Blog

  • Het bbp: “Van voren af aan beginnen”

    Door: Lou Keune

    Het was ergens in de jaren zeventig van de vorige eeuw. In de aula van onze universiteit vond een levendige discussie plaats over het karakter van de dominante vormen en paradigmata van de wetenschapsbeoefening. De spanningen spatten er vanaf. Het was vooral een confrontatie tussen gevestigde wetenschappelijke opvattingen en praktijken versus hooggespannen verwachtingen over de maatschappelijke mogelijkheden en taken van de wetenschap. Een van de topics in de discussie was de zogenaamde waardenvrijheid van de wetenschapsbeoefening. Dat mede naar aanleiding van toen onder studenten en sommige docenten populaire boeken als Simone de Bouvoirs ‘De Mandarijnen’ en Noam Chomsky’s ‘De macht van Amerika en de Nieuwe Mandarijnen’. Die lieten zien hoe intellectuelen terecht kunnen komen in een beroepspraktijk ten dienste van de heersende machten. Chomsky bijvoorbeeld beschreef hoe antropologen en andere sociaalwetenschappelijke onderzoekers werden ingezet in de oorlog in Vietnam, ten dienst van het Amerikaanse leger.

    Wetenschap instrument in de koude oorlog

    Dat boek herinnerde mij aan mijn eigen ervaringen met het VS programma Operación Simpatico, begin jaren zestig in Colombia. Mijn Colombiaanse collega en ik kregen het aanbod van Amerikaanse onderzoekers om onze omvangrijke en gedetailleerde dataverzameling over duizenden lokale leiders en gemeenschappen en hun ontwikkelingsinspanningen te laten verwerken door de toen meest geavanceerde machines van verwerking, voorlopers van de hedendaagse computers. En dat zonder enige verplichting. Onze Amerikaanse collega’s vertelden daarbij van hun inspanningen en ervaringen opgedaan in Zuidoost Azië. Dat zette ons aan het denken, wat is hier gaande? De ‘koude oorlog’ werd immers op veel terreinen gevoerd, ook op die van de wetenschap en haar beroepspraktijken. Om een lang verhaal kort te maken: wij maakten de zaak aanhangig bij de Vereniging van Sociologen van Colombia. Haar onderzoek en dat van collega associaties in andere Latijns-Amerikaanse landen openbaarde het bestaan van Operación Simpático.

    lou keuneDat VS-programma had ten doel informatie te krijgen over lokale leiderschapspatronen tot op het niveau van namen van plaatsen en personen, met als doel campagnes van bestrijding van communistisch geachte personen en bewegingen te vergemakkelijken, de zogenoemde counter-insurgency. Sociale wetenschap dus als oorlogsinstrument. In genoemd boek van Chomsky wordt ook dit programma besproken. Het boek laat zien in welke vaarwateren je terecht kunt komen, dikwijls met de beste bedoelingen. Ik wil niet zeggen dat het werken met indicatoren als het bbp vergelijkbaar is met het werken voor de CIA. Het gaat mij om het algemene punt: wat is jouw beroepspraktijk, werk je met opvattingen en methoden die maatschappelijk gezien ons allen vooruit helpen of dieper het moeras in? Of, dat kan natuurlijk ook, doet het er niet toe wat je doet, behalve misschien verspilling van energie?

    “Dan kan ik van voren af aan beginnen”

    Terug naar Tilburg, naar de aula. Het was een met emoties geladen en tegelijkertijd diepgaande discussie. Het ging dan ook ergens over, vrijblijvendheid leek uitgebannen. Na afloop stond ik na te praten met een van mijn collega’s. Beiden waren wij zeer te spreken over de confrontaties die hadden plaatsgevonden, wij vonden die ondanks alle emoties hoogstaand en zeer relevant. Wij stonden ieder op eigen wijze en eigen plek in dat strijdperk. Mijn collega zei toen, en dat is mij bijgebleven: “Lou, wat jullie willen betekent dat ik helemaal van voren af aan moet beginnen.” Daarmee gaf hij blijk van een voor intellectuelen dikwijls groot probleem. Je hebt een bepaalde wetenschappelijk houding en inzichten opgebouwd en daarmee ook een bepaalde beroepspraktijk waarmee je vooraanstaand hoogleraar bent geworden. En dan word je geconfronteerd met vragen en eisen die een heel andere kant uitgaan. En ja, geef daar maar eens aan toe. Je zou het misschien kunnen vergelijken met de metanoia (omkering) van Saulus in Paulus, een kleine 2000 jaar geleden, tijdens zijn reis naar Damascus. Althans, zo zou je dat kunnen ervaren.

    Ik moet daaraan nogal eens denken, de laatste tijd, als het gaat om de kwestie van het nut of onnut, of de zin of onzin van het gebruik van de in beleids- en economenkringen zeer populaire indicator bruto binnenlands product: bbp. Zoals eerder beschreven kleven aan deze maatstaf van economische ontwikkeling veel tekortkomingen. Met het bbp wordt gepretendeerd inzicht te geven in de totale toegevoegde waarde gedurende één jaar, bijvoorbeeld van Nederland. Maar doet het dat ook? Toegevoegde waarden waar geen geld aan te pas komt tellen niet mee. Huishoudelijke arbeid bijvoorbeeld. Met heel veel onttrokken waarden als milieuschades wordt geen rekening gehouden. Bovendien worden soms transacties als toegevoegde waarden meegeteld die eigenlijk verloren waarden impliceren. Bijvoorbeeld gezondheidsuitgaven ten dienste van mensen ziek geworden door het door het verkeer veroorzaakte fijnstof. De gebruikers van het bbp pretenderen met deze indicator ook de economische groei te meten. Ik denk dat hier sprake is van een vergissing. Het zou wel eens kunnen zijn dat als je alles meetelt, de laatste drie decennia sprake is geweest van krimp in plaats van groei, of op zijn minst van stagnatie.

    So what?

    Nu kun je zeggen, wat doet het er toe, er worden wel meer statistieken gebruikt die niet helemaal kloppen. Maar in dit geval gaat het om een heel ernstige zaak. Want aan dat bbp denken en meten is ook een beleid gekoppeld van economische groei, bbp groei dus. Groei moet! En daarmee worden ook allerlei andere eisen en verwachtingen aan de samenleving gesteld. Bedrijven moeten groeien, en daarvoor hun winsten maximaliseren. Het consumentenvertrouwen moet omhoog want er moet verkocht worden. En zo meer. Dit groei-fetisjisme is funest voor het milieu. En is funest voor de sociale verhoudingen omdat het races to the bottom en ongelijkheden aanwakkert. Waarom wordt daarmee toch doorgegaan?

    Iedereen doet het

    Verschillende factoren spelen een rol. Een daarvan heeft te maken met de aard van de economische wetenschapsbeoefening. Het gebruik van het bbp stamt uit de jaren dertig van de vorige eeuw en is gebleken een handig instrument te zijn om de economie te beschrijven en te kwantificeren. Groei was ook de overheersende doelverwachting, zeker na de Tweede Wereldoorlog toen er veel hersteld moest worden en tientallen nieuwe landen, ‘ontwikkelingslanden’, gestimuleerd werden en eigen ambities ontplooiden om deel te nemen aan de wereldwelvaart. Vanaf de jaren vijftig, gefaciliteerd door de onder auspiciën van de Verenigde Naties en daarmee gelieerde instellingen als de Wereldbank en het IMF ontwikkelde nationale rekeningen en andere statistieken, werden economieën planmatiger aangepakt. Daarbij speelde, zeker in de westerse wereld en in de daarmee gelieerde landen het bbp een belangrijke rol. Want het vergemakkelijkte het stellen van doelen en het meten van resultaten. Voor alle duidelijkheid, in een groot deel van de wereld, in de Sovjet-Unie en in China en enkele kleinere landen, werd niet het bbp, maar andere begrippen als het Netto Materiële Product gehanteerd, die meer zicht zouden geven op de materiële vooruitgang. In zijn toespraken over de voortgang geboekt in een bepaald jaar, had Fidel Castro het niet over economische groei maar over hoe de productie en consumptie van bijvoorbeeld eieren en schoenen waren toegenomen. Maar in de westerse wereld en in de meeste ontwikkelingslanden was het bbp dé maatstaf. Natuurlijk, andere maatstaven voor meting van vooruitgang werden ook gehanteerd, bijvoorbeeld de kindersterftegraad en het alfabetisme. Maar economisch gezien ging het om het bbp. Deze mondiale praktijk vergemakkelijkte het ontwikkelen van wereldwijde programma’s van ontwikkeling. Herlezing van de VN documenten over het eerste ontwikkelingsdecennium (vanaf 1961) laat niet alleen het enthousiasme zien waarmee ontwikkelingseconomen als Jan Tinbergen de grote taak van het uitbannen van armoede ondernamen. Het laat ook zien hoe de beleidsbepaling gefaciliteerd werd door het gebruik van instrumenten als het bbp. En dat niet alleen. De hele economische wetenschap ‘genoot’ van het gemak van dergelijke data. Het leidde ook tot de ontwikkeling van modellen die de beleidsbepaling zeer vergemakkelijkten: Als je dít doet, verandert er daar en daar dát. Mede natuurlijk dankzij instrumenten als input-outputtabellen, elasticiteiten en multipliers.

    Belangen in het geding

    Met andere woorden, iedereen gebruikte en gebruikt deze statistieken. Vele economische proefschriften zijn erop gebouwd, vele beleidsdocumenten zijn er aan opgehangen. Maar ja, als iedereen het doet, dan wordt het natuurlijk moeilijk om er van af te komen. Want hoe kun je nu mondiaal communiceren, bijvoorbeeld op wetenschappelijke congressen, als je niet dezelfde taal hanteert? Ik denk dat dit een belangrijke verklaring is van de irrationele houding om te blijven werken als van ouds. Daar komt nog een punt bij. Het 'bbp denken' heeft zoals gezegd gevolgen voor de doelstellingen van het economische beleid. Dat beleid vergemakkelijkt de bestaande vormen van ondernemerschap. Dat wil zeggen dat productie en handel en financiering ten eerste geleid worden door het principe van (private) winstmaximalisatie. Grote private belangen zijn verbonden aan het heersende economische vertoog. Zou je andere economische maatstaven dominant verklaren, bijvoorbeeld de ecologische voetafdruk, dan botst dat ten gronde met deze particuliere belangen. Uit oogpunt van winstmaximalisatie moet Unilever de consumptie van lekkere ijsjes aanwakkeren. Maar om te helpen de voetafdruk omlaag te krijgen moet Unilever het tegenovergestelde doen, namelijk de overconsumptie ontraden. Geloof maar dat als het EU parlement zou willen besluiten om op een andere, ecologisch en sociaal verantwoorde manier nationale rekeningen in te richten en het beleid daardoor te laten bepalen, het immense leger van lobbyisten van al die transnationals in actie zou komen. Er speelt meer. En dan kom ik weer terug bij mijn zeer gewaardeerde collega. Hij heeft natuurlijk gelijk. Het kan inderdaad zijn dat als je tot het inzicht komt dat je verkeerde instrumenten hanteert en dat je eigen beroepspraktijk discutabel is, dat dan verregaande gevolgen kan hebben voor jezelf. Ik herinner mij nog goed het moment dat de Club van Rome in 1972 met haar eerste rapport kwam. Mijn eerste reactie was zeer afwijzend. Er waren belangrijker zaken dan ‘die zeehondjes’, als de mondiale sociale kwestie en onze solidariteit met de armen in de wereld. Gelukkig verkeerde ik in kringen die mij al dan niet hardhandig wezen op het gebrekkige van mijn standpunten. Ecologische en sociale vraagstukken zijn even belangrijk en hebben alles met elkaar te maken. Wat moet dat moet!

    Commissie Breed Welvaartsbegrip

    Er schijnt een lichtje aan de horizon. En dat is de Nederlandse Tweede Kamer. Daar loopt een discussie over de welvaartsmeting en of het bbp nu wel of niet zo’n goede indicator is. Al enkele jaren ‘hangt boven de Kamer’ een motie van die strekking ingediend door de ChristenUnie en GroenLinks om het probleem eindelijk eens aan te pakken. Dat heeft geleid tot het besluit van de Kamer om zelf een onderzoek hierover te starten. Daarvoor is uit eigen midden een 'Tijdelijke Commissie Breed Welvaartsbegrip' ingesteld, die sinds enkele maanden met haar onderzoek bezig is. Is het bbp wel zo’n goede indicator om welvaart te meten, vraagt die commissie zich af, en welke andere indicatoren zouden nodig zijn om het beter te doen? Wie weet komt het er dan toch eens van. Voor meer teksten van Lou Keune, zie www.loukeune.nl of www.platformdse.org. Meer columns van Lou Keune:

  • Beleggers kunnen geld niet weghalen bij Third Avenue

    De financiële markten werden afgelopen vrijdag opgeschrikt toen het beleggingsfonds Third Avenue bekend maakte dat beleggers hun geld niet meer mochten terugtrekken. Het zorgde voor een kleine paniekgolf in de zogeheten high-yield obligatiemarkt, waar leningen met een verhoogd risico op wanbetaling verhandeld worden. Beleggers haalden de laatste maanden veel geld weg bij het Third Avenue Focused Credit Fund, dat een portefeuille van $788 miljoen aan risicovolle leningen beheert. Door waardedalingen en een verdere uitstroom van geld werd het fonds gedwongen een deel van haar schuldpapier tegen bodemprijzen te liquideren. Dat waardeverlies zou zo groot zijn dat de beheerders van het fonds besloten niet langer geld terug te geven aan beleggers.

    De zogeheten high-yield obligaties werden de laatste jaren populair door een positiever sentiment op de obligatiemarkt en de extreem lage rente op het hoogwaardige schuldpapier. Beleggers die nog enigszins rendement wilden maken stapten daarom in het risicovolle schuldpapier, zonder zich volledig bewust te zijn van het hogere risico.

    Liquiditeit droogt op

    Dat deze gevaarlijke strategie tot grote verliezen kan leiden blijkt nu uit de liquiditeitscrisis bij het Third Avenue Focused Credit Fund, dat schuldpapier koopt van bedrijven die op het randje van faillissement zijn. Deze leningen kunnen op de lange termijn een heel goed rendement opleveren, maar zoveel geduld kunnen beleggers vandaag de dag niet opbrengen. Dit jaar zag het fonds een uitstroom van 27%, waarmee de volledige buffer aan liquide vermogen verbruikt werd.

    De fondsbeheerders zijn nog steeds van mening dat hun beleggingsstrategie op de lange termijn kan werken, maar daar hebben beleggers geen boodschap aan. Ze willen hun geld terug en dat betekent dat het fonds slechte leningen tegen dumpprijzen op de markt moet brengen. Door de uitgang van het fonds op slot te doen hoopt het bedrijf bezittingen tegen een betere prijs te kunnen verkopen.

    ‘Meltdown in high-yield’

    Investeerder Carl Icahn denkt dat de problemen bij Third Avenue slechts het topje van de ijsberg zijn in de wereld van high-yield obligaties, zo lezen we in de Financial Times. Afgelopen vrijdag liet hij via twitter weten dat dit volgens hem “het begin is van een meltdown in Amerikaanse high-yield obligaties”. De fondsen die in het risicovolle schuldpapier beleggen verloren vrijdag 2% van hun waarde, één van de slechtste resultaten op dagbasis sinds het uitbreken van de kredietcrisis. Dit jaar zullen de high-yield obligatiefondsen voor het eerst sinds 2008 het jaar met een verlies afsluiten.

    Veel beleggers in de high-yield obligatiemarkt hebben zich laten verleiden door een dalend aantal faillissementen over de afgelopen jaren. Door de aantrekkende economie, gecombineerd met een zeer lage rente, konden ook minder sterke bedrijven de afgelopen jaren overleven. Maar die tijd gaat veranderen, want JP Morgan voorziet voor volgend jaar een verdrievoudiging van het aantal faillissementen onder de bedrijven die actief zijn in de energiesector.

    Schaliegas

    Sinds 2010 is er meer dan $550 miljard aan leningen verstrekt aan bedrijven die schalie-olie en schaliegas produceren. Dit zijn zeer risicovolle leningen geworden, nu de olieprijs lager ligt dan de gemiddelde kostprijs van de Amerikaanse energieproducenten die olie en gas uit schalie winnen. Binnen deze sector voorziet JP Morgan volgend jaar nog veel meer wanbetalingen.

    Maar niet alleen in de energiesector zetten beleggers meer vraagtekens bij de kwaliteit van het schuldpapier. Ook kredieten die verstrekt zijn aan kleine winkels worden als een groter risico gezien. Consumenten kopen steeds meer artikelen online bij grote winkelketens, waardoor de kleinere winkels omzet mislopen.

  • Austria successfully repatriates gold from London

    The Austrian central bank has successfully repatriated part of it’s gold reserve from the Bank of England and wants to show this to the rest of the world. So they invited the press to visit the central bank and take a look at the freshly  delivered goldbars in the vault. Nikolous Jilch from Die Presse was attending this press event and shared a picture with us on twitter.

    Gold location policy

    Earlier this year, the central bank of Austria announced it’s plans to repatriate 110 tonnes of gold, a significant portion of it’s total hoard weighing about 280 tonnes. According to Ewald Nowotny, governor of the Österreichische Nationalbank, the repatriation of gold is part of the new gold location policy of the central bank. The central bank doesn’t only want to bring back precious metal stored in Londen, it also wants to expand the amount of gold held at the Swiss National Bank.

    Until recently most of the Austrian gold was stored abroad, which led to a lot of public debate and a desire to bring back at least some of the bars belonging to the Austrians. The illustration below shows the old and new location policy of the Österreichische Nationalbank.

    Location of Austrian gold reserves

    Global repatriation of gold

    When Venezuela decided to repatriate gold from the Bank of England back in 2011 and 2012, it was met with a lot of suspicion and scepticisme. But now it seems he set a new trend by bringing in gold stored abroad. The past couple of years more countries followed the example set by Venezuela, like Ecuador, Germany and the Netherlands. They have already shipped some yellow metal back to their own central bank vaults.

    In Belgium and France there has been public discussion about repatriating gold, while the people in Switzerland started a referendum forcing the central bank to bring back all the gold reserves held abroad.

    It is quite remarkable that the Austrian central bank invites the press to take a look at the newly arrived gold bars. What kind of message do they want to sent to the rest of the world?

    Update: Austria doesn’t store gold at the Bundesbank, as we mentioned previously on Marketupdate.

  • Centrale bank Oostenrijk laat goud aan de pers zien

    De centrale bank van Oostenrijk heeft de pers uitgenodigd om het goud te bekijken dat onlangs werd teruggehaald uit de goudkluizen in Londen. Journalist Nikolaus Jilch van Die Presse was ook aanwezig bij dit evenement en deelde als bewijs een foto op twitter.

    Repatriëring goud

    Eerder dit jaar kondigde de Oostenrijkse centrale bank al aan 110 ton goud terug te halen naar eigen land, een aanzienlijk gedeelte van haar totale goudvoorraad van ongeveer 280 ton. Het repatriëren van goud uit Londen is onderdeel van het nieuwe locatiebeleid van de centrale bank, zo liet gouverneur Ewald Nowotny van de Osterreichische Nationalbank toen weten. Niet alleen wil de centrale bank een groot deel van haar goud weghalen uit Londen, ook wil ze een groter gedeelte onderbrengen in Zwitserland. Met de repatriëring van 15 ton heeft Oostenrijk nu 65 ton in eigen land liggen.

    Goldfilm_Infografik_Stapler

    Locatie goudvoorraad Oostenrijk

    Centrale banken halen goud terug

    Toen Venezuela in 2011 en 2012 onder leiding van Hugo Chavez 160 ton goud terughaalde uit Londen keek de wereld met enige argwaan toe. Maar nu blijkt dat hij een nieuwe trend in gang heeft gezet door goud terug te halen. Als er één schaap over de dam is volgen er meer, want de afgelopen jaren hebben ook de centrale banken van Ecuador, Duitsland en Nederland een deel van hun goudvoorraad teruggehaald. In België en Frankrijk werd er ook een pleidooi gehouden een deel van de goudvoorraad terug te halen naar eigen land, terwijl in Zwitserland zelfs een referendum georganiseerd werd om de repatriëring van de goudvoorraad bij wet af te dwingen.

    Het is opvallend dat de Oostenrijkse centrale bank de media uitnodigt om te komen kijken naar de goudvoorraad. Welke boodschap wil ze hiermee afgeven?

    Update: Oostenrijk bewaart geen goud bij de Bundesbank, zoals eerder onjuist werd aangegeven

  • Advertentie: Ronde 100 gram Valcambi goudbaar

    valcambi-100gram-productfotoAdvertentie: Hollandgold heeft twee exemplaren van een bijzondere Valcambi 100 gram goudbaar weten te bemachtigen. Ze zijn verpakt in een stevige achthoekige plastic capsule, zoals hier op de foto te zien is. Daarop staat ook het unieke serienummer en een certificaat van echtheid. Deze ronde Valcambi goudbaren zijn in verschillende formaten geslagen uit 24 karaat goud. De baren zijn niet nieuw, maar wel in goede staat.

    Dit speciale product (rechts een voorbeeld) staat niet op de website van Hollandgold. Speciaal voor de lezers van Marketupdate bieden wij deze Valcambi goudbaar aan tegen een lagere prijs, namelijk 2,5% boven de goudkoers.

    Heeft u interesse in dit bijzondere product? Neem dan telefonisch contact met ons op via 088-4688400 (op werkdagen van 9:00 tot 17:00) of stuur een mail naar [email protected]

  • Grote meerderheid ECB wil geen uitbreiding QE-programma

    De overgrote meerderheid van de Raad van Bestuur van de ECB wilde het stimuleringsprogramma niet uitbreiden, dat zei Yves Mersch van de ECB afgelopen woensdag tijdens een diner met journalisten. Het besluit om langer door te gaan met het opkopen van staatsobligaties en de opbrengst van afgeloste staatsobligaties opnieuw in schuldpapier te beleggen brengt volgens Mersch al honderden miljarden euro’s extra in de economie.

    “De overgrote meerderheid van de Raad van Bestuur is van mening dat de maatregelen gepast zijn en dat er niet meer [stimulering] nodig is om ons doel te bereiken”, zo verklaarde Mersch tijdens het diner waar Reuters bij aanwezig was. Het besluit om afgeloste staatsobligaties opnieuw te beleggen en het totaal aan obligaties op de balans van de ECB na 2017 gelijk te houden geeft in de eerste twee jaar na het stimuleringsprogramma al een extra impuls van €320 miljard.

    De financiële markten, die afgelopen donderdag teleurgesteld waren over het uitblijven van nog meer stimulering, moeten er rekening mee houden dat er voorlopig ook geen verdere uitbreiding komt van het QE-programma. Het overgrote deel van de Raad van Bestuur, dat bestaat uit de zes directieleden en de presidenten van alle 19 centrale banken uit het eurogebied, is namelijk sceptisch over een verdere uitbreiding van het stimuleringsprogramma. "Wat vaak compleet onderschat wordt is het feit dat de ECB een collectief bestuursorgaan is", zo verklaarde Mersch. Dat betekent dat er voor een uitbreiding van het stimuleringsprogramma draagvlak moet zijn bij de meerderheid van de centrale banken in de eurozone. Sinds het rentebesluit van afgelopen donderdag is de wisselkoers van de euro met meer dan vier cent gestegen tot bijna $1,10. Lees ook:

    yves-mersch

    Yves Mersch verwacht geen verdere uitbreiding QE-programma ECB

  • Video: Paul Buitink in gesprek met Sander Boon

    Paul Buitink sprak voor Café Weltschmerz met politicoloog Sander Boon over het op kredieten gebaseerde financiële systeem dat zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. Boon merkt op dat centrale banken het ineenstorten van het financiële systeem wisten te voorkomen met een overvloed aan liquiditeit, maar dat daarmee de fundamentele problemen niet zijn opgelost.

    Sterker nog, met het opkopen van staatsobligaties en hypotheekleningen verkleinden centrale banken het aanbod van kwalitatief goed onderpand, waardoor er een verkrapping en een afnemende liquiditeit te zien is in het financiële systeem.

    Sander Boon merkt op dat de financiële markten eigenlijk al sinds 2013 niet meer geloven wat centrale bankiers zeggen. Centrale banken zeggen wel dat ze de rente gaan verhogen, maar de markt ziet dat de economische groei die daarvoor vereist is er helemaal niet is.

    We hebben een aantal passages van het interview hieronder uitgeschreven. De video duurt een half uur en is absoluut de moeite waard!

    Klik hier voor meer video’s van Café Weltschmerz

    Deflatie of hyperinflatie?

    “De afgelopen dertig tot veertig jaar is bij de dalende rente de totale schuld enorm gestegen, in Nederland hebben we dan ook nog eens een hele hoge de hypotheekschuld. Als je wereldwijd kijkt zie je dat als gevolg van die schulden er nu een heel deflatoire pool van schulden is. Het is heel moeilijk om daar uit te komen.

    sanderboonHet hangt er nu een beetje vanaf wat centrale banken en overheden gaan doen. In wezen is er niet zo veel verschil tussen deflatie en hyperinflatie. Onder deflatie kiest de bevolking voor de veiligheid van cash en bij hyperinflatie kiest men voor de veiligheid van fysiek goud. Een hyperinflatie gemeten in goud is eigenlijk ook gewoon deflatie, want alle prijzen dalen dan in termen van goud…

    Bij sommige centrale banken, zoals in Engeland en de Verenigde Staten en binnen bepaalde wetenschappelijke economische kringen zie je wel signalen dat cash moet worden afgeschaft. Ze zeggen dan dat dat handig is, vanwege het gebruik van cash geld voor terrorisme en criminaliteit….

    Er zitten veel morele argumenten onder om contant geld af te schaffen, maar eigenlijk reden is dat in een omgeving waarbij de rente negatief is mensen een prikkel hebben om in cash te sparen. Als mensen dat massaal gaan doen geeft dat een deflatoire druk op de prijzen van assets.”

    Over de pensioenfondsen...

    "Ik moet eerlijk zeggen dat het niveau van economisch denken in de sector van me tegenvalt. In de zin dat heel veel mensen bijvoorbeeld hun rentevisie gebaseerd hebben gebaseerd op: de rente zal wel omhoog gaan, want hij was al een hele tijd laag. Dat is geen basis van economisch denken, dat is geen logica maar een geloof. Wat zijn omstandigheden waarin die omhoog zou gaan of waarom die laag zou blijven, dan vinden ze het heel moeilijk om daarmee te spelen. Dat is overigens een van de redenen waarom wij een kwantitatieve tool hebben ontwikkeld om in scenario's te kunnen nadenken over wat je doen met je assets. Als de centrale banken eigenlijk geen controle meer hebben om de economie op de rails te krijgen, dan zul je in dit systeem dus zelf na moeten gaan denken over wat er aan de hand is."

    Over het falen van de verzorgingsstaat

    "Wat me op is gevallen is dat politici eigenlijk al wel honderd jaar veel meer geld willen uitgeven dan ze binnenkrijgen, daarvoor was het nodig om te kunnen lenen. En ze hebben in dat hele spel - er zijn een hoop dingen gebeurt zoals een grote depressie, de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog - staatsobligaties een steeds grotere rol gegeven in het banksysteem. En dat gaf overheden eigenlijk, in samenspraak met centraal bankiers, de mogelijkheid om obligaties liquide te houden. Daarmee konden overheden mooie dingen doen voor de mensen, gebaseerd op geleend geld. Na de Koude Oorlog en de val van de Berlijnse muur en de Sovjet-Unie zei men dat het kapitalisme gewonnen had, maar als ik nu kijk naar de ontwikkelingen in West-Europa en Amerika, dan concludeer ik eigenlijk nu na die crisis van 2008 dat eigenlijk niet zozeer het kapitalisme is gevallen, maar dat de sociaaldemocratie nu in crisis verkeert. Het op leningen gebaseerde voortbestaan van verzorgingsstaten. Dat thema wil ik in een nieuw boek graag uitdiepen, ik zie veel parallellen. Daar ben daar overigens ik niet alleen in. Als je bijvoorbeeld boeken leest van Vaclav Havel, een dissident uit Tsjecho-Slowakije, dan is dat een man die in 1978 al de parallellen heeft gezien tussen de centralistische bestuursstructuur van het Oostblok en die van het Westen. Dat is een gradueel verschil, geen fundamenteel verschil."

    Systeemcrisis

    "Vaclav Havel zei al: Er zijn eerst dissidenten, dan klonteren de dissidenten zij zich samen en daaromheen gaan groepen ontevreden mensen komen. Dat zijn parallelle samenlevingen en die hollen het systeem uit. Dat is ook precies wat je nu ziet gebeuren bij ons. Ze ziet grote onvrede, je ziet de flanken van de politieke partijen groeien, het midden bloedt leeg. ZZP'ers en jongeren die niet aan een pensioen willen deelnemen en die bijvoorbeeld gebruik van auto's willen delen... Je ziet overal een systeemcrisis van deze politiek economische constellatie, van deze samenwerking tussen overheden en banksysteem." Lees ook:

  • Achtergrond: Nederland verkocht in 1992 goud aan China

    In de aanloop naar de introductie van de euro hebben verschillende Europese centrale banken een aanzienlijk deel van hun goudvoorraad verkocht. Vooral de landen die veel goud hadden in verhouding tot het aantal inwoners en de omvang van hun economie, brachten achter de schermen gecoördineerd honderden tonnen van het gele metaal op de markt. Dat gebeurde vaak via de Bank voor Internationale Betalingen in Basel, de bank waar centrale banken vertrouwelijk goud kunnen kopen en verkopen.

    Via het Goudstudieforum werden we geattendeerd op een artikel dat op 27 maart 1993 verscheen in de NRC. Het stuk is al meer dan 22 jaar oud, maar het bevat zoveel interessante stukjes informatie dat we het graag nog eens onder de aandacht willen brengen. Het geeft ons inzicht in hoe de goudtransacties tussen centrale banken verlopen en in de manier waarop de centraal bankiers van die tijd naar hun goudreserve keken. We lichten een aantal fragmenten uit het artikel en voorzien deze van een korte toelichting.

    Vorig jaar zomer wist de president van De Nederlandsche Bank, dr. W. Duisenberg, minister Kok van Financiën van de noodzaak te overtuigen om een kwart van de goudreserve op de markt te brengen: “De tijd is rijp.’ Een deel van het Nederlandse goudoverschot is hoogstwaarschijnlijk eind vorig jaar verkocht aan de Volksrepubliek China.

    De totale goudreserve van Nederland had begin jaren negentig een omvang van ongeveer 1.750 ton, bijna drie keer zoveel als de 612 ton waar Nederland nu over beschikt. In de jaren zestig heeft de Nederlandsche Bank onder leiding van Jelle Zijlstra grote hoeveelheden dollars tegen de kunstmatig lage goudprijs van $35 per troy ounce omgewisseld voor goudstaven. Nederland verkocht voor de introductie van de euro een groot deel van haar goudreserve, omdat ze na de toetreding tot de Europese Muntunie de controle over de goudvoorraad uit handen zou geven. Centrale banken die zijn aangesloten bij het Eurosysteem mogen alleen met goedkeuring van de ECB goud kopen of verkopen. De DNB had dus tot 1999 de tijd om een deel van haar goudreserve op de markt te brengen.

    goudvoorraad dnb

    “Het staat voor 99 procent vast dat de Volksbank van China een van de kopers van het Nederlandse goud is geweest”, zegt Philip Klapwijk van Gold Fields Mining Services, een met de Zuidafrikaanse goudmijnen verbonden instituut in Londen dat gespecialiseerd is in onderzoek naar de goudmarkt. Ook andere Londense goudhandelaren hebben sterke vermoedens dat China bij de goudtransactie van De Nederlandche Bank betrokken was. “We hebben opgemerkt dat de Chinese centrale bank de afgelopen maanden goud heeft gekocht”, zegt John Coley van de Londense goudhandelaar Sharp Pixley en woordvoerder van de London Bullion Market Association.

    We denken dat China pas de laatste jaren begonnen is met goud kopen, maar niets is minder waar. De Chinese goudaankopen begonnen al aan het begin van de jaren negentig, toen het land in economisch opzicht nog maar een dwerg was in vergelijking met het China van nu. Ook is opvallend dat de goudaankopen in het geheim plaatsgevonden, want de centrale bank rapporteerde ook toen niet aan het IMF over haar goudreserve.

    Op 29 september stuurde Duisenberg een brief aan Kok waarin hij uiteenzette dat de de verkoop bedoeld was om de omvang van de goudreserves “”meer in overeenstemming te brengen met die van andere belangrijke goudhoudende landen”. De verkoop mocht niet tot vertrouwensverlies in de gulden leiden, niet dienen om de staatskas met de opbrengst te spekken en mocht niet leiden tot verstoring van de goudmarkt. “”Een zeer hoge mate van geheimhouding is daarom geboden”, schreef Duisenberg.

    Uit deze passage halen we een aantal belangrijke elementen. Duisenberg zegt dat de verkoop van goud bedoeld is om de goudvoorraad meer in overeenstemming te brengen met andere landen. Vervolgens blijkt dat (een deel van) het goud verkocht werd aan China, een land dat toen over relatief weinig goud beschikte. Niet alleen Nederland verkocht veel goud, want onder het Washington Agreement deden ook veel andere Europese centrale banken grote hoeveelheden goud in de verkoop…

    gold-sales-european-central-banks

    Goudverkopen door centrale banken sinds 2000 (Bron: Victor the Cleaner)

    Ook blijkt uit bovenstaande passage de onafhankelijkheid van de Nederlandsche Bank. De opbrengst van het goud mocht onder geen beding terugvloeien in de staatskas, omdat dat uitgelegd zou kunnen worden als een vorm van directe monetaire financiering. Dat was ten strengste verboden en dat zou ook het imago van de Nederlandse gulden als 'harde valuta' aantasten. Ook blijkt uit de passage dat centraal bankiers de goudmarkt niet willen beïnvloeden met hun transacties. Daarom spraken verschillende centrale banken in 1999 in het Washington Agreement een plafond af voor de jaarlijkse verkoop van goud.

    De Nederlandsche Bank schakelde de Bank voor Internationale Betalingen in om de goudtransactie zo geheimzinnig mogelijk te laten verlopen. Daardoor zou het voor marktpartijen lastiger te traceren zijn wie de koper en verkoper van het goud is. Ook werd een deel van de verkoop volgens Philip Klapwijk (ook toen al werkzaam in de goudmarkt) buiten de markt om gedaan, omdat de goudprijs ten tijde van de transactie veel minder bewoog dan je zou mogen verwachten als een centrale bank opeens 400 ton goud op de markt brengt. Dat roept de vraag op hoeveel meer goud er sindsdien buiten de markt om verhandeld is door centrale banken, want de BIS doet wereldwijd zaken...

    Het voordeel van de BIB is dat deze als "centrale bank van de centrale banken' anonimiteit garandeert en rechtstreeks toegang geeft tot de centrale banken van de aangesloten landen in Oost- en West-Europa, alsmede Australië, Canada, Japan en Zuid-Afrika. Een Londense handelaar oppert dat De Nederlandsche Bank de centrale bank van een andere lidstaat van de BIB heeft gebruikt om het goud op de markt te brengen. Dat zou de centrale bank van Zuid-Afrika kunnen zijn geweest, waarvan goudhandelaren niet verrast opkijken als deze grote partijen aanbiedt. Zuid-Afrika is heel actief op de termijnmarkt voor goud. De BIB heeft daarbij als "sluis' gefungeerd. "Een deel van de verkoop is buiten de markt omgegaan'', meent Philip Klapwijk van Goldfield Mining Services. Hij zegt tot deze conclusie te zijn gekomen omdat de goudprijs eind vorig jaar weliswaar iets daalde, maar veel grotere fluctuaties zou hebben vertoond als 400 ton zou zijn verkocht - ook als het aanbod gesplitst zou zijn in kleine partijen.
    Waarom uitgerekend China het Nederlandse goud kocht? Het NRC schreef daar in 1993 al het volgende over...
    Via de BIB is waarschijnlijk ook het contact gelegd met de Volksbank van China als afnemer. Waarom uitgerekend de Volksrepubliek China? Chinezen houden van goud, zegt een deskundige en hij verwijst naar de enorme Taiwanese goudaankopen in 1987. Ten tweede beschikt de Volksrepubliek als gevolg van de spectaculaire economische groei over grote dollaroverschotten. En ten derde is van China bekend dat het bezig is zijn reserves op te bouwen om deze meer in overeenstemming te brengen met de omvang van het bruto nationale produkt.
    Wat China vandaag de dag doet (goud kopen en dollarreserves afbouwen) speelde dus ook twintig jaar geleden al. Als opkomende economische supermacht had China goud nodig, terwijl Nederland meer dan genoeg goudreserves in de kluis had liggen. Toen bekend werd dat Nederland bijna een kwart van haar goudreserve voor een relatief lage goudprijs verkocht had volgden natuurlijk Kamervragen. De Nederlandsche Bank gaf hierop de volgende verklaring af...
    Het verweer van De Nederlandsche Bank - zoals verwoord in antwoorden van de minister van financiën op Kamervragen - is dat een centrale bank geen beleggingsfonds is. De goud- en deviezenreserves zijn niet bedoeld om een maximaal rendement te behalen, maar om een deugdelijk wisselkoersbeleid te voeren en om het vertrouwen in de gulden zeker te stellen. Daardoor is het noodzakelijk om ook valuta aan te houden die een laag rendement opleveren. Ook het goud wordt niet aangehouden voor speculatie, maar het vormt een hoeksteen van het monetaire beleid van Nederland als grote goudhoudende natie. Bij de beslissing over het moment waarop een deel van het goud verkocht werd, speelde de hoogte van de goudprijs dan ook geen enkele rol.
    Centrale banken zijn geen beleggingsfondsen en hun besluiten worden dan ook niet uitsluitend op economische gronden genomen. Dat de goudprijs zelfs geen enkele rol speelde zegt in feite al genoeg. Er was een andere reden waarom er goud op de markt werd gebracht...

    goud-kluis

    Met de komst van de Euro kreeg goud een andere rol op de balans van centrale banken. Anders dan de Federal Reserve, die het nog steeds waardeert op $42,22 per troy ounce, waardeert de ECB haar goudvoorraad al sinds 1999 ieder kwartaal naar de actuele marktprijs. Het idee erachter heb ik in eerdere artikelen al eens besproken, maar het komt er kort gezegd op neer dat voor een transitie van dollarreserves naar goudreserves er een breed draagvlak nodig is. Een land als China zou een dergelijke transitie nooit ondersteunen als ze niet zelf over een significante goudvoorraad beschikte. De goudvoorraden van centrale banken zijn misschien nog wel het beste te vergelijken met de fiches op een pokertafel. Het aantal fiches is in zekere zin constant, maar wisselt eens in de zoveel tijd van eigenaar. Begin jaren negentig waren de goudvoorraden vrij ongelijkmatig verdeeld. De Verenigde Staten en Europa beschikten over zeer grote goudreserves, terwijl de centrale banken van opkomende economieën in Azië maar heel weinig goud op de balans hadden staan. China beschikt op dit moment officieel over een goudreserve van 1.743 ton en blijft maand in maand uit goud kopen. Met ingang van afgelopen zomer is de People's Bank of China ook begonnen haar goudreserve naar marktprijs te waarderen. Het is echter niet met honderd procent zekerheid te zeggen of de goudvoorraad van 1.743 ton wel de volledige Chinese goudvoorraad is. In de laatste alinea van het artikel van de NRC lezen we de volgende passage...
    Vermoedelijk zal de stijging van de goudreserves van China nooit zichtbaar worden. In de statistieken die het Internationale Monetaire Fonds hierover bijhoudt, staat voor China al tien jaar dezelfde hoeveelheid goud genoteerd, toevalligerwijs ongeveer 400 ton. China-deskundigen weten evenwel dat de Volksbank over een tweede, geheime goudvoorraad beschikt, die als "niet-monetair goud' buiten de statistieken wordt gehouden. Als een deel van de goudreserves van De Nederlandsche Bank daaraan is toegevoegd, zoals men vermoedt, zal niemand dat officieel ooit te weten komen.

  • Amerika wil meer militaire bases om ISIS te bestrijden

    Het Amerikaanse ministerie van Defensie heeft een voorstel ingediend om in verschillende landen in Afrika, Zuidwest Azië en het Midden-Oosten nieuwe militaire bases te bouwen. Volgens het Pentagon, het hoofdkwartier van de Amerikaanse defensie, is dat nodig om terreurbeweging ISIS effectiever te kunnen bestrijden. Met deze nieuwe bases verspreid over de regio kan het Amerikaanse leger effectiever informatie verzamelen over de vijand en gerichte bombardementen uitvoeren.

    Verschillende hoge ambtenaren van het Amerikaanse ministerie van Defensie zeggen dat het bouwen van een nieuw netwerk van militaire bases in de genoemde gebieden niet alleen bedoeld is om ISIS te bestrijden, maar ook om aanvallen uit te voeren op toekomstige bedreigingen. Denk aan verschillende terreurbewegingen die sympathiseren of zelfs samenwerken met ISIS en die mogelijk een bedreiging vormen voor de stabiliteit in de regio.

    Meer militaire bases

    "We kunnen de toekomst niet voorspellen, daarom willen we alvast aanwezig zijn met bases - van Morón in Spanje tot Jalalabad in Afghanistan - zodat we kunnen reageren op een reeks van crises, terrorisme en andere dreigingen," zo verklaarde Ashton Carter van het Amerikaanse ministerie van Defensie tegenover de New York Times. Hij benadrukt dat terrorisme niet stopt bij de grens en dat het daarom van belang is om op regionaal niveau commandanten, spionnen en diplomaten te hebben die informatie kunnen doorgeven aan Washington. Een grotere militaire aanwezigheid in Afrika en Azië hoeft volgens het Pentagon niet veel te kosten. De schattingen beginnen bij 'enkele miljoenen dollars', voornamelijk kosten van personeel en materieel. Verspreid over een groot gebied wil het Amerikaanse leger een aantal kleine militaire bases van 500 tot maximaal 5.000 militairen bouwen.

    'Globale dynamiek'

    Volgens woordvoerders van het Amerikaanse leger wil het Pentagon een nieuwe strategie met vier knooppunten uitrollen, waaronder de bestaande militaire bases in Djibouti en Afghanistan. Daar worden vervolgens kleinere bases in landen als Nigeria en Kameroen aan toegevoegd, landen waar de VS nu al missies met ongewapende drones uitvoert om 'militante groeperingen' in de gaten te houden. Ook moet de militaire basis in Erbil, gelegen in het noorden van Irak, een grotere rol gaan spelen. Daar zijn momenteel 3.500 Amerikaanse troepen gestationeerd. Vanuit een nieuwe militaire basis in Zuidwest Europa wil de VS de landen in het westelijke deel van Afrika in de gaten houden. Deze hoofdbasis op Europees grondgebied zal direct communiceren met verschillende kleinere bases in Afrikaanse landen. In Afrika zorgt de aanwezigheid van ISIS op het Sinaï schiereiland en de terreurbeweging Boko Haram voor veel problemen. Daardoor heeft de strijd tegen terreur volgens de Amerikaanse generaal Joseph E. Dunford een 'globale dynamiek' gekregen. Update (11 dec 2015): Meer over dit onderwerp op The Intercept

    bases444

    Pentagon wil militaire aanwezigheid in Midden-Oosten en Afrika uitbreiden

  • Zijn centrale banken klaar met stimuleren?

    Centrale banken wisten de wereldeconomie uit het slop te trekken door voor miljarden aan schuldpapier uit de markt te halen. Het banksysteem werd opnieuw gekapitaliseerd en de kredietverlening kwam langzaam weer op gang. Maar nu de Federal Reserve gestopt is met monetaire stimulering en centrale banken van opkomende landen hun dollarreserves afbouwen dreigt de wereldeconomie opnieuw af te zinken in een deflatoire crisis. Door de groeivertraging in China zijn de grondstofprijzen hard gekelderd, terwijl de olieprijs door het uiteenvallen van de OPEC naar het laagste niveau in zeven jaar zakte. De vlucht naar veilige havens zorgt in steeds meer landen voor een negatieve rente.

    De volgende grafiek van BlackRock laat zien dat centrale banken hun balanstotaal niet langer uitbreiden. Zit hun werk erop? Of moeten ze na een korte adempauze opnieuw de geldkraan wagenwijd openzetten? We kwamen deze grafiek tegen via twitter.

    liquiditeit-droogt-op

    Zijn centrale banken klaar met stimuleren?

  • Ontslagen bankier komt minder snel aan nieuwe baan

    Een groot aantal ontslagen bankmedewerkers heeft moeite om een nieuwe baan te vinden voordat zijn of haar WW afloopt, zo schrijft RTL-Z op basis van gegevens van het UWV. Gemiddeld vindt 62% van alle ontslagen werknemers in Nederland binnen een maand na het ontvangen van de bijstandsuitkering een nieuwe baan, maar bij ontslagen bankiers ligt dat percentage veel lager op 52%.

    traderNiet alleen vinden bankmedewerkers minder snel een baan dan het landelijke gemiddelde, ook blijkt dat ze vaker een carrière switch moeten maken. Slechts 12,9 procent van de ontslagen bankmedewerkers vindt een nieuwe arbeidsplaats bij een beleggingsmaatschappij, effectenhandelsbedrijf of financieel administratiekantoor. Slechts 7% kan weer aan de slag in de financiële dienstverlening.

    Veel bankmedewerkers moeten op zoek naar werk in andere sectoren van de economie, zoals de gezondheidszorg, welzijn of cultuur. RTL-Z becijferde dat de afgelopen jaren in totaal ongeveer 27.000 arbeidsplaatsen verloren zijn gegaan in de financiële dienstverlening. De Rabobank schrapte in totaal 23.000 medewerkers, terwijl ABN Amro en ING respectievelijk 8.000 en 5.000 banen schrapten.