Door Willem Middelkoop & Jaco Schipper
Afgelopen maandag maakte kredietbeoordelaar Standard & Poor's bekend dat zij het vooruitzicht op de kredietwaardigheid van de Verenigde Staten negatief heeft bijgesteld. Amerika behoudt weliswaar haar gewenste “AAA” status, het neemt niet weg dat de kredietwaardigheid door één van de vier Amerikaanse kredietbeoordelaars in twijfel wordt getrokken.
Uit de kredietverlagingen van Enron en de Wall Street banken, net voor hun faillissement in respectievelijk 2001 en 2008, weten we dat S&P een dergelijke stap alleen zet als de feiten onafwendbaar zijn. Met uitgaven ter grootte van ruim $3.800 miljard en inkomsten van bijna $2.200 miljard is een normalisering van de financiële problemen van de VS vrijwel onmogelijk. Nu de Fed meer dan 80% van alle staatsobligaties op blijkt te kopen en zelfs Pimco al het Amerikaanse schatkistpapier heeft gedumpt (en er zelfs short op is gegaan) lijken we aan de vooravond van een verdere val van de dollar te staan. Niets voor niets noteert de US Dollar Index op het laatste niveau in jaren.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Toch – en waarschijnlijk tegen beter weten in – blijft Minister van Financiën Timothy Geithner erbij dat Amerika de allerhoogste kredietwaardigheid nooit zal kwijtraken. De bezuinigingen waar onlangs Democraten en Republikeinen een akkoord over sloten – een slordige $30 miljard voor het begrotingsjaar 2011 – bleken na doorberekening van de Amerikaanse rekenkamer (Congressional Budget Office) te resulteren in een bezuiniging van $352 miljoen. Dat is een effectieve bezuiniging van 0,023% van het tekort. Het levert een gevoel van plaatsvervangende schaamte op.
 
Het is daarom niet vreemd dat de universiteit van Texas deze week bekend maakte dat haar universiteitsfonds UTIMCO bijna $1 miljard aan fysiek goud in New York heeft laten opslaan. Het op een na grootste universiteitsfonds van de Verenigde Staten, met bijna $20 miljard onder beheer, heeft daarmee haar goudpositie (maar liefst 5% van het fonds) wezenlijk veranderd. In plaats van termijncontracten en andere papieren posities in goud, heeft zij gekozen om het goud fysiek en gealloceerd op te slaan. Gealloceerd betekent dat het goud op naam in de kluis ligt.
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mede door deze opkomende institutionele vraag heeft goud de belangrijke psychologische grens van $1.500 doorbroken. De weg ligt nu open naar $2.000. Een totale wereldgoudmijnproductie van slechts 2.600 ton kan onmogelijk de totale fysieke vraag van 4.000 ton dekken. Bovendien geldt dat, omdat er momenteel wereldwijd sprake is van een negatieve reële rente (inflatie is groter dan spaarrente), spaarders bijna wel gedwongen worden om te beleggen om geen verlies te lijden op hun spaargeld.

Zolang deze globale schuldencrisis niet fundamenteel wordt opgelost en centrale bankiers en overheden de rekening vooruit blijven schuiven, zinken we steeds verder weg in het moeras van excessieve schulden. Zolang er geen middel voor handen is om schulden te kunnen liquideren zonder dat er nieuwe schulden aan te pas komen, dan zal het saldo aan uitstaande financiële verplichtingen blijven toenemen. Of die nu betaald kunnen worden of niet.

De autoriteiten kiezen ervoor om dit ofwel op de balans van overheden (lees: Europa) te zetten, ofwel op de balans van de centrale banken èn de overheid (lees: Amerika). In beide gevallen hebben burgers een probleem, want zij betalen de rekening. Edelmetalen zijn juist veilige havens omdat er geen financiële verplichtingen aan ten grondslag liggen; ze kunnen niet afgestempeld worden of worden bijgedrukt. Die kwaliteit ziet men in steeds hogere prijzen terug.