Blog

  • Deflatie in Eurozone, ondanks stimulering ECB

    Ondanks het stimuleringsprogramma van de ECB slaagt de centrale bank er niet in de inflatie naar de gewenste 2% te brengen. Sterker nog, in februari zakten de prijzen in de Eurozone met 0,2% op jaarbasis. Deflatie dus, terwijl de centrale bank nu al een jaar lang €60 miljard per maand in de markt pompt door middel van het opkopen van staatsobligaties.

    “Niet alleen de normale inflatie, maar ook de kerninflatie, is veel lager dan waar de ECB op rekende. Het is dus niet slechts de lage olieprijs, er is ook een breder probleem met tweede ronde effecten en en een zwakke vraag”, zo verklaarde analist Nick Kounis van de ABN Amro tegenover Bloomberg. “Dit geeft de centrale bank een extra zetje om meer agressieve monetaire stimulering aan te kondigen tijdens de ECB bijeenkomst in maart.”

    Centrale banken proberen met een nog ruimer monetair beleid de inflatie aan te jagen, maar hun pogingen worden teniet gedaan door de daling van de olieprijs. Daardoor zijn veel producten goedkoper te produceren en daalt het algemene prijsniveau. Maar ook de kerninflatie, waarin de prijsontwikkeling van voedsel en energie niet zijn meegenomen, blijft al enige tijd opvallend laag.

    Vraaguitval leidt tot deflatie

    Centrale banken als de ECB en de Bank of Japan proberen met quantitative easing de inflatie aan te jagen, maar tot op heden zonder succes. Zowel in Japan als in de Eurozone worstelt de centrale bank met een inflatie van bijna nul procent, die soms zelfs omslaat in een milde deflatie. Ondanks een zeer ruim monetair beleid met negatieve rente en het maandelijks opkopen van staatsobligaties weten beide centrale banken de kredietverlening nog niet op gang te brengen.

    Het grote probleem lijkt dus niet aanbod gedreven te zijn, maar juist vraag gedreven. Er is meer dan genoeg liquiditeit beschikbaar, maar er is simpelweg geen vraag naar. Bedrijven zijn door de onzekere economische situatie terughoudend met het doen van investeringen. Ze lenen nog wel geld, maar dat wordt in veel gevallen gebruikt om eigen aandelen terug te kopen. Consumenten willen door de lage rente nog wel geld lenen, maar worden vaak tegengehouden omdat banken minder risico willen nemen. Ze verstrekken niet meer zo makkelijk een hypotheek als voor de crisis.

    inflation-eurozone

    Deflatie in de Eurozone, kunnen we meer stimulering van de ECB verwachten? (Grafiek via Bloomberg)

    Meer stimulering?

    Het is dus maar de vraag of meer stimulering gaat helpen. Het opkopen van staatsobligaties heeft zowel in Japan als in de Eurozone nog niet het gewenste effect gehad. Sterker nog, door staatsobligaties uit de markt te halen wordt het tekort aan kwalitatief goed onderpand alleen maar groter gemaakt! Vandaar dat verschillende landen tegen een negatieve rente kunnen lenen en dat u steeds minder rente over uw spaargeld krijgt…

    De ECB kan de effectiviteit van haar stimuleringsprogramma veel groter maken als ze ook slechte leningen van banken opkoopt. In landen als Italië, Spanje, Portugal en Griekenland stijgt het percentage slechte leningen in rap tempo. Dat maakt banken erg terughoudend bij het verstrekken van nieuwe leningen. Door deze slechte leningen over te nemen zullen banken gemakkelijker kredieten verstrekken. Het nadeel van deze aanpak is dat de ECB veel meer risicovolle leningen op haar balans krijgt en dat het ‘moral hazard’ bij de bankensector in de hand werkt.

    Een alternatief dat steeds vaker geopperd wordt is ‘QE for the people’, waarbij de centrale bank rechtstreeks geld overmaakt naar de burgers. Zij kunnen het geld naar eigen inzicht gebruiken om schulden af te lossen of te consumeren, een directe vorm van stimulering die waarschijnlijk veel sneller leidt tot een stijging van het prijspeil.

    In maart komt de ECB weer bijeen om het monetaire beleid te bespreken. Met het uitblijven van een hogere inflatie is de kans groot dat de centrale bank besluit meer van hetzelfde te doen, bijvoorbeeld door het maandelijkse bedrag te verhogen van €60 miljard naar €80 of €90 miljard per maand.

  • De megaonderneming aan banden

    Door Lou Keune

    Ongelijkheid is een hot issue geworden in het publieke debat. Meestal gaat het dan over de ongelijkheid in inkomens: toegenomen. Steeds meer ook gaat het over de ongelijkheid in vermogens: nog meer toegenomen. Maar waar de auteurs van het recent verschenen boek ‘De macht van de megaonderneming – Naar een rechtvaardige internationale economie‘ voor pleiten is eens goed te kijken naar de samenballing van macht in een betrekkelijk klein aantal ondernemingen die zij aanduiden met de term ‘megaonderneming’. En die macht is enorm, alleen al door hun omvang. De 147 grootste ondernemingen controleren ‘cumulatief’ zo’n 40% van de wereldeconomie. Daaronder betrekkelijk veel banken, verzekeringsmaatschappijen en investeringsfondsen. En 737 ondernemingen controleren 80%.

    Top 147

    lou keuneIs dat een probleem? De auteurs: Joost Smiers, Pieter Pekelharing en John Huige vinden van wel. Neem het grote aantal financiële instellingen onder die top 147. Alleen al vanwege hun omvang bleek bij de crisis van 2008 dat wanbeleid in één instelling grote gevolgen had (en heeft) voor de hele wereldeconomie. Om dat gevaar te temperen werd de boodschap too big to fail rondgebazuind, met als gevolg dat overheden zich gedwongen zagen in te grijpen en omvangrijke financiële garanties te stellen. Daaronder zuchten wij nog steeds, want er wordt aan alle kanten bezuinigd. Dat risico is vanwege deze financiële instellingen des te groter nu 98% van het mondiale financiële verkeer niets van doen heeft met invoer of uitvoer van goederen en diensten, het is pure geldhandel. Hoe groter de mega’s, des te groter het gevaar van instabiliteit.

    Mega macht

    Aan deze omvang zijn ook andere problemen verbonden. Smiers c.s. behandelen er een aantal van. Bijvoorbeeld dat de omvang en dus invloed van deze ondernemingen hun macht enorm vergroot. Zij hebben meer te zeggen over de economie (en over nog meer) dan vele zo niet alle publieke overheden. Dat eens te meer nu dankzij de golf van liberaliseringen de overheden zich eerder afzijdig opstellen, soms zelfs de hand ophouden opdat de betreffende ondernemingen hun goedgezindheid tonen bijvoorbeeld door in het betreffende land te investeren.

    macht-van-de-megaondernemingDie ondernemingen worden overladen met goedgunstigheden als lagere vennootschapsbelasting, andere belastingfaciliteiten, infrastructurele investeringen, en flexibele arbeidsmarkten met verslechterende arbeidsvoorwaarden. Met alle gevolgen van dien, ik verwijs als voorbeeld naar de eindelijk opgevlamde discussie in Nederland over de schamele arbeidsmarktposities van een groot deel van de ZZP-ers, en naar de golf van ontslagen en loondalingen in en verschraling van de dienstverlening in de zorgsector. Concentratie en liberalisering gaan hand in hand met ontdemocratisering en minder welzijn.

    En dat niet alleen. Deze terecht ‘mega’ genoemde ondernemingen nemen op de betreffende markten een bepalende positie in. De auteurs gebruiken daarvoor termen als quasi-monopolisten en oligopolisten. Hoe zeer er wereldwijd wetgevingen zijn die erop gericht zijn de dominantie van één of enkele ondernemingen tegen te gaan, feit is dat zij in heel veel opzichten hun betreffende markten domineren. Dat betekent o.a. dat de mega’s betrekkelijk eenvoudig aan price-setting kunnen doen, bijvoorbeeld ten opzichte van zeer concurrentiële leveranciers. Het doet mij denken aan de positie van de Nederlandse veehouders die steeds maar weer moeten afwachten wat Albert Hein en andere grootwinkelbedrijven bereid zijn te betalen voor melk en vlees. En wat te denken van farmaceutische bedrijven die in sommige gevallen exorbitante prijzen rekenen voor hun medicijnen. De auteurs wijzen daarbij op het verschijnsel dat het mededingingsrecht wereldwijd is verwaterd. Natuurlijk, het beeld kent vele schakeringen. Er zijn ook prima en zeer bekende voorbeelden van overheidsingrijpen, bijvoorbeeld de procedures van de EU tegen de mondiale ICT reuzen. Maar dat kunnen alleen de echt groten als de EU en de VS, en dan nog in beperkte mate.

    Schaalvergroting en efficiëntie

    Daarbij wijzen Smiers c.s. erop dat het argument van de efficiëntie die op zou treden bij dergelijke schaalvergrotingen steeds minder opgaat. Het blijken steeds meer grote molochs te zijn met enorme bureaucratieën die vooral gericht zijn op verdediging, zo niet vergroting, van hun posities op de diverse markten. Daarbij staan dan, mede dankzij de financialisering van de wereldeconomie, korte termijn financiële belangen voorop, belangen die het primaat van de shareholder bevestigen en de positie van andere stakeholders verslechteren. Terecht wijzen Smiers c.s. erop dat deze aandeelhouders wel de vruchten van dat beleid mogen plukken maar niet aansprakelijk zijn voor als het mis gaat, al dan niet met grote maatschappelijke gevolgen. Wel de baas dus, maar niet verantwoordelijk. Dit geldt eens te meer nu de posities en persoonlijke belangen van de leden van de raden van bestuur van deze mega’s dankzij hun eigen aandelenbezit nauw zijn verbonden met die van de andere aandeelhouders. Kortom: de mega’s zijn veel te groot en veel te machtig, en moeten aan banden worden gelegd.

    Intellectuele eigendomsrechten

    Veel aandacht wordt in het boek geschonken aan de problematiek van de intellectuele eigendomsrechten als patenten en copyrights. De auteurs zijn zeer kritisch over wat zij de privatisering van kennis noemen. Hun bezwaren zijn velerlei. Kennis is een maatschappelijk product ontstaan in de geschiedenis van mensen en culturen. Het object van een patent betreft meestal een beperkte toevoeging aan de kennis op een zeer specifiek terrein maar dan toch met het label van het eigendom van die onderneming en dus niet van al die anderen, laat staan de mensheid als geheel. Dat is een toe-eigening die terecht als zeer onrechtvaardig wordt beschouwd. Veel kennis die gepatenteerd is komt voort uit programma’s en projecten die overheden hebben ondernomen of gefinancierd. Bekende voorbeelden zijn de fall-outs van het onderzoek over de ruimte en voor de ruimtevaart, en de ontwikkeling van het World Wide Web. Bovendien is het enorm inefficiënt. Het leidt bijvoorbeeld tot verspilling omdat dat stukje kennis dat aan een patent is verbonden niet zomaar door anderen mag worden gebruikt. Dat beperkt het onderzoek flink. Eigenlijk vertraagt het hele stelsel van intellectuele eigendomsrechten de verdere ontwikkeling van kennis en technologie en de toepassing daarvan. De verspilling manifesteert zich ook in een ander opzicht. Het leidt namelijk tot vele juridische procedures die inmiddels miljarden dollars of euro’s per jaar kosten, geld dat veel beter aan onderzoek en ontwikkeling kan worden besteed. Bijkomend effect is dat grote ondernemingen zich die processen gemakkelijker financieel kunnen veroorloven dan de kleintjes. Daarom dat die laatsten, hoe zeer zij ook in hun recht mogen staan, al gauw tot een vergelijk proberen te komen met de grote broer. Een ander aspect van verspilling manifesteert zich in wat wel of niet verder onderzocht en ontwikkeld wordt. Dat doet zich gelden in de medische sector. Welke geneesmiddelen worden wel ontwikkeld en welke niet? De verdienmogelijkheden vormen de belangrijkste leidraad. Om deze reden heeft het lang geduurd voordat anti-malaria medicijnen werden ontwikkeld en breed toegankelijk gemaakt, ook voor de armsten op deze wereld. Vergelijkbare problemen doen zich voor bij medicijnen voor kleine tot zeer kleine groepen van zieken. Zeker ingeval van monopoloïde bezit van het intellectuele eigendom leidt dit in veel gevallen tot buitensporige prijzen.

    Het kan anders

    Dat kan anders, is de boodschap van dit boek. Intellectuele eigendomsrechten moeten worden opgeheven, kennis moet voor iedereen toegankelijk zijn. Dat wordt door de auteurs niet als een gratuite boodschap verkondigd. Integendeel, zij zijn zeer te prijzen voor de gedetailleerde uitwerking die zij geven aan dit principe. Het voert te ver om die in deze bespreking te behandelen. Overigens, voor één vorm van intellectueel eigendom maken zij een uitzondering, namelijk trademarks als logo’s. Die zijn nauw verbonden met de identiteit van de betreffende ondernemingen, uitdrukking daarvan. Maar voor de rest: openbaarheid. Zal dat betekenen dat daarmee een rem komt op onderzoek en ontwikkeling? Dat hoeft niet. Want overheden en door hen gefinancierde instellingen kunnen dat onderzoek doen of uitbesteden. Dat voorkomt verspilling en versterkt de coördinatie, en koppelt de ontwikkeling van kennis en technologie veel directer aan maatschappelijke belangen in plaats van aan geprivatiseerde verdienmogelijkheden. Zal dat leiden tot een rem op onderzoek en ontwikkeling bij ondernemingen? Dat hoeft niet, ondernemingen kunnen bij de toepassing van nieuwe technologie profiteren van de voorsprong die hen dat geeft op de betreffende markten. Natuurlijk, dan geen monopoloïde voorsprong maar een tijdelijke en concurrentiële. En daar mag dan iedereen van profiteren.

    Mega’s aan banden

    Ook doen de auteurs vele voorstellen om de mega’s aan banden te leggen. Hun gedachtegang lijkt veel op die welke de afgelopen jaren bovenkwam bij discussies over de toekomst van banken. Zo geven zij veel aandacht aan de noodzaak om te grote ondernemingen op te splitsen en daarmee concurrentiëler te maken. Zij willen ook het mededingingsrecht gaan vitaliseren. En dat alles binnen het breder verband van het plaatsen van ondernemingen binnen de maatschappelijke kaders gesteld door proactieve overheden op nationale, supranationale en mondiale niveaus. In dat verband besteden zij betrekkelijk veel aandacht aan de geschiedenis sinds de Tweede Wereldoorlog van het zoeken en ontwikkelen van mondiale afspraken over handel en investeringen. Vele afkortingen passeren de revue, van GATT via UNCTAD en WTO naar ISDS en TTIP (lees ook mijn column hierover). In het verlengde daarvan doen zij diverse voorstellen hoe het anders zou kunnen. Daarbij maken zij duidelijk dat zij niet af willen van de private ondernemingen. Zij willen slechts dat die beter worden ingekaderd opdat zij inderdaad de maatschappij kunnen brengen waar zij eigenlijk voor bedoeld zijn: welvaart, welzijn en geluk. Daarbij wel met de kritische kanttekening dat niet alle menselijke activiteiten in de vorm van commerciële ondernemingen moeten worden geprivatiseerd. Over privatisering en vermarkting van collectieve goederen en diensten zijn de auteurs zeer kritisch.

    Duidelijk standpunt

    Dit boek presenteert veel kennis en inzichten, met een indrukwekkende documentaire onderbouwing en vele afgewogen oordelen. Daarbij mis ik overigens een register van namen en onderwerpen, en/of een meer gedetailleerde inhoudsopgave. Er wordt zoveel besproken dat het niet gemakkelijk is om over een specifiek onderwerp iets terug te vinden. Het boek is zeker ook een betoog, de auteurs stáán ergens voor. Met betrokkenheid worden situaties geproblematiseerd en voorstellen geoperationaliseerd. Die betrokkenheid kan bij sommige lezers twijfel zaaien over de waarde daarvan. Ik vind dat geen probleem. Integendeel, het wordt tijd om sommige discussies als die over de mega’s en gerelateerde onderwerpen als het intellectuele eigendom eens grondig aan te pakken, zeker ook in de politieke en maatschappelijke gremia. Dit boek kan daar goed bij helpen. Lou Keune Voor meer teksten van Lou Keune zie www.loukeune.nl of www.platformdse.org. Interesse in dit boek? Klik hier om te bestellen. Joost Smiers, Pieter Pekelharing en John Huige: De macht van de megaonderneming – Naar een rechtvaardige internationale economie. Amsterdam, Van Gennep, 2016, 287 pagina’s

  • Grafiek: Duitsland leent ook 9 jaar tegen negatieve rente

    Duitsland kan inmiddels negen jaar geld lenen tegen een negatieve rente, terwijl het meest populaire schuldpapier met een looptijd van twee jaar tegen een negatieve rente van -0,55% verhandeld wordt. Beleggers zoeken een veilige haven voor hun vermogen en parkeren dat het liefste in schuldpapier van landen met een goede kredietstatus. Maar door het tekort aan veilig onderpand moeten beleggers steeds hogere bedragen neerleggen om staatsobligaties te bemachtigen, waardoor hun effectieve rendement dus negatief wordt.

    Wil je nog enig rendement halen uit Duitse staatsobligaties, dan moet je je geld voor de komende dertig jaar aan de regering toevertrouwen. Voor dit schuldpapier krijg je iets meer dan 0,8% rente.

    Lees ook:

    yieldcurve-german-bonds

    Zelfs Duitse staatsobligaties van 9 jaar hebben negatieve rente (Grafiek via @Schuldensuehner)

  • Zijn aandelen op de lange termijn echt beter?

    We horen vaak dat aandelen op korte termijn een risicovolle belegging zijn, maar dat je er op de lange termijn altijd een goed rendement uit zult halen. Vaak worden succesvolle langetermijnbeleggers aangehaald om deze bewering te onderbouwen. Maar valt er voor de gemiddelde belegger inderdaad een goed rendement te verwachten, zo lang deze maar genoeg geduld kan opbrengen?

    De volgende grafiek van Business Insider schetst een vrij somber beeld voor beleggers die de afgelopen twintig jaar in aandelen zijn gestapt. Kocht je eind jaren negentig een mandje aandelen uit de S&P 500 index, dan heb je geluk als je vandaag de dag je inleg terugkrijgt. Stapte je in 1996 in op de beurs, dan steeg de waarde van je aandelenportefeuille tot en met vandaag met in totaal 200%. Dat is omgerekend 5,65% op jaarbasis.

    Op zich geen slechte prestatie, maar de dalende trend is zorgelijk. De hoogste winsten waren weggelegd voor langetermijnbeleggers die al in de jaren ’50 tot aan de jaren ’70 in aandelen stapten, zoals inderdaad Warren Buffett. De grafiek maakt niet duidelijk of het totale rendement inclusief dividend is. Als er nog dividend bij komt is het totale rendement een stuk beter, maar ook dan zien we een dalend rendement over de afgelopen decennia.

    sp500-return-longterm

    Lange termijn zijn aandelen de beste belegging. Of toch niet meer? (Grafiek via Business Insider)

    Lees ook

  • Donald Trump en cash

    Tijdens deze periode is het erg lastig kiezen welk onderwerp over te schrijven, de gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op. Wat ik persoonlijk erg opmerkelijk vond was dat de ABN Amro haar koersdoel voor goud in 2016 onlangs veranderde van $900 naar $1.300 per troy ounce. Deze ommezwaai kwam binnen twee maanden nadat ABN Amro een uitgebreid rapport publiceerde!

    Grootbanken zijn al nooit erg positief geweest over goud (zij sloegen de plank met hun koersdoelen in het verleden dan ook vaak faliekant mis), dus een erg interessante ontwikkeling. In deze nieuwsbrief vindt u een uitgebreid interview met de verantwoordelijke voor het goudrapport bij de ABN Amro, Georgette Boele.

    Het is verder erg evident dat overheden en banken aansturen op het afschaffen van contant geld. Verschillende belangrijke beleidsbepalers hebben hierover de afgelopen tijd al gesproken. Officieel luidt nog steeds de uitleg dat overheden cash geld willen verbieden om criminele en terroristische activiteiten aan banden te leggen. Ik laat aan u over de werkelijke redenen te bepalen…

    €500 biljetten

    Er wordt door de beleidsmakers gesproken dat de €500 biljetten als eerste aan de beurt zijn. Hoewel het briefje van €500 maar een klein deel van alle bankbiljetten in circulatie vertegenwoordigt, maakt het 30% (!) uit van de totale waarde van al het briefgeld. De briefjes van $100 in de Verenigde Staten maken 78% van de waarde van cash geld uit, terwijl de grootste Japanse bankbiljetten van 10.000 yen nog hoger scoren met 92%.

    In 2009, het moment dat het financiële systeem bijna ten onder ging, was nog duidelijk dat cash geld een belangrijke manier was om spaargeld veilig te stellen. De uitgifte van briefjes van €500 piekte in 2009, dat was op het hoogtepunt van de financiële crisis.

    Door briefjes van €500 uit omloop te halen, elimineert men bijna zo goed als zeker de mogelijkheid om cash geld van een bank te halen. Uiteraard kan men dan nog steeds het geld van de ene naar de andere bank verplaatsen, zodra men het vertrouwen in een bepaalde bank verliest. Maar wat als men geen enkele bank meer vertrouwt? Wanneer men geen geld meer uit de bankautomaat kan halen, krijgen de banken helemaal vrij spel om te doen wat ze willen. De enige manier om dan nog geld uit het systeem te halen… is via goud.

    Donald Trump

    1. Nu iets heel anders. Het begint er steeds meer de op te lijken dat Donald Trump dé kandidaat gaat worden voor de Republikeinse partij voor het presidentschap van de VS. Nu kan ik hier heel veel positieve en negatieve dingen over schrijven, maar het leek mij interessant zijn visie op goud puntsgewijs te bespreken.
    2. In 2011 aanvaardde het bedrijf van Donald Trump $200.000 in goud als betaalmiddel van een toekomstige huurder.
      Als presidentskandidaat moet men een deel van het vermogen bekend maken. Hieruit blijkt dat Donald Trump zelf fysiek goud bezit en dat hij meer dan waarschijnlijk nog andere investeringen heeft in goud via zijn holdings.
    3. Trump begrijpt maar zeer goed dat een dure Amerikaanse dollar grote gevolgen heeft voor de Amerikaanse economie. Hij liet het dan ook niet na om aan te kondigen een valutaoorlog aan te gaan met China. Het zwakker maken van de dollar zal niet alleen de concurrentiepositie van de VS verbeteren, ook is het gunstig voor goud.
    4. Trump is niet de enige kandidaat die goud bezit. Ook andere kandidaten hebben goud, sommigen dromen zelfs hardop van een nieuwe goudstandaard. Wanneer Trump president wordt, zal één van deze kandidaten vice-president worden.
    5. Reeds 20% van de Amerikaanse Staten aanvaardt opnieuw goud als wettelijk betaalmiddel. Dit aantal zal vermoedelijk nog groeien. Trump zal ongetwijfeld gebruik maken van de populariteit in deze Staten.

    Dat zijn interessante standpunten!

    Sander Noordhof

    donald-trump-gold

    Donald Trump accepteert goud

    gs-logo-breed

    Deze column van Sander Noordhof verscheen afgelopen vrijdag in de nieuwsbrief van Goudstandaard.

  • Schauble: “Stop met monetaire en fiscale stimulering”

    Schauble: “Stop met monetaire en fiscale stimulering”

    De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schauble heeft gezegd dat alle landen zich moeten weerhouden van meer monetaire en fiscale stimulering. Daarmee leggen landen volgens Schauble namelijk het fundament voor een nieuwe crisis. Het ruime monetaire beleid en de met schulden gefinancierde fiscale stimulering door overheden heeft volgens de Duitse minister amper economische groei opgeleverd, terwijl de schuldniveaus op publiek en privaat niveau volgens hem nu al te hoog zijn.

    “Zowel het fiscale als monetaire beleid heeft haar limiet bereikt. Als je wilt dat de reële economie groeit, dan kun je gewoon niet om hervormingen heen. Praten over meer stimuleringsmaatregelen is slechts een afleiding van de werkelijke taak die voor ons ligt. We kunnen daarom geen goedkeuring geven aan een nieuw fiscaal stimuleringsprogramma binnen de G20, zoals sommige landen hebben voorgesteld.”

    Schuld gedreven economische groei

    Volgens Schauble veroorzaakt de schuld gedreven economische groei nieuwe bubbels en lokt het excessieve risico’s uit, waarmee een zombie-economie gecreëerd wordt. Daarmee doelt hij waarschijnlijk op het voorbeeld van Japan, dat al decennia worstelt met een extreem hoge schuldenlast, een lagere rente en amper economische groei. Duitsland probeert zelf het goede voorbeeld te geven, door het begrotingstekort terug te brengen naar nul procent.

    De Duitse minister van Financiën sprak tijdens een conferentie van het Institute of International Finance in Shanghai, dat tegelijk met een G20 topoverleg gehouden werd. Hij kreeg bijval van Mark Carney, gouverneur van de Canadese centrale bank. Hij zei dat er naast de fiscale en monetaire stimulering in de ontwikkelde economieën te weinig gedaan is om structurele hervormingen door te voeren.

    schauble

    Schauble gelooft niet in meer stimulering

  • Deutsche Bank: “Het is tijd om goud te kopen”

    De goudkoers is dit jaar al flink gestegen, maar volgens analisten van Deutsche Bank is het nog steeds interessant om goud te kopen. Toenemende stress in het financiële systeem, de dreigende toename van het aantal wanbetalingen op bedrijfsleningen in de Verenigde Staten en het risico van een scherpe waardedaling van de Chinese munt zijn volgens analisten van de bank reden om veilige havens op te zoeken.

    “Goud is als een soort verzekering en we weten dat de meeste mensen een verzekering met tegenzin afsluiten. De huidige goudkoers zal sommige beleggers er misschien van weerhouden goud te kopen. Toch willen we benadrukken dat gezien de negatieve rentes wereldwijd de kosten om goud aan te houden verwaarloosbaar klein geworden zijn. Daarom is de huidige goudkoers gerechtvaardigd.”

    Frankfurt_Deutsche_Bank

    Deutsche Bank is nu ook positief over goud, nadat de prijs met 16% gestegen is

  • Olievoorraad hoopt zich op langs kustlijn Noordzee

    Het structurele overschot op de oliemarkt begint nu ook voor de kust bij Rotterdam en IJmuiden zichtbaar te worden, zo schrijft het Financieel Dagblad. Er staan op dit moment meer dan 60 olietankers te wachten om de haven binnen te varen, veel meer dan normaal het geval is. De opslagtankers in de havens zitten tot aan de nok toe vol, dus verplaatst de opslag van olie zich naar olietankers die voor de kust het anker hebben uitgegooid.

    Cijfers van Bloomberg laten zien dat er in Noordwest-Europa ruim 13 miljoen vaten aan ruwe olie en geraffineerde olieproducten op zee in de wacht staat, een verdubbeling ten opzichte van september vorig jaar.

    ‘Situatie lijkt op 2009’

    Olieproducerende landen hebben ondanks verschillende intentieverklaringen nog geen concrete stappen gezet om de productie te beperken, met als resultaat dat de markt overspoeld wordt door het zwarte goud. Een woordvoerder van Havenbedrijf Rotterdam verklaarde tegenover het Financieel Dagblad dat de huidige situatie erg veel doet denken aan 2009, toen er ook veel transportschepen voor de kust bleven liggen. Toen bleven schepen voor de haven liggen in afwachting van hogere prijzen, nu is er simpelweg onvoldoende opslagcapaciteit.

  • Sander Boon: “Particulieren doen er verstandig aan goud te kopen”

    “Gezien de toestand van het monetaire en financiële systeem doet elke particulier er verstandig aan goud te kopen”. Dat zei politicoloog en goudkenner Sander Boon vandaag in het programma Nieuws BV op Radio 1. Sander Boon legt uit dat staatsobligaties een zeer wankel fundament zijn voor ons financiële systeem, omdat de financiën van heel veel Westerse landen er niet zo florissant uitzien. Afgezet tegen de enorme obligatiebubbel is fysiek goud een veel robuuster fundament onder het internationale monetaire en financiële systeem, zo merkt Boon op.

    sanderboonHet verkopen van de Nederlandse goudvoorraad vindt Sander Boon uiterst onverstandig. Tegen de huidige goudprijs zou onze goudreserve maar €22 miljard opleveren en dat is met een staatsschuld van ongeveer €480 miljard slechts een druppel op een gloeiende plaat. Ook is het maar een schijntje in verhouding tot de paar honderd miljard aan impliciete garanties die we bijvoorbeeld hebben gegeven aan Griekenland.

    Goud kopen?

    De Nederlandsche Bank moet volgens politicoloog Boon eigenlijk juist goud kopen, maar hij is zich ervan bewust dat politiek zeer gevoelig ligt. “Dat zou een soort motie van wantrouwen zijn ten aanzien van het huidige monetaire systeem. Nu is er nog vertrouwen in staatsobligaties als de belangrijkste monetaire reserve. Koop je goud, dan geef je daarmee in feite aan dat je daar niet veel vertrouwen meer hebt in staatsobligaties.”

    Meer informatie?

    Klik hier om het audiofragment met Sander Boon terug te luisteren. Hij komt aan het woord in de tweede helft van het programma, na een bespreking van het Oekraïne referendum. Sander Boon publiceerde in 2012 het boek ‘De Geldbubbel‘, dat nog altijd zeer actueel is. Hierin bespreekt hij de problematiek van ons huidige financiële systeem dat gebaseerd is op sparen in schulden.

    de-geldbubbel

    De Geldbubbel

  • Rusland blijft goud kopen: 21,7 ton in januari

    De centrale bank van Rusland heeft in januari weer veel goud uit de markt gehaald. In totaal kocht ze 700.000 troy ounce goud, dat is omgerekend een volume van 21,77 ton. Met deze aankoop stijgt de totale omvang van de goudvoorraad naar 1.437 ton. Uitgedrukt in dollars vertegenwoordigde het gele edelmetaal in januari 13,83% van de totale reserves van de Russische centrale bank.

    Putin-768652Januari was de veertigste maand op rij waarin Rusland edelmetaal aan haar reserves toevoegde. Het land staat volgens de cijfers van het IMF momenteel op de zesde plaats in de ranglijst van landen met de grootste goudreserves. In december voegde het land ook meer dan 21 ton goud aan haar reserves toe.

    “Centrale banken zien goud als een strategische asset en als middel om diversificatie toe te passen”, zo concludeert Vincent Kersten van Hollandgold. “Het feit dat centrale banken van grote landen als China en Rusland onafgebroken goud kopen zegt iets over het toenemende wantrouwen ten aanzien van het dollarsysteem.”

    rusland-goudvoorraad-goudwaarde-jan16

    Rusland blijft goud kopen

    rusland-goud-percentage-jan16

    Goud als percentage van totale reserves

    rusland-goud-kopen-jan16

    Totale reserves sinds 1996

  • Georgette Boele: “Trend goudmarkt fundamenteel gedraaid”

    Marketupdate interviewde analiste Georgette Boele van de ABN Amro naar aanleiding van haar nieuwe koersdoel voor goud. Hield ze begin december nog rekening met een verdere daling van de goudprijs naar $900, nu voorziet ze een stijging richting $1.300 per troy ounce tegen het einde van dit jaar. Marketupdate sprak met Georgette Boele over deze plotselinge koerswijziging en over de goudmarkt in het algemeen. Is dit het begin van een nieuwe bull market in goud? En waarom blijven centrale banken goud kopen?

    1. Waarom heeft u het koersdoel voor goud herzien?

    “Het komt wel vaker voor dat de goudprijs aan het begin van het jaar sterk stijgt, maar deze keer brak goud door het 200-daags gemiddelde en bleef de goudprijs op een hoger niveau. Deze ontwikkeling, gecombineerd met de verwachting dat de Federal Reserve de rente dit jaar waarschijnlijk niet zal verhogen en andere banken een agressiever monetair beleid zullen voeren, heeft mij doen besluiten het koersdoel voor goud te herzien naar $1.300 per troy ounce.”

    2. Is de stijging van de goudprijs tijdelijk of denkt u dat er een fundamentele verandering heeft plaatsgevonden in het sentiment ten aanzien van goud?

    “Ik denk dat de trend in de goudmarkt een fundamentele draai gemaakt heeft, die voor een groot gedeelte het gevolg is van de negatieve rente. Daardoor wordt goud – een belegging die geen rente oplevert – opeens een interessante belegging. We zien ook weer meer beleggers die vanwege de lage rente besluiten nu weer in goud te stappen. Technisch gezien is er overigens nog geen sprake van een kentering in de goudmarkt, die is er pas als de prijs van een troy ounce weer boven de $1.500 staat.

    We waren eind vorig jaar ook op een punt gekomen waarop de goudmijnsector amper het hoofd boven water kon houden. De mijnen zijn bezig met herstructureren, waardoor het aanbod van goud onder druk komt te staan. Deze ontwikkeling is ook positief voor goud.”

    3. Welke factoren zijn voor u het belangrijkste bij het bepalen van uw koersdoel voor goud?

    “Waar de goudmarkt tot 2003 vooral bepaald werd door vraag en aanbod van fysiek edelmetaal (goudbaren, munten en sieraden) wordt de markt sindsdien meer en meer bepaald door beleggers en speculanten die via een groot aanbod van producten in goud kunnen beleggen. De vraag naar goud als beleggingsobject (al dan niet via afgeleide beleggingsproducten) is heel sterk gestegen ten opzichte van 2000, terwijl de vraag naar sieraden is afgenomen.

    Wereldwijd zien we in de goudmarkt het marktaandeel van sieraden dalen, terwijl het marktaandeel van gouden munten en goudbaren juist toeneemt. Zelfs in China zien we deze verschuiving richting goud als beleggingsobject. We zien over het algemeen een opgaande trend in de vraag naar goud als belegging. Deze vraag is veel minder stabiel. Hierdoor heeft de vraag naar sieraden heeft dus veel minder invloed op de goudprijs dan de vraag naar goud als beleggingsobject.

    Omdat goud zich meer en meer als een financiële asset is gaan gedragen reageert de goudprijs vandaag de dag veel sterker op de ontwikkeling van de rente, dollar en onzekerheid in de financiële markten. Goud is zich meer gaan gedragen als een veilige haven voor beleggers, oftewel een risk-on asset.”

    4. Wat zijn de komende jaren de meest bepalende factoren voor de goudprijs?

    “Het belangrijkste is uiteindelijk wat de dollar gaat doen. De afgelopen jaren is de dollar sterk gestegen en stond de goudprijs onder druk. Het dieptepunt werd in december vorig jaar bereikt, toen de goudprijs met het vooruitzicht van een geleidelijke renteverhoging in de VS richting de $1.050 per troy ounce zakte.

    Momenteel zie ik weinig opwaarts potentieel voor de dollar. Over termijn is een daling van de munt waarschijnlijker. Dat is positief voor goud. Maar mijn verwachting is dat de Federal Reserve in 2017 de rente weer zal verhogen. Daarom heb ik het koersdoel voor goud voor volgend jaar op $1.300 per troy ounce laten staan.”

    5. Waarom kopen centrale banken de laatste jaren zoveel goud?

    “Centrale banken zoeken diversificatie en voegen daarom goud aan hun reserves toe. Maar ik zoek daar verder niet veel achter. Het goud vormt nog steeds maar een fractie van de totale reserves van centrale banken. Rusland koopt bijvoorbeeld goud op van de mijnen om de goudmijnsector van het land te ondersteunen.”

    6. Tot 1971 was goud het anker van het dollarsysteem. Verwacht u dat goud in de toekomst weer een grotere rol zal vervullen in het wereldwijde monetaire systeem?

    “Ik zie niet gebeuren dat landen op een gegeven moment weer zullen terugkeren naar een goudstandaard. Ook verwachting ik niet dat ze goud zullen gaan gebruiken voor internationale betalingen. China wil haar eigen munt promoten als alternatieve wereldmunt en heeft juist aansluiting gezocht bij de SDR.”

    7. Onlangs werd bekend dat Iran olie in euro’s wil verhandelen. Ook lezen we de laatste jaren steeds vaker berichten dat landen hun afhankelijkheid van de dollar willen verkleinen en in andere valuta willen handelen. Dat zou niet positief zijn voor de dollar en mogelijk dus positief voor goud. Hoe ziet u dat?

    “Het is niet voor het eerst dat ik zulke dingen lees. Let ook goed op de timing van dit soort nieuwsberichten. Ze komen vooral op momenten dat de dollar onder druk staat. Maar in de praktijk zien we juist dat het marktaandeel van de dollar in de wereldwijde valutareserves is toegenomen. Zowel in absolute als in relatieve zin. Het marktaandeel van de euro daarentegen daalde juist wat.”

    bloomberg-euro-share-forex-reserves

    Marktaandeel euro in totale valutareserves daalt (Bron: IMF, via Bloomberg)

    8. Denkt u dat de goudprijs gemanipuleerd wordt?

    “Het is opvallend dat vooral berichten over manipulatie van goud de gemoederen bezighouden. Ik lees deze berichten ook, maar ik hecht er eerlijk gezegd niet zoveel waarde aan. Het helpt mij niet in het formuleren van koersdoelen voor goud.

    Ik denk dat de grote hoeveelheid berichten over manipulatie van de goudprijs kenmerkend is voor de mensen die heilig in goud geloven en die het als volledig risicovrije belegging zien.”

    9. Vindt u dat spaarders er, gezien de lage rente, momenteel verstandig aan doen  fysiek goud te kopen?

    “Goud gedraagt zich als een risk-on asset en wordt door beleggers gezien als een aantrekkelijke investering tegenover andere beleggingen. Als je echt denkt dat het echt mis gaat met het financiële systeem, dan verdient fysiek goud de voorkeur boven afgeleide beleggingsproducten zoals ETF’s die een tegenpartij risico hebben. Mijn voorkeur gaat in dat geval uit naar gouden munten, omdat die makkelijk verhandelbaar zijn. Ook kunnen gouden munten in crisistijd tijdelijk als betaalmiddel gebruikt worden.”

    Boele-Georgette-350x350Georgette Boele is coördinator van valuta en edelmetalen strategie bij het Economisch Bureau van ABN AMRO. Boele heeft zelf geen posities in goud. Klik hier voor het laatste rapport van Georgette Boele.