Alleen rijkste Amerikanen zagen hun vermogen toenemen

De meest vermogende huishoudens kwamen relatief goed door de crisis heen, want het gemiddelde vermogen van de rijkste 7% groeide tussen 2009 en 2011 van $2.476.244 naar $3.173.895. Tegelijkertijd zagen de overige 111 miljoen huishoudens het vermogen licht krimpen van $139.896 naar $133.817, een verlies van 4%. De scheve verdeling is volgens Pew Research toe te schrijven aan het feit dat vermogende huishoudens meer spreiding kunnen toepassen in hun vermogen. Ze bezitten bijvoorbeeld een grote portefeuille van aandelen en obligaties, beleggingen die tussen 2009 en 2011 in waarde zijn toegenomen. Minder rijke huishoudens hebben het grootste gedeelte van hun vermogen vaak in hun huis zitten, een huis dat niet bepaald meer waard is geworden sinds het knappen van de vastgoedbubbel…

Kloof tussen rijk en arm groter

Pew Research schrijft in haar persbericht dat de 8 miljoen rijkste huishoudens (met een vermogen boven de $836.033) tussen 2009 en 2011 er $5,6 biljoen op vooruit gegaan is, terwijl de 111 miljoen huishoudens met het minste vermogen samen naar schatting $600 miljard van hun vermogen zagen verdampen. Als we deze cijfers in een cirkeldiagram zouden uittekenen zouden we het vermogen van de 7% rijkste huishoudens zien opschuiven van 56% naar 63% van het totaal (tussen 2009 en 2011). Het gemiddelde vermogen van een huishouden in de rijke groep was in 2011 bijna 24x zo groot als het gemiddelde vermogen van een huishouden uit de minder rijke groep. Dat was in 2009 nog maar 18x zo veel.

Aandelen versus huizenprijzen

Het vermogen van huishoudens wordt gemeten als het totaal van alle bezittingen, zoals een huis, auto, een aandelenportefeuille, pensioenen en dergelijke, minus alle schulden zoals een hypotheek, een autolening, creditcardschuld en studentenleningen. Tussen 2009 en 2011 steeg de S&P 500 aandelenindex met 34% (en daaa met nog eens 26%), terwijl de Case Shiller index van huizenprijzen met 5% omlaag ging. De huizenprijzen beginnen volgens Pew Research alweer iets te stijgen, maar ze staan nog altijd 29% beneden de piek van 2006.

Beleggingsportefeuille

Huishoudens met een vermogen van meer dan $500.000 hebben gemiddeld 65% in aandelen, obligaties en pensioenrekeningen zitten, terwijl hun huis slechts 17% van hun vermogen is. Bij huishoudens onder de $500.000 vermogen komt gemiddeld de helft voor rekening van de woning en 33% van aandelen, obligaties en andere financiële activa. Tussen 2009 en 2011 daalde het aantal huishoudens in de categorie onder de $500.000 dat een eigen beleggingsportefeuille beheerde van 16% naar 13%. Aan het eind van de rit waren er dus minder huishoudens die profiteerden van de opwaartse trend in de aandelenmarkt. Onder de meest vermogende huishoudens zakte het percentage met een eigen beleggingsportefeuille overigens ook, van 62% naar 59%.

Het vermogen van de rijken werd groter, de rest werd iets armer tussen 2009 en 2011 (Bron: Pew Research)

Vooral de rijke huishoudens profiteerden van stijgende aandelenkoersen (Bron: Pew Research)

Vermogen van de rijkste 7% groter dan van armste 93% (Bron: Pew Research)

Vermogensontwikkeling naar vermogen alleen positief voor de $500.000+ huishoudens (Bron: Pew Research)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.