Blog

  • ECB onthult nieuw €50 bankbiljet

    De ECB onthulde vandaag het nieuwe bankbiljet van 50 euro, het vierde biljet in de nieuwe ‘Europa’ serie. Deze nieuwe serie bankbiljetten hebben betere veiligheidskenmerken en zijn daardoor moeilijker te vervalsen. Eerder werden er al nieuwe biljetten van 5, 10 en 20 euro gelanceerd en op termijn zullen ook de briefjes van €100 en €200 een opfrisbeurt krijgen. ECB-bestuurslid Yves Mersch zei het volgende over de lancering van het nieuwe bankbiljet:

    “De introductie van het nieuwe €50 biljet maakt ons geld nog veiliger. De meest hoogwaardige veiligheidskenmerken helpen om ons geld te beschermen. Het is onderdeel van onze voortdurende inspanning om de euro te behouden als een stabiele munt. Een munt waar dagelijks 338 miljoen mensen in de hele Eurozone op vertrouwen. De geleidelijke invoering van nieuwe eurobiljetten met nieuwe en verbeterde veiligheidskenmerken onderstreept ook de toewijding van het Eurosysteem om contant geld te behouden als een vertrouwd en efficient betaalmiddel.”

    https://twitter.com/mauritskruithof/status/750299742702362625

    50 euro biljet

    Het bankbiljet van 50 euro is verreweg het meest gebruikte exemplaar, want ongeveer 45% van alle eurobiljetten in omloop is een briefje van €50. Er zijn meer biljetten van 50 euro in omloop dan alle briefjes van 20, 10 en 5 samen. Het nieuwe biljet van 50 euro is voorzien van een speciaal venster met het portret van Europa, een figuur uit de Griekse mythologie. Dit portret wordt zichtbaar op het moment dat het briefje tegen het licht wordt gehouden, net als bij het nieuwe €20 briefje.

    Ook heeft het nieuwe bankbiljet een ander type verf, waardoor het getal 50 bij een verandering van de kijkhoek van groen naar blauw verkleurt. Daarmee is het briefje makkelijk te onderscheiden van een vals exemplaar. Het duurt nog wel even voordat het nieuwe briefje van €50 uit de pinautomaat komt, want de lancering staat gepland op 4 april 2017.

    nieuwe-50-euro

    ECB onthult nieuwe 50 euro bankbiljet (Bron: ECB)

  • Ook Spaanse huizenmarkt geraakt door ‘Brexit’

    De Brexit heeft niet alleen gevolgen voor de economie van het Verenigd Koninkrijk, maar ook voor die van andere Europese landen. Bloomberg schrijft dat ook de Spaanse economie hard getroffen kan worden door de waardedaling van het Britse pond, omdat Britten met afstand de grootste buitenlandse investeerders zijn in het Spaanse vastgoed. Maar nu de pond minder waard is ten opzichte van de euro kunnen veel meer Britten zich deze luxe niet meer permitteren.

    Door de waardedaling van het Britse pond ten opzichte van de euro zijn de onderhoudskosten en hypotheeklasten sterk toegenomen. Voor hetzelfde huisje betalen de Britten momenteel 10 tot 15 vijftien procent meer dan voor de ‘Brexit’, terwijl ook de aanschaf van een tweede huisje in Spanje door de ongunstige wisselkoers flink duurder is geworden.

    De vrees is dat veel meer Britten zich geen vakantiehuisje in Spanje meer kunnen veroorloven en dat daarmee een belangrijke doelgroep verloren gaat. In de kustgebieden van Spanje kan de verkoop van woningen de komende achttien maanden tot 20% lager uitvallen, zo berekende Aura Real Estate Experts, een adviesbureau dat zich focust op de Spaanse vastgoedmarkt. Ongeveer één op de vijf woningen in Spanje die verkocht wordt aan een buitenlandse investeerder wordt verkocht aan iemand uit het Verenigd Koninkrijk. Dat marktaandeel is vergelijkbaar met dat van Frankrijk, Duitsland en België samen.

    britten-spanje-huizenmarkt

    Britten kopen meeste huizen in Spanje (Bron: Bloomberg)

    Vakantie in Spanje wordt duurder

    Door de devaluatie van het Britse pond stijgen niet alleen de kosten van het vakantiehuisje, maar ook van de vakantie zelf. Zo worden het huren van een auto, de boodschappen, de belastingen en de kosten voor gas, water en licht ook duurder, omdat deze met euro’s betaald moeten worden. Bloomberg schrijft over potentiële huizenkopers die vanwege de waardedaling van het Britse pond zijn gaan twijfelen over de aankoop van een huis in Spanje. Hogere onderhoudskosten en een veel hogere aankoopprijs maken deze investering opeens minder interessant.

    Spanje is de populairste Europese vakantiebestemming voor de Britten. Vorig jaar kwamen er ongeveer 16 miljoen toeristen uit het Verenigd Koninkrijk naar de Spaanse zon. Daarbij gaven ze in totaal €14,1 miljard uit, een stijging van tien procent ten opzichte van een jaar eerder. Door de waardedaling van de munt hebben Britten deze zomer minder euro’s te besteden en dat zal ook de toerismesector van Spanje wellicht gaan merken.

    spanish-real-estate

    Britten kunnen door waardedaling pond minder Spaans vastgoed kopen

  • Britse pond opnieuw onderuit

    De waarde van het Britse pond is dinsdag verder weggezakt tot iets meer dan $1,31, het laagste niveau in 31 jaar tijd. Valutahandelaren verkopen hun ponden omdat ze nieuwe monetaire stimulering van de Bank of England verwachten. Dinsdag maakte de centrale bank al bekend de kapitaaleisen voor banken te versoepelen, zodat zij makkelijker kredieten kunnen verlenen aan consumenten en bedrijven. Maar volgens analisten zal het daar niet bij blijven en zal de Bank of England op korte termijn meer ingrijpende maatregelen als een renteverlaging of een nieuw opkoopprogramma aankondigen.

    britse-pond-teaserHet Britse pond heeft door de ‘Brexit’ al meer dan tien procent van haar waarde verloren. Kijken we naar de ontwikkeling van de afgelopen honderd jaar, dan zien we dat de munt al veel van haar glans verloren heeft. Kreeg je in 1910 nog bijna vijf dollar voor een Britse pond, nu is dat niet veel meer dan een kwart daarvan. En het is nog erger als je bedenkt dat de Amerikaanse dollar sinds de oprichting van de Federal Reserve in 1913 al meer dan 95% van haar waarde verloren heeft.

    De val van het Britse pond is nog niet afgelopen, want verschillende analisten en banken voorzien een nog verdere daling van de munt. Zo verwacht HSBC op termijn een wisselkoers van $1,20, terwijl miljardair en valutaspeculant George Soros de munt naar $1,15 ziet dalen.

    britse-pond-daling

    Britse pond naar laagste niveau in 31 jaar (Bron: Bloomberg)

    Britse pond is wereldreservemunt in verval

    Het Britse pond is de afgelopen honderd jaar verschillende keren gedevalueerd. Na de Tweede Wereldoorlog was de munt sterk overgewaardeerd, waardoor in 1949 een devaluatie van 30% volgde. In 1967 werd de munt opnieuw gedevalueerd, toen vanwege een groot en structureel tekort op de betalingsbalans van het Verenigd Koninkrijk. In de jaren negentig viel het Britse pond uit het Europese wisselkoersmechanisme, de voorbereidende fase voor de invoering van de euro. De Bank of England kon de koppeling aan de sterke Duitse mark niet vasthouden, waardoor het Britse pond opnieuw gedevalueerd moest worden.

    britse-pond-100jaar

    Honderd jaar devaluaties van Britse pond (Bron: Bloomberg)

    Het Britse pond geldt nu nog als een belangrijke wereldreservemunt, maar die rol komt door de Brexit verder onder druk te staan. Het Britse pond is samen met de dollar, euro en Japanse yen vertegenwoordigd in het valutamandje van de SDR. Een handelsmunt die verder in waarde daalt is minder interessant om te gebruiken voor het handelsverkeer en is ook minder aantrekkelijk om aan te houden als reserve. Leveranciers die goederen naar het Verenigd Koninkrijk exporteren zullen daarom eerder vragen om betaling in een andere valuta, zoals de euro of de dollar. Zo kan een land als Iran voortaan euro’s gaan vragen voor de export van olie naar het Verenigd Koninkrijk.




    Betalingsbalans

    Net als in 1967 heeft het verenigd Koninkrijk de laatste jaren te maken met een structureel en oplopend tekort op de betalingsbalans. Bij een zwakkere munt zal dat tekort alleen maar verder oplopen, omdat de economie van het land sterk leunt op dienstverlening en een grote financiële sector. De industrie, die zou kunnen profiteren van een zwakkere pond, is zeer beperkt aanwezig in het Verenigd Koninkrijk. Een aanhoudend tekort op de betalingsbalans zorgt voor een hogere inflatie en een daling van de koopkracht van de Britse bevolking. Dat kan het land in een nieuwe economische crisis storten. "Iedere stimulering van het concurrentievermogen op de korte termijn wordt meer dan evenredig teniet gedaan door andere negatieve factoren, zoals minder investeringen. Het verlaten van de EU heeft zowel op de korte als de lange termijn een negatieve impact op de economie van het Verenigd Koninkrijk", zo verklaarde Simon Wren-Lewis, professor economisch beleid aan de Universiteit van Oxford, tegenover Bloomberg.

    united-kingdom-current-account

    Daling Britse pond zal betalingsbalans verder doen verslechteren (Bron: Trading Economics)

  • Poetin: “Geen reden voor nieuwe Koude Oorlog”

    Zijn we in een nieuwe Koude Oorlog tussen ‘het Westen’ en Rusland terechtgekomen? Die vraag kreeg Poetin tijdens het St. Petersburg International Economic Forum 2016. In zijn antwoord legt de president van Rusland de verbanden tussen de NAVO, het Amerikaanse raketschild en de oorlog in Oekraïne.

    Volgens Poetin heeft het Westen een grote rol gespeeld in het aanjagen van conflicten en terrorisme in de wereld, van de door Al-Qaida gesteunde rebellen in de Kaukasus tot de bloedige staatsgreep in Oekraïne en de volledige chaos die ontstaan is door de ‘Arabische Lente’. Lees hieronder de volledige vertaling.

    President Poetin, ik heb een simpele vraag voor u. Sinds 2014 zijn er door de Verenigde Staten en de EU sancties opgelegd aan Rusland. Deze week kondigde de NAVO aan verder naar het oosten te bewegen. Rusland heeft dit beantwoord door een versterking van haar defensie aan te kondigen. Is dit het begin van een nieuwe Koude Oorlog? Misschien in mindere mate dan de vorige, maar desondanks… Is het Rusland tegen het Westen?

    Ik denk liever niet in termen van een nieuwe Koude Oorlog. Niemand wil dit, wij willen dit zeker niet. Er is geen reden voor. Ongeacht hoe de relatie er van buiten uit mag zien, het is niet logisch voor een confrontatie op wereldwijde schaal. Dus, wat is precies het probleem? Ik zal het je vertellen, en daarbij zal ik een beetje verder teruggaan in de geschiedenis. Na de val van de Sovjet-Unie dachten we allemaal dat de wereld een tijdperk tegemoet zouden gaan van vrede en vertrouwen in elkaar.

    poetin-spief2016Kort daarna kwam Rusland in economische, sociale en interne politieke moeilijkheden. We kregen te maken met separatisme, radicalisme en de agressie van internationaal terrorisme. In onze Kaukasus regio waren strijders actief die het Al-Qaida netwerk vertegenwoordigden. Dit wordt nu als een feit erkend en er is niemand die dit gegeven nog bestrijdt. We hadden gehoopt dat het Westen ons zou helpen, maar wat we ontdekten was compleet het tegenovergestelde. Het Westen bleek de separatisten in Rusland te steunen! Ze zeiden tegen ons: “We erkennen de separatisten niet op een hoger niveau, maar meer op een technisch niveau”. Nou, bedankt daarvoor!

    Maar wie gaf ze steun? De financiële en bestuurlijke steun die ze kregen? Denk je dat we dat niet weten? Heel goed zelfs… Toen we deze bedreiging hadden verslagen, door de hel waren gegaan en weer waren teruggekomen, kwamen we het volgende probleem tegemoet.

    Over het raketschild en de NAVO

    De Sovjet-Unie verdween, het Warschaupact hield op te bestaan. Waarom moest de NAVO dan voortdurend steeds dichter bij de grens van de Russische federatie komen? Het is niet alsof de vermeende dreiging pas recent verdwenen is… Van de een op andere dag hoorde ik dat Montenegro bij de NAVO zou komen. Wie bedreigt de veiligheid van Montenegro? De VS geeft er werkelijk helemaal niets om hoe wij deze ontwikkeling ervaren. In alles, niet alleen in het geval van Montenegro. Ik heb het dan ook over het zeer grote probleem van de eenzijdige opzegging van het Anti Ballistic Missile verdrag [1] door de Verenigde Staten.

    Twee regio’s werden in overweging genomen tijdens dit pact, de Russische hoofdstad Moskou en het gebied van het Amerikaanse raketschild. Waar kwam dit verdrag uit voort? Uit de noodzaak om een strategische machtsbalans tussen de twee landen veilig te stellen. Maar nee, vanuit een eenzijdig initiatief trokken zij zich simpel terug van deze overeenkomst. Ze zeiden: “Dit is niet tegen jullie, en als jullie een eigen nucleair arsenaal willen opbouwen, dan gaan wij er ook van uit dat dit niet tegen ons is.”




    Weet je waarom ze dit zeiden? Het is heel simpel. Ze hebben geen seconde gedacht dat Rusland, dat rond het jaar 2000 nog ten onder leek te gaan aan interne verdeeldheid en dat uit elkaar getrokken leek te worden door terrorisme [2], in staat zou zijn haar militaire macht weer opnieuw op te bouwen. Ze gingen er niet alleen van uit dat wij niets nieuws meer zouden uitvinden, ze dachten zelfs dat de technologieën die we hadden overgehouden uit het tijdperk van de USSR overbodig zouden worden. Ze dachten dat ze gewoon door konden gaan met de ontwikkeling van hun eigen systemen, terwijl die van ons door het verstrijken van tijd simpelweg uit elkaar zouden vallen. Wat was het excuus voor de aanhoudende ontwikkeling van nucleaire wapens? De 'Iraanse nucleaire dreiging'. Waar is die dreiging vandaag de dag in hemelsnaam? Ik zie hem niet, maar het 'project' gaat maar door. De ene stap na de andere, totdat ze steun begonnen te verlenen aan de 'Arabische Lente'. Ze waren er er lyrisch over. Hoeveel positieve beoordelingen hebben we wel niet gelezen over wat er gaande was in het Midden-Oosten? Maar waar heeft het toe geleid...? Chaos! Begrijp me niet verkeerd, ik zit hier niet om jullie de schuld te geven. Ik probeer alleen te zeggen dat als jullie doorgaan met deze eenzijdige acties en jullie niet verder zoeken naar compromissen op een aantal gevoelige onderwerpen, dat een verschrikkelijke uitkomst dan onvermijdelijk is.

    Over Oekraïne en de Krim

    Aan de andere kant, als we nou gewoon proberen naar elkaar te luisteren en een balans proberen te vinden, dan kunnen we dit vermijden. Is dit een moeilijk proces? Ja natuurlijk! In staat zijn samen tot een overeenkomst te komen is de enige manier die kan leiden tot rationele keuzes. Ik denk dat als we dat niveau van samenwerking kunnen bereiken, dat niemand het dan nog in zijn hoofd haalt om te praten over een nieuwe Koude Oorlog. Na de Arabische Lente kwamen ze steeds dichter bij onze grens. Waarom moesten jullie de staatsgreep in Kiev financieren? Natuurlijk, de interne politieke situatie was niet eenvoudig en mijn inschatting is dat de oppositie die toen actief was via een democratische wijze aan de macht had kunnen komen, dat wil zeggen als de bevolking dat zou willen. En dat is het, we zouden met ze samen kunnen werken op dezelfde manier waarop we met de vorige president samenwerkten. Maar nee, jullie moesten zover gaan dat het een zeer bloedig conflict werd, een burgeroorlog. Jullie moesten zo nodig de Russisch sprekende bevolking in het zuidoosten van Oekraine en in de Krim bang maken. Waarom deden jullie dit? We hadden hierna geen enkele andere optie meer dan om maatregelen te nemen, om bepaalde bevolkingsgroepen te beschermen. Jullie gingen ondertussen door met het aanjagen van de anti-Russische retoriek in Oekraine. Weet je, naar mijn oordeel is dit allemaal begonnen om het bestaansrecht van de NAVO te rechtvaardigen. Jullie hadden een externe dreiging nodig, want wat was anders nog het doel geweest? Er is geen Warschaupact en er is geen Sovjet-Unie. Dus waar zijn jullie bang voor? Als dit de logica is waarmee we werken - elkaar bang maken - dan komt er inderdaad een nieuwe Koude Oorlog. Maar onze logica is anders dan die van jullie. Wij streven naar samenwerking met jullie en naar het bereiken van een compromis. Toelichting:
    1. Het Anti Ballistic Missile verdrag werd in 1972 ondertekend door de VS en de USSR om de nucleaire wapens aan banden te leggen. President George Bush trok zich daar in 2001 uit terug].
    2. Terrorisme dat direct of indirect gesteund werd door de Verenigde Staten en Saudi-Arabië.

  • Italiaanse bankencrisis dreigt

    De ene crisis is nog niet voorbij of de volgende staat alweer voor de deur. Schreef ik een week geleden nog over de ‘Brexit’, nu zijn het de Italiaanse banken die onder vuur liggen. Sinds het begin van dit jaar zijn de bankaandelen in Italië in waarde gehalveerd, terwijl Europese banken gemiddeld ‘slechts’ eenderde van hun beurswaarde zagen verdampen.

    Beleggers zetten vraagtekens bij de solvabiliteit van de Italiaanse bankensector vanwege het grote aantal slechte leningen op de balans, naar schatting €360 miljard. Men spreekt van een slechte lening als er een betalingsachterstand is opgebouwd van meer dan negentig dagen.

    Bail-in

    Moeten de banken verlies nemen op deze slechte leningen, dan betekent dat een grote aanslag op hun eigen vermogen. In dat geval moeten de banken geherkapitaliseerd worden via de omstreden bail-in methode, waarbij bankobligaties en spaartegoeden boven de €100.000 gedeeltelijk waardeloos worden.

    U kunt zich voorstellen dat dit heel veel onzekerheid met zich meebrengt voor de Italiaanse spaarders. Zij zullen proberen hun geld van de bank te halen of weg te sluizen naar een buitenlandse bankrekening. Dat zijn toestanden die we eerder al gezien hebben in Cyprus en Griekenland, met als verschil dat de Italiaanse economie vele malen groter is…

    Reddingsplan

    De Italiaanse regering werkt al aan een reddingsprogramma ter waarde van €40 miljard en vandaag werd bekend dat de overheid voor maximaal €150 miljard aan garanties zal verstrekken aan de bankensector. Het zou wel eens een spannende zomer kunnen worden…

    Sander Noordhof

    gs-logo-breed

    Deze column van Sander Noordhof verscheen afgelopen vrijdag in de nieuwsbrief van GoudstandaardGoudstandaard is gespecialiseerd in de verkoop en opslag van fysiek edelmetaal.

  • Zilverprijs weer boven €600 per kilo

    De zilverprijs schoot maandagochtend omhoog tot bijna €610 per kilogram, dat is het hoogste niveau sinds april 2013. Daarmee zet zilver de positieve trend van de afgelopen week door, toen de prijs met tien procent omhoog ging. Afgelopen vrijdag ging de prijs al met 4,4% omhoog en op het moment van schrijven staat de koers opnieuw meer dan 5% hoger op €591 per kilogram. De prijs van zilver is sinds het begin van dit jaar al met meer dan 7% gestegen, terwijl goud voor dit jaar op een rendement van 23% staat.

    silver-bullion-1Beleggers en spaarders ontdekken goud en zilver als alternatieve manier om vermogen aan te houden. Door de extreem lage rente levert spaargeld bijna niets meer op, terwijl de financiële crisis ons geleerd heeft dat ook banken om kunnen vallen. Sinds het begin van dit jaar gelden er in heel Europa nieuwe bail-in regels, waardoor vermogende spaarders en obligatiehouders een groot deel van hun vermogen kwijt kunnen raken als hun bank omvalt. Fysiek edelmetaal is een tastbare bezitting zonder tegenpartij risico, met als nadeel dat de prijs soms zeer volatiel is.

    Zilverprijs

    De zilverprijs zakte eind vorig jaar nog even onder de €400 per kilogram, dat was het laagste niveau in vijf jaar tijd. In maart was de prijs alweer wat gestegen, maar stond deze op het laagste niveau ten opzichte van goud sinds 2008. Kreeg je toen nog 82 troy ounce zilver voor één troy ounce goud, op het moment van schrijven is dat nog maar 66 troy ounce.

    Een prijsstijging als deze hebben we sinds augustus 2012 niet meer gezien, toen zilver over een periode van drie weken bijna 20% meer waard werd. In april 2011 bereikte zilver een record van meer dan €1.000 per kilogram.

    zilverprijs-euro-kilo-record

    Zilverprijs naar hoogste niveau sinds 2013 (Grafiek van Goudstandaard)

  • Credit Suisse: Goudprijs gaat naar $1.500

    In navolging op de ABN Amro, Goldman Sachs en JP Morgan heeft nu ook Credit Suisse haar koersdoel voor het edelmetaal verhoogd. In hun nieuwste kwartaalrapport over grondstoffen en valuta schrijven analisten van de Zwitserse bank dat de goudprijs nog eind dit jaar of begin volgend jaar de $1.500 per troy ounce kan bereiken. Dat is een stijging van meer dan tien procent ten opzichte de koers van $1.350 op het moment van schrijven.

    credit-suisseCredit Suisse voorziet een hogere goudprijs vanwege de Brexit, omdat daarmee de kans op extra stimulering door centrale banken is toegenomen. Een negatieve reële rente in de Verenigde Staten en de mogelijkheid van meer monetaire verruiming in de Eurozone zijn voor analisten van Credit Suisse de voornaamste reden om positief te zijn over edelmetalen. Onzekerheid over de macro-economische vooruitzichten, de verkiezingen in de Verenigde Staten in november en de toegenomen geopolitieke risico’s werken op dit moment volgens Credit Suisse ook in het voordeel van goud en zilver.

    Meer vraag naar munten en baren

    De analisten van de Zwitserse bank voorzien voor dit jaar en volgend jaar een toenemende vraag naar fysieke edelmetalen zoals gouden munten en goudbaren. Ook zullen de goud ETF’s – die als aandelen verhandeld worden op de beurs – profiteren van een vlucht richting veilige havens. Terwijl de vraag naar goud zal toenemen verwacht Credit Suisse de komende tijd juist een daling van de goudmijnproductie. Dat zal de markt verder onder druk zetten.

    Niet alleen goud profiteert van een vlucht van vermogen richting tastbare bezittingen, maar ook zilver. De zilverprijs is dit jaar nog harder gestegen en veel spaarders en beleggers ontdekken dat zilveren munten kopen een alternatief kan zijn voor spaargeld op een bankrekening. Spaarders en beleggers die twijfels hebben over de stabiliteit van het geldsysteem en de bankensector zien in zilver een veilige haven. Voor de lange termijn verhoogde Credit Suisse haar koersdoel voor dit edelmetaal van $17,90 naar $20 per troy ounce.

    credit-suisse-forecast-jul16

    Credit Suisse verwacht stijging goudprijs naar $1.500 per troy ounce

    Vooruitzicht goudprijs

    “We voorzien een lange periode van negatieve reële rente in de VS en in andere landen en aanhoudende goudaankopen door centrale banken en consumenten”, zo lezen we in het rapport. Credit Suisse heeft haar koersdoel voor goud voor de tweede helft van dit jaar met 8% verhoogd naar $1.413 per troy ounce, terwijl hun verwachting voor de goudprijs in 2017 met 10% verhoogd is naar $1.450 per troy ounce. De verwachting voor de zilverprijs voor de tweede helft van dit jaar is met 12% verhoogd naar $18,75 per troy ounce. Het koersdoel voor volgend jaar werd zelfs met 15% naar boven bijgesteld tot $19,03 per troy ounce.

    Het rapport van Credit Suisse lijkt al te zijn ingehaald door de realiteit, want de zilverprijs schoot maandag omhoog tot boven de $20 per troy ounce. De laatste keer dat zilver boven de $20 stond was in juli 2014. Opvallend is dat banken ook steeds positief worden als goud al enige tijd gestegen is en dat ze juist negatief worden na een prijsdaling. In dat opzicht zijn ook banken meer trendvolgers dan trendspotters.

    gs-logo-breed

    Deze bijdrage wordt u aangeboden door Goudstandaard, gespecialiseerd in verkoop en opslag van edelmetalen

  • Boekbespreking: 100 % Hernieuwbare energie, het kan

    Nu ook wij, Nederlanders, dikwijls worden getroffen door heftig weer en de bijbehorende wateroverlast, wordt voor velen zichtbaar dat het klimaatprobleem inderdaad een probleem is. Als de overlast zich aandient, zijn de primaire reacties gericht op het vinden van praktische oplossingen, zoals nu voor al dat water. Opnieuw manifesteert zich de vindingrijkheid van al die mensen die met weer en water al langer van doen hebben. De oplossingen vliegen ons om de oren: verhoog de dijken, haal tegels uit de tuin, maak sloten schoon, verhoog dorpels, creëer wateropslagplaatsen, denk eens aan een regenton, om maar eens wat te noemen.

    our-renewable-future-coverAllemaal mooi en aardig. Tegelijkertijd gaan steeds meer stemmen op om nu eens serieus te beginnen met de aanpak van het klimaatprobleem. Het valt op dat de weervrouwen en -mannen van de verschillende tv-nieuwsrubrieken die link leggen en er regelmatig op wijzen dat onze nabije toekomst wat weer aangaat nog heftiger, en natter en droger gaat worden. Althans, bij ongewijzigd beleid, zou ik zeggen. Want wat steeds ook duidelijker wordt is dat zo’n ongrijpbaar lijkend probleem als de temperatuurstijging inderdaad aan te pakken en dus ook maakbaar is. Terecht is dat op de grote klimaatconferentie in Parijs nog eens bevestigd, de doem van een opwarming boven de 2 graden is vermijdbaar. Als wij maar de nodige maatregelen nemen.

    Onder de twee graden temperatuurstijging

    En als het daarom gaat, dus om die maatregelen, is er een prima presentatie verschenen van alles wat ons te doen staat of zou kunnen worden gedaan. Deze is samengesteld door Richard Heinberg en David Fridley, getiteld: Our Renewable Future – Laying the Path for One Hundred Percent Clean Energy (Washington DC, Island Press 2016). In dit boek stellen zij zich de vraag of en hoe op afzienbare termijn een transitie kan plaatsvinden richting een wereldsamenleving gevoed door volledig hernieuwbare energie, dusdanig dat een stijging van de gemiddelde temperatuur boven de 2 graden wordt voorkomen. Hun mijns inziens belangrijkste conclusie is dat dat niet kan zonder diepgaande wijzigingen in de manier waarop de samenleving economisch functioneert. Het zal gaan om meer dan het vervangen van op fossielen gebaseerde energie door hernieuwbare bronnen, de samenleving zal moeten veranderen.

    Hun vertrekpunt en de omvang van de taakstelling wordt geïllustreerd door de volgende grafiek. Die laat zien dat de fossiele energiebronnen (kolen, olie, gas) de energievoorziening nog steeds zwaar domineren.

    renewable-energy

    Afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is nog steeds groot

    Naar landen en groepen van landen uitgesplitst blijkt dat eigenlijk maar één land de taakstelling van volledig hernieuwbare energie haalt, althans als het gaat om de elektriciteitsvoorziening, namelijk Noorwegen. Daar wordt 98% van de gebruikte elektriciteit gehaald uit hernieuwbare bronnen. De wereld als geheel zit op 22,5%, de Europese Unie op 28%. En opnieuw blijkt dat Nederland het slecht doet, zo’n 12%, zelfs slechter dan landen als China, Rusland en de VS. Zie de tweede grafiek.

    minder-vraag-energie

    Welke landen hebben de meest duurzame energievoorziening?

    Minder vraag naar energie

    Hoe ziet die taakstelling eruit? Wat moet er concreet gebeuren? Een belangrijk punt is dat het onmogelijk wordt om het huidige en op dit moment verwachte toekomstige energieverbruik volledig hernieuwbaar te maken. Dat is volgens de auteurs onmogelijk. Tegelijkertijd blijft hun uitgangspunt dat alle fossiele energie uitgebannen moet worden. Dat overigens niet alleen vanwege klimaat gerelateerde overwegingen, ook omdat het kostbaarder wordt om fossiele bronnen aan te boren: die zijn van slechtere kwaliteit en bovendien moeilijker toegankelijk, zie bijvoorbeeld schaliegas en olie uit teerzanden, of wingebieden dicht bij de Noordpool. Fossiele brandstoffen worden domweg te duur.

    Hun conclusie is dat de doelstelling van 100% slechts gehaald kan worden als de totale vraag naar energie vermindert. En daarmee komen zij op een van de meest gevoelige economische onderwerpen. Immers, op dit moment heerst de gedachte dat mensen en bedrijven en overheden meer moeten gaan consumeren, anders stokt de economische groei. Dat kan niet meer, aldus de auteurs, wil de mensheid overleven. Er zal wat de consumptie betreft gekrompen moeten worden. In dit verband verwijzen zij naar de Degrowth discussie, zie mijn bespreking van het boek Ontgroei.




    Een andere samenleving

    Dit is maar één van de vele voorbeelden die de auteurs aandragen om hun argument te ondersteunen dat vergroening een andere samenleving veronderstelt. Bijvoorbeeld is tekenend voor hun opvatting dat de op dit moment dominerende manier van berekenen van de afschrijving van producten (inclusief gebouwen en installaties) moet worden losgelaten. Afschrijvingen worden nu bepaald op gronden van economische verdienbaarheid, of door iets subjectiefs als modegevoeligheid. Maar meestal kunnen die producten technisch gezien veel langer mee, en dat zal vanaf nu ook moeten, is hun betoog. Het doet denken aan het onderzoek dat hierover sinds jaar en dag wordt verricht door de hier in Nederland nauwelijks, maar in Latijns Amerika breed, bekende onderzoeker Wim Dierckxsens die de onoplosbaarheid van de kapitalistische crisis mede uit het conflict tussen technische en ‘economische’ afschrijving verklaart. Een ander voorbeeld is dat zij bepleiten om de winning en aanwending van de fossiele energiebronnen niet aan de markt over te laten. Nog één voorbeeld uit de vele door hen genoemde: mobiliteit zal flink moeten worden ingeperkt, o.a. omdat met name het luchtvervoer niet echt te vergroenen is. Luchtvaart zal dan ook slechts mogen plaatsvinden als dat strikt noodzakelijk is. Dat doet denken aan al die toeristische reizen naar verre landen die voor Nederlanders heel gewoon zijn geworden. Dat kan dus niet meer. Heinberg en Fridley vatten op dit punt hun betoog samen met de constatering: "Rather than a consumer economy, this will be a conserver economy". Zij bepleiten ook een hernieuwde discussie over bevolkingsgroei. Population growth makes everything harder is hun constatering. Hoe dat aan te pakken? Het gaat volgens hen om een drastische keuze. Laten wij het aan de natuur over om met overbevolking af te rekenen? Of kiezen wij voor een humane strategie waaronder het bevorderen van family planning, overtuigingswerk, het verhogen van het onderwijsniveau van vrouwen, en volledige controle van vrouwen over hun reproductieve rechten. Mij valt daarbij op dat zij het meest effectieve middel voor geboortebeperking niet noemen, namelijk het verhogen van het welzijn en de sociale zekerheid van de armen.

    Deglobalisering

    Hoe dat andere economische denken in meer abstracte termen eruit zou moeten zien, dat wordt door hen niet verder uitgewerkt. Maar al lezende blijkt dat denken steeds duidelijker en onvermijdelijk, en komt overeen met het denken van auteurs uit o.a. het al eerder genoemde Degrowth circuit. Daarbij zitten ook elementen van deglobalisering en regionalisering. Veel producties zullen weer teruggehaald moeten worden naar de lokale of regionale eenheden. Dat doet denken aan de campagnes van Milieudefensie in Nederland om veeteelt te regionaliseren. Dat betekent o.a. dat dan geen veevoer meer geïmporteerd zal worden uit Latijns-Amerika en andere landen overzee, en dat melk en andere producten worden afgezet in de eigen regio. Alles bijeen genomen betekent hun programma, want zo kun je dat wel noemen, dat er nu echt beleid ontwikkeld moeten worden met een beperkende en bepalende overheid. Hoe die overheid er dan uit moet zien, en hoe dat te verbinden aan principes als democratie, particuliere eigendom en vrijheid van ondernemen, dat wordt door hen niet verder uitgewerkt.

    The “Easy” Stuff

    Dat maakt dit boek niet minder nuttig. De meest interessante bijdrage wordt geleverd door een originele manier van structurering van de te ontwikkelen beleidslijnen en te nemen maatregelen. Zij onderscheiden drie niveaus van aanpak. Het eerste niveau noemen zij The “Easy” Stuff, het laaghangend fruit zouden wij zeggen. Daaronder valt de elektrificatie van de samenleving. Want de hernieuwbare energiebronnen brengen alleen elektriciteit voort. Zij noemen als voorbeelden: de verwarming van gebouwen, dus niet meer op basis van olie, gas en kolen, en de volledige overgang op elektrische vervoermiddelen. Ook moet gekeken worden naar een zo efficiënt mogelijk gebruik van elektriciteit. Slechts 20% van op dit moment gebruikte energie is in de vorm van elektriciteit. Dus moet 80% vervangen worden door elektriciteit. Veel kan gerealiseerd worden door de landbouw en veeteelt volledig biologisch te maken. Hun standpunt wordt ondersteund door recent onderzoek dat laat zien dat biologische landbouw effectiever is dan de gangbare, zeker als alle kosten en opbrengsten worden meegerekend. En ook dat die biologische aanpak in staat is de wereldbevolking te voeden. Terzijde, mij valt op dat in Nederland de inkomens van veel agrariërs sterk onder druk staan, maar dat de biologische boeren juist meer zijn gaan verdienen. Bovendien gaat door de gangbare landbouw de kwaliteit van de grond achteruit, in tegenstelling tot de biologische aanpak. Heinberg en Fridley schatten dat als op al deze “easy” gebieden serieus beleid wordt gevoerd de koolstof emissies in tien à twintig jaar met minstens 40 % kunnen worden teruggebracht. Misschien een nogal optimistische inschatting, zo “easy” zijn de voorgestelde maatregelen niet.

    The Harder Stuff

    Het tweede niveau wordt door hen The Harder Stuff genoemd. Dat omvat allerlei maatregelen die nog dieper zullen ingrijpen in ons doen en laten. Bijvoorbeeld: drastisch terugbrengen van het autogebruik, meer en beter openbaar vervoer en meer fietsen en lopen, verdichting van de bebouwing van steden en voorsteden waardoor de behoefte aan vervoer afneemt; ontwikkeling van opslagmogelijkheden van energie; en vrachtvervoer via railverbindingen. Ook zal het nodig zijn dat het gebruik van energie meer zal plaatsvinden op momenten van zon en wind. Scheepvaart kan meer gebruik maken van zeilen. En zeker ook zal het gebruik van fossiele bronnen, voornamelijk olie, voor de productie van plastics en andere artikelen (als verf, asfalt, smeerolie) moeten worden verminderd via hergebruik en consuminderen. En als dan tegelijkertijd flink geïnvesteerd wordt in zonnepanelen en windmolens, dan kan de uitstoot van CO2 verminderd worden met wel 80%.

    The Really Hard Stuff

    En dan The Really Hard Stuff. Want er moet nog zo’n 20 % van het huidige gebruik van fossiele bronnen vervangen worden door hernieuwbare bronnen. Dat zal nog meer tijd, onderzoek en investeringen vergen. En ook gedragswijzigingen. De productie van beton, bijvoorbeeld zal nu geheel met elektrische energie moeten plaatsvinden. Dat vereist een andere manier van produceren. En de stopzetting van gebruik van fossiele brandstoffen in de landbouw betekent een drastische verandering van de wijze van voortbrenging, verpakking en transport. Het zal gaan om omvangrijke investeringen. Wie moet dat betalen? Zij verwijzen naar het principe van de Greenhouse Development Rights. Enerzijds op grond van de hoofdelijke bijdragen aan de opwarming tot nu toe van landen: Hoe hoger die bijdragen, des te meer betalen per hoofd van de bevolking. Anderzijds op grond van de capacity to act: Wie kan betalen. Dat het niet gemakkelijk is om op deze gronden te komen tot een duidelijke verdeling van de financiële verplichtingen is tijdens de conferentie van Parijs opnieuw gebleken. Overigens, als het gaat om de eerste grond, dus de historische bijdrage per capita van landen aan de opwarming van de aarde, dan is de derde grafiek illustratief. Volgens deze gegevens heeft het Verenigd Koninkrijk per hoofd van de bevolking de zwaarste bijdrage aan de opwarming geleverd en moet dus ook de relatief grootste financiële bijdrage leveren. India daarentegen de laagste, zij het dat India volgens deze redenering en vanwege de grote bevolkingsomvang in absolute zin misschien wel een financiële bijdrage moet leveren vergelijkbaar met het VK. Naast deze op landen gebaseerde verdeling van de lasten bepleiten Heinberg en Fridley ook om binnen landen een verdeling toe te passen op grond van inkomen en vermogen. De rijken van deze wereld dragen door hun levensstijl en energieverbruik immers meer bij aan de opwarming dan de armen.

    opwarming-aarde

    Welke landen leveren de grootste bijdrage aan klimaatverandering?

    Realistisch?

    De taken zijn enorm, de implicaties verstrekkend voor onze manieren van leven. Is er enige kans dit allemaal te realiseren? Terecht wijzen Heinberg en Fridley er op dat je kunt discussiëren over de realiseerbaarheid van onderdelen van hun programma. Maar hun pleidooi is vooral om nu eindelijk realistisch te worden en onder ogen te zien dat de mensheid linksom of rechtsom voor diepgaande veranderingen staat, veranderingen die alleen maar door diezelfde mensheid tot stand kunnen worden gebracht. Het is te doen, willen zij zeggen, het ontbreekt slechts aan de wil en de macht om eindelijk een serieus begin te maken. Lou Keune Heinberg is in Nederland bekend geworden door zijn boek Einde aan de groei - Ons aanpassen aan de nieuwe economische realiteit, zie mijn bespreking https://www.globalinfo.nl/Recensies-enzo/richard-heinberg-einde-aan-de-groei 

  • Beste halfjaar voor goud sinds 1974

    Goud heeft de afgelopen veertig jaar tijd niet meer zo’n sterk half jaar gehad als in de eerste helft van dit jaar, zo schrijft Bloomberg. Het edelmetaal wint aan populariteit bij zowel spaarders als beleggers vanwege de toenemende volatiliteit op de aandelenmarkt, een dalende rente en de verwachting van meer monetaire stimulering door centrale banken.

    Een opeenvolging van factoren gaf de goudprijs vleugels, want het edelmetaal werd in de eerste zes maanden van dit jaar 24% meer waard. Het beste half jaar voor goud sinds 1974 ging gepaard met een stormloop op gouden munten en goudbaren, maar ook met een grote instroom van speculatief geld richting goudgerelateerde beleggingen zoals goud-ETF’s en goudmijnaandelen.

    “Bij steeds meer mensen groeit het besef dat een nieuwe financiële crisis dichterbij komt. Naast bestaande klanten krijgen we de laatste weken ook veel nieuwe klanten die voor het eerst goud kopen”, zo verklaarde Menno Brandsma van Hollandgold tegenover Marketupdate.

    comex-goldtrade-bbg

    Op de Comex werd in de eerste helft van dit jaar een recordvolume aan goud verhandeld (Bron: Bloomberg)

    Goud wint aan populariteit

    De wereldwijde voorraad van goud-ETF’s groeide dit jaar met meer dan 30% naar een totaal van 1.947,9 ton, het grootste volume sinds september 2013. Ook werd er veel gehandeld in ‘papiergoud’. Zo registreerde de Comex, het grootste handelsplatform voor goudcontracten, in één kwartaal een recordhoeveelheid van 28,7 miljoen verhandelde contracten. Aandelen van goudmijnen gingen de eerste helft van dit jaar gemiddeld met meer dan 60% omhoog, terwijl sommige goudmijnaandelen dit jaar al in prijs verdubbeld zijn.

    De hoogste goudkoers in de eerste helft van dit jaar werd bereikt op 24 juni, de dag na het Britse referendum. De prijs van een kilo goud steeg toen voor het eerst in meer dan drie jaar tijd tot boven de €39.000 per kilogram. De goudprijs in euro’s bereikte in oktober 2012 een all-time high van ruim €44.000 per kilogram.

    Wilt u meer weten over beleggen in goud? Lees dan ook dit artikel.

  • Italië geeft €150 miljard garanties aan banken

    De Europese Commissie heeft de Italiaanse regering goedkeuring gegeven om de bankensector van het land te ondersteunen. De regering stelt maximaal €150 miljard aan garanties beschikbaar, zodat banken gemakkelijker aan hun kortlopende verplichtingen kunnen voldoen.

    Deze liquiditeitssteun wordt volgens een woordvoerder van de Europese Commissie alleen verstrekt aan banken met een gezonde solvabiliteitspositie. Italiaanse banken kunnen tot het einde van dit jaar aanspraak maken op het garantiefonds van €150 miljard.

    De regering van Italië probeert met deze ingreep de zorgen bij aandeelhouders en obligatiehouders weg te nemen en een bankrun te voorkomen, zo schrijft de Wall Street Journal. Italiaanse bankaandelen zijn dit jaar gemiddeld met de helft in waarde gedaald, met uitschieters tot 75% voor de zwakste banken. Dat terwijl Europese banken op de beurs gemiddeld ‘slechts’ een derde lager staan dan begin dit jaar.

    De Italiaanse bankensector wordt extra hard afgestraft vanwege de €360 miljard aan slechte leningen die op de bankbalansen staat. Beleggers vrezen dat het grote aantal slechte leningen de solvabiliteit van de bankensector van Italië in gevaar zal brengen. In dat geval kan een bail-in in werking treden en zullen ook de obligatiehouders en vermogende spaarders veel geld verliezen.

    italiaanse-banken

    Italiaanse banken nog meer onder druk na Brexit (Bron: Bloomberg)

    Solvabiliteit Italiaanse banken onder druk

    Met dit nieuwe garantiefonds van €150 miljard is de liquiditeit van de banken voorlopig veiliggesteld, maar het probleem van de gebrekkige solvabiliteit is daarmee niet opgelost. De Italiaanse regering werkt al aan een reddingsplan van €40 miljard om de banken te herkapitaliseren, maar dat plan kan niet uitgevoerd worden zonder eerst de omstreden bail-in regels toe te passen. Deze regels gelden voor alle landen die de euro hebben, dus ook voor Italië. Later deze zomer komt de ECB met nieuwe richtlijnen over hoe banken moeten omgaan met slechte leningen. Het belooft een spannende zomer te worden…

    Lees ook:

  • Zilver naar hoogste niveau sinds september 2013

    De zilverprijs is deze week gestegen naar bijna €560 per kilogram, het hoogste niveau sinds september 2013. Sinds het begin van deze week is de prijs van het edelmetaal al met 10% gestegen en sinds het begin van dit jaar is zilver zelfs 31% meer waard geworden. Het edelmetaal profiteert van de impact die de Brexit heeft op het monetaire beleid van centrale banken. Beleggers verwachten dat centrale banken hun monetair beleid verder zullen verruimen en zoeken daarom veilige havens als goud en zilver op.

    Zo liet de gouverneur van de Bank of England eerder deze week weten dat meer monetaire stimulering een mogelijkheid is, bijvoorbeeld via een renteverlaging of het opkopen van staatsobligaties. Ondertussen overweegt de ECB de voorwaarden van haar stimuleringsprogramma te versoepelen, zodat ze makkelijker obligaties kan opkopen. Ook schatten beleggers sinds deze week de kans op een renteverlaging door de Federal Reserve hoger in dan de kans op een renteverhoging.

    zilverprijs-stijging

    Zilverprijs stijgt naar hoogste niveau sinds september 2013

    Vlucht uit valuta

    Meer monetaire verruiming zal de vlucht uit valuta verder versnellen. Beleggers zoeken veiligheid in tastbare bezittingen en zien door de lage rente steeds minder reden om spaargeld aan te houden of in obligaties te beleggen. In een wereld van negatieve rente zijn edelmetalen als goud en zilver opeens een aantrekkelijk alternatief, omdat deze geen negatieve rente hebben. Ook heb je met edelmetalen geen tegenpartij risico, in tegenstelling tot een spaarrekening bij een bank.

    SilverBars_PictureDe zilverprijs stijgt dit jaar nog sneller dan de goudprijs. De zilvermarkt is veel kleiner dan de goudmarkt, waardoor zilver doorgaans veel sneller in prijs stijgt en daalt dan goud. Beleggers geven momenteel de voorkeur aan zilver, omdat het edelmetaal in historisch perspectief relatief ondergewaardeerd is ten opzichte van goud. De afgelopen decennia was goud gemiddeld 40 tot 45 keer zo duur als zilver, op het moment van schrijven kost een troy ounce goud 70 keer zoveel als een troy ounce zilver.

    Beleggen in zilver

    Beleggers die fysiek zilver kopen kiezen vaak voor beleggingsmunten als de Canadese Maple Leaf, de Oostenrijkse Philharmoniker en de Australische Kangaroo. Deze munten worden in grote oplage geproduceerd en hebben daardoor een relatief lage premie ten opzichte van de zilverprijs. Ook worden deze munten onder een lager btw-tarief verhandeld dan zilverbaren.

    hollandgold-logo

    Wilt u meer weten over beleggen in zilver? Neem dan contact op met Hollandgold via [email protected] of bel naar +31(0)88 468 8400.