Blog

  • GFMS: Vraag naar goud in derde kwartaal 7% hoger

    De vraag naar fysiek goud was in het derde kwartaal van dit jaar 7% hoger dan een jaar geleden, zo schrijft onderzoeksbureau Thomson Reuters GFMS in haar nieuwste kwartaalrapport. De stijging is volledig te verklaren door een toegenomen vraag naar goudbaren en gouden munten, want de vraag naar het edelmetaal voor het maken van juwelen daalde wereldwijd met 1% ten opzichte van een jaar geleden. Ook centrale banken bleven goud kopen, zij voegden in het derde kwartaal netto 132 ton aan hun reserves toe.

    gold-silver-coin-sales-gfms

    Vraag naar beleggingsgoud was in derde kwartaal flink hoger

  • Olieprijs duikt opnieuw omlaag

    Maandagavond bereikte de Amerikaanse overheid een akkoord over het verkopen van miljoenen vaten olie uit haar strategische oliereserves, zo bericht Bloomberg. Van de totale reserve van 695 miljoen vaten worden er 58 miljoen verkocht. Dat gebeurt tussen 2018 en 2025 in stapjes van eerst vijf en later tien miljoen vaten per jaar. Daardoor zakte de olieprijs verder weg naar het laagste niveau sinds augustus. Op het moment van schrijven kost een vat WTI olie $42,92, terwijl Brent olie voor $46,65 per vat van eigenaar wisselt.

    Voorstanders van het verkoopprogramma zijn van mening dat de Verenigde Staten nog over genoeg ondergrondse reserves beschikken, bijvoorbeeld in de vorm van schalieolie. Hoe dan ook, het gegeven dat de Verenigde Staten in de toekomst meer olie op de markt gaan brengen zet de prijzen opnieuw onder druk. Een koper voor de olie is al gevonden, want China wil haar strategische olievoorraad tussen nu en 2020 verder uitbreiden van 200 naar 500 miljoen vaten.

    De VS heeft drie keer eerder olie uit haar strategische voorraden verkocht, namelijk in 1991 (Golfoorlog), in 2005 (na orkaan Katrina) en in 2011 (na de oorlog in Libië). In al deze gevallen verkocht de VS olie om een daling van de wereldwijde olieproductie op te vangen. Volgens Jeffrey Currie, grondstoffenexpert van Goldman Sachs, kan de olieprijs verder zakken naar $20. Verschillende olieproducerende bedrijven verwachten dat de olieprijs de komende jaren rond dit niveau zal blijven schommelen.

    oil-prices-down

    Olieprijs gaat opnieuw omlaag

  • Forum voor Democratie: Hella Hueck over TTIP (28 oktober 2015)

    hella-hueckOp woensdagavond 28 oktober geeft Hella Hueck, verslaggeefster voor RTL-Z, bij het Forum voor Democratie een inkijkje in het veelbesproken TTIP handelsverdrag. Het Transatlantic Trade & Investment Partnership is een van de meest ingrijpende handelsverdragen uit de wereldgeschiedenis. Het bindt Europa en de Verenigde Staten aan ellenlange lijsten met product-omschrijvingen, bindt regeringen aan supranationale geschillenbeslechting en heeft effect op voedsel-standaarden, milieu-bescherming, octrooien, energie-politiek enzovoort.

    Wil je hier meer over weten? Kom dan morgenavond langs op de wekelijkse borrel van het Forum voor Democratie aan de Herengracht 74 in Amsterdam. De bijeenkomst duurt van 18:00 tot 20:00 en de entree is gratis!

    Over het Forum voor Democratie

    Forum voor Democratie is een onafhankelijke, niet-partijgebonden denktank gevestigd in Amsterdam. We zijn opgericht in 2015 om na te denken over de mogelijkheden voor een democratischer Nederland, lagere belastingen, culturele revival en een ander Europa. We geloven in een actieve civil-society en een kleine, weerbare overheid. We zien dat de Europese Unie en de euro in hun huidige vorm niet werken en willen zoeken naar concrete, structurele verbeteringen of oplossingen. We organiseren cursussen, trainingen, expert-meetings en een wekelijkse borrel-lezing. We leveren bijdragen aan het publieke debat. En we schrijven lijvige onderzoeksrapporten over de grote vragen die schuilgaan onder de actualiteit.

    forum-voor-democratie

  • Apple daagt auto-industrie uit

    Deze bijdrage is afkomstig van Beurshalte

    timcook-appleHet is nu nagenoeg zeker. Apple gaat in auto’s. De geruchten waren er al. Kranten als the Wall Street Journal en bladen als the Atlantic hebben in september uitvoerig bericht over de stappen die Apple aan het zetten was in de richting van de auto. Zo zou het bedrijf veel ingenieurs van Tesla hebben overgenomen, juristen van het bedrijf zouden overleg gepleegd hebben met officials van het departement voor motorvoertuigen in Californië. Volgens the Guardian zou Apple ook al een testcircuit hebben gekocht. Het hele project zou de naam Titaan hebben gekregen!

    In een toespraak tijdens een hightech conferentie heeft Tim Cook weliswaar niet met zoveel woorden beaamd dat zijn bedrijf aan een auto werkt, maar c’est le ton qui fait la musique. Cook hamerde er tijdens zijn toespraak op, dat de auto-industrie aan de vooravond staat van ontwrichtende technologische ontwikkelingen. Er staan ingrijpende veranderingen op stapel in de sector, aldus Cook. De snelle technologische veranderingen maken het volgens hem voor buitenstaanders mogelijk om in te breken in een tot dusverre onneembare veste! De Ceo doelde daarmee op de groeiende rol van software in de hedendaagse auto. Software beheert en controleert de auto en vervult steeds meer rol van communicator met de automobilist. Software heeft bijvoorbeeld een doorslaggevende rol gespeeld om Tesla Motors, de elektrische auto, tot de belangrijkste uitdager van de gevestigde namen te maken.

    Van elektrische naar zelfsturende auto

    car-futureDe snelle opmars van de elektrische auto heeft volgens Cook de industrie in het defensief gedrukt. De nieuwe technologieën hebben niets meer van doen met de benzinemotor. In de slipstream van de Tesla’s van deze wereld ziet Cook de snelle opmars van de zelfsturende auto, iets wat zonder software ook al niet haalbaar is. Cook ging echter niet in op de vraag of er snel Apple auto’s op de weg zullen verschijnen. De Ceo benadrukte dat Apple op dit moment vooral drukdoende is om zijn Carplaysytem in de sector ingang te doen vinden. De iPhone moet voor de auto van morgen de bron van entertainment, informatie en communicatie worden. De terughoudendheid past volgens het blad the Atlantic wel in de werkwijze van Apple. Volgens het blad zou Cook in eerste instantie mikken op de bouw van een elektrische auto. Het is waarschijnlijker gemakkelijker die te bouwen rondom de huidige operationele systemen van de technologiereus. Bovendien kan hij leunen op de technologie van Tesla. In een recent interview haalde de hoogste baas van Tesla uit naar Apple, dat winkelde onder zijn ingenieurs. Pas in tweede instantie zou Apple zich gaan toeleggen op het bouwen van een zelfsturende auto. Het zou verstandiger zijn om Google of Uber de kastanjes uit het vuur te laten halen als er een eerste ongeluk gebeurt met een zelfsturende auto.

    apple-carplay

    Apple Carplay als middelpunt van entertainment, informatie en communicatie in de auto

    The Atlantic wijst er ook op, dat een jaar voordat Steve Jobs de iPhone introduceerde, Apple samen met Motorola en Cingular Wireless Rokr is de markt zette. Het was een telefoon dat iTunes kon laten horen. Blijkbaar moest er eerst toch proefgedraaid worden voordat Jobs het aandurfde om zijn revolutionaire iPhone te introduceren. Misschien moet de elektrische auto wel fungeren als een springplank om een revolutionaire zelfsturende auto in de markt te zetten. Volgens the Wall Street Journal moet dat gebeuren in 2019. Cor Wijtvliet Hoofdredacteur Beurshalte.nl beurshalte-logoOver Beurshalte: Dagelijks publiceert Beurshalte nieuwsbrieven en columns van leden van de redactie en van gastauteurs over de wereld van beleggen en alles wat ermee samenhangt. Daarnaast publiceert beurshalte wekelijks een nieuwsbrief met unieke inhoud over relevante beleggingsthema’s. Belangstellende lezers kunnen een gratis abonnement nemen. Als u geïnteresseerd bent, kunt u zich hier aanmelden!

  • Interview Mecking en Hogervorst: “Crisis is nog niet voorbij”

    Deflatie-in-aantoch-coverBegin deze maand verscheen alweer de negende druk van het boek ‘Deflatie in Aantocht’, geschreven door Eric Mecking en Elmer Hogervorst. Toen in 2005 de eerste druk van dit boek verscheen was men blijkbaar nog niet klaar voor een kritisch geluid, want het boek kreeg gemengde recensies.

    Maar het duurde niet lang voordat de historicus Eric Mecking gelijk kreeg. In 2008 brak de grootste financiële crisis uit sinds de Grote Depressie. Financiële instellingen stonden op omvallen en werden met noodgrepen van centrale banken en overheden overeind gehouden of genationaliseerd. De aandelenmarkt stortte in elkaar en de huizenprijzen begonnen te dalen. Eerst alleen in de Verenigde Staten, maar later ook in verschillende Europese landen.

    We spraken in Amsterdam met Eric Mecking en Elmer Hogervorst over de nieuwste editie van het boek Deflatie in Aantocht. Hoe komen we deze crisis weer te boven? En wat staat ons nog te wachten? En kunnen we lessen trekken uit het verleden?

    Het is alweer zeven jaar geleden dat de financiële crisis uitbrak. Waar staan we nu?

    Sinds het uitbreken van de financiële crisis in 2008 zijn de wereldwijde schulden met 40% gestegen, zo merkt Eric Mecking op. We hebben de kredietcrisis dus helemaal niet opgelost, we hebben alleen maar tijd gekocht en het probleem nog groter gemaakt. Veel van de economische groei die we nu zien is mogelijk gemaakt door goedkoop krediet en door ingrijpen van overheden en centrale banken. Centrale banken hebben banken nieuw geld gegeven in ruil voor slechte leningen en aandelenkoersen stijgen omdat spaarders door de lage rente de beurs op gaan. De huizenmarkt trekt ook weer aan, maar dat is alleen maar omdat de rente zo extreem laag is en omdat de overheid verschillende maatregelen heeft toegepast om het kopen van een huis te stimuleren.

    Dat alles heeft gezorgd voor stijgende aandelenkoersen en een herstel van de huizenprijzen in de populairste gebieden. Maar van een fundamenteel herstel van de economie is nog steeds geen sprake. De werkloosheid ligt nog steeds hoger dan voor de crisis en veel mensen zitten in deeltijdbanen, hebben nulurencontracten of werken als ZZP’er. Voor deze grote groep mensen is de economische situatie veel onzekerder geworden sinds het uitbreken van de crisis.

    Centrale banken en overheden hebben een complete ineenstorting van het financiële systeem vooralsnog weten te voorkomen. Hadden jullie dat verwacht?

    Enerzijds verbaast het ons wel, maar aan de andere kant ook niet. Centrale banken en overheden hebben ongekende maatregelen gebruikt om de bankensector overeind te houden. Zij willen natuurlijk voorkomen dat het huidige financiële systeem uit elkaar valt. Alles was er dus op ingesteld om het huidige falende systeem in stand te houden en daarvoor werden de zwaarste middelen ingezet.

    Al in 2005 voorzagen jullie dat er een grote crash zou komen. Waarop was deze verwachting gebaseerd?

    Als je goed kijkt naar het verleden zie je steeds terugkerende patronen. De aanloop naar de crisis van 2008 was voor een groot deel vergelijkbaar met de ‘Roaring Twenties’ in de Verenigde Staten, de periode waarin de economie opbloeide door een ongekend optimisme over de toekomst. In beide gevallen werd er volop met geleend geld gespeculeerd. In de jaren twintig gebeurde dat vooral met aandelen, in de aanloop naar de crisis van 2008 vooral met vastgoed.

    roaring-twentiesEn net als in de jaren twintig van de vorige eeuw was er ook aan het begin van de 21e eeuw sprake van een ongekend optimisme. Op een gegeven moment kon je in Nederland bij de bank een hypotheek krijgen van 130% ten opzichte van de waarde van het huis. En dat kon ook nog eens aflossingsvrij! De Nederlandsche Bank en de AFM stonden erbij en lieten het allemaal maar gebeuren.

    Men dacht dat de huizenprijzen alleen maar verder konden stijgen en daarom namen huiseigenaren zonder problemen een extra lening op hun huis om die nieuwe keuken, een verbouwing of zelfs een vakantie of nieuwe auto te financieren. Toen ik dat allemaal zag ben ik me pas echt zorgen gaan maken. Ik heb toen het boek ‘Deflatie in Aantocht’ geschreven om mensen te waarschuwen voor de gevolgen van dat roekeloze leengedrag.

    In het boek besteden jullie veel aandacht aan de Kondratieff cyclus...

    Als je naar de geschiedenis kijkt zie je steeds langdurige golfbewegingen in de economie. De Russische econoom Nikolai Kondratieff (1892-1946) was een van de eerste die over deze golfbeweging publiceerde. Veel later werden zijn ideeën opgepikt door de Oostenrijkse econoom Schumpeter, die de verschillende fasen van deze cyclus vergeleek met de vier seizoenen. Net zoals de natuur vier jaargetijden kent, zo kent ook de economie volgens Schumpeter verschillende fasen. Net als in de natuur kunnen die jaargetijden van de economische cyclus korter of langer duren en in kracht verschillen. Sommige jaren hebben we een strenge winter, andere jaren juist een zachte. Dat betekent ook dat de winterperiode van de Kondratieff cyclus de ene keer veel strenger is dan de andere keer. We zijn ervan overtuigd dat deze terugkerende patronen in de economie te maken hebben met het natuurlijke gedrag van mensen. Menselijke kenmerken als hebzucht en angst waren in het verleden niet anders dan nu. Daarom blijkt steeds weer dat we als collectief niet in staat te zijn van de geschiedenis te leren en daarom is er eens in de zoveel tijd sprake van een grote crisis. Vroeger had de economische cyclus een lengte van ongeveer vijftig jaar, maar omdat de gemiddelde levensverwachting is toegenomen is deze cyclus nu een paar jaar langer geworden.

    Kondratieff cycles

    Kondratieff cycli en de aandelenmarkt (1814-2009)

    Vergelijken we de Chinese beurscrash van afgelopen zomer met de beurscrash in de Verenigde Staten van 1929, dan zien we ook veel overeenkomsten. Zowel de duur als de omvang van de correctie was vergelijkbaar en ook was er in de aanloop naar beide beurscrashes het gedrag van beleggers vergelijkbaar. Net als in de jaren ’20 van de vorige eeuw werd beleggen speculeren en was het opeens hip om in aandelen te zitten. Door met geleend geld te beleggen konden de koersen naar een onhoudbaar hoog niveau stijgen en was een crash onafwendbaar. Vlak voor de beurscrash van 1929 wisten ook schoenenpoetsers welke aandelen je moest kopen. En afgelopen zomer was het in China voor heel veel mensen opeens hip om in aandelen te beleggen. Iedereen die maar een beetje geld had zat met zijn of haar telefoontje de aandelenkoersen te bekijken en te handelen. Als we iets van de geschiedenis kunnen leren is het wel dat je niet moet beleggen in iets waar de massa al in zit. De geschiedenis herhaalt zich omdat het gedrag van mensen niet verandert. Men is gedoemd fouten uit het verleden te herhalen. Dat heeft de Duitse filosoof Georg W.F. Hegel (1770-1831) al eens mooi verwoord. Hij zei ooit dat de geschiedenis ons uiteindelijk alleen maar leert dat mensen er niets van willen leren. We kunnen hem niet meer gelijk geven…

    image001

    De beurscrash in China vergeleken met de Dow Jones in 1929 en 1930

    Hebben we het dieptepunt van de crisis al bereikt?

    Sinds het voorjaar van 2009 zit de aandelenmarkt in een opwaartse trend. En zelfs over de huizenmarkt horen we de laatste tijd steeds meer positieve geluiden. Maar als we er kritisch naar kijken zien we eigenlijk maar weinig lichtpuntjes. Zoals gezegd ligt de werkloosheid nog steeds hoger dan voor de crisis en is er voor heel veel mensen minder baanzekerheid. Het herstel van de aandelenmarkt en het aantrekken van de huizenmarkt is grotendeels te verklaren door de extreem lage rente, waardoor men meer kan lenen. Volgens sommige economen klimmen we alweer uit het dal en zitten we alweer in een opgaande fase van de economie. Jaap van Duijn, een econoom die zich gespecialiseerd heeft in conjunctuur en cycli, is bijvoorbeeld van mening dat we aan de vooravond staan van een volgende opwaartse innovatiecyclus. Een innovatiecyclus waarin technologiebedrijven als Facebook, Apple, Tesla en dergelijke een belangrijke rol spelen. Dat zijn weliswaar interessante ontwikkelingen, maar desondanks blijven wij van mening dat de grote economische trend nog steeds neerwaarts is. De wereldwijde schulden nemen onhoudbare proporties aan en dat is ook de reden dat centrale banken de rente nog niet durven te verhogen. Voordat we aan de volgende bloeifase van de economie komt moeten we eerst wat doen aan die onhoudbare schulden. Lees ook:

    Wat moeten we met al die schulden doen?

    We kunnen pas uit de crisis komen als we de schuldenlast terugbrengen naar een aanvaardbaar niveau. Dat betekent dat er linksom of rechtsom verliezen geleden moeten worden. Laten we de schulddeflatie zijn gang gaan, dan wacht ons in het beste geval een lange periode van economische krimp, dalende consumentenbestedingen en een dalend welvaartsniveau. Besluiten we schulden kwijt te schelden, dan moeten spaarders direct grote verliezen incasseren. In plaats daarvan kiest men voor de route die op korte termijn de minst dramatische gevolgen heeft, namelijk die van financiële repressie. Denk aan een extreem lage of zelfs negatieve rente, het uitbannen van contant geld, bail-ins en de eventuele invoering van een spaardersheffing. Tot een bepaald niveau zullen mensen dat accepteren, maar als overheden en centrale banken daar te ver in gaan zal men vanzelf uit dit financiële systeem vluchten. Stel je eens voor dat de rente op spaargeld negatief wordt, dan haal je je geld toch weg bij de bank? De stap naar goud en zilver kopen ligt dan opeens veel meer voor de hand voor een grote groep mensen.

    Komt er een revolutie?

    Het is naïef te denken dat zoiets ons niet zal overkomen, omdat we in een Westerse beschaving leven. De geschiedenis leert ons dat het eerst heel erg slecht moet gaan, voordat er grote veranderingen komen. We zijn vandaag de dag getuige van het falen van onze verzorgingsstaat en welvaartsstaat. Politici hebben heel veel beloftes gedaan aan het volk, maar nu wordt het voor steeds meer mensen zichtbaar dat deze niet waargemaakt kunnen worden. Neem als voorbeeld ons pensioenstelsel. We dachten dat we genoeg gespaard hadden voor de oude dag, maar nu de rente zo laag is komen we opeens in de problemen. Het benodigde rendement wordt niet meer gehaald, wat betekent dat er in de toekomst minder pensioen uitgekeerd kan worden. De jongere generatie heeft al geen hoge verwachtingen meer dat er nog genoeg pensioengeld over is op het moment dat zij het nodig hebben. Ondertussen worden de rekenregels aangepast en de premies verhoogd, waarmee de indruk wordt gewekt dat de pensioenproblemen niet van structurele aard zijn en dat deze met wat kleine aanpassingen verholpen kunnen worden.

    Kan de Federal Reserve de rente verhogen?

    In 1927 moest de Fed de rente verlagen om een kapitaalvlucht uit Europa richting de Verenigde Staten af te remmen. Nu hebben we een vergelijkbare situatie met de Federal Reserve en de dollarschulden in emerging markets. Dat de Federal Reserve de rente in september niet durfde te verhogen geeft al aan dat de centrale bank machteloos staat. Eigenlijk zou ze de rente juist moeten verlagen, maar die ruimte heeft de centrale bank niet meer. Het verder verlagen van de rente is eigenlijk geen optie. Het verder uitbreiden van QE is nog wel mogelijk, maar we hebben de afgelopen jaren gezien dat deze vorm van stimulering slechts een zeer beperkte impact heeft op de reële economie. Deflatie blijft de boventoon voeren en zal volgens onze analyse ook de komende jaren een drukkend effect hebben op de prijzen.

    Fed1920

    In 1927 verlaagde de Fed juist de rente om een kapitaalstroom richting de VS af te remmen

    Biedt goud een uitweg?

    Sinds 1971 is er geen monetair anker meer. Sindsdien begon alles te ontsporen. We kregen de oliecrisis, gevolgd door een periode van zeer hoge inflatie en geldontwaarding. Het geld verliest aan waarde en het is slechts een kwestie van tijd voordat men het vertrouwen verliest in overheden en centrale banken. Het wordt steeds duidelijker dat ook zij het antwoord niet meer weten en ons niet de weg naar economische groei en voorspoed kunnen brengen. Men voelt dat er iets niet goed zit en daarom begint er al een vlucht richting tastbare zaken. Dat komt in een stroomversnelling als de financiële repressie toeneemt. De massa schuilt nog steeds in staatsobligaties, maar wat als deze niet meer veilig zijn? Dan moet men op zoek naar een andere vluchthaven. Historisch gezien kom je dan steeds weer uit bij edelmetalen. Toch verwachten wij geen terugkeer naar een goudstandaard, omdat een koppeling van geld aan goud niet vol te houden is. Dat hebben de Amerikanen in het verleden al eens geprobeerd, totdat het buitenland op een gegeven moment het vertrouwen opzegde en massaal goud begon op te vragen in ruil voor hun dollarreserves. Het buitenland was er niet gerust op dat ze ooit nog goud zouden zien, omdat de Amerikaanse overheid tegelijkertijd een kostbare oorlog in Vietnam en een uitbreiding van de verzorgingsstaat probeerde te financieren. De goudvoorraad van de VS daalde eind jaren ’60 zo snel dat de toenmalige Amerikaanse president Nixon een einde maakte aan de inwisselbaarheid van goud. Hieruit kunnen we concluderen dat er met een goudkoppeling altijd gefraudeerd en geknoeid kan worden. Dat is ook wat er door de geschiedenis heen steeds weer gebeurde, zo merkt Mecking op. Dat gebeurde met papiergeld en met het verlagen van de hoeveelheid goud en zilver in muntstukken. Er zijn meer voorbeelden van te vinden in de geschiedenis. Iedere keer als de twijfel over de waarde van het geld toeneemt, wil men het papiergeld en de tegoedbonnen inwisselen voor fysiek goud of zilver. Dat gebeurde in Frankrijk in het tijdperk van John Law en dat gebeurde in Nederland met de zilverbonnen.

    Wat is jullie verwachting voor de goudprijs?

    Elmer Hogervorst ontwikkelde een cyclisch model om de ontwikkeling van de goudprijs te simuleren. Volgens dat model zou de goudprijs in juli dit jaar een bodem bereiken, om vervolgens weer in een opwaartse cyclus te komen. Deze opwaartse beweging zal volgens hem aanhouden tot 2018, waarbij de prijs van goud meerdere keren over de kop gaan. Hogervorst merkt op dat het een parabolische beweging zal zijn, waarbij de grootste stijging gerealiseerd wordt in de allerlaatste fase van de cyclus. Ook de zilverprijs zal volgens dit model de komende jaren weer in een opwaartse trend komen.

    Kan Bitcoin vandaag de dag een rol van betekenis spelen?

    De opkomst en de populariteit van virtuele munten als Bitcoin maakt duidelijk dat er iets broeit en dat men zoekt naar alternatieven voor een falend geldsysteem. Maar we geloven niet dat men massaal zal overstappen op virtuele munten. Men zal in het extreme geval eerder kiezen voor iets dat zich in het verleden bewezen heeft, namelijk goud en zilver. Bitcoin is interessant, maar we verwachten er eerlijk gezegd niet teveel van.

    Machtsverschuiving richting Azië

    Als je verder terugkijkt in de geschiedenis zie je dat de Westerse wereld niet altijd de meest dominante wereldmacht was. Voor 1800 lag het zwaartepunt van de wereldeconomie namelijk ook al in Azië, zoals de volgende historische grafiek laat zien. China en India waren toen de grootmachten, met een gezamenlijke economie die groter was dan de helft van de wereldeconomie.

    economic-power-asia

    Economische macht verschuift terug naar Azië

    Volgens Mecking en Hogervorst is het slechts een kwestie van tijd voordat China de rol van wereldleider weer zal overnemen van de Verenigde Staten. Na de Tweede Wereldoorlog lag Europa in puin en had de VS de grootste industriële basis. De afgelopen decennia is die onder het mom van globalisering verschoven richting Azië. Dat is nu de regio waar het meeste groeipotentieel zit. Regelmatig lezen we berichten dat China haar kapitaalmarkt verder wil openstellen en dat ze haar munt wil laten opnemen in de SDR. Deze ontwikkelingen zijn niet meer tegen te houden. We gaan van een falend Bretton Woods systeem naar een systeem dat bepaald zal worden door Beijing. China heeft een beslissende rol gekregen in de hervorming van het wereldwijde monetair systeem, net zoals de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog de rol van wereldleider op zich nam.

    En hoe zien jullie de toekomst voor Europa?

    Wat ons betreft zijn er in een te korte tijd teveel landen toegevoegd aan de muntunie. Daardoor is er momenteel onvoldoende politieke en fiscale eenheid in het beleid. Historisch gezien is dat geen succesvolle combinatie gebleken. We zien nu al dat de sterke eurolanden moeten opdraaien voor de problemen van de zwakkere lidstaten van de muntunie. Deze vorm van solidariteit kent zijn grenzen. We kunnen de schulden van een land als Griekenland wel op de lange baan schuiven en een soepele terugbetalingsregeling treffen, maar we zijn het er denk ik wel over eens dat er een grote kans is dat het geld dat we aan de Grieken hebben uitgeleend helemaal niet meer terug komt. Wil het Europese project met een gemeenschappelijke munt een succes worden, dan moet er op Europees niveau een centralisering van de macht plaatsvinden. Het is nog maar de vraag of daar onder de Europese bevolking genoeg draagvlak voor te vinden is. Kijk naar de populariteit van politici die zich sterk tegen Europa keren (Wilders in Nederland, Marine Le Pen in Frankrijk). Komt er ergens in Europa een populist aan de macht, dan bestaat de kans dat het betreffende land uit de muntunie zal stappen. Erik Mecking ziet in het Europese eenwordingsproject een parallel met de geschiedenis van Nederland, namelijk met de Patriottentijd. Nadat Frankrijk in 1795 de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden had veroverd ontstond er een discussie over hoe deze nieuwe Republiek bestuurd moest worden. Het land werd verdeeld in twee groepen: De Unitariërs die vonden dat de macht gecentraliseerd moest worden, terwijl de Federalisten aan de andere kant de oude machtsstructuren (van de provinciën en de steden) in stand wilden houden. Het land dreigde daardoor onbestuurbaar te worden, totdat in 1798 de knoop werd doorgehakt met een staatsgreep van achtereenvolgens de radicale en de gematigde Unitariërs. Een jaar later, in 1799, werd het oude systeem van de Zeven Provinciën opgeheven en werd de macht gecentraliseerd. De nieuwe eenheidsstaat kreeg één wet, één begroting en gelijke belastingen voor iedereen. Europa staat nu voor een soortgelijke uitdaging als de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Europa mist niet alleen een fiscale, maar ook een politieke eenheid. Kijk hoe Europa worstelt met de vluchtelingencrisis. Dit probleem dreigt Europa plat te leggen, want de verwachting is dat er nog veel meer vluchtelingen naar Europa toe komen. Al deze mensen hebben onderdak nodig en op termijn moet er ook werkgelegenheid voor ze zijn. Dat verhoogt de druk op de samenleving.

    Tot slot: Wat moet je nu doen als je vermogen hebt?

    In de nieuwste druk van ons boek Deflatie in Aantocht bespreken we ons HAAST model. Dit is een soort stappenplan dat je kunt doorlopen om je financieel voor te bereiden op de economische onzekerheden die de toekomst kan brengen. De letters staan voor hypotheek, aflossen, alternatieven, sparen en troy ounce. We hoeven denk ik niet uit te leggen waar dat laatste voor staat. We hebben het model zo genoemd omdat we van mening zijn dat je als burger snel moet handelen. Belangrijk is dat je je vermogen niet alleen op papier bezit, maar dat je ook een deel moet omzetten in tastbare bezittingen. Ook is het in het deflatiescenario dat wij verwachten verstandig om je schulden af te bouwen. Wil je meer weten over ons model, lees dan de nieuwste druk van ons boek. eric-mecking Eric Mecking (1959) is historicus, schrijver, financieel economisch analist en spreker. Eric studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en schreef onder andere de boeken Het drama van 1918, Neutraal Nederland in Oorlogstijd en in samenwerking met Hogervorst het boek Goud, geld en zilver. Zie ook Alsgeldjeliefis.nl         elmer-hogervorstElmer Hogervorst (1965) adviseert vermogende particulieren, is auteur, spreker, columnist en analist. Hogervorst studeerde Nederlands recht en fiscaal recht in Amsterdam en Leiden. Hij heeft gewerkt bij belastingadvieskantoren en begeleide prijswinnaars van de Staatsloterij. Zie ook Hogervorstadvies.nl

  • Iran doet mee aan BRICS Bank

    Iran zal meedoen aan de BRICS bank die vorig jaar werd opgericht door de de vijf verschillende BRICS-landen. Dat verklaarde de plaatsvervangend minister van Economische Zaken van Iran tijdens een overleg met zijn Braziliaanse collega. Deze ontwikkelingsbank, ook wel de New Development Bank genoemd, werd vorig jaar gelanceerd en moet gezien worden als de tegenhanger van ‘Westerse’ instituten als het IMF en de Wereldbank.

    De New Development Bank van de BRICS-landen heeft een werkkapitaal van $50 miljard en een liquiditeitsbuffer van $100 miljard. Daarmee kunnen de opkomende economieën op eigen initiatief noodsteun geven aan elkaar of aan andere landen in de wereld. Het is nog niet duidelijk op welke manier Iran een bijdrage gaat leveren aan deze ontwikkelingsbank en hoe groot deze bijdrage zal zijn. Met de deelname van Iran krijgt de alternatieve ontwikkelingsbank er een belangrijk olieproducerend land bij.

    Sancties

    Twee jaar geleden werd Iran nog afgesloten van het Westerse betalingssysteem, omdat de Verenigde Staten en Israël vreesden dat het Perzische land kernwapens ontwikkelde. Maar een uitgebreide inspectie in de Iraanse atoominstallaties leverde uiteindelijk onvoldoende bewijs op. Uiteindelijk werd in november 2013 een overeenkomst bereikt in Genève, waarna de sancties tegen Iran werden opgeheven. Sindsdien krabbelt het land langzaam weer op uit een economische crisis en schroeft ze haar olieproductie weer op.

    poetin-rohani

    Rohani (Iran) en Poetin (Rusland) tijdens het BRICS overleg in het Russische Ufa (Foto van RIA Novosti)

  • Vraag naar goud in China dit jaar mogelijk naar record

    De vraag naar goud in China kan dit jaar het recordniveau van 2013 overstijgen, aldus de Chinese Gold & Silver Exchange Society. Zorgen over de groei van Chinese economie, de correctie op de aandelenmarkt en de waardedaling van de yuan zijn allemaal factoren die de aantrekkingskracht van het edelmetaal versterken.

    Haywood Cheung, directeur van de Gold & Silver Exchange Society, bevestigde tegenover Bloomberg dat de vraag naar goud in China sterk is toegenomen sinds de crash van de aandelenmarkt. Ook in Hong Kong trekt de vraag naar gouden sieraden de laatste tijd weer aan. Cheung voorziet dat zowel in China als in Hong Kong de vraag naar goud in de tweede helft van dit jaar hoger zal uitvallen dan in de eerste helft van het jaar.

    chinagold

    China koopt dit jaar mogelijk recordhoeveelheid goud

  • Hyperinflatie: Leven als een prins in Venezuela

    Wie het nieuws op Marketupdate al wat langer volgt weet dat er in Venezuela een serieuze valutacrisis gaande is. De munteenheid van het land, de bolivar, heeft de afgelopen jaren zoveel waarde verloren dat we inmiddels kunnen spreken van hyperinflatie. De situatie is al zodanig geëscaleerd dat de centrale bank vanaf volgend jaar nieuwe bankbiljetten met een hogere nominale waarde in omloop zal brengen. Om daar een beeld bij te kunnen vormen: het grootste biljet van 100 bolivar is vandaag de dag nog niet eens 14 dollarcent waard.

    Maar wat betekent hyperinflatie voor iemand die betaald krijgt in een andere valuta? VICE News zocht het uit en gaf als experiment een bankbiljet van €100 aan een correspondent in Venezuela. Hij mocht zelf bepalen hoe hij dit fortuin ging besteden, dus hij maakte een wensenlijstje. De eerste stap was om het bankbiljet van €100 om te wisselen naar Venezolaanse bolivar. Dat gaat anno 2015 niet bij een louche handelaar op straat, maar gewoon via een berichtje op Facebook.

    Binnen de kortste keren had hij iemand gevonden om mee te ruilen. De wisselkoers op de zwarte markt was 812 bolivar per euro, dus kreeg bij voor zijn briefje van honderd euro meer dan 80.000 bolivars. In stapels van 50 en 10 bolivar ziet dat er zo uit…

    bolivars-stack

    Zoveel Venezolaanse bolivars krijg je voor honderd euro (Bron: VICE)

    Hyperinflatie: Stapels bankbiljetten

    Het lijkt erop alsof het geld rechtstreeks van de bank komt, want bij de stapels van 50 bolivar zit het plastic er nog omheen. Wel zo handig, want dan hoef je de bankbiljetten niet meer te tellen! Als je in Venezuela je euro’s of dollars aanbiedt wordt je geld niet meer geteld in biljetten, maar in stapels geld. De vraag is echter wat je met al dat geld kunt doen…

    Als eerste huurde hij een kamer waar hij een maand in kon verblijven, dat kon voor een bedrag van 9.600 bolivar per maand (€12). Het vinden van een kamer blijkt nog niet zo makkelijk te zijn, want door de waardedaling van het geld wordt de huur eigenlijk steeds goedkoper. Veel eigenaren van vastgoed laten appartementen daarom liever leeg staan dan dat ze er voor steeds minder opbrengst iemand in laten huren. Want als een huurder er eenmaal in zit krijg je hem er niet makkelijk weer uit.

    Vijfsterren hotel voor €10

    De volgende stap was een overnachting boeken in een 5-sterren hotel, met alle denkbare luxe inbegrepen. Dat grapje kostte 7.000 bolivar, een grote som geld voor de meeste mensen in Venezuela. Maar niet als je euro's of dollars hebt, want omgerekend kostte een nachtje in dit luxe hotel niet meer dan €10. Dat was ook ongeveer de prijs die hij betaalde voor een vlucht van 50 minuten richting de hoofdstad Caracas. Daar aangekomen huurde hij voor één dag zijn droomauto, een rode Cadillac convertible uit 1959. Ook dat is niet goedkoop voor de lokale bevolking, maar gelukkig was het huren van deze auto omgerekend niet duurder dan €3.

    i-lived-like-a-king-for-a-month-in-venezuela-on-100-euros-876-body-image-1444840177-size_1000Misschien dacht je dat dat goedkoop is, maar het woord krijgt een compleet nieuwe betekenis als je in Venezuela afrekent bij een benzinestation. Het land beschikt over grote olievoorraden en kan dus zeer goedkoop produceren voor de binnenlandse consumptie. Een liter octaan 95 kost minder dan 0,10 bolivar per liter, terwijl een liter diesel 0,05 bolivar kost. Dat betekent dat je de tank van een oldtimer voor omgerekend 30 eurocent kunt volgooien.

    Met een budget van honderd euro is het geen probleem om een feestje te geven in Venezuela, want een kratje bier met 34 flesjes kost je slechts 10 bolivar. Dat is omgerekend ongeveer 13 eurocent. Voor de prijs van een biertje in een kroeg in Nederland krijg je in Venezuela bijna twintig kratten bier. Met de laatste euro's die hij had bezocht hij een aantal luxe restaurants (€1,80 per keer) en de massagesalon (€2,5 per keer).

    i-lived-like-a-king-for-a-month-in-venezuela-on-100-euros-876-body-image-1444729608-size_1000

    Met het grootste bankbiljet koop je een kleine tube chocoladepasta (Bron: VICE)

    Conclusie

    Als buitenlander kun je jezelf dus voor een schijntje alle luxe permitteren, terwijl de lokale bevolking bij de supermarkt in de rij moet staan voor een schaars aanbod van de meest noodzakelijke producten. In de Weimar Republiek was dat niet anders, zoals Adam Fergusson beschrijft in zijn boek 'When Money Dies'. Slimme buitenlandse handelaren kochten voor een schijntje alle weelde op. Antieke meubels, kleden, schilderijen en piano's, maar ook complete huizenblokken, werden voor een absolute bodemprijs opgekocht door buitenlanders. Ze betaalden met datgene wat nog wel waarde had, zoals Amerikaanse dollars en goud.

    De vrees voor een hyperinflatie leeft in ons land minder sterk, om de simpele reden dat wij het zelf nooit van dichtbij ervaren hebben. Maar als er valutacrisis uitbreekt weet je dat het te laat is om goud te kopen.

  • Chinezen kopen olieveld in Texas

    De Chinese onderneming Xinchao Shiye is van plan een olieveld in de Verenigde Staten over te nemen. Het beursgenoteerde bedrijf heeft een intentieverklaring ondertekend om het olieveld voor een bedrag van 8,3 miljard yuan over te nemen, dat is omgerekend ongeveer $1,3 miljard. Het veld ligt in de staat Texas, om precies te zijn op het grondgebied van Howard en Borden. De Chinezen nemen de exploitatie over van Tall City Exploration en Plymouth Petroleum.

    oil-field

    Chinees bedrijf koopt olieveld in Texas

  • Grafiek: Stimuleringsprogramma ECB in perspectief

    Eerder deze maand zei Vitor Constancio van de ECB nog dat de centrale bank voldoende ruimte heeft haar stimuleringsprogramma uit te breiden, omdat hun stimuleringsprogramma van €60 miljard per maand nog steeds relatief klein is in vergelijking met dat van andere centrale banken als de Federal Reserve, de Bank of England en de Bank of Japan. Ook Mario Draghi hint naar extra monetaire stimulering, want in de toelichting op het rentebesluit van afgelopen donderdag liet hij weten dat de ECB bereid is het stimuleringsprogramma uit te breiden of te verlengen.

    De ECB neemt pas in december officieel een besluit, maar de markt verwacht nu al dat die extra stimulering er gaan komen. Er wordt al gesproken over een uitbreiding van €60 naar €80 miljard per maand. Daardoor dook de euro tot beneden de $1,10 ten opzichte van de dollar en steeg de goudprijs in euro’s naar het hoogste niveau in ruim drie maanden. De volgende grafiek laat in één oogopslag zien dat de Europese centrale bank relatief lang gewacht heeft met stimulering, want de lijn begint pas sinds het begin van dit jaar weer op te lopen.

    balance-sheet-growth

    ECB heeft nog veel ruimte om stimuleringsprogramma uit te breiden (Bron: Bloomberg, via twitter)

    Voetnoot: Merk op dat het balanstotaal van de ECB in 2013 en 2014 daalde, terwijl dat van andere centrale banken steeg of gelijk bleef. Dat komt door de afwikkeling van het LTRO programma en de daling van de goudprijs. De goudvoorraad van het Eurosysteem (bijna 11.000 ton) wordt ieder kwartaal tegen marktwaarde op de balans gezet. Het balanstotaal groeide in 2011 en 2012 dus mee met de stijgende goudprijs, terwijl die in 2013 en 2014 weer in een dalende trend kwam. Om dit in het juiste perspectief te plaatsen: In september 2011 bereikte de goudvoorraad de hoogste waardering, toen stond het gelijk aan 68% van de totale reserves van de ECB.

  • Column: Overlevingseconomie?

    Het heuvelland van Valkenburg was op deze zomerse dag in topvorm. Prachtig weer, veel groen, mooie doorkijkjes op de Geul en op kastelen, en alleen maar tevreden mensen die al wandelend genoten van deze mooie ervaringen. Vrienden die de streek niet kenden vergeleken het met het stroomgebied van de Loire. Mooier compliment is er niet, dacht ik zo.

    En het was nog voor niks ook, je hoefde voor al dat prachtigs niet te betalen. Dat wil zeggen, je moest er wel naar toe reizen, dat kost wat, zeker als je uit Holland komt. De koffie en vlaai waren ook niet gratis. En al dat moois was ook te danken aan de gemeentelijke en provinciale overheden die er zorg voor dragen. En aan private instellingen als de Vereniging Natuurmonumenten die in dit gebied een van de kastelen, Genhoes, onder haar verantwoordelijkheid heeft genomen. Die moeten ook aan hun geld komen, vandaar het betalen van belastingen en het jaarlijks doneren. Kortom, voor niets gaat de zon op, ook op deze mooie dag. Maar eventjes toch dat geluksgevoelletje dat je ervan kon genieten zonder entree, het ging niet om geld maar om mens en natuur.

    Oorlogstijd

    Vanaf de Betsy Perk bank (wie kent haar niet, deze 19de-eeuwse voorvechtster van vrouwenrechten) daalden wij af naar Valkenburg. Wij passeerden het gehucht Euverem. Uit de verte zag ik de boerderij waar ik als kind ben geweest. Het was 1943, denk ik, midden in oorlogstijd. Mijn vader was door de Duitsers gevangen gezet. Ik mocht mee met oudere broer en zussen om bij die boerderij melk te halen. Moest er voor betaald worden?, ik heb geen idee. Duidelijk was dat wij melk kregen. En dat was natuurlijk van levensbelang, kan ik achteraf zeggen. Want hoe konden wij die moeilijke tijd overleven? Natuurlijk, wij woonden niet in Holland waar later de mensen die verschrikkelijke Hongerwinter ondergingen. Maar toch, mijn moeder stond er alleen voor, hoe deed zij dat? Ik herinner mij nog haarfijn beelden van dat in die tijd mensen vanuit de parochie ons hielpen. En ongetwijfeld zullen er buren en vrienden zijn geweest die ook hun steentje bijdroegen. Ik vermoed dat dat gebeurde in natura, dat mijn moeder geen geld kreeg. Trouwens, misschien hadden mijn ouders ergens nog wat geld liggen en dat wij daarmee bijvoorbeeld de melk van die boeren in Euverem betaalden.

    Hoe dan ook, al wandelend kwamen allerlei herinneringen uit die oorlogstijd weer boven. En daarmee ook vragen over hoe Nederland economisch gezien bleef draaien. Met de komst van de Duitsers veranderde de Nederlandse economie niet drastisch. Veranderingen werden geleidelijk aan doorgevoerd. Zo werden steeds meer mannen gedwongen in Duitsland te werk gesteld. Binnen Nederland moest voor Duitsland worden geproduceerd. Steeds meer ook werden voorraden voedsel in beslag genomen om daarmee Duitse soldaten en de Duitse bevolking te voeden. Die maatregelen hadden allerlei gevolgen. Een daarvan was dat er systemen van distributie werden opgezet om het schaarse voedsel te verdelen. Ik herinner mij nog goed dat ik meeging naar de bakker en dat daar, voor mijn gevoel, met bonnen werd betaald in plaats van met geld. Natuurlijk, er werd ook met geld betaald. Maar zonder bonnen geen brood. Niet voor niets pleegde het Nederlandse verzet meerdere malen overvallen op distributiekantoren, of werden valse bonnen gedrukt. Al die concrete veranderingen in ons bestaan betekenden onder meer dat geld minder belangrijk werd. Het ging allereerst om de basale vraag hoe aan brood en melk te komen. Dat je daarbij geholpen werd vanuit netwerken als parochie en buurt. En dat je recht op voedsel minder afhing van geld dan van je evenredig recht op je aandeel in het beschikbare voedsel, vertegenwoordigd door die bonnen. Iets wat tegenwoordig ook wel Aarde-dividend wordt genoemd.

    Er is meer. Dat wij thuis die oorlogsjaren betrekkelijk redelijk zijn doorgekomen heeft ook te maken met een ander verschilpunt met de economie die wij nu kennen. Dat is dat veel meer aan zelfvoorziening werd gedaan. Bijvoorbeeld was het gebruikelijk dat wij een eigen moestuin hadden. Dat was niet uit liefhebberij of zo, het was in de streek waar wij woonden heel normaal. Mede daardoor hadden wij, denk ik, altijd wat te eten. Trouwens, wij hadden ook fruitbomen en bessenstruiken. Achter ons huis had een boer een grote fruitweide waar wij natuurlijk ook van profiteerden. Kleren werden versteld door mijn moeder zelf, er werd zelf gebreid en genaaid. Niet alle kleren natuurlijk. Maar toch, zelfvoorziening behoorde tot ons leven.

    Wat was dat voor soort economie? Het was natuurlijk ook een geldeconomie. Maar dat werd steeds minder relevant naar gelang de oorlog voortduurde. Het werd steeds meer een wat ik gebruikswaarde-economie noem, in navolging van economen als Paul Sweezy. Het ging er allereerst om hoe aan brood en melk te komen, aan groenten, fruit en kleren. Want daarvan kon je leven, niet van geld.

    Ondergang Tilburgse textielindustrie

    Ik heb op verschillende plekken onderzoek gedaan naar overlevingseconomie. Een daarvan ging over overlevingsstrategieën van Tilburgse textielarbeiders en hun gezinnen tijdens de jaren tachtig van de vorige eeuw. Zoals bekend was Tilburg eeuwenlang een textielstad. Je kon, met enige mitsen en maren, spreken van een monocultuur. Die industrie is praktisch helemaal verdwenen, in betrekkelijk korte tijd, in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Die ondergang had allerlei oorzaken, en velerlei gevolgen. Tot die laatste behoorde dat duizenden mensen opeens op straat kwamen te staan. En dat terwijl er bijna geen vervangende werkgelegenheid was. Veel van deze gezinnen kwamen in grote armoede terecht, of ondergingen op zijn minst een flinke inkomensval, ondanks het bestaan van allerlei regelingen van sociale uitkeringen. Ik wilde weten hoe deze gezinnen die moeilijke periode doorkwamen.

    Natuurlijk, op allerlei manieren werd geprobeerd om aan geld te komen. Nieuwe banen waren er meestal niet, gelukkig had je nog de sociale werkplaatsen, en andere regelingen van gesubsidieerde arbeid. Die leidden meestal ook tot inkomensdalingen maar beter iets dan niets. Veel mensen, vooral vrouwen, verdienden bij door thuisarbeid, bijvoorbeeld inpakwerk, desnoods zwart.

    Ook andere vormen van overleving deden zich voor. Er werd veel meer dan vóór deze crisis aan zelfvoorziening gedaan. Het hebben van een volkstuintje werd nu noodzaak in plaats van liefhebberij. Zelf taarten bakken werd meer dan dat je ermee kon pronken bij feesten, want gebak kopen werd te duur. Dat je van je moeder kon leren hoe kleren te naaien en te breien werd meer dan een aardige tijdsbesteding. Het hebben van een buurman die handig was met auto’s repareren kon je veel kosten besparen, zeker ook als jij zelf handig was in timmeren en metselen en daarmee de buurman kon helpen. Terzijde, Tilburg beleefde in die jaren een hausse van zelfbouw of zelfverbouw. Er was een opmerkelijke stijging van de verkoop van brei- en naaimachines.

    Ruileconomie

    Mensen gingen niet alleen meer zelf doen. Er werd ook meer geruild. Kleren werden als ze te klein werden niet weggegooid maar doorgegeven aan anderen. Dat gold zeker voor babykleren en bruidsjurken maar die niet alleen. Tegenwoordig vinden wij kringloop winkels heel normaal. Maar dat kwam pas goed van de grond in die jaren. En uit pure noodzaak, je kon nog een beetje geld maken van je spullen, en voor een zacht prijsje dingen kopen die je hard nodig had. Op kleinere schaal, bijvoorbeeld tussen buren en familieleden, werd geruild. Tegenwoordig spreken wij van deeleconomie als nieuwigheid. Maar in die jaren en trouwens waarschijnlijk altijd wel was delen en ruilen in veel arbeidersfamilies en buurten heel normaal.

    Sociale verbanden waren hierbij dikwijls van strategische betekenis. Het scheelde nogal als je een schoonzoon had die ergens een koelkast voor niets of een zacht prijsje had weten te vinden, want die van jou was nu echt op. Of een moeder die je breien leerde. Familieverbanden werden nu opnieuw van groot belang voor veel praktische en minder praktische zaken des levens. Dat gold ook het hebben van goede vrienden en buren. Het gezegde “liever een goede buur dan een verre vriend” werd nog meer werkelijkheid. En als je je sociale verbanden verwaarloosde dan kon dat gevolgen hebben voor je bestaan.

    Oorlog in El Salvador

    Zelfvoorziening, ruil- en deeleconomie, en de kwaliteit van sociale verbanden kregen bij mij een nog grotere betekenis door een onderzoek in El Salvador. Daar heeft in de jaren tachtig en begin jaren negentig van de vorige eeuw een burgeroorlog gewoed die leidde tot grote ontberingen voor veel mensen. Mijn onderzoek ging over de manier waarop de inwoners van twee dorpen die tijd hadden overleefd. Dat waren dorpen die midden in oorlogsgebied lagen. Alle families die ik heb gesproken, tientallen, hadden mensen verloren in die strijd. Regelmatig moesten zij huis en haard verlaten om iets van veiligheid te hebben, bijvoorbeeld door zich te verstoppen in bossen en grotten of in vluchtelingenkampen. En als zij weer terug konden naar hun dorpen bleek veel vernield of gestolen, en moesten zij weer van voren af aan beginnen. Dat was voor mij de meest intensieve ervaring van wat overleving inhield. Het ging echt om je bestaan. Niet alleen om voedsel, kleding, huisvesting en gezondheidszorg maar zelfs om de fysieke verdediging met wapens en alles wat daar bij hoort. Het was oorlog in de meest letterlijke betekenis van het woord.

    En dan was opnieuw mijn vraag hoe zij, die boeren en boerinnen, dat hadden gedaan, hoe zij die verschrikkingen hadden overleefd. Uiteraard kwamen de eerder genoemde thema’s boven, maar dan echt existentieel. Je moest voor jezelf zorgen, en ook ruilen en delen met anderen. Dat waren situaties waarin je aan geld weinig tot niets had. Geld kun je niet eten. Dat wil niet zeggen dat geld geen enkele rol speelde. Er bleven verbanden met andere streken en steden, hoe moeizaam ook. En vandaaruit werd er ook gehandeld. Maar hoe langer de oorlog duurde hoe minder dat dat werd. En dan blijkt nog scherper dat het aankomt op vermogens die wij in onze cultuur nauwelijks meer kennen. Wij zijn kwetsbaarder. Bijvoorbeeld was van strategische betekenis dat er mensen waren, meestal ouderen, die wisten welke wortels in het bos je wel kon eten en welke niet, en hoe medicinale planten en kruiden te vinden. En ook hoe je weg te vinden in bossen en grotten. Delen was van absolute betekenis in die omstandigheid. Weinig kon meer voor jezelf blijven, alles werd van iedereen. En als het gaat om sociale verbanden, onder deze omstandigheden moesten die van topkwaliteit zijn, hecht georganiseerd, ook in de formele betekenis van het woord organisatie, dikwijls ook met strakke richtlijnen en gezagsverhoudingen.

    Mad Max en The Hunger Games

    Ik ben een liefhebber van films als Mad Max en The Hunger Games. Ik houd van films, zeker ook van spektakelfilms, als zij goed gemaakt zijn. Maar juist deze twee filmcycli hebben iets wat mij zeer interesseert. Eigenlijk gaan zij over overleving. En dan ook overleving in de meest pure betekenis van het woord. Waarom hebben deze films zo’n grote aantrekkingskracht op zoveel mensen, vooral jongeren? Misschien ook op dezelfde gronden als bij mij. Een van de onderliggende thema’s in deze films is hoe te overleven nadat zich apocalyptische gebeurtenissen hebben afgespeeld. In The Hunger Games gaat het dan om het overleven ondanks de tirannie van totalitaire regimes die in de menselijke geschiedenis hun weerga niet kennen. En bij Mad Max gaat het om overleven nadat grote delen van de aarde verwoest zijn, en groot deel van de mensheid verdwenen. Daarbij wordt gesuggereerd dat dat veroorzaakt is door uitputting van de aarde en daarmee verbonden oorlogen gevoerd met massavernietigingswapens.

    Hoe dan ook, ik zie in deze films geen geld. Ik zie wel de strijd om het naakte bestaan, in de meest brede zin van het woord. En economisch gezien gaat het daarbij om overlevingseconomie. Het gaat in de verste verte niet om vooruitgang zoals wij die onderdeel van ons bestaan hebben gemaakt. Economische groei is een begrip dat onder die omstandigheden ondenkbaar is. Overleving is het enige devies dat het leven leidt. Overigens, ik moet niet overdrijven, de liefde speelt onder alle omstandigheden een rol, mensen blijven verliefd worden. En er valt nog wat te lachen ook. Maar toch, alles onder het banier van hoe te overleven. En dan heb je het over een ander soort van definitie van economie dan wat nu onder de tirannie van het neoliberale denken als economisch gezien wordt.

    Wat dan nog?

    Interessant allemaal, zou je kunnen denken. Maar wat hebben wij, levend in overdaad, daarmee te maken? Hoe zo overleven? Het gaat toch goed? Natuurlijk zijn er veel problemen. Maar die lossen wij wel op met de nodige nieuwe technologie en zo, de markt doet haar werk, toch? Ik vraag mij dat af, in alle ernst. Daarover een volgende keer.

    Voor meer teksten van Lou Keune zie www.loukeune.nl of www.platformdse.org.