mobiele telefoons veel minder vaak gebruikt voor betalingen. Ondanks allerlei slimme technieken van modee smartphones geeft de Westerse consument toch de voorkeur aan contact geld en betalingen met een pinpas of creditcard. In Afrika is deze infrastructuur minder goed ontwikkeld en slaat men gelijk een stap over in de evolutie van het geld.

    Betalen per mobiele telefoon is in veel Afrikaanse landen meer ingeburgerd dan hier

  • “Britse pond is nog steeds overgewaardeerd”

    Volgens de berekening van koopkrachtpariteit die door de OESO gemaakt wordt kent het Britse pond momenteel een overwaardering van 2,3%. Optiehandelaren hebben ook meer geld ingezet op een verdere waardedaling van de munt tegenover de euro. De waardedaling van het Britse pond weerspiegelt de groeiende speculatie dat de Bank of England binnenkort opnieuw zal ingrijpen met stimuleringsmaatregelen.

    Mervyn King heeft gezegd dat een zwakkere munt kan helpen om de Britse economie weer in balans te brengen. Paul Tucker van de Bank of England gaat nog een stap verder. Hij zou gezegd hebben dat de rente van de Britse centrale bank van 0,5% naar 0% verlaagd moet worden. Dat maakt het nog minder interessant voor spaarders om geld op een bankrekening te parkeren. Ook een negatieve rente is volgens Paul Tucker een optie om de hypotheeklasten van huiseigenaren verder omlaag te brengen. Het monetaire verruimingsprogramma, waarmee nu al £375 miljard aan staatsobligaties opgekocht is, moet ook weer opnieuw opgestart worden.

    “We hebben nog niet alles gezien”, aldus econoom Neil Williams van Hermes Fund Managers in Londen. “Als de wereld denkt dat er aanzienlijk meer stimulering aan zit te komen, wat ik verwacht, dan zal het pond verder onder druk komen te staan”, zo lichtte hij toe. De Britse valuta zakte op 1 maart naar een dieptepunt van $1,4986, het laagste niveau sinds juli 2010. Begin januari was £1 nog gelijk aan $1,6381, het hoogste punt van dit jaar. Bloomberg volgt 32 verschillende valuta en het Britse pond kwam op de derde plaats van valuta die het meeste in waarde waren gezakt, achter de yen en de rand. 

    Vergeleken met de euro doet het Britse pond het ook slecht. De munt stond op 25 februari op 88,15 pence per €1, het laagste niveau sinds oktober 2011. Daar moet bij gezegd worden dat ook de euro in februari aan waarde verloren heeft. Het Britse pond verliest al zeven maanden op rij waarde tegen de valuta van de Europese muntunie.

    Pimco

    In het vierde kwartaal van vorig jaar kromp het Britse GDP met 0,3%, een zware tegenvaller voor de regering van Cameron en voor de Bank of England. “Het is moeilijk om een scenario voor te stellen waarin we binnen zes maanden tot een jaar long willen gaan op het Britse pond”, aldus Thomas Kressin van obligatiebelegger Pimco. Kressin geeft leiding aan de afdeling die zich bezig houdt met wisselkoersen in Europa en werkt vanuit Munchen. “Er is meer tolerantie voor een zwakkere pond als middel om de economische groei te ondersteunen”, zo voegde hij eraan toe.

    Pimco verwacht dat de Bank of England haar aankoopprogramma weer zal hervatten. Tijdens de laatste beleidsvergadering stemde Mervyn King voor het eerst weer voor verdere uitbreiding van het stimuleringsprogramma, maar hij kon toen geen meerderheid overtuigen. Moody's verlaagde afgelopen maand de rating van Groot-Brittannie van Aaa naar Aa1, vanwege de zwakke Britse economie. Dat besluit had opvallend genoeg geen negatieve invloed op de rente die het land moet betalen over haar schulden. Kressin licht zijn standpunt verder toe:

    “De afwaardering zal waarschijnlijk de roep om nieuwe stimulering versterken. Ondanks de daling is het Britse pond nog niet bepaalde goedkoop of ondergewaardeerd. Zeker niet als je de economische fundamenten bekijkt. Concurrentievermogen dat voortvloeit uit een zwakkere munt wordt teniet gedaan door een hogere inflatie en stijgende loonkosten.”

    De koopkrachtpariteit die de OESO berekent liet eind 2012 een overwaardering van 9,6% zien voor het Britse pond. Een jaar geleden was de munt volgens deze 'benchmark' 7,2% te hoog gewaardeerd. Over de langere termijn bezien lijkt het Britse pond het nog niet eens zo slecht te doen. Vanaf oktober 2009 steeg de munt met 20% in waarde tegenover de euro. Toen drukte de choas in Griekenland zwaar op de waarde van de Europese munt.

    Volgens John Taylor van FX Concepts in New York is er genoeg reden om aan te nemen dat het Britse pond verder zal wegzakken:

    “De sterling is al veel gezakt, maar de handelsbalans is niet verbeterd. Niets is beter geworden in het Verenigd Koninkrijk. De monetaire verruiming is er naar verhouding tot de gehele economie nog groter geweest dan in de VS, maar het werkt niet.”

    Zijn fonds FX Concepts heeft dan ook een relatief grote shortpositie ingenomen op deze valuta. “Als je naar de historische koersbewegingen kijkt stelt deze beweging nog niets voor. Er is veel meer ruimte voor een daling.” Analisten hebben hun verwachting voor de wisselkoers tussen het Britse pond en de euro voor het einde van dit jaar met 4,8% naar beneden bijgesteld tot 83 pence per euro. Volgens Taylor van FX Concepts kan het Britse pond op de langere termijn wegzakken tot $1,25 als een verzwakkende economie de centrale bank aanspoort om meer te stimuleren. Volgens Taylor is het niet moilijk om deze ontwikkeling uit te buiten: “De Bank of England zegt dat ze de sterling omlaag willen hebben. Geen mij dan maar een ticket, zodat ik gratis mee kan liften”.

    Britse pond kan nog verder omlaag, aldus vermogensbeheerders Pimco en FX Concepts