Blog

  • Europese Commissie overweegt restricties op contant geld?

    Europese Commissie overweegt restricties op contant geld?

    Om terrorisme en witwassen te bestrijden moet er op Europees niveau een beperking worden opgelegd aan het gebruik van contant geld. Dat staat in een nieuw document van de Europese Commissie dat onlangs werd vrijgegeven. Op dit moment hanteren verschillende lidstaten al een maximumbedrag voor contante betalingen, maar die limieten zijn per land totaal verschillend. Ook zijn er nog veel landen die helemaal geen beperkingen opleggen aan het gebruik van contant geld.

    Om het gebruik van contant geld voor grote transacties te ontmoedigen moet er volgens de Europese Commissie serieus worden nagedacht over nieuwe Europese regelgeving, zodat alle lidstaten van de Europese Unie in de toekomst dezelfde limieten hanteren ten aanzien van contant geld. Witwassen en belastingontduiking kan op die manier beter aangepakt worden, omdat het dan niet meer loont om geldstromen te verplaatsen richting Europese landen die een vrij soepel beleid hanteren ten aanzien van anonieme betalingen. We hebben een passage uit het document vertaald:

    De afwezigheid van Europese restricties en controles op contant geld faciliteert terrorisme en andere criminele activiteiten, omdat de anonimiteit van dit soort soort transacties in veel lidstaten nog steeds wordt gegarandeerd. Dit belemmert preventie, onderzoek en berechting. Zo lang deze inconsistente praktijken blijven bestaan hebben terroristen en criminelen de ruimte op hun financiële transacties zodanig te organiseren dat ze voordeel kunnen putten uit het feit dat sommige lidstaten geen of lagere restricties hanteren.

    Veiligheid versus privacy

    De Europese Commissie erkent dat het volledig afschaffen van contant geld in strijd is met het recht op privacy, zoals dat is vastgelegd in het Handvest van grondrechten van de Europese Unie. Maar onder het moment van veiligheid en vrijheid ziet de Europese Commissie toch mogelijkheden om beperkingen op te leggen aan het gebruik van contant geld. Dat kan ofwel door een limiet in te stellen, ofwel door iedereen te verplichten cash transacties boven een bepaald bedrag te registreren.

    Het verbieden van betalingen met contant geld boven een bepaalde grens zou bovendien niet in strijd zijn met de Europese regelgeving op dat gebied. Daarin staat dat beperkingen op het gebruik van munten en bankbiljetten niet in strijd zijn met de status van wettig betaalmiddel, zo lang er andere wettige methodes zijn om schulden te vereffenen. Met dat laatste doelt men natuurlijk op alle elektronische betaalmogelijkheden.

    50-euro-pixabay

    Europese Commissie overweegt restricties op contant geld?

    Financiële repressie

    Het beperken van het gebruik van contant geld is tot zekere hoogte te verdedigen, omdat dit betaalmiddel door haar anonieme karakter gebruikt kan worden voor criminele transacties en belastingontduiking. Maar er zijn ook legitieme redenen om contant geld te gebruiken, bijvoorbeeld als je zorgen maakt over de veiligheid van het elektronische betalingsverkeer of de degelijkheid van de bankensector.

    Zoals we eerder al schreven worden er onder het mom van veiligheid steeds meer maatregelen genomen om de controle van de staat op haar burgers te intensiveren. Daarbij wil de overheid ook steeds meer inzicht krijgen in alle geldstromen en vermogens, zodat die nog effectiever belast kunnen worden.

    hollandgold-logo

    Deze bijdrage wordt u aangeboden door Hollandgold, uw adres voor de aankoop van fysiek edelmetaal. Wilt u meer informatie over goud kopen? Neem dan contact op via [email protected] of bel +31(0)88-4688400. 

  • America First, maar wie is tweede?

    America First, maar wie is tweede?

    De  introductievideo van Nederland aan Donald Trump bij Zondag met Lubach werd een wereldwijde hit. De video is wereldwijd al tientallen miljoenen keren bekeken en inspireerde programmamakers in andere landen om hetzelfde te doen. Duitsland, Zwitserland, Finland, Portugal en België hebben al hun eigen variant op deze video gemaakt en de verwachting is dat er nog meer zullen volgen. Op de website www.everysecondcounts.eu zijn alle video’s te vinden.

    Nederland

    Zwitserland

    Duitsland

    België

    Denemarken

    Portugal


  • Draghi: “Devalueren is geen oplossing”

    Draghi: “Devalueren is geen oplossing”

    Als een land een zwakke groei kent als gevolg van structurele problemen, dan mag een verandering van de wisselkoers niet de oplossing zijn. Dat zei ECB-president Draghi vandaag tijdens een toespraak in de Sloveense hoofdstad Ljubljana. Met deze uitspraak reageert hij op de veel gehoorde kritiek dat de euro landen de mogelijkheid ontneemt om hun munt te devalueren.

    Sommige geloven dat Europa beter af zou zijn als we geen gemeenschappelijke munt hadden en landen hun munt konden devalueren. Maar wat we gezien hebben is dat landen die hervormingen doorvoeren niet van een flexibele wisselkoers afhankelijk zijn om duurzame economische groei te realiseren. En voor de landen die geen hervormingen hebben doorgevoerd is het nog maar de vraag hoe gunstig een flexibele wisselkoers is. De wisselkoers kan per slot van rekening niet het antwoord zijn als de lage groei veroorzaakt wordt door structurele en diepgewortelde problemen.

    Met deze woorden benadrukt Draghi dat de centrale bank de politiek geen ruimte zal geven om het wisselkoersbeleid te beïnvloeden. In plaats van toe te geven aan de wens van een zwakkere munt moeten landen volgens Draghi juist proberen hun economie structureel te hervormen, zodat hun concurrentievermogen groter wordt. Het devalueren van de munt geeft slechts een tijdelijke impuls en biedt geen structurele oplossing. Misschien is dat wel de reden dat Duitsland zoveel productiever is dan de zuidelijke landen.

    draghi

    Draghi: “Devalueren is geen oplossing”

  • Video: Wereldwijde vermogensverdeling in goud

    Hoeveel goud zou er voor iedereen zijn als de wereldwijd beschikbare goudvoorraad op dezelfde manier verdeeld zou worden als het vermogen onder de wereldbevolking verdeeld is? Wereldwijd is er ongeveer 5 tot 6 miljard troy ounce aan goud beschikbaar, waarvan ongeveer een miljard in handen is van overheden en centrale banken. Iets minder dan een miljard troy ounce wordt gebruikt voor elektronische apparaten en voor diverse industriële toepassingen, wat betekent dat er ongeveer 4,1 miljard troy ounce aan goud in private handen is. Dat zijn niet alleen goudbaren en gouden munten, maar ook grote hoeveelheden sieraden.

    Zou je de private goudvoorraden gelijkmatig verdelen over de wereldbevolking, dan blijft er voor ieder individu iets meer dan een halve troy ounce goud over. Dat is slechts een fractie ten opzichte van de totale waarde van alle financiële activa in de wereld, zoals aandelen en obligaties. Wat gebeurt er als de meest vermogende mensen hun vertrouwen verliezen in de waarde van deze papieren bezittingen en een groter gedeelte willen omzetten in goud? Dan zal spoedig blijken dat er tegen de huidige prijs veel te weinig van het edelmetaal beschikbaar is om aan de vraag te voldoen.

    In een dergelijk scenario zullen al deze papieren bezittingen gedevalueerd worden ten opzichte van goud. Is dat een scenario waar we rekening mee moeten houden? Zo ja, dan is het wellicht goed idee om een deel van uw vermogen in goud om te zetten. Klik op de volgende link voor meer informatie over anoniem goud kopen.

    wealth-piramid-gold

    Vermogensverdeling volgens Credit Suisse, toegepast op de wereldwijde goudvoorraad


  • Rente in Frankrijk, Italië en Griekenland loopt weer op

    De obligatiemarkt signaleert dat beleggers zich weer meer zorgen maken over de kredietwaardigheid van landen als Frankrijk, Italië en Griekenland. De rente op 10-jaars leningen van deze landen is de afgelopen maanden namelijk flink gestegen ten opzichte van de Duitse 10-jaars rente, het referentiepunt voor de Europese obligatiemarkt.

    Frankrijk

    In Frankrijk kwam de rente voor staatsobligaties met een looptijd van tien jaar voor het eerst in meer dan een jaar weer boven de 1% uit, omdat beleggers vrezen dat het Front National van Marine LePen in april de verkiezingen zal winnen. Een overwinning voor deze partij betekent meer onzekerheid ten aanzien van de Europese Unie en de euro en dat is precies wat obligatiebeleggers niet willen horen.

    De kans dat Front National in beide stemrondes voldoende stemmen binnenhaalt voor de overwinning is vooralsnog klein, maar obligatiebeleggers hebben vorig jaar wel geleerd dat zelfs de meest ‘zekere’ voorspellingen niet altijd uitkomen. Denk bijvoorbeeld aan de Brexit en de overwinning van Donald Trump.

    france-germany-bond-spread

    Verschil tussen Duitse en Franse 10-jaars rente loopt op (Grafiek via Bloomberg)

    Italië

    Ook de rente op Italiaanse staatsleningen neemt in hoog tempo toe. Op dit moment betaalt het land 2,29% rente op voor tien jaar geld op te halen, dat is 70 basispunten meer dan de rente die Spanje betaalt voor leningen met dezelfde looptijd. De afgelopen jaren werd Italië nog als meest kredietwaardige van de twee gezien, maar nu betaalt het land met 70 basispunten de hoogste premie ten opzichte van Spanje in vier jaar tijd.

    Beleggers maken zich zorgen over de degelijkheid van de Italiaanse bankensector, die naar schatting €360 miljard aan slechte leningen op de balans heeft staan. De vrees dat de overheid vroeg of laat te hulp moet schieten zet de waarde van het Italiaanse schuldpapier onder druk. En dan hebben we het nog niet eens over de hoge jeugdwerkloosheid van meer dan 40% en de daling van het consumentenvertrouwen.

    spain-italy-bond-spread

    Italië is inmiddels duurder uit dan Spanje (Bron: Bloomberg)

    Griekenland

    Het was een tijdje rustig omtrent Griekenland, maar dat wil niet zeggen dat het schuldenprobleem is opgelost. Het IMF waarschuwde onlangs nog dat de Griekse schuld onhoudbaar is en dat deze zonder harde maatregelen in 2060 een niveau van 275% van het bbp zal bereiken. Griekenland moet aanspraak maken op een nieuwe tranche van noodleningen van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), maar dat kan alleen als ze aan alle voorwaarden voldoet. Volgens de laatste berichten voldoet het land nog maar aan een derde van alle voorwaarden, wat betekent dat een nieuwe schuldencrisis dreigt.

    Het verschil tussen de Griekse en de Duitse 10-jaars rente, de zogeheten spread, steeg de afgelopen dagen naar 750 basispunten. De Griekse regering betaalt momenteel 7,55% rente om voor tien jaar geld op te halen. Dat is het hoogste niveau in bijna drie maanden.

    greece-bond-spread

    Griekse rente schiet omhoog (Bron: Bloomberg)

  • Column: Patriottisme, welvaart en migranten

    Column: Patriottisme, welvaart en migranten

    Zelfs in kringen van de PvdA leeft een gevoel van patriottisme. Mensen behoren trots te zijn op hun Nederlanderschap, er wordt gesproken over Nederlandse waarden en normen, mensen van buitenlandse komaf moeten zich aanpassen aan ‘onze’ waarden en normen. En als je hier wilt blijven wonen en werken dan moet je een soort examen afleggen. Dat examen gaat niet alleen over de Nederlandse taal, ook over de vaderlandse geschiedenis, je moet het Wilhelmus kunnen zingen, en natuurlijk ook respect tonen voor het homohuwelijk en andere verworvenheden. Dat alles wordt dan dikwijls samengevat met de uitdrukking ’de Nederlandse identiteit’.

    Daarmee lijkt de Nederlandse staat, en daarachter de Nederlandse bevolking een instrument in handen te hebben om onderscheid te maken tussen ‘zij’ en ‘wij’. ’Wij’ zijn natuurlijk beter, ‘zij’ minder. Er gaat een gevoel van superioriteit verscholen achter deze manier van maken van onderscheid. Dat doet denken aan het ontstaan van het ‘blanke’ racisme in de 17e en 18e eeuw: je definieert de ander als inferieur, aan de hand van zelf omschreven maatstaven, bijvoorbeeld huidskleur of godsdienst, en dan mag je die ander ook behandelen als iemand met minder kwaliteiten en minder rechten. En dus koloniseren.

    Kindheidsoptocht

    Dat werd vroeger al op allerlei manieren gesocialiseerd, ook hier in Nederland. Uit mijn kindertijd in de jaren veertig van de vorige eeuw herinner ik mij het fenomeen van de rooms-katholieke Kindheidsoptochten. Die waren onderdeel van speciale aan de missie gewijde weken waarin onze verantwoordelijkheid voor de mensen in Afrika, Azië en Amerika gepredikt werd.

    Wij verkleedden ons als kinderen uit die streken. In zo’n optocht zag je schoolkinderen verkleed als Chineesje, als Japannertje, als Afrikaantje, als Indiaantje (heel populair). Die ‘andere’ kinderen waren zielig want heiden en arm. Voor hen en hun bekering moest gezorgd worden, wij waren de beteren en verantwoordelijk voor hun verheffing. En dus werden onze missionarissen op allerlei manieren gesteund. Met deze Kindheidsoptochten maar ook met fancy fairs, speciale missen, collectes, missiebusjes, en nog meer acties om steun te verwerven en geld in te zamelen.

    Ik wil dat alles niet zo maar wegzetten als propaganda en uitdrukking van racisme. Er waren ook gevoelens van solidariteit en van opoffering, mensen en in het bijzonder de missionarissen hadden het beste voor met die ‘heidenen’. Maar dat daarmee een breed spectrum van interventies in die ‘verre streken’ werd gelegitimeerd, inclusief de gewapende onderwerping van vele volkeren en het uitroeien van onaanvaardbaar geachte gedachten en culturele praktijken, daar werd niet over gesproken.

    ‘Waar de blanke top der duinen’

    Natuurlijk, als ik Lodewijk Asscher lees over patriottisme dan ga ik ervan uit dat hij zich verre wil houden van racistische gevoelens en opvattingen en gedragingen. Het gaat hem erom dat je best trots mag zijn op je vaderland. Dat neemt niet weg dat dat lied op allerlei manieren gezongen wordt, waarbij ’wij’ nogal eens tot superieur verklaard worden, en dus anderen tot inferieur. Voor het maken van de daarvoor noodzakelijke onderscheidingen worden verschillende termen gebruikt, als buitenlanders, allochtonen, mensen met een niet-Nederlandse achtergrond. Ook ik ben, vrees ik, besmet met dit virus. Want hoe kan het nou dat de laatste dagen het aloude patriottistische lied ‘Waar de blanke top der duinen schittert in de zonnegloed’ dat ik vroeger op de lagere school heb geleerd, door mijn kop loopt? Daar moet toch een trigger voor zijn? Hoe dan ook, het verbaast mij hoe gemakkelijk er opeens gesproken wordt over de Nederlandse identiteit. Dat spreken gaat verder dan alleen maar het zingen van André Hazes lied ‘Nederland, o Nederland, wij worden kampioen’. Het krijgt een steeds ernstiger ondertoon. En die ernst komt tegenwoordig zelfs op allerlei drastische manieren tot uitdrukking, zoals het weren van asielzoekers, het beschadigen van moskeeën, uitingen van haat, tot zelfs het bedreigen en beschieten van mensen met andere kleuren en opvattingen. ‘Zij’ moeten worden als ‘wij’, en anders .... Of nog radicaler: ‘zij’ zijn anders, en hebben dus geen rechten. ‘Wij’, aldus sommigen in deze kringen, komen voort uit de ‘joodschristelijke’ cultuur en geschiedenis, ‘zij’ niet. Ik vind weinig christelijks aan veel van deze vertogen. Ik denk dat als Jezus van Nazareth nu hier zou rondlopen, hij de eerste zou zijn om dat zelfprijzend en ahistorisch ideaalbeeld van christelijkheid met zweep en al uit het publieke domein te verjagen. En dat zou hij ook doen met terugwerkende kracht. Wat zou hij gevonden hebben van bijvoorbeeld de ‘politionele’ acties van de Nederlandse staat in het vroegere Nederlands Oost-Indië in de jaren veertig van de vorige eeuw, of van de Atjeh oorlog in de 19e eeuw, of de slavenhandel, en de slavenhouders in het voormalige West-Indië? Nu niet bepaald christelijk. De trots op Nederland is op de keper beschouwd een zeer eenzijdig beeld van de werkelijkheid.

    Economische rechten

    Tot de rechten die ‘hen’ betwist worden behoren in ieder geval de economische rechten. Je hoort dikwijls het argument dat ‘wij’ die welvaart van nu hebben opgebouwd en daarom de eersten zijn die daarop recht hebben. Is dat zo, hebben ‘wij’ dat gedaan? Ongetwijfeld zijn er vele Nederlanders geweest die hard gewerkt hebben om vele goederen en diensten en voorzieningen voort te brengen. Menig metselaar heeft daar een structurele rugpijn aan overgehouden, veel mijnwerkers hebben stoflongen opgelopen, veel stratenmakers hun knieën verruïneerd, vele hardwerkende boeren en boerinnen gezorgd voor eten en drinken, vele verpleegkundigen zich ingezet voor de gezondheid van anderen, vele bakkers ons brood gebakken. De welvaart van nu is aan hen te danken. Maar, in hoeverre? Alleen aan hen? Alleen aan ‘ons’?

    Kolonialisme

    Dat wat wij als onze welvaart beschouwen is ook gegrondvest op de onttrekking van geld, grondstoffen en voedingsmiddelen, mineralen en edelmetalen, en half- en eindfabrikaten uit heel de wereld. Kijk alleen maar eens naar ons moderne voedsel en onze kleding, waar komen die vandaan? In belangrijke mate uit wat vroeger ‘verre streken’ werden genoemd. Heel onze Nederlandse en Europese geschiedenis is doordrenkt van interventies in samenlevingen buiten Europa die de economieën van die landen in verregaande mate afhankelijk hebben gemaakt van ‘onze’ economieën. Het is verheugend dat er weer actiegroepen zijn in Nederland die bijvoorbeeld wijzen op de betekenis van slavenhandelaars en slavenhouders in de Nederlandse geschiedenis. En ook verheugend is het hernieuwde debat over de naoorlogse ‘politionele acties’(eufemisme voor een koloniale oorlog). kolonialismeDikwijls wordt gedacht dat toen de eerste ontmoetingen plaatsvonden tussen Europa en Afrika, Azië en Amerika, Europa verder ontwikkeld was dan die andere volkeren en streken. Niets is minder waar. Neem Afrika. Dat was zoals Walter Rodney[1] dat noemt een normaal gebied waar qua welvaart ook sprake was van ongelijke ontwikkelingen, ongelijk in de tijd en naar streken. Samir Amin[2] bevestigt dit, volgens hem maakten Afrikaanse volkeren toen eigen autonome ontwikkelingen door, het ene welvarender dan het andere, net als in Europa. In die voor-koloniale periode waren er ook al handelsrelaties tussen delen van Afrika en Europa, zij het niet zo intensief als tegenwoordig. De eerste premier van India, Jawaharlal Nehru[3], heeft het ironiserend over ‘de ontdekking van India’, alsof dat gebied pas bestond toen de Britten zich daar meester van maakten. Hij wijst er op dat geschiedenis bijna altijd geschreven is door de overwinnaars en veroveraars. India was in die tijd van eerste grootschalige ontmoetingen met Europa een rijk geschakeerd gebied dat alle kentekenen vertoonde van zowel primitiviteit als van hoogstaande culturen. Mamoria[4] beschrijft onder anderen de textielmanufacturen die al bestonden vóór de Britse kolonisatie, en die door diezelfde Britten om zeep werden geholpen ten gunste van de opkomende textielindustrie in Engeland.

    Barbaarsheden

    Van de dikwijls zeer gewelddadige ontmoetingen tussen Hollanders en de volkeren van voormalig Nederlands Oost-Indië getuigen vele documenten. De Hollanders waren tuk op de schatten uit de Oriënt, waaronder de specerijen. Er zijn vele verhalen van moordpartijen en van vernietigingen van woongebieden. Thomas S. Raffles, aangehaald door Karl Marx[5], heeft het over ‘een niet te overtreffen beeld van verraad, omkoperij, sluipmoord en laagheid’. Marx citeert ook W. Howitt: ‘De barbaarsheden en de goddeloze gruweldaden van het zogenaamde Christelijke ras in ieder deel van de wereld en tegen ieder volk dat zij konden onderwerpen, vinden hun weerga niet in enig tijdperk van de wereldgeschiedenis en bij welk ras ook, ook al is het nog zo wild en onbeschaafd, onbarmhartig en schaamteloos.’ Dat kan ook gezegd worden van de gebieden die na de ‘ontdekking’ door Europa Amerika werden genoemd. aseh-warIn eerste instantie leidden de grootschalige bemoeienissen vanuit Europa met de ‘vreemde’ volkeren niet tot verregaande onderwerping en koloniale verhoudingen. Het ging o.a. de Nederlanders om roof en om lucratieve handel, waaronder de slavenhandel. Geleidelijk aan werden die gebieden herordend tot koloniale wingewesten waarbij de economieën onderworpen werden aan de belangen van de koloniale mogendheden. De ontwikkeling van het op dwangarbeid gebaseerde Cultuurstelsel op Java is een van de beruchtste voorbeelden. Vele voorbeelden kennen wij ook van de andere gebieden. Zij werden steeds meer gedefinieerd als gebieden waar grondstoffen en voedingsmiddelen werden verbouwd, mijnen minerale grondstoffen leverden, en producten uit de koloniale mogendheden afzetgebieden vonden. Mamoria beschrijft dit voor India: Boeren werden gedwongen, via o.a. belastingheffingen, om katoen als cashcrop te verbouwen voor Engeland, ten koste van de eigen voedselvoorziening. Tegelijkertijd werden de in India bestaande manufacturen kapot belast, ten gunste van de import van Engelse textiel en andere producten.

    Ontwikkeling van de onderontwikkeling

    Wat waren de gevolgen van deze ‘ontwikkeling van de onderontwikkeling’ (A.G. Frank[6])? Nu niet bepaald positief, althans voor de volkeren van Afrika, Azië en Amerika. Keith Griffin[7] beschrijft diverse voorbeelden: Vernietiging van scheepsbouw, metaalbewerking en textielproductie op Java, de afbraak van Malakka als voor die tijd belangrijkste handelscentrum in Zuidoost Azië. De gemiddelde jaarlijkse rijstconsumptie op Java en Madoera daalde van 114 kilo in 1856-70 naar 89 in 1940. De industrie in India ging snel achteruit als gevolg van het beleid van de-industrialisatie. Reële lonen daalden met tientallen procenten. In Afrika werden samenlevingen door de slavenhandel volledig overhoop gehaald. De beste, gezonde krachten werden geroofd en daarmee onttrokken aan de mogelijkheden van verdere ontwikkeling. In verschillende gebieden was dan ook sprake van ontvolking. En grote gebieden met de beste gronden werden onttrokken aan de volkslandbouw. Van Algerije laten gegevens voorbeelden zien van de achteruitgang in volkslandbouw en veeteelt. Zo daalde de per capita output van inlandse voortbrenging van granen van gemiddeld 1.000 kg per capita in 1863 naar 202 kg per capita in 1954. De bevolking van Congo daalde in 40 jaar met zo’n 50%, aldus Griffin. In Zuidwest Afrika werd het volk van de Herreros bijna volledig uitgeroeid. De bevolking van Mexico daalde in enkele decennia van 13 miljoen naar 2 miljoen. Colin Clark, aangehaald door Griffin, schatte dat in 1500 de oorspronkelijke bevolking van Amerika zo’n 40 miljoen mensen omvatte. Daarvan waren er in 1650 nog zo’n 12 miljoen over. Overgrote delen van Azië, Afrika en Amerika werden gekoloniseerd en gericht op de Europese economieën. Tekenend voor de Europese mentaliteit was de Conferentie van Berlijn (1884/1885), gedurende welke Afrika ‘eerlijk’ werd verdeeld onder de Europese mogendheden, met dikwijls kaarsrechte lijnen die bestaande volkenkundige territoria doorkruisten en opsplitsten. De gevolgen daarvan zijn nu nog zichtbaar. Overigens herhaalden Frankrijk en Engeland begin van de twintigste eeuw dat kunstje in het Midden-Oosten, met de bekende gevolgen.

    Kongokonferenz

    Conferentie van Berlijn

    Nieuwe wereldeconomie

    Zo ontwikkelde zich een nieuwe wereldeconomie waarbij volkeren van heel de wereld op een organische wijze met Europa werden verbonden. En dat alles gericht op de belangen van laatstgenoemde: verkrijgen van goedkope grondstoffen, voedingsmiddelen, mineralen en edelmetalen, half- en eindfabrikaten, goedkope arbeidskrachten en grond, afzetgebieden voor Europese producten, en gebieden waar Europese ondernemingen, al dan niet in samenwerking met vorstenhuizen als die van Engeland, België en Nederland grote winsten konden behalen. Ernest Mandel[8] schat op basis van verschillende bronnen dat de in die gebieden door Europese ondernemingen en overheden in de periode 1500 tot 1750 behaalde winsten meer bedroegen dan de waarde van het totale belegde kapitaal in alle Europese industriële ondernemingen omstreeks 1800. Deze winsten zijn van beslissende betekenis geweest voor de zich in Europa ontwikkelende industriële revolutie inclusief de aanleg van infrastructurele voorzieningen als wegen, spoorwegen, kanalen en havens.

    Internationalisatie

    Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het karakter van de onderlinge verwevenheid. Allereerst door het fenomeen van de onafhankelijkheidsbewegingen: vele landen wisten hun staatkundige onafhankelijkheid te verwerven. Tegelijkertijd ontwikkelden zich op wereldniveau monopolies en oligopolies die al dan niet gesteund door o.a. de Europese overheden een dominante positie wisten te verwerven in producties, handel, en financiering. Er ontwikkelde zich een internationalisatie van kapitaal (term ontleend aan Christian Palloix[9]) waarbij producties internationaal worden georganiseerd, eindproducten meestal bestaan uit onderdelen voortgebracht in verschillende landen. Daardoor worden de verschillende economieën nog meer met elkaar verbonden. Dit wordt versterkt door de mondialisering van de kapitaals- en arbeidsmarkten. De facto verdwijnen nationale economieën, opgegaan in de wereldeconomie. En dat alles geleid door het principe van maximalisatie van winsten en vermogens ten koste van onderbetaalde werkers, van ernstig gehavende natuur en milieu, en van staten die in onderlinge concurrentie zijn verwikkeld om met zo laag mogelijke belastingen en profijtelijke arbeids- en milieucondities ondernemingen te begunstigen.

    Omgekeerde ontwikkelingshulp

    Deze nieuwe mondiale economische structuur is zeer profijtelijk voor Europa en andere rijke landen. Ik heb zelf op verschillende momenten onderzoek gedaan naar de financiële stromen tussen de ontwikkelingslanden en de rest van de wereld, ofwel de omgekeerde ontwikkelingshulp. Laatstelijk over de periode 1980-200610. Ik heb daarbij gekeken naar de volgende categorieën: de verslechtering van de ruilvoet; de betalingen door ontwikkelingslanden aan rente en aflossingen vergeleken met de binnenkomende leningen; en de uit ontwikkelingslanden vloeiende winsten vergeleken met de binnenkomende particuliere investeringen. Dat leverde voor de ontwikkelingslanden een netto verlies op van ruim US $5,6 biljoen. Recentelijk is een rapport verschenen van Noorse en Amerikaanse onderzoekers over hetzelfde fenomeen[11]. Zij gebruiken iets andere categorieën dan ik. Hun conclusie is dat gemeten over de periode 1980-2012 de ontwikkelingslanden een netto verlies hadden van US $16,3 biljoen. Zeker zo belangrijk is vast te stellen dat als gevolg van de mondiale economische integratie er - economisch gezien - gesproken kan worden van een organische verbinding van iedereen met allen in deze wereld. Ons bestaan is verbonden met dat van iedereen. In die zin kun je, economisch gezien, nauwelijks spreken van de Nederlandse economie als relevante categorie. Natiestaten hebben steeds meer een kunstmatig karakter. Hun relevantie ligt vooral in het vinden van maatstaven om sommigen in te sluiten en te zien als rechthebbende op ‘onze’ welvaart, en anderen daarvan uit te sluiten.

    De nuevo es nuestra

    Het is niet meer dan logisch dat steeds meer mensen uit Afrika, Azië en Latijns Amerika die grenzen de facto niet erkennen. Zij zien dat hun economieën nog steeds onvoldoende kans krijgen zich te ontwikkelen. Maar ook zij hebben recht op de wereldwelvaart, dezelfde rechten als wij. Ook voor hen is de hele wereld een uitdaging. En met niet te onderschatten successen. Ik herinner mij een interview in de jaren negentig van de vorige eeuw met een van oorsprong Mexicaanse mevrouw die al jaren in Los Angeles woonde. Dat interview stond in de Mexicaanse krant La Jornada. Zij verwees naar de versnelde latinoficatie van LA als gevolg van de grote aantallen daar wonende migranten uit Mexico en de andere Midden-Amerikaanse landen. Niet voor niets wordt de naam van die stad steeds meer op de Spaanstalige manier uitgesproken. Niet voor niets. Want zoals deze mevrouw het uitdrukte: ‘De nuevo es nuestra’. Ofwel: ‘Los Angeles is opnieuw van ons’. Vermelde bronnen
    1. Walter Rodney: How Europe underdeveloped Africa (1973)
    2. Samir Amin: Underdevelopment and dependence in Black Africa –their historical origins and contemporary forms (1973)
    3. Jawaharlal Nehru: The Discovery of India: The ideology of Empire. In: Immanuel Wallerstein: The Colonial Situation (1966)
    4. C.B. Mamoria: Organisation and financing of Industries in India (1971)
    5. Karl Marx: Het kapitaal – een kritische beschouwing over de economie - Deel I (1972)
    6. A.G. Frank: The development of underdevelopment (1973)
    7. Keith Griffin: Underdevelopment in Spanish America – An interpretation (1969)
    8. Ernest Mandel: De theorie van Marx over de oorspronkelijke akkumulatie en de industrialisering van de derde wereld (1972)
    9. Christian Palloix: l’Internalisation du capital – Éléments critique (1975)
    10. Lou Keune: The myth of development aid In: Matti Kohonen en Francine Mestrum, ed.: Tax Justice - Putting Global Inequality on the Agenda (2009)
    11. Dev Kar en Guttorm Schjelderup: Financial Flows and Tax Havens: Combining to Limit the Lives of Billions of People. (2016)
    Voor meer teksten van Lou Keune zie www.loukeune.nl of www.platformdse.org.

  • Video: “Terugkeer goudstandaard geen goed idee”

    Video: “Terugkeer goudstandaard geen goed idee”

    De terugkeer naar een goudstandaard is geen goed idee, omdat je daarmee de geldhoeveelheid in de economie vastlegt. Daarmee belemmer je de economische groei, omdat iedereen moet werken voor diezelfde gelimiteerde hoeveelheid geld. Dat zegt econoom Michael Norman op zijn videoblog.

    Een terugkeer naar een goudstandaard geeft ook onevenredig veel macht aan diegene die het goud bezitten, omdat zij uiteindelijk bepalen wie het geld krijgt. Ook kunnen vermogende mensen macht naar zich toetrekken door het goud op te potten, waardoor iedereen nog afhankelijker wordt van die kleine groep superrijken.

    Goudstandaard

    Juist het feit dat banken geld als krediet kunnen creëren geeft mensen uit alle lagen van de bevolking de vrijheid om nieuwe economische activiteiten te ontplooien, zonder dat ze daarmee afhankelijk worden van de mensen die het goud bezitten.

    Onder een goudstandaard is het veel minder aantrekkelijk om geld te lenen, omdat een toenemende productiviteit van de economie bij een vaste geldhoeveelheid betekent dat ieder muntstuk meer waard wordt. Heb je geld geleend, dan wordt je schuld dus steeds moeilijker om af te lossen.


  • Dow Jones index zegt niets over economie

    Dow Jones index zegt niets over economie

    Vorige week sloot de Dow Jones voor het eerst in de geschiedenis boven de 20.000 punten. Een symbolische mijlpaal, want deze 121 jaar oude index zegt vandaag de dag nog maar weinig over de stand van de economie. Dat komt niet alleen omdat de samenstelling van bedrijven in de index door de jaren heen sterk verandert, maar ook door de manier waarop de score berekend wordt.

    Zou je de Dow Jones index vandaag de dag op dezelfde manier waarderen als in april 2004, dan kom je uit op een score van minder dan 13.000 punten. Dat is 1/3 minder dan de 20.000 puntengrens die inmiddels doorbroken is. Hoe kan dit verschil zo groot zijn? En hoe wordt deze beursindex eigenlijk berekend?

    dowjones-index

    Dow Jones index gewaardeerd volgens de berekening van 2004

    1. Samenstelling Dow Jones index

    De Dow Jones index bestaat van oudsher uit dertig verschillende bedrijven, waarvan ongeveer twee derde deel productiebedrijven. De rest een mix is van bedrijven uit andere belangrijke sectoren, zoals informatietechnologie, financiële dienstverlening en entertainment. Toch wordt de samenstelling van deze index zeer regelmatig aangepast. Wim Grommen schreef begin 2014 het volgende over de veranderingen van de index:

    In minder dan 10 jaar tijd zijn 12 van de 30 bedrijven in de Dow Jones vervangen, dat is 40%. Over een periode van 16 jaar werden 20 bedrijven vervangen, dus 67%. Na 16 jaar wordt dus de waarde van een mandje appels vergeleken met de waarde van een mandje peren.

    Vergelijk je de index van nu met die van 10, 20, 40 of 100 jaar geleden, dan vergelijk je steeds een compleet andere groep van bedrijven. En die veranderingen waren niet geheel willekeurig, want door de jaren heen is er een duidelijk trend waarneembaar. Zo worden bedrijven die uitgegroeid zijn en die op de beurs slecht presteren stelselmatig uit de index gehaald om plaats te maken voor bedrijven die meer groeipotentieel hebben.

    Koop je als belegger vandaag alle aandelen uit de Dow Jones index, dan is de kans groot dat over tien of twintig jaar een groot aantal van die bedrijven uit de index vervangen is door bedrijven met meer groeipotentieel. Het rendement van het mandje aandelen dat je destijds gekocht hebt zal daardoor waarschijnlijk lager zijn dan het rendement van de (aangepaste) index.

    DJIA_historical_graph.svg

    Historische ontwikkeling Dow Jones index (Grafiek via Wikipedia)

    2. Aanpassing formule

    Niet alleen de bedrijven die in de Dow Jones zitten worden met enige regelmatig gewisseld, ook wordt de berekening steeds aangepast. In het begin was de score van de Dow Jones simpelweg het bedrag in dollars dat je nodig had om van ieder bedrijf uit de index één aandeel te kopen. Maar door splitsing van aandelen en de uitkering van dividend werd de index erg onvoorspelbaar. Om dat op te vangen werd de Dow Divisor in het leven geroepen, zodat de score van de index gelijk bleef als een aandeel gesplitst werd of als bedrijven uit de index vervangen werden voor nieuwe bedrijven. Omdat er de afgelopen decennia zoveel aandelensplitsingen hebben plaatsgevonden binnen de Dow Jones index is deze deelfactor inmiddels een vermenigvuldigingsfactor geworden. Het resultaat is dat de Dow Divisor vandaag de dag nog maar 0,146 is, wat betekent dat de index met iedere dollar stijging van een aandeel met 6,85 punten omhoog schiet. Nu begrijpt u ook waarom de index de afgelopen decennia zo explosief gestegen is.

    dow-divisor

    Dow Divisor vanaf 1930

    3. Aandelenkoers versus marktwaarde

    In tegenstelling tot andere populaire aandelenindices zoals de S&P 500 is de Dow Jones een prijs gewogen index, waarbij geen rekening wordt gehouden met de marktwaarde van een onderneming. Sinds eind 2015 heeft JP Morgan Chase met een waardestijging van 32% slechts 140 punten aan de index toegevoegd, terwijl Goldman Sachs in dezelfde periode met een vergelijkbare waardestijging van 36% maar liefst 437 punten aan de index toevoegde. Hoe kan het dat de waardestijging van het aandeel Goldman Sachs een drie keer zo grote bijdrage levert aan de stijging van de Dow Jones, terwijl de marktwaarde van haar concurrent JP Morgan ruim drie keer zo groot is als die van Goldman Sachs ($312 miljard versus $103 miljard)? Het simpele antwoord op die vraag is dat één aandeel van JP Morgan momenteel $84,63 waard is, terwijl één aandeel van Goldman Sachs $229,32 kost. Een procent stijging van het laatstgenoemde aandeel heeft dus een veel grotere impact op de index. Zou je een weging toepassen op basis van de marktwaarde van alle ondernemingen in de Dow Jones index, dan lag de grens van 20.000 punten waarschijnlijk nog ver voor ons. De volgende grafiek van Bloomberg laat zien dat de stijging van de afgelopen drie maanden voor een aanzienlijk deel toegeschreven kan worden aan deze gebrekkige rekenmethode.

    price-versus-market-cap-dow-jones

    Dow Jones index sterk beïnvloedt door bedrijven met hoge aandelenkoers (Grafiek via Bloomberg)

  • “Irak moet olie niet meer in dollars afrekenen”

    Een burgerinitiatief in Irak roept de regering op om olie niet langer in Amerikaanse dollars af te rekenen. Ook willen de initiatiefnemers dat Irak haar bezittingen uit de Verenigde Staten terughaalt en andere landen zoekt om mee te handelen.

    Dit voorstel is een reactie op het omstreden inreisverbod dat de Amerikaanse president Trump afgelopen vrijdag in werking stelde. Door dit reisverbod mogen burgers uit verschillende landen in het Midden-Oosten niet meer naar de Verenigde Staten reizen.

    De initiatiefnemers roepen de regering van Irak op hun waardigheid en prestige te behouden, door de export van olie in andere valuta af te rekenen. Daarmee kan Irak een statement maken tegen de dominantie van de Verenigde Staten.

    oilbarrels

    Burgerinitiatief wil Iraakse olie niet meer in dollars afrekenen

    ‘Geen dollars voor olie’

    Aan het begin van deze eeuw probeerde Saddam Hussein de Irakese olie al in euro’s af te rekenen, tot ongenoegen van de Verenigde Staten. In 2004 werd onder valse voorwendselen een oorlog gestart in Irak, waarbij Saddam Hussein werd afgezet en olie weer dollars verhandeld werd.

    Vorig jaar nam Iran al het besluit om olie niet langer in dollars af te rekenen. Als ook Irak een stap in deze richting zet wordt de dollar veel minder aantrekkelijk als wereldmunt. Landen houden dollars aan omdat de belangrijkste grondstof ter wereld (olie) in dollars verhandeld wordt. Maar als meer olieproducerende landen deze munt niet meer accepteren wordt het voor centrale banken minder interessant om grote dollarreserves aan te houden.

    Irak is vierde grootste olieproducent ter wereld (Bron: US Energy Information Administration)

  • Trump helpt de prijs van uranium een handje

    Trump helpt de prijs van uranium een handje

    De ramp in het Japanse Fukushima in 2011 leek de nekslag voor de uraniumindustrie. In een reactie op deze ramp besloten belangrijke partijen als Duitsland en Japan hun nucleaire plannen op te schorten met als gevolg dat de prijs in elkaar klapte.

    Een voorlopig dieptepunt werd bereikt in november 2016. Uranium kostte toen nog slechts $ 18 per pond en dat is 75% minder dan aan de vooravond van Fukushima. Sinds november is de prijs echter weer behoorlijk omhoog geschoten. Beleggers bekijken de industrie met hernieuwde interesse en een enkeling is alweer in de markt gestapt. Ze kijken voorzichtig optimistisch vooruit.

    uranium-price

    Uraniumprijs (Grafiek via Financial Times)

    Kazachstan

    Hun optimisme is gestoeld op verschillende ontwikkelingen. Kazachstan, de grootste uraniumproducent met een marktaandeel van 40%, gaat de productie beperken. De beperking bedraagt ongeveer 3% van de wereldwijde voorraden. In navolging van OPEC kiest Kazachstan voor hogere marges in plaats van een nog groter marktaandeel.

    Toen het nieuws bekend gemaakt werd, schoten de prijzen met maar liefst 10% de lucht in, evenals de koers van andere uraniumproducenten zoals het Canadese Cameco. Wat is het geval? De beperking houdt in, dat Kazachstan niet langer al zijn uranium gedachteloos op de spotmarkt dumpt voor lage prijzen. Die handelswijze had ervoor gezorgd dat nutsbedrijven voor een habbekrats daar terecht konden. Ze hadden de laatste jaren niet meer de moeite genomen om langlopende contracten af te sluiten. De nieuwe strategie heeft op menig hoofdkantoor al voor veel zweetdruppels gezorgd.

    uranium-stockpile

    Geschatte voorraden uranium (Grafiek via Financial Times)

    Productiebeperking uranium

    De productiebeperking betekent overigens niet dat er op korte termijn tekorten zullen ontstaan. Wereldwijd zijn de voorraden 688 miljoen pond groot. Dat betekent simpelweg dat de vraag echt omhoog moet, wil de huidige prijsstijging houdbaar blijven. In dit opzicht kan de nieuwe president, Donald Trump, een cruciale rol spelen. In zijn verkiezingstoespraken heeft hij bij herhaling gezegd het energiebeleid van zijn land op een nieuwe leest te schoeien. Als hij de subsidie op renewable energy geheel of gedeeltelijk schrapt, dan kan dat een impuls zijn voor kernenergie.

    Belangrijker is zijn recente tweet, dat de Verenigde Staten hun nucleair arsenaal op een hoger niveau moeten brengen. Dat ontlokte president Poetin een gelijksoortige reactie. De opmerkingen van beide heren werden goed ontvangen in het uraniumkamp. Natuurlijk hebben beide landen nog genoeg uranium op voorraad, maar het is denkbaar dat ze die willen uitbreiden of vervangen.

    Als beide landen op de markt zouden verschijnen, dan zou dat nutsbedrijven in beweging kunnen brengen om zich te verzekeren van de eigen gewenste voorraden. De nutsbedrijven staan niet bekend om hun risicovolle gedrag, eerder is het tegendeel het geval. Ze zullen snel handelend optreden als er ook maar krapte dreigt. Anders gezegd, zonder dat Poetin en Trump echt in beweging komen, kan de vraag naar uranium omhoog en in tweede instantie ook de prijs!

    Cor Wijtvliet

    Deze bijdrage is mogelijk gemaakt door Beurshalte

    beurshalte-logoOver Beurshalte:

    Dagelijks publiceert Beurshalte nieuwsbrieven en columns van leden van de redactie en van gastauteurs over de wereld van beleggen en alles wat ermee samenhangt. Daarnaast publiceert beurshalte wekelijks een nieuwsbrief met unieke inhoud over relevante beleggingsthema’s. Belangstellende lezers kunnen een gratis abonnement nemen. Als u geïnteresseerd bent, kunt u zich hier aanmelden!

    Disclaimer: Bovenstaand artikel is geen professioneel beleggingsadvies en het is ook geen uitnodiging om te gaan beleggen. Beleggen brengt kosten en risico’s met zich mee. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Het artikel is louter de persoonlijke mening van de auteur.

  • “Centrale banken moeten monetaire stimulering afbouwen”

    “Centrale banken moeten monetaire stimulering afbouwen”

    Centrale banken moeten hun stimuleringsprogramma’s afbouwen en geleidelijk terugkeren naar conventioneel monetair beleid. Dat zei Agustin Carstens, toekomstige hoofd van de Bank for International Settlements (BIS), deze week in een interview met een Duitse krant.

    Agustin_CarstensTerwijl de wereldeconomie volgens hem tekenen van herstel laat zien blijven centrale banken worstelen met bewaken van de financiële stabiliteit. Door de wereldwijde financiële crisis moesten centrale banken de grenzen van hun beleid opzoeken, maar nu wordt het volgens Carstens hoog tijd dat overheden het stokje van centrale banken weer gaan overnemen.

    Agustin Carstens, momenteel hoofd van de Mexicaanse centrale bank, wordt vanaf 1 oktober het gezicht van de zogeheten ‘bank der centrale banken’. Daar wil hij zich inzetten om centrale banken weer tot de orde te roepen en een einde te maken aan het extreem ruime monetaire beleid.

    “In zekere zin heeft het monetaire beleid haar grenzen bereikt. Ik zou er daarom zeker voor willen pleiten terug te gaan naar een model dat meer in lijn is met wat we ‘normaal’ monetair beleid zouden noemen.”

    Afbouwen stimulering

    Centrale banken als de Europese Centrale Bank en de Bank of Japan zijn zo ver gegaan in hun monetaire beleid dat de rente zelfs in negatief gebied kwam. Daarnaast hebben Westerse centrale banken voor biljoenen aan financiële activa als obligaties, aandelen en hypotheken opgekocht.

    In de Verenigde Staten is de centrale bank weliswaar gestopt met haar opkoopprogramma, maar ook daar staat nog steeds een paar biljoen aan schuldpapier op de balans. Andere centrale banken als de ECB en de Bank of Japan blijven dit jaar financiële activa opkopen in een poging de inflatie aan te jagen en de rente laag te houden.

    “Omdat centrale banken al zo lang dit beleid voeren moeten ze heel voorzichtig zijn met de stappen die ze vanaf nu nemen. Het afbouwen van dit extreem soepele monetaire beleid moet zeer geleidelijk gaan en geen bedreiging vormen voor de vooruitgang die bereikt is.”

    gs-logo-breed

    Dit artikel wordt u aangeboden door Goudstandaard, uw adres voor de aankoop en verzekerde opslag van edelmetalen. Wilt u goud kopen? Neem dan contact op door te mailen naar [email protected] of door te bellen naar +31(0)88-4688488.