Blog

  • Rusland wil spoorlijn naar Japan aanleggen

    Rusland zou bereid zijn miljarden te investeren in de aanleg van een nieuwe spoorbrug richting Japan. Eind deze maand wordt een nieuw rapport verwacht over de haalbaarheid van dit project, waarmee in de toekomst mogelijk goederentreinen en passagierstreinen tussen Rusland en Japan kunnen rijden.

    De Russische spoorwegen hebben al een miljard roebels beschikbaar gesteld voor het ontwerp en de planning van een nieuwe spoorverbinding over land. Ook zouden er al gesprekken gaande zijn met de Japanse overheid over dit ambitieuze project.

    Spoorlijn van Rusland naar Japan

    De Russische president Poetin zei in juni 2017 dat de aanleg van deze rechtstreekse verbinding naar Japan minder kostbaar zal zijn dan de brug die momenteel wordt aangelegd tussen het Russische vasteland en de Krim.

    Tijdens het Far Eastern Economic Forum in september zei Poetin in het bijzijn van de Japanse premier collega Shinzo Abe dat er al sinds het begin van de twintigste eeuw over dit project wordt gesproken, maar dat de tijd van het praten nu voorbij is. “We zijn van plan een brug te bouwen naar Sachalin. Het verbinden van Sachalin en Hokkaido is werkelijk van wereldwijd belang.”

    De bouw van een brug via het Russische eiland Sachalin naar het Japanse eiland Hokkaido zou volgens schattingen 286 miljard roebels gaan kosten, maar met de benodigde uitbreiding van het spoorwegennet worden de totale kosten geschat op ongeveer 500 miljard roebels.

    Krijgt Japan aansluiting op de Zijderoute? (Afbeelding via Siberian Times)

    40 miljoen ton aan goederen

    De aanleg van een nieuwe spoorlijn richting Japan is een grote investering, die Rusland en Japan de mogelijkheid biedt om naar schatting 40 miljoen ton aan goederen via het spoor te vervoeren. En dat is niet alleen veel sneller dan vervoer per containerschip, maar ook goedkoper en beter voor het milieu.

    Een nieuwe spoorlijn tussen Rusland en Japan kan ook worden aangesloten op de Zijderoute, wat betekent dat ook de export van goederen richting Europa ook over het spoor kan plaatsvinden. Voor Rusland is een spoorverbinding naar Japan ook interessant, niet alleen vanwege de mogelijkheid om goederen te exporteren, maar ook voor de ontwikkeling van het Verre Oosten van Rusland. Het project brengt immers veel werkgelegenheid met zich mee voor deze regio.

    Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines

  • Van secular stagnation naar secular expansion

    In 2013 kwam de Amerikaanse Econoom Lawrence Summer met het begrip ‘secular stagnation’ op de proppen. De groei van de wereldeconomie zou voor een lange periode in een lagere versnelling terecht gekomen zijn. De invloed van Summer was groot. Zo hebben centrale banken waarschijnlijk hun expansief monetair beleid mede gestoeld op Summers’ visie van lower for longer! Ook de financiële markten zijn erdoor beïnvloed. De yield op obligaties is nagenoeg opgedroogd in de veronderstelling dat de reële rente voor altijd laag zou blijven.

    Het zou echter kunnen dat het idee van de secular stagnation zijn langste tijd heeft gehad en het veld moet ruimen voor de opvatting van de secular expansion. Dat althans lijkt de boodschap van het Britse Fulcrum Asset Management. Hun model laat zien dat de wereldwijde economische opleving – die alweer twee jaar geleden begon – nog steeds veel momentum in zich herbergt en dat van zwakke plekken nog steeds geen sprake is.

    Cyclische of blijvende groei?

    De huidige sterke opleving is uiteraard geen bewijs dat secular stagnation afgedaan heeft. Er kan net zo goed sprake zijn van een sterke cyclische opleving. Het model levert echter bemoedigende data. De groei van de economische activiteiten bedroeg met 5% het dubbele van de groeivertraging in 2015/16 die het gevolg was van lage olieprijzen en een mindere gang van zaken in China. Volgens Fulcrum ligt de huidige groei één procentpunt boven de onderliggende trend. Dat kan erop wijzen dat de bestaande overcapaciteit in snel tempo aan het verdwijnen is.

    Belangrijk is ook dat de opleving breed gedragen is en dat alle belangrijke economische blokken hun steentje bijdragen. Opvallend is ook dat de zogeheten ontwikkelde economieën het zo goed doen. Daarbij vallen de prestaties van de Eurozone in het bijzonder op. Dat alles heeft ertoe geleid dat projecties voor de nabije toekomst voor de verandering eens opwaarts bijgesteld worden. Het is niet uit te sluiten dat er in de loop van 2018 meer en meer opwaartse bijstellingen elkaar zullen opvolgen.

    Het wereldwijde herstel – dat in maart 2016 begon – is (uiteraard) gedragen door cyclische factoren. De belangrijkste zijn waarschijnlijk het kwantitatieve stimuleringsbeleid van de VS en China. Het fiscale stimuleringsbeleid van China heeft eveneens een rol gespeeld. Deze stimulerende factoren raken waarschijnlijk in de loop van 2018/19 uitgespeeld, met als gevolg dat de groei omlaag kan gaan. De grote vraag is of die groei boven het niveau van de trendmatige groei kan blijven. Bij eerdere oplevingen was dat niet het geval.

    Economische groei trekt weer aan (Bron: Fulcrum Asset Management, via de Financial Times)

    Productiviteitsgroei en investeringen blijven achter

    Er is voldoende grond voor een sceptische blik op de houdbaarheid van de huidige sterke opleving. De symptomen van secular stagnation laten zich al tien jaren gelden. De onderliggende groei is in al die jaren zwak geweest en hetzelfde geldt voor de reële rente. Het zou naïef zijn te denken dat die symptomen na enkele maanden van bovengemiddelde groei verdwenen zijn.

    De Bank van Engeland laat in een studie zien, dat de daling van de reële rente met 4,5% sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw bijna volledig is toe te schrijven aan twee factoren. De eerste is de daling van de verwachte productiegroei en de tweede is de daling van de investeringen ten opzichte van de besparingen. Wil de secular stagnation echt overwonnen worden, dan moeten productiviteit en investeringen in de ontwikkelde landen omhoog.

    Het Fulcrum model levert in dezen enkele bemoedigende cijfers. Die laten bijvoorbeeld zien dat de total factor productivity weer naar normale niveaus is terug gekeerd. De investeringen laten echter zeer bemoedigende cijfers zien. In de tweede helft van 2017 lieten de investeringen in de VS, de Eurozone en Japan een toename zien van 8% – 10%, de sterkste toename sinds 2010. Voor een deel is deze versnelling waarschijnlijk toe te schrijven aan cyclische factoren. Hopelijk duidt het sterke herstel er ook op, dat er een einde komt aan het jarenlange ondermaatse investeringsniveau! Misschien zijn dromen dit keer geen bedrog.

    Cor Wijtvliet

    Bron: Gavyn Davies, Can secular stagnation morph into secular expansion? Financial Times, January 7 2018

    corwijtvliet-logo

    Deze bijdrage is afkomstig van www.corwijtvliet.nl

  • World Gold Council positief over goudmarkt in 2018

    De World Gold Council verwacht dat 2018 opnieuw een goed jaar zal worden voor goud, omdat beleggers door de hoge waardering van aandelen en obligaties vaker goud als alternatief zullen overwegen. Ook verwacht ze dat de groei van de wereldeconomie een positief effect zal hebben op de goudprijs, omdat het betekent dat consumenten in landen als China en India meer geld kunnen uitgeven aan sieraden. Deze twee landen zijn samen goed voor bijna de helft van de wereldwijde vraag naar fysiek goud.

    In een nieuw rapport noemt de World Gold Council een aantal factoren die een positieve impact kunnen hebben op de goudmarkt.

    Reële rente blijft laag

    Normaal gesproken is een stijgende rente ongunstig voor goud, omdat je als belegger dan meer rente misloopt door vast te houden aan het edelmetaal. Maar volgens de World Gold Council zou die situatie vandaag de dag wel eens anders kunnen zijn, omdat de schulden wereldwijd sinds het uitbreken van de kredietcrisis sterk zijn toegenomen. Ook zijn beleggers gewend geraakt aan een uitzonderlijk lange periode van ‘gratis geld’. Gaan centrale banken op de rem staan door de rente te verhogen, dan kan dat wel eens zeer negatief uitpakken voor de economie.

    De World Gold Council bestudeerde de ontwikkeling van de rente en de goudprijs vanaf 1970 en concludeerde dat het edelmetaal alleen slecht presteerde bij een reële rente van meer dan vier procent. Dat is dus de rente die overblijft na correctie voor de inflatie. De kans dat centrale banken de reële rente binnen afzienbare termijn weer boven dat niveau laten komen is zeer klein, omdat veel huishoudens en bedrijven met hoge schulden dat niet kunnen opbrengen.

    Reële rente onder 4% bleek niet ongunstig voor goud (Bron: World Gold Council)

    Aandelen op recordniveau

    De Amerikaanse S&P 500 index steeg eind vorig jaar naar een all-time high, terwijl de koers/winst verhoudingen van aandelen het hoogste niveau bereikten sinds de dotcom bubbel. Door de extreem lage rente verschuift er niet alleen spaargeld richting de aandelenmarkt, maar ook richting de meer risicovolle bedrijfsobligaties.

    Uit cijfers van de St. Louis Fed blijkt dat het verschil in rendement tussen de relatief veilige Amerikaanse 10-jaars leningen en bedrijfsobligaties met een zogeheten BAA kredietscore sinds 2007 niet meer zo klein is geweest als nu. Dat betekent dat beleggers vandaag de dag bereid zijn veel meer risico te nemen om een iets hoger rendement te halen.

    Komt er een correctie op de financiële markten, zo schrijft de World Gold Council, dan kan het verstandig zijn om als belegger een positie te hebben in goud. Het edelmetaal heeft historisch gezien namelijk een negatieve correlatie met andere beleggingen en doet het daarom vaak goed in tijden van crisis. De volgende grafiek laat het rendement van goud zien gedurende de grootste beurscorrecties vanaf ‘Black Monday’ in 1987 tot aan de Europese schuldencrisis van 2011.

    Goud presteert goed in tijden van crisis (Bron: World Gold Council)

    Beleggen in goud wordt toegankelijker

    Een andere positieve factor is dat beleggen in goud steeds toegankelijker wordt. De World Gold Council schrijft dat goud-ETF’s in Europa aan populariteit winnen, terwijl Rusland mogelijk de belasting van 18% op beleggingsgoud gaat schrappen. Een wetsvoorstel om goudbaren en munten ook in Rusland belastingvrij te maken is al in behandeling. Als dit voorstel wordt aangenomen kunnen vermogende Russen ook in eigen land eenvoudig fysiek goud kopen.

    Dit artikel wordt u aangeboden door Goudstandaard, uw adres voor de aankoop en verzekerde opslag van edelmetalen. Wilt u goud kopen? Neem dan contact op door te mailen naar [email protected] of door te bellen naar +31(0)88-4688488.

  • China heeft een dollarprobleem

    In China werd in oktober 2017 geschiedenis geschreven. Grote leider Xi werd in de grondwet geschreven. Hij staat sindsdien op gelijke hoogte met grondlegger van de socialistische republiek, Mao. Voortaan is het denken van Xi leidraad voor de richting en inrichting van het land.

    In het Westen werd deze gebeurtenis door commentatoren over het algemeen opgevat als een teken van Chinese kracht. Deze kracht was al onderstreept door de militaire en financiële banden die China aan is gegaan met voor hen strategisch gelegen landen en ook door de massale investeringen in infrastructuur voor de nieuwe zijderoute.

    Naast deze economische, financiële en militaire krachtvertoning is China ook bezig met het verspreiden van zijn culturele waarden door middel van soft power. Zo hebben al honderden universiteiten wereldwijd een door China gesponsorde opleiding. We moeten dus rekening gaan houden met een veel grotere toekomstige rol van China op het wereldtoneel, aldus dit mainstream scenario. Door op een andere manier naar deze ontwikkelingen te kijken, naar krachten die ogenschijnlijk geen relatie hebben met de geobserveerde gebeurtenissen, kan echter een heel andere werkelijkheid worden geschetst.

    Schuld gedreven groei

    Om na de kredietcrisis van 2008 binnenlandse sociale onrust te voorkomen koos China voor het aanjagen van de economie door te investeren in productiecapaciteit, in de verwachting dat net als na voorgaande crises de wereldeconomie weer op gang zou komen. Door een weer aantrekkende wereldeconomie en een groeiend Chinees handelsoverschot zouden deze met leningen gefinancierde investeringen weer kunnen worden afgelost.

    Wat onderbelicht is gebleven is dat de meeste leningen zijn aangegaan in dollars, geleend op de internationale kapitaalmarkt. Dat was aantrekkelijk, omdat sprake was van een koppeling van de yuan aan de dollar. Daardoor was er voor Chinese bedrijven immers geen valutarisico. Financiers in Japan en het Westen waren bereid het geld uit te lenen, omdat het rendement op hun leningen in China groter was dan in hun eigen financiële markten. Het was lange tijd een win-win situatie, maar een veel lager groeipad van de wereldeconomie na de kredietcrisis gooide roet in het eten.

    Devaluatie

    In augustus 2015 was er sprake van een plotselinge devaluatie van de yuan ten opzichte van de dollar. Het was een duidelijke manifestatie van toenemende dollarkrapte in de kapitaalmarkten. Sindsdien wijzen meer en meer signalen op een dollarprobleem voor de Chinese financiële sector.

    Chinese bedrijven lenen inmiddels dollars tegen 7%, een weerspiegeling van zowel kredietrisico als dollar-schaarste. De nood is kennelijk zo hoog, dat de Chinese regering heeft moeten inspringen. In weerwil van het officiële standpunt dat de mondiale afhankelijkheid van de dollar moet worden tegengegaan, werd eind 2017 voor het eerst sinds 13 jaar een dollarobligatie uitgegeven.

    Het was een actie waarmee werd getracht de dollarrente omlaag te krijgen die Chinese bedrijven betalen. Ook de door China gewenste re-denominatie van geïmporteerde olie van dollar naar yuan – de petroyuan – is er op gericht de binnenlandse vraag naar dollars te verminderen.

    Dollarschaarste

    Deze acties zijn nodig, omdat de Chinese centrale bank geen dollar-yuan swap-line heeft met de Amerikaanse Federal Reserve. Hierdoor kan China niet aan dollars komen in een crisissituatie, wat tot een Chinese kredietcrisis en zelfs een Azië-crisis kan leiden die verder gaat dan de variant van 1997. De omvang van de dollarleningen nu is namelijk vele malen groter dan toen.

    China heeft een dollarprobleem. Vanuit deze optiek bezien is de actie van Xi geen teken van toenemende kracht, maar een vlucht naar voren. Want hoe kan binnenlandse sociale onrust als gevolg van een financiële crisis worden ingedamd? Met strakke hand, zal Xi redeneren. Het behoeft geen betoog dat strategische keuzes in toekomstige zakelijke en politieke omgang met China zullen verschillen afhankelijk van de gekozen aannames.

    Sander Boon

    Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines




  • Zakelijke rijder kiest vaker voor benzine dan voor diesel

    Decennialang maakten dieselauto’s de dienst uit binnen het wagenpark van bedrijven. Dit beeld is niet langer actueel. Steeds meer zakelijke rijders kiezen voor wagens met een benzinemotor. Leasemaatschappijen geven aan dat vooral bij het MKB-segment de omschakeling snel gaat. Bij grote ondernemingen stijgt het aandeel benzine ook, maar minder sterk.

    Vanwaar de verschuiving naar benzine?

    Bij een strikt zakelijke afweging tussen benzine en diesel geldt het ‘omslagpunt’. Dit punt geeft aan bij welk aantal afgelegde kilometers per jaar het voordeliger wordt om een dieselauto aan te schaffen. De afgelopen jaren hebben een aantal ontwikkelingen in het voordeel van benzine gewerkt:

    • Benzinemotoren zijn zuiniger geworden.
    • Het prijsverschil tussen benzine en diesel is kleiner geworden.
    • De milieubelasting op dieselmotoren is procentueel meer gestegen.
    • De prestaties van dieselmotoren werden jarenlang met sloemelsoftware geflatteerd.

    Het omslagpunt tussen benzine en diesel is daarom een stuk hoger geworden. Was het vijf jaar geleden zo dat voor een bepaald model bedrijfsauto bij 20.000 afgelegde kilometers per jaar al voor diesel kon worden gekozen, dan is dit nu mogelijk 25.000 km per jaar geworden. Voor een klein- of middelgroot bedrijf waar een dergelijk aantal kilometers niet wordt gemaakt, is het voordeliger om benzinewagens te kopen of leasen.

    Ondernemingen beschikken tegenwoordig over betere tools om het brandstofverbruik van hun voertuigen nauwgezet bij te houden. Door werknemers met een tankpas te laten tanken ontstaat er voor elke bedrijfsauto een helder overzicht van de jaarlijkse brandstofkosten. Met bijvoorbeeld een Texaco tankpas kan bij alle in Nederland gevestigde stations van deze maatschappij getankt worden. Dankzij het tankpas-systeem is het werkelijk verbruik van de bedrijfsauto zichtbaar en kan beter worden bepaald welk type verbrandingsmotor voordeliger is. Er hoeft niet van de veronderstelling te worden uitgegaan dat een diesel wel zuiniger zal zijn.

    Dieselauto’s hebben een lagere restwaarde

    Zakelijk beschouwd werkt het milieu eveneens in het voordeel van benzineauto’s. Dieselvoertuigen hebben nu reeds een lagere restwaarde dan voertuigen die op benzine rijden en de kloof zal in de toekomst alleen maar groter worden. Een diesel bedrijfswagen die vandaag wordt aangeschaft kan over vijf jaar lastig te verkopen zijn. Ook bij leasebedrijven rijzen steeds meer vragen over de restwaarde van een diesel, waardoor ze hun klanten eerder richting benzine adviseren. Aan hybride of volledig elektrisch kleven nu nog te hoge aanschafkosten om de markt voor bedrijfsvoertuigen te veroveren.

  • Bitcoin, Ripple en Ethereum hard onderuit

    De prijzen van virtuele munten zijn vanmorgen opnieuw hard onderuit gegaan. Bitcoin zakte met 14% tot onder de $12.000, terwijl andere virtuele munten als Ripple en Ethereum zelfs meer dan 20% van hun waarde verloren. Een duidelijke aanwijzing voor deze prijsdaling is er niet, anders dan berichten dat verschillende overheden de handel in virtuele munten aan banden willen leggen of willen reguleren.

    De Zuid-Koreaanse minister van Financiën zou in een interview gezegd hebben dat de overheid nog steeds overweegt de handel in de cryptomunten aan banden te leggen. Door deze onzekere situatie zakten de koersen van de cryptomunten naar het laagste niveau in drie weken.

    Bitcoin weer onder de $12.000 (Bron: Coindesk)

    Virtuele munten opnieuw hard onderuit (Bron: Coinmarketcap)

    Ripple

    De meest opvallende prijsdaling was die van Ripple (XRP), de virtuele munt die eind vorig jaar een spectaculaire waardestijging liet zien. Werd er begin december nog maar $0,25 voor deze virtuele munt betaald, begin dit jaar was de koers opgelopen tot ongeveer $3,80. Anders dan de meeste andere virtuele munten is Ripple een gecentraliseerd betalingssysteem waar een bedrijf achter zit. Ook is Ripple anders dan de meeste virtuele munten niet te ‘minen’. Er zijn in totaal 100 miljard Ripple munten gecreëerd, waarvan minder dan de helft in circulatie is gebracht.

    Ripple profileert zich als een alternatief betaalsysteem voor banken en andere financiële instellingen en timmert aan de weg om de blockchain technologie ingebed te krijgen in het bestaande financiële systeem. Daarvoor ontwikkelde het bedrijf haar eigen xCurrent betaalsysteem. Op de website van Ripple zien we dat verschillende banken en financiële dienstverleners het initiatief ondersteunen, al blijft onduidelijk in welke mate deze bedrijven met Ripple samenwerken.


  • De tijd van huidig topmanagement bij bedrijven is voorbij

    Het was alweer in 1970 dat de latere Nobelprijswinnaar Milton Friedman in the New York Times Magazine hard uithaalde naar het vigerende economische gedachtegoed. De business of business was om zoveel mogelijk winst te maken. Moeilijk meetbare zaken als sociale doelen dienden geen doel en hadden geen nut anders dan dat ze uiteindelijk zouden leiden tot de komst van het in de Verenigde Staten zeer gevreesde en verafschuwde socialisme.

    Het was in de visie van Friedman de plicht van bedrijven om zoveel mogelijk geld te verdienen voor de aandeelhouder. Bedrijven moesten zich daarbij echter wel houden aan de spelregels van de maatschappij. Hiermee legde hij de basis voor de theorie van het scheppen van aandeelhouderswaarde. Die theorie werd als eerste in de praktijk gebracht door de fameuze ceo van General Electric, Jack Welch. In tweede instantie werd ‘aandeelhouderswaarde’ het speeltje van consultants en investment bankers die het idee plantten bij tal van bedrijven binnen en buiten de Verenigde Staten.

    Aandeelhouderswaarde

    Het topmanagement van al die bedrijven betoonde zich een zeer gewillige volger van de nieuwe heilsleer. Aandelenpakketten en optieplannen oefenden een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Fondsmanagers, die claimden de belangen van aandeelhouders te behartigen, stookten het vuurtje verder op. Ze eisten elk kwartaal resultaten te zien. Het resultaat kennen we. Om steeds opnieuw aan de eisen van de zittende aandeelhouder te voldoen sneed het topmanagement in zaken als Research & Development en in lange termijn investeringen. Aandeelhouderswaarde werd een ander woord voor korte termijn denken en kortzichtigheid.

    Dat neemt niet weg dat de leer van de aandeelhouderswaarde uiterst succesvol is gebleken. In pakweg drie decennia heeft het wereldwijd gezegevierd. Natuurlijk, de zo geprezen animal spirits sloegen wel eens op hol en moesten daarop ingetoomd worden. Een voorbeeld daarvan is de totstandkoming van de Sarbanes-Oxley wet in 2002 naar aanleiding van het Enron schandaal.

    Alle schandalen en misstanden ten spijt, tot op de dag van vandaag is de leer van de aandeelhouderswaarde de drijvende kracht achter de manier waarop bedrijven gerund worden. Dat is ook wel te begrijpen. Globalisering als logisch uitvloeisel van de leer van aandeelhouderswaarde, leek in eerste instantie een doorslaand succes. Er was een diepe financiële crisis voor nodig om de gebreken van de theorie bloot te leggen. Om eens wat te noemen, in de afgelopen dertig jaar is de maatschappelijke ongelijkheid enorm toegenomen, zijn er hardnekkige problemen om de productiviteit te verhogen en stagneert de loonontwikkeling van heel grote groepen werknemers. Dat moest wel reacties uitlokken en die zien we nu ook. De verkiezing van Donald Trump, de Brexit en het populisme zijn logische uitvloeisels van de zwarte kanten van deze theorie.

    Maatschappelijke verantwoording

    Het is nu aan de corporates en aan de institutionele elites een antwoord te vinden op de breed gedragen onvrede jegens hen. De nodige handreikingen zijn al gedaan. De Stewardship Code in het Verenigd Koninkrijk nodigt beleggers uit om met bedrijven in gesprek te gaan over zulke uiteenlopende zaken als strategie, risico, corporate governance, de bedrijfscultuur en de beloning. Ook wordt van meerdere kanten erop aangedrongen dat bedrijven niet alleen aan de belangen van aandeelhouders denken, maar ook aan die van andere stakeholders en zelfs aan de belangen van de maatschappij. Het is alsof Milton Friedman door het verleden is ingehaald. Het is echter nog veel te vroeg om te juichen. In de praktijk overheersen vrome bewoordingen, terwijl alles nagenoeg bij het oude blijft. De status quo overheerst. Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat het huidig topmanagement en de Raad van Commissarissen zich wel voelen bij die status quo. Ze zijn er immers mee groot geworden. Het is niet voor niets dat er steeds meer pleidooien klinken om de samenstelling van beide bestuursraden te verbreden. Zo is een meer open oog mogelijk voor wat leeft en broeit in de maatschappij. Maar misschien moeten de zittende leden zelf ook in actie komen en daadwerkelijk inzetten op veranderingen. Niets doen bergt een groot risico in zich. Een verbrokkelde en gespleten samenleving kan zomaar uitmonden in een route naar wat Milton Friedman zeer verafschuwde en wel het socialisme! Dan zal de wal het schip keren en zullen veranderingen kwaadschiks doorgevoerd worden! Cor Wijtvliet

    corwijtvliet-logo

    Deze bijdrage is afkomstig van www.corwijtvliet.nl

  • Duitse centrale bank neemt yuan op in valutareserves

    De Bundesbank heeft besloten de Chinese yuan in haar reserves op te nemen. Dat zei bestuurslid Andreas Dombret van de Duitse centrale bank deze week tijdens het Asian Financial Forum in Hong Kong. In een gesprek met Bloomberg legt hij uit dat de Chinese valuta steeds vaker door centrale banken wordt gebruikt als onderdeel van de valutareserves en dat het ook handig is om de munt in de reserves te hebben nu deze onderdeel uitmaakt van de SDR.

    De ECB besloot halverwege vorig jaar al om voor €500 miljoen aan valutareserves om te zetten naar de Chinese yuan. Ook dat speelde volgens Dombret mee in de afweging om de munt ook in de valutareserves van de Duitse centrale bank op te nemen. In een toelichting op dit besluit zei Dombret het volgende:

    “Het is geen grote hoeveelheid, maar het is wel iets waarover we een besluit hebben genomen en iets waar we onderdeel van uit willen maken. Het feit dat de yuan nu is opgenomen in het valutamandje van de SDR en het feit dat de ECB heeft besloten om dat ook te doen waren beide factoren die we in onze overweging hebben meegenomen.

    We moeten misschien een deel van onze verplichtingen aan het IMF in renminbi betalen, dus hebben we tegoeden nodig waarmee we aan onze verplichtingen kunnen voldoen als het vierde grootste lid van het IMF.

    In de basis heb je als centrale bank valuta in je valutareserves voor zover je die nodig hebt. Het is niet zo dat we dit per se nodig hebben om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen als centrale bank, maar het is ook een kwestie dat we die tegoeden willen hebben in deze valuta en dat we deze markt van staatsobligaties willen begrijpen.”

    Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines

  • ECB bezorgd over slechte leningen Italiaanse banken

    Daniele Nouy, hoofd van de afdeling bankentoezicht bij de Europese Centrale Bank, houdt deze week crisisoverleg met de Italiaanse centrale bank en de top van het Italiaanse bankwezen. Het belangrijkste onderwerp op de agenda is de grote hoeveelheid slechte leningen op de Italiaanse bankbalansen, een probleem dat binnen afzienbare tijd geadresseerd moet worden.

    Volgens Reuters zal Daniele Nouy op woensdag eerst met de Italiaanse centrale bank praten en daarna de top van de Italiaanse bankensector ontmoeten. Naast de slechte leningen zal er ook gesproken worden over de jaarlijkse evaluatie van de bankensector, de zogeheten Supervisory Review and Evaluation Process (SREP).

    Italiaanse banken kwetsbaar door slechte leningen

    De ECB worstelt al langer met de grote hoeveelheid slechte leningen op de Italiaanse bankbalansen, omdat dit een bedreiging kan vormen voor de stabiliteit van de gehele Europese bankensector. Veel banken zijn onderling met elkaar verweven, wat betekent dat er nog steeds besmettingsgevaar is op het moment dat een grote Italiaanse bank in de problemen komt.

    Om dat risico te verkleinen wil de ECB als toezichthouder op de bankensector meer stappen zetten om de hoeveelheid slechte leningen op de bankbalansen te verkleinen, bijvoorbeeld door deze te verkopen aan private partijen die het risico beter kunnen dragen. Men spreekt van een slechte leningen als er sprake is van een betalingsachterstand van drie maanden of langer.

    Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines

  • Euro neemt grote vlucht na ‘hawkish’ ECB-notulen

    De belangrijkste gebeurtenis van afgelopen week stelde niet teleur. De publicatie van de ECB-notulen van de decemberbijeenkomst lieten zien dat de Raad van Bestuur eraan denkt om na afloop van de huidige verlenging in september dit jaar te stoppen met de maandelijkse aankoop van staatsobligaties. Het nieuws dat in Duitsland bijna overeenstemming is bereikt over een ‘grote coalitie’ was extra olie op het vuur voor de rally van de euro, die alle Europese valuta mee omhoog sleepte.

    Deze week zal waarschijnlijk alles draaien om de valuta van de opkomende markten. Donderdag hebben we een ongebruikelijk groot aantal bijeenkomsten van centrale banken op dezelfde dag: de Turkse centrale bank, de South African Reserve Board, de Bank of Korea en de Bank of Indonesia. Maar voor de G10-valuta zou het een relatief rustige week moeten worden. Hieronder de belangrijkste valuta in detail.

    Euro

    De ECB-notulen van zijn bijeenkomst in december lieten zien dat het vertrouwen in de economische vooruitzichten voor de eurozone groeit. Controversiëler was hun uitspraak: “uiteindelijk zou de verdere opname van slapte moeten leiden tot opwaartse druk op de lonen en de prijzen”. Dit is nog niet te zien in de kerninflatiecijfers, die de volatiele voedsel- en energieprijzen uitsluiten. Deze blijven in december onder de 1% vastzitten en niets wijst erop dat de positieve economische omgeving tot enige druk op de lonen of de prijzen leidt. Wel herprijsden de markten het begin van renteverhogingen door de ECB: ze haalden deze naar voren in 2018, wat de koers van de gemeenschappelijke munt opdreef naar een nieuw hoogste punt in drie jaar.

    Britse pond

    Het Britse pond wist de verzengende rally van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar bij te houden. Sterk nieuws over de omzet in zowel de maakindustrie als de detailhandel deed de zorgen over een verzwakking van de Britse economie verdwijnen en trok de aandacht naar de Bank of England. Ook het nieuws dat Spanje en Nederland in de onderhandelingen aandringen op een zachte Brexit gaf het pond steun. Dinsdag krijgen we het cruciale inflatierapport voor december. Bij een opwaartse verrassing zou de markt zijn renteverhogingen verder moeten herprijzen en zou de ‘cable’ nieuwe hoogste punten moeten bereiken na de Brexit.

    Amerikaanse dollar

    De VS leverde vorige week een aantal vrij positieve economische verrassingen. De detailhandelsverkopen blijven groeien met een heel gezond tempo van 6% op jaarbasis. Nog belangrijker: het begint ernaar uit te zien dat de krappe arbeidsmarkt eindelijk de inflatie begint op te drijven. Het kerncijfer steeg in december naar 1,8% op jaarbasis – wat niet ver afligt van het doel van de Fed. De markt koos ervoor om deze ‘bullish’ ontwikkelingen te negeren; de dollar had het moeilijk terwijl handelaren zich op de ‘hawkish’ ECB-notulen richtten. Toch verwachten we van de Fed nu vier volledige renteverhogingen en van de ECB niet één. Bij het trans-Atlantische renteverschil op korte termijn is het lastig voor te stellen dat de euro deze rally kan volhouden, vooral gezien de extreem gespreide positionering van de handelaren, die enorm lang is voor de munt.

    Door: Enrique Díaz-Álvarez (Ebury)

    Enrique Diaz-Alvarez is chief risk officer en staat aan het hoofd van het analistenteam van Ebury in New York. Vanwege zijn gedrevenheid, passie en gedegen kennis, wordt Enrique door Bloomberg erkend als een van de meest accurate voorspellers van de marktbewegingen.

    Over Ebury:

    Ebury maakt internationale markten toegankelijker met valutadiensten op maat en flexibel handelskrediet voor ondernemingen. Ebury werkt samen met ruim 12.000 organisaties en verricht 12 miljard euro aan valutatransacties in 140 verschillende valuta. Het bedrijf heeft kantoren in het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Spanje en Polen. De speerpunten van Ebury:

    • Financiële diensten die normaal zijn voorbehouden aan grote multinationals
    • Financiering van uw aankopen
    • Marktkennis en valutadiensten op maat
    • Ons netwerk van liquidity providers en intermediaire banken
    • Transacties in ruim 140 verschillende valuta

    Meer informatie op www.ebury.nl

  • Wanneer barst de vastgoedbubbel?

    Mario Draghi zou wel eens de eerste president van de Europese Centrale Bank kunnen worden die gedurende zijn hele ambtsperiode van acht jaar niet een keer de rente verhoogde. Toen de Italiaan in 2011 aan het hoofd van de centrale bank kwam zat Europa midden in een ernstige schuldencrisis, waardoor hij al snel gedwongen werd de gereedschapskist van de centrale bank tevoorschijn te toveren (en leeg te halen).

    Onder leiding van Draghi verlaagde de centrale bank de rente in een aantal stappen naar nul procent, verstrekte ze voor miljarden aan kortlopende leningen aan de bankensector en begon ze voor het eerst in haar jonge geschiedenis op grote schaal staatsobligaties op te kopen. Alles werd uit de kast gehaald om de economie weer aan te jagen en anno 2018 kunnen we concluderen dat het ze inderdaad gelukt is.

    Op het eerste gezicht lijkt het alsof de ECB de situatie weer onder controle heeft. De economie groeit weer, banken verstrekken weer kredieten en iedereen is weer blij. Ondanks de extreem lage rente en het opkopen van meer dan €2.000 miljard aan obligatie blijft de inflatie nog steeds onder twee procent. Hebben centrale banken dan eindelijk een nieuw evenwicht gevonden?

    Waar is de inflatie?

    Draghi en andere centrale banken kijken naar de officiële inflatiecijfers en zien dat het goed is. Maar beseffen ze ook dat er met al dat goedkope geld een nieuwe bubbels op de huizenmarkt werden geblazen? In het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië, Zweden, Nederland… overal gingen de huizenprijzen de afgelopen jaren door het dak.

    Door de lage rente kunnen huishoudens opeens veel meer geld lenen, met als gevolg dat de huizenprijzen de laatste jaren alsmaar verder gestegen zijn. Daardoor voelen huizenbezitters zich rijk en durven ze ook meer geld uit te geven. Maar er komt een moment dat de prijzen niet meer verder kunnen stijgen, bijvoorbeeld omdat de rente weer toeneemt of omdat een deel van de potentiële huizenkopers simpelweg uit de markt wordt geprijsd.

    Vastgoedbubbel

    Dat moment lijkt in verschillende landen al bereikt te zijn. In Noorwegen begonnen de huizenprijzen vorig jaar voor het eerst weer te dalen, nadat er in 2016 nog een stijging van 12% geregistreerd werd. In Zweden gingen de huizenprijzen in november voor het eerst sinds 2012 omlaag, een daling die volgens Bloomberg toegeschreven kan worden aan strengere hypotheekeisen en een toegenomen aanbod van nieuwe woningen. De regering in Stockholm wil dat huizenbezitters met een hoge hypotheekschuld sneller aflossen, terwijl nieuwe hypotheken daar nog maximaal 85% van de koopsom mogen zijn.

    Huizenprijzen in Zweden dalen weer (Bron: Bloomberg)

    Ook in Canada lijkt het alsof de huizenmarkt haar top heeft bereikt. Stegen de prijzen vorig jaar op een gegeven moment met meer dan 30% op jaarbasis, nu zijn de prijzen in Toronto weer aan het dalen. Volgens de Toronto Real Estate Board zijn de woningen in deze stad sinds mei vorig jaar gemiddeld 8,9% in waarde gedaald. Dat is de sterkste daling ooit gemeten. Maar ook in Australië en in het Verenigd Koninkrijk zijn er steeds meer signalen die suggereren dat de woningmarkt op haar top is.

    In Nederland stijgen de huizenprijzen nog, maar dat komt voor een belangrijk deel door het beperkte aanbod van nieuwe woningen. Door die schaarste lopen de prijzen nog sneller op en haken meer potentiële huizenkopers af.

    Hoe lang gaat dit goed?

    De kredietcrisis van 2008 werd voor een belangrijk deel veroorzaakt door een bubbel in vastgoed. Tien jaar later zijn we opnieuw een bubbel aan het blazen, terwijl centrale banken en overheden toekijken en het laten gebeuren. Wat gebeurt er als de rente weer gaat stijgen en de huizenprijzen dalen? Maakt Draghi nog mee dat het monetaire experiment van centrale banken eindigt met het uiteenspatten van de wereldwijde vastgoedbubbel?

    Frank Knopers

    Deze column van Frank Knopers verscheen eerder op GoudstandaardGoudstandaard is gespecialiseerd in de verkoop en opslag van fysiek edelmetaal. Wilt u meer informatie over beleggen in edelmetalen? Bel ons op +31(0)88 46 88 488 of mail naar [email protected].