Bron: NRC

Woningmarkt In Nederland, Zweden, Luxemburg, Polen, Oostenrijk, Tsjechië en Duitsland stegen de huizenprijzen met minstens 7,5 procent.

De huizenprijzen zijn in 2020 in vrijwel alle Europese landen gestegen ten opzichte van het jaar ervoor. Dat blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van woningtaxateur Calcasa. In Zweden was de stijging het hoogst: daar nam de waarde van een huis gemiddeld met 10,1 procent toe. Nederland komt met 10,0 procent op de tweede plek. Ook in Luxemburg, Polen, Oostenrijk, Tsjechië en Duitsland stegen de huizenprijzen met minstens 7,5 procent flink.

In Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk was in 2020 ook een groei in de woningprijzen te zien, zij het een minder sterke (respectievelijk 4,9 en 4,3 procent). In Spanje, Cyprus en Estland was afgelopen jaar een kleine prijsdaling te zien. Over heel Europa ziet Calcasa gemiddeld een stijging van 5 procent.

De coronacrisis lijkt tot dusver geen directe invloed te hebben gehad op de groei van de huizenprijzen, schrijft de woningtaxateur. Wel is het mogelijk dat de pandemie en bijbehorende economische crisis indirect invloed heeft op de woningmarkt, al verschilt deze per land. Voor Nederland denkt Calcasa dat de steunpakketten van de regering eraan hebben bijgedragen dat de prijzenstijging op de woningmarkt afgelopen jaar heeft doorgezet. Daarnaast spelen het woningtekort en de lage hypotheekrente een rol.

Met de flinke prijsstijgingen in de Europese landen, zet een trend door die jaren geleden is ingezet. In de periode van 2015 tot 2019 zijn de huizenprijzen in Europa met 21,75 procent gestegen. In Nederland is dat percentage nog hoger: 35,58 procent. Ook in de andere landen waar afgelopen jaar een relatief hoge stijging te zien was, stijgen de huizenprijzen al jaren fors. Calcasa concludeert dan ook dat de stijging in 2020 „een voortzetting is van wat al gaande was”.