“Vandaag Prinsjesdag, vanmiddag zwemles”

Met deze woorden begin ik mijn dagboek op de derde dinsdag van september 2013. De dag waarop onze nieuwe koning voor het eerst de troonrede zal uitspreken op Prinsjesdag en de regering haar ‘beleid’ voor aankomend jaar zal presenteren. Jammer genoeg zijn de stukken wederom uitgelekt. Maakt het toneelstuk toch wat minder spannend. De dag zal dan ook vooral in het teken staan van de oppositie. Die zullen de aandacht namelijk graag aanpakken om het huidige en toekomstige beleid tot dramatisch te bestempelen.

Kapotbezuinigen
Het gaat niet goed met Nederland. Daar is iedereen het over eens. Terwijl het Centraal Planbureau (CPB) met een groei van een half procent in 2014 er nog een positieve draai aan probeerde te geven werd deze voorspelling nog dezelfde avond door verscheidene economen als te positief bestempeld. De lage groei gaat hand in hand met een oplopende werkloosheid, de koopkracht zal 2013 en in 2014 dalen en de Nederlandse bankensector is nog steeds labiel. Reden genoeg voor de oppositie om het regeringsbeleid met het bijbehorende begrotingsakkoord naar de prullenmand te verwijzen. Dit kabinet is ons land kapot aan het bezuinigen, horen we uit de monden van de oppositieleiders. Ze hebben de cijfers aan hun zijden, zo zal vanmiddag blijken. “Stop met bezuinigen” zal voor sommigen het antwoord zijn. Anderen, uit voorspelbare hoek, zullen stimuleringen eisen.

Bezuinigen of lastenverzwaringen?
En ze hebben een punt, die oppositie. Bezuinigen was sinds het moment dat Rutte en Samson elkaar diep in de ogen aankeken het credo van de beleidsbepalers. Miljarden werden er, en zullen er bezuinigd worden om aan de Europese begrotingseisen te voldoen. Toch zal er dit en volgend jaar niet aan de 3 procentnorm worden voldaan. Al met al zijn alle groeiprognoses bar slecht. Is bezuinigen dan ook echt zo slecht als men ons wil doen geloven? Staren de beleidsbepalers zich blind op de begrotingsnorm? Bezuinigt het kabinet Rutte II de economie kapot?

En precies deze vraag is niet te beantwoorden. De regering is namelijk niet bezig met bezuinigen. In het bedrijfsleven of bij huishoudens staat bezuinigen gelijk aan het verminderen van uitgaven. Het kabinet bestempelt de volgende maatregelen als bezuinigingen. Verhoging van het eigen risico in de zorg, verhoging van de assurantiebelasting, verhoging van het BTW-tarief, inflatiecorrecie op de inkomstenbelasting en beperking van de belastingaftrek voor pensioenpremies leveren de staat wel meer geld op. Minder gaan ze er echter niet door uitgeven. We moeten wel eerlijk blijven, de nullijn voor de ambtenaren wordt gehandhaafd. Dit komt wel in de buurt van een heuse bezuiniging. Met andere woorden, de lasten worden verzwaard terwijl de staatsapparaat nagenoeg intact blijft.

Heeft de oppositie de oplossing? Het zou kunnen. Stimuleren zullen ze. En dat kunnen ze, weten wij. Ze beloven en verzekeren verbetering.

Péché mignon
En wellicht is de hele retoriek tussen kabinet en oppositie wel kenmerkend voor de péché mignon van de politiek. Stimuleren of het verzwaren van lasten, bezuinigen op de entiteit die wij het Nederlandse staatsapparaat kunnen noemen is niet ter sprake en zal ook na vandaag niet ter sprake komen. Het kabinet zal verkondigen dat stoppen met “bezuinigen” een gevaar vormt voor de economie. De oppositie zal, zich beroepend op de expertise van tal van economen, het tegendeel beargumenteren. Kan één van beide visies dan rekenen op een wetenschappelijke economische onderbouwing?

It’s the multiplier, stupid
Het draait allemaal om de multiplier. Hoeveel euro levert een euro die de overheid uitgeeft de economie op? Is er sprake van een vliegwieleffect? Indien de multiplier groter is dan 1 levert elke euro die de overheid uitgeeft meer dan die ene euro op. Oftewel, de economie is in dat geval gebaat bij stimuleringen. Indien de multiplier kleiner is dan één kunnen bezuinigingen relatief minder kwaad.

Gelukkig heeft elke econoom die zichzelf serieus neemt, en dat zijn er veel, hier onderzoek naar gedaan. Zoals een discussie tussen Nederlands economische zwaargewichten Bas Jacobs en Sweder van Wijnbergen aan het begin van het jaar liet zien is er geen eenduidigheid over de hoogte van de mutiplier. Geen eenduidigheid over de multiplier in een economie en al helemaal niet in een open economie zoals Nederland. De schattingen lopen afhankelijk van de gemaakte assumpties uit van 0,3 tot 2,1. Om het allemaal nog makkelijker te maken kwamen de hoofdeconoom van het IMF, Olivier Blanchard, en professor Daniel Leigh met een onderzoek dat bij het vaststellen van fiscale multipliers sinds de recessie miscalculaties plaatsvonden van tussen de 0,4 tot 1,2.

Wie heeft de waarheid in pacht? De oppositie? Het kabinet? Econoom X? Of econoom Y?

Geconcludeerd moet worden dat het kabinet het pad der lastenverzwaringen heeft ingeslagen. Ze proberen hiermee de staatsfinanciën op orde te houden. Is dit het goede pad? De tijd zal het leren. Is het pad dat oppositiepartijen zouden inslaan beter? Wellicht. De mensen die deze vragen zonder twijfel bevestigend beantwoorden zullen vandaag veel aan het woord komen.

Al met al, laat ik de discussie aan mij voorbij gaan. Mijn aandacht hebben ze niet, ik ga naar zwemles.

Gorka Bemer

Bronnen:
NRC maandag 16 september

Olivier Blanchard and Daniel Leigh, Growth Forecast Errors and Fiscal Mutlipliers, IMF working paper (Jan 2013).

Bas Jacobs, Sweder van Wijnbergen en de multiplier, blog (Jan 2013)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.