Interview met Sander Boon: De teloorgang van het vertrouwen in overheid en banken

Sinds het uitbreken van de financiële crisis hebben politici en bankiers veel vertrouwen van de bevolking verloren. Al vijf jaar sleept deze crisis zich voort en weinig mensen hebben nog de hoop dat we er snel uit zullen komen. Van de politiek hoeven we vooralsnog niet veel te verwachten en centrale banken lijken het ook niet meer te weten.

Marketupdate sprak met politicoloog en goud kenner Sander Boon over de financiële crisis. Boon werkte bij politieke denktanks, adviseerde politieke partijen, deed research en redactie van Willem Middelkoop’s ‘Als de dollar valt’ en publiceerde in 2012 zijn boek ‘De geldbubbel’. Hij schrijft economische scenario’s voor institutionele beleggers. Net als de crisis kent ook Boon’s verhaal verschillende invalshoeken. Daarom publiceert Marketupdate twee verschillende artikelen.

In het eerste deel bespreken we zijn visie ten aanzien van politieke, maatschappelijke en sociale ontwikkelingen. We staan aan de vooravond van grote veranderingen, zo vertelt Boon. In een tweede deel komen de monetaire ontwikkelingen en de rol van goud aan bod.

Verkeerde prikkels leiden tot verkeerd gedrag

Volgens Boon hebben overheden de afgelopen eeuw geleidelijk een samenleving opgebouwd waarin burgers weliswaar steeds grotere vrijheden genoten, maar waarbij tevens steeds meer verantwoordelijkheden zijn weggehaald bij diezelfde burgers. Veel zaken die aanvankelijk werden geregeld door individuele burgers werden in toenemende mate collectief georganiseerd. Denk daarbij aan verplichte zorgverzekering, verplicht pensioensparen en overheidsbemoeienis in de woonsector, zoals de NHG-hypotheken. Daarnaast heeft de transformatie van een kleinschalig banksysteem (Freebanking) naar een systeem met centrale banken en fiat geld ervoor gezorgd dat commerciële banken en andere financiële instellingen onverantwoorde risico’s konden nemen. Door depositogaranties vertrouwden mensen er bijvoorbeeld op dat hun geld veilig was, maar het gaf banken de gelegenheid om risicovoller met het geld om te gaan. Door impliciete en expliciete garanties kon de financiële sector wél genieten van de privileges, maar werd niet gevraagd om haar verantwoordelijkheid te nemen als risicovol gedrag resulteerde in grote verliezen. De verliezen werden immers genomen door de belastingbetalers.

Boon stelt dat de verkeerde prikkels uiteindelijk zijn te herleiden tot het geldsysteem. We vertrouwen ons geld, omdat de waarde ervan wordt gegarandeerd door het collectieve vermogen onze schulden te financieren met economische groei. Het vertrouwen is niet meer gebaseerd op de aanwezigheid van monetair goud. De verantwoordelijkheid voor de regulering van de geldhoeveelheid en de rentevoeten werd vanaf het begin van de 20ste eeuw steeds meer uit handen genomen van het individu en werd collectief georganiseerd door centrale banken.

Niet langer geeft iedere bank haar eigen geld uit dat door de markt op waarde geschat kan worden, het zogenaamde Freebanking. In plaats daarvan is er gecentraliseerd geld dat waarde ontleent aan een belofte van de overheid en de centrale bank, ons huidige papiergeld. Het voordeel daarvan was dat niemand zich meer afvroeg of het geld van een bepaalde bank wel betrouwbaar was. Het geld werd dus efficiënter. Er kleeft echter ook een nadeel hieraan, aldus Boon: individuele banken hoefden het niet meer zo nauw te nemen met hun risicobeleid, hun risicovolle gedrag werd immers niet meer gezien onder de mantel van het collectief gegarandeerde geld.

Door deregulering van de financiële sector vanaf de jaren 80 van de vorige eeuw werd volgens Boon de doos van Pandora geopend. Sindsdien kon er veel meer geld worden verdiend in de financiële economie dan in de gereguleerde reële economie. Door een combinatie van mogelijkheden die de ICT-revolutie bood, de groei van de interbancaire geldmarkt, aanwezigheid van belastingparadijzen en opkomst van zogenaamde ‘regulatory arbitrage’ – het financieel profiteren van gaten in de wet bij verschillende landen – loonde het steeds meer om in de financiële sector te gaan werken dan in de reële economie, met als gevolg dat veel talent op verschillende vakgebieden in de financiële sector ging werken.

Boon ziet niet alleen een scheefgroei in de economie. Het zorgde ook voor een consolidatieslag in de sector. Hoe groter de financiële instelling, hoe afhankelijker men werd van haar voortbestaan. ‘Too big to fail’ bracht dus overlevingszekerheid, aldus Boon. In wezen werd met impliciete en expliciete garanties voor de financiële sector het krediet dat ze creëren collectief gegarandeerd, net als het ‘gewone’ geld een eeuw eerder. En ook in aanloop naar de kredietcrisis van 2007 werden de regels door bepaalde partijen niet zo nauw genomen in de wetenschap dat risicovol gedrag niet zichtbaar was voor beleggers.

De rekening van de verzorgingsstaat

De verzorgingsstaat zoals wij die kennen is volgens Boon mogelijk gemaakt door het collectieve vertrouwen dat mensen hebben (gehad) in geld en krediet. Niet alleen bedrijven en burgers hebben als gevolg van dit vertrouwen grote schulden op zich genomen en door schuldgedreven economische groei jarenlang boven hun stand geleefd, maar ook overheden. Overigens beweren socialisten en sociaal-democraten wel eens dat de verzorgingsstaat de afgelopen dertig jaar steeds verder is afgebroken, maar dat is volgens Boon niet helemaal waar. De omvang van de overheid groeide juist in deze periode, maar de economie groeide in deze periode nog iets meer. Daardoor kon de groeiende omvang van de overheid ook gefinancierd worden. Nu de economische groei stagneert wordt er van iedereen een grotere bijdrage gevraagd om de hoge kosten van de verzorgingsstaat te dragen.

Boon wijst erop dat de burger in feite betaalt voor twee vangnetten. Het ene vangnet is de verzorgingsstaat die zorgt voor de kansarmen en zwakkeren in de samenleving en het andere vangnet is voor de puinhopen die politici en bankiers maken. Denk aan de bail-outs en de bail-ins. De middenklasse draagt hierdoor een steeds zwaarder juk op de schouders.

De overheid kan en zal impliciete en expliciete garanties blijven verstrekken, omdat die garanties niet direct geld hoeven te kosten. Door alsmaar door te gaan met het verstrekken van garanties ontstaat er echter een klimaat dat een voedingsbodem creëert voor onverantwoord handelen. Gaat het goed, dan genieten we van de winsten, gaat het mis, dan is er toch altijd het collectief dat de rekening kan betalen. Deze ongelijkheid tussen de privileges en de verantwoordelijkheden heeft een instabiel economisch systeem opgeleverd, aldus Boon. Een probleem gaat zich voordoen als we collectief niet meer de rekening kunnen betalen. En dat is een werkelijkheid die zich sinds het begin van de kredietcrisis in 2007 steeds meer opdringt.

De komst van de Euro

Sinds de introductie van de euro is de rente voor veel landen ongekend omlaag gegaan, waardoor landen als Griekenland, Spanje en Italië relatief goedkoop heel veel schulden konden maken. Banken en andere partijen waren bereid geld te lenen aan deze landen in de wetenschap dat er geen koersrisico was, de zuidelijke landen hadden immers hun eigen munten opgegeven. De hoge schuldopbouw van veel Europese landen is een onbedoeld neveneffect geweest van de introductie van de gemeenschappelijke munt en helaas konden die schulden worden gefaciliteerd door een bancair en financieel systeem waar bijna geen rem zat, zo stelt Boon.

De zuidelijke landen gaan vandaag de dag gebukt onder een enorme schuldenlast, waar ze nog maar heel moeilijk uit kunnen komen. Als ze snijden in de overheidsuitgaven daalt het BBP, maar dat gebeurt ook als ze de lasten voor de burger verzwaren. Een lagere BBP betekent dat de schuldquote automatisch toeneemt. Veel landen in Europa hebben anno 2013 een aanzienlijk groter schuldenprobleem op publiek en privaat niveau dan aan het begin van deze eeuw. Dat maakt Europese landen kwetsbaar en relatief inflexibel. Door de impasse over bezuinigen versus stimuleren is er de afgelopen vijf jaar is er vrijwel niets gedaan om de overheid en de economie fundamenteel en structureel te hervormen, aldus Boon.

Deflatie of schulden inflateren?

Na een lange periode van boven de stand leven moet de broekriem worden aangehaald. Binnen Europa is loondeflatie en schuldsanering volgens Boon de enige manier om uit te zieken en dat is een proces wat nog heel veel jaren kan gaan duren. Het is nog maar de vraag of de Europese bevolking dat vol kan houden en of politici stand zullen houden. Boon vertelt dat de huidige schuldencrisis – een crisis die zijn oorsprong vindt in het loslaten van de discipline van monetair goud – al in 1970 is voorspeld door de Franse econoom Jacques Rueff. Die stelde dat een op goedkoop krediet gedreven verzorgingsstaat een logisch einde kent en instabiel wordt als het krediet stokt. Volgens Rueff is een systeem waarin de politiek de cadeautjes weggeeft en de bevolking gewend is om cadeautjes te ontvangen bij economische tegenslag ontvankelijk voor sociale onrust.

Die uitspraak is vandaag de dag erg relevant, meent Boon. Angelsaksische landen willen dat ook Europa de geldpersen aanzet om de economie weer aan de gang te krijgen, volgens Boon een onbegaanbare weg. De collectieve schuldpositie is inmiddels zo groot, dat de economie geen ‘escape velocity’ lijkt te krijgen. De Europese Centrale Bank en Duitsland willen er ook niets van weten, vanwege slechte ervaringen uit het verleden (Weimar hyperinflatie). Toch lijken veel Europeanen liever het Angelsaksische model te willen volgen door nog wat meer schulden te maken en deze, indien nodig, met de geldpers te financieren. Bijvoorbeeld in Frankrijk is er veel weerstand tegen de strenge begrotingsdiscipline vanuit Europa. Boon stelt echter dat het aanzetten van de geldpers op de langere termijn veel schadelijker is dan het nu nemen van de pijn van bezuinigen en saneren. Hij doelt hierbij op de onmogelijkheid om eenmaal aangezette geldpersen ooit nog te stoppen, met als gevolg het uiteindelijke wegvallen van vertrouwen in geld. Volgens Boon is dat veel ontwrichtender voor een samenleving.

De grootste bedreiging voor Europa zit hem volgens Boon in sociale onrust en de opkomst van nationalistische sentimenten. Als extremisten ergens in Europa aan de macht komen is het niet uit te sluiten dat ze uit de euro stappen en het eenwordingsproces terugdraaien. In bepaalde landen leeft dat gevoel van nationalisme sterker dan in andere landen, maar het is een serieuze bedreiging voor het voortbestaan van Europa. Ook omdat het huidige aanpassingsproces er één is die nog vele jaren geduld vraagt van de bevolking en die nog lang pijn zal blijven doen. Volgens Boon is het risico van het uiteenvallen van de euro dan ook groter dan het risico van hyperinflatie.

Van het falende collectivisme naar parallelle samenlevingen

De slowmotion crash van het collectivistische verzorgingsstaatmodel dat in 150 jaar tijd is opgebouwd lijkt nu al zichtbaar. Boon maakt een vergelijking met het verleden. Tot de 15e eeuw was de Katholieke kerk uitzonderlijk rijk en machtig. De kennis was gecentraliseerd bij een zeer kleine groep mensen. Na de uitvinding van de boekdrukkunst kon kennis zich steeds sneller verspreiden, met als gevolg de de renaissance, de beeldenstorm, de verlichting, de wetenschappelijke revolutie, opkomst van het klassieke liberalisme en de industriële revolutie. Het proces van gecentraliseerde macht naar decentralisering en individualisme bracht grote veranderingen, voorspoed en vernieuwing teweeg.

Vandaag de dag ziet Boon een soortgelijk patroon. Een streven naar collectief georganiseerde politieke en economische macht begon ruim een eeuw geleden met de komst van vakbonden en andere belangengroepen. De verschillende belangengroepen werden vertegenwoordigd door politieke leiders die met elkaar in overeenstemming moesten komen. Tegenwoordig noemen wij dat in ons land ‘polderen’. De politieke vertegenwoordigers wensten de samenleving richting te geven, de zogenaamde maakbare samenleving. Daarbij was belastinggeld alleen op den duur niet meer voldoende. Vandaar de wens om te komen tot een geldsysteem dat flexibeler om kon gaan met het spaargeld van burgers. Centrale banken en het uiteindelijk van goud ontkoppelde papieren geldsysteen maakte dat mogelijk. Overheden en bankiers konden steeds meer macht naar zich toe trekken en werden invloedrijker in de samenleving. Later volgde ook de wetenschappelijke rechtvaardiging voor die gecentraliseerde macht, aldus Boon. Er kwam een nieuwe economische stroming die de overtuiging had dat de overheid en de banken wel wisten wat goed was voor de maatschappij, het Keynesianisme. Aan de hand van modellen zou men de economie kunnen voorspellen en ‘sturen’.

De centrale banken en overheden kregen volgens Boon zoveel macht dat je kunt spreken van een restauratie van “gecentraliseerd gezag zonder god”. De bevolking gaf zich over aan de wijsheid van politici en bankiers in hun streven naar een betere samenleving. De macht die de Katholieke kerk tot eind 15e eeuw had, die macht hebben politici en (centrale) bankiers vandaag de dag.

Net als toen lijkt er ook nu een verandering te komen in het denken. In het verleden werd die verandering opgestart door de boekdrukkunst, waarmee kennis opeens kon worden overbracht op een grotere groep mensen in de samenleving. Een soortgelijke ontwikkeling zien we volgens Boon nu met de opkomst van het internet, waardoor kennis en informatie zich veel sneller kan verspreiden en een veel groter publiek kan bereiken. Het vanzelfsprekende gezag waarop politiek en bankwezen lange tijd konden bogen is tanende.

Boon verwijst naar het boek “Een poging om in de waarheid te leven” van Vaclav Havel. In dit in 1977 gepubliceerde boek beschrijft Havel hoe individuen in de Oostbloklanden zich onder het communisme steeds meer afkeerden van de overheid. Ze maakten zich onafhankelijk van het falende collectivisme en gingen meer zaken op lokaal niveau regelen. Ze vonden geen aansluiting meer bij het politieke systeem en maakten dat systeem overbodig door het steeds meer te negeren en op te gaan in parallel aan het communisme bestaande samenlevingen. Het communisme in de Oostbloklanden implodeerde door wanbeheer en publieke onvrede uiteindelijk in 1990.

Volgens Boon is een waarschuwing aan het adres van het hedendaagse politieke bestel dat Havel in zijn boek voorspelde dat die trend om weg te lopen van de falende collectieve arrangementen zich ook in Westerse neoliberale samenlevingen zou gaan voltrekken, omdat in Havel’s ogen de Westerse politieke bureaucratie niet fundamenteel, maar gradueel anders georganiseerd is dat die in de (voormalig) Oostbloklanden.

De tendens van decentralisering is nu al zichtbaar, het beleid van politici en centrale bankiers wordt met steeds meer argwaan bekeken. De wens groeit om uit dit systeem te stappen. In deel 2 vertelt Boon welke mogelijkheden daarvoor zijn en welke gevolgen dat heeft voor het monetaire systeem.

Deel 2 is nu beschikbaar: klik hier

Sander Boon

Sander Boon is politicoloog en goudkenner. Hij publiceerde in 2012 zijn boek De Geldbubbel over het vastlopen van het huidige financiële systeem

Marketupdate.nl Crypto redactie
Marketupdate.nl Crypto redactie

Dagelijks op de hoogte van het crypto nieuws via marketupdate.nl

13 gedachten over “Interview met Sander Boon: De teloorgang van het vertrouwen in overheid en banken

  • 11 november 2013 om 23:39
    Permalink

    Respect voor Sander Boon. Ik heb zijn boek ook en raad het iedereen deze te lezen.
    De overheid is gewoon te groot en overal waar ze zich mee bemoeit wordt inefficiënt en onnodig duur. Kijk bijvoorbeeld naar de zorg. Behandelingen die niet (meer) worden vergoed dalen in prijs (als voorbeeld ooglasering) en we gebruiken ook minder onnodige zorg. Waarom worden Tv’s en computers steeds goedkoper terwijl ziekenhuisapparatuur duurder wordt. Vaak is de technologie verwant. In mijn optiek moet de markt zijn werk doen en een vrije markt bereikt zelf een bepaald optimum. Veel beleidsbepalers/bestuurders/politici zijn academisch geschoold en hebben allemaal dezelfde achtergrond, maar weinig hebben echt met hun benen in de maatschappij gestaan en in het bedrijfsleven gewerkt. Alleen voor bepaalde nutsvoorzieningen kan regulering goed zijn, maar in de kern is de overheid een zeer inefficiënte en onnodige dure ‘onderneming’.

    Beantwoorden
    • 12 november 2013 om 10:06
      Permalink

      Sander wees me op het boek van Havel. Dat boek heb ik in huis gehaald en het is echt een openbaring. Als je het nog niet kent raad ik je aan om het te lezen.

      Beantwoorden
    • 12 november 2013 om 12:50
      Permalink

      Overheid bashing doet het nog steeds goed bij mensen die niet begrijpen dat iedere onderneming streeft naar een monopolie zodat het zelf de prijs kan bepalen en daardoor de winst kan maximaliseren. Waarom de gezondheidszorg steeds duurder wordt? Hoeveel ziektekostenverzekeraars zijn er nog over? Achmea heeft 57% van de markt! En wat doen ze? Ze zetten de fysiotherapeuten zo onder druk dat het aantal dat nog voor zo weinig geld wil werken vanzelf weer afneemt. En iedereen weet dat het aanbod de vraag schept. Dus betalen ze minder en verdienen ze daardoor meer. Ook het gevolg van een monopolie positie.
      En oh wat is de markt efficient: piloten met een giga schuld want zowel de opleiding als de financiering doet de markt en nu hebben ze geen werk. Ooit gehoord van de varkenscyclus? Dat is wat de markt doet. Ze is helemaal niet zo efficient als iedereen stelt.
      Ander punt is dat de overheid gezien wordt als een ongebreidelde consument en niet als een producent. Onzin: voedselcontrole is nu zo uitgekleed dat andere landen onze producten weren want ze treffen er rotzooi in aan. En de slager die zijn eigen vlees keurt dat geloven we wel. Of onderwijs: is het echt zo dat privaat onderwijs ons land gaat redden? Nee, natuurlijk niet: veel lager onderwijs is voor de private sector volstrekt oninteressant want er valt niets rechtstreeks te verdienen.
      Ander punt: ooit gehoord van externe effecten? Als de overheid de autofabrikanten niet had gedwongen om schonere dieselmotoren te ontwikkelen zou niemand in de randstad de overkant van de straat nog kunnen zien door eeuwige smog.
      Nog een ander punt: als 1 bedrijf de lonen drukt dan is dat heel gunstig voor diens concurrentiepositie maar als alle bedrijven de lonen drukken dan zien ze plotseling dat er steeds minder omgezet wordt in het binnenland. En denken dat wij dan maar de race naar de bottom van de lonen moet aangaan met de rest van de wereld zodat wij tenminste onze groei met de export kunnen financieren is ook een illusie. Zolang de marsmannetjes niets importeren kun je je niet blijven schuilen achter kostenreductie zodat de export het wel doet.
      Wat goed is voor 1 bedrijf is slecht voor alle bedrijven. En zal de markt dat corrigeren? Ja, als je wacht tot het halve land werkloos is dan misschien wel.
      Uit onderzoek blijkt ook dat bedrijven pas innoveren als de overheid hen via subsidies etc. het risico ontnemen. Het is een fabel dat het bedrijfsleven zelf zo graag innoveert. Die zoekt het liever in monopolie positie vergaren desnoods door invoerbeperkingen af te dwingen bij die vermaladijde overheid om concurrenten buiten de deur te houden. Of het dure overheidsapparaat dat justitie heet misbruiken om via patentoorlogen de concurrent te knechten.
      En dan roepen ze natuurlijk helemaal moord en brand als ze geconfronteerd worden met stelende, stakende of saboterende medewerkers. Dat moet de overheid weer voor ze oplossen.
      Sorry, natuurlijk moet de overheid ook gratis wegen aanleggen en ander infrastructuur want dat gaat de markt toch echt niet zelf doen tenzij die natuurlijk weer een monopoliepositie ziet ontstaan: Als iedereen via jouw dure tunnel moet dan is dat natuurlijk bingo.

      Beantwoorden
  • 12 november 2013 om 13:07
    Permalink

    Sprott is toch gek van goud? Dus alles wat hij zegt heeft tot doel de prijs van goud te verhogen want dat spekt zijn kas. Doorzichtig hoor.
    Kijk wat Steve Keen te vertellen had in Hong Kong http://www.youtube.com/watch?v=aJIE5QTSSYA
    Overigens heeft Steve Keen in 2002 in zijn boek Debunking Economics al aangetoond dat deze crisis moest komen door de PRIVATE schulden en dat de overheidsschulden nauwelijks enige invloed hebben gehad. Kijk maar naar Spanje dat in 2006 nog bijzonder lage overheidsschulden had en nu door de banken (wat is die vrije markt toch efficient hè?) te steunen met staatsgeld natuurlijk wel met hogere overheidsschulden zit.

    Beantwoorden
    • 12 november 2013 om 14:08
      Permalink

      Wil, neem wat meer afstand. Ik noem uitdrukkelijk een verkeerde prikkelstructuur als oorzaak van crises. Organisaties die kunnen rekenen op impliciete of expliciete steun gaan onvermijdelijk risicovoller gedrag vertonen. Waarom? Omdat het geen consequenties heeft. Fouten worden gedekt door de samenleving. Wat wij in onze tijd zien is een vorm van vrije markt onder zeer gunstige voorwaarden van een kleine groep organisaties. Zolang die voorwaarden gunstig zijn, zal het uit de hand lopen. In een echte vrije markt wordt de vrijheid om te handelen gekoppeld aan de verantwoordelijkheid om voor de gevolgen van eigen gemaakte fouten op te draaien. Voor de overheid geldt hetzelfde. Hoeveel fouten die ook maakt, de rekeningen zullen altijd worden betaald door de belastingbetaler. Dat is de reden dat deze organisatievorm, ondanks aantoonbaar gemaakte fouten, de neiging heeft om te blijven groeien. Fouten worden niet afgestraft, ook niet via het stemhokje.

      Beantwoorden
      • 12 november 2013 om 14:53
        Permalink

        @Sander Boon Natuurlijk wil ik meer afstand nemen maar hoe je reactie dan op de stelling van Steve Keen (de private schulden zijn de oorzaak) betrekking heeft ontgaat me.
        Ook ik ben het met je analsye eens dat banken door de vrijheid deze crisis veroorzaakt hebben maar er is een verschil tussen een structureel probleem (namelijk dat de private schulden te hoog kunnen oplopen) en een specifiek probleem (dat de regulatie van de banken te zwak is geworden). Je zal uiteindelijk beide moeten oplossen anders gaat het toch weer fout.

        Beantwoorden
    • 13 november 2013 om 12:16
      Permalink

      @Floesh Jammer dat je zulke denigrerende opmerkingen nodig hebt om je grote gelijk te bevestigen.
      Sprott is een man die goud en nu zilver als veilige haven beschouwt maar als er gebeurt wat hij ziet gebeuren: een complete ineenstorting van het financiële systeem?
      Dan zal blijken dat inderdaad een overheid zijn eigen geld kan uitgeven zonder schuld. Het klinkt heel raar als je je er niet in verdiept maar kijk maar naar http://www.positivemoney.org/ En dat is de oorsprong van de Greenback!

      Beantwoorden
  • 18 november 2013 om 11:32
    Permalink

    “In economics you cannot convict your opponent of error — you can only convince him of it” – Keynes

    Beantwoorden
  • Pingback: Welvaart voor iedereen - Een eerlijker verdeling van welvaart is mogelijk

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Een cryptobeginner? Dan is het Nederlandse cryptoplatform Coinmerce de ideale plek om te starten

Ontvang jij al rente op jouw crypto?

Dit kan nu bij de volgende aanbieders