En terwijl de inteationale financiële media eensluidend zijn: “Europa rest alleen nog de geldpers”, weigert Duitsland aan die waanzin van geldpersfinanciering mee te werken.

We hebben de Europese problemen voor u op een rij gezet:

1. Griekenland is nog meer failliet dan voor de eerste bailout.
Iedereen lijkt nu eindelijk te concluderen dat een schuldherstructurering (inclusief kwijtschelding) absoluut noodzakelijk is. Nog een bailout is volslagen kansloos. Banken zullen als gevolg van een Griekse gecontroleerd faillissement gevraagd worden om “vrijwillig” tot 60% af te schrijven op Griekse staatsobligaties. Het Griekse bankwezen valt om, en moet met Europese fondsen overeind geholpen worden en daar bestaan geen afspraken over. Bovendien worden er grote problemen met credit-default swaps (CDSs) verwacht omdat er volgens de regels in het geval van een vrijwillige afschrijving van 60% geen sprake meer zijn van 'vrijwillig'. Dat betekent dat via CDSs systeemrisico's tot uiting gaan komen. Met andere woorden, de angst regeert de financiële markten nog steeds.

2. Europese banken zijn “ondergekapitaliseerd”
Banken moeten heel erg snel nieuw kapitaal aantrekken (op zeer krappe kapitaalmarkten en tegelijkertijd), of in plaats daarvan minder afhankelijk worden van vreemd vermogen. Of uiteraard, door middel van een combinatie van beide. Algemeen wordt aangenomen dat er tenminste €100 miljard aan vers kapitaal nodig is, ook al erkennen de meeste analisten dat deze inschatting aan lage kant ligt. Reëel en praktisch gezien is het zeer moeilijk om banken te herkapitaliseren en dat betekent dat Europese banken linksom of rechtsom de synthetische kredietkraan dicht moeten draaien om op die manier hun balans in te krimpen. Praktisch betent dit dat zij minder krediet zullen uitlenen om per saldo een kleinere balans te krijgen; ook op die manier zorgen zij ervoor dat zij beter gekapitaliseerd zijn. Met name dit laatste werkt averechts voor de noodzakelijke economische groei van de eurolanden (denk aan rooskleurige prognoses). Bovendien stimuleert een verhoging van de kapitaalsratio's banken, om binnen de zeer ruime regelgeving, creatieve constructies toe te passen met derde partijen die systeemrisico's juist opblazen.

3. Het noodfonds EFSF is met €440 miljard te klein
Het EFSF moet omwille van de geloofwaardigheid vergroot worden naar zo'n €2.000-2.500 miljard. De diverse technieken van de haute finance die voor de bancaire problemen in 2008 zorgden, worden juist nu door Europese regeringen aangegrepen als mogelijke constructies voor oplossingen. Sowieso geldt dat er geen ècht (en geleend) geld in het EFSF zit en veel van dit geld al is toegezegd aan Portugal, Ierland en Griekenland. Het bedrag bestaat echter uit garanties van Europese lidstaten dat zij eraan zullen bijdragen op het moment dat dit geld echt nodig is. Bijkomend probleem voor het EFSF zijn de kredietwaardigheid van de grootste donateurs van dit fonds. Dat zijn naast Duitsland, ook Spanje, Italië, en Frankrijk. Indien de ECB niet bijspringt in de secundaire markten voor in ieder geval Italië en Spanje (en binnenkort ook België en Frankrijk) dan moeten die landen opeens vanuit het noodfonds gefinancierd worden. Daardoor zullen zij niet kunnen aan het noodfonds bijdragen. Op het moment dat Frankrijk wegvalt, dan bestaat er geen noodfonds meer.  

4. Europa ontkent de besmetting van de kelanden van de eurozone; financiële markten zijn ervan in de ban
De Europese regeringsleiders lopen drie maanden achter op het nieuws. Aan de ene kant siert hen dat omdat zij zich niet laten schofferen of laten leiden door de wil van de markten, aan de andere kant zorgt de onrust voor een 'self-fulfilling prophecy' van afnemende investeringen en bestedingen, lagere economische groei e.d.. Europa heeft geen middelen om een Europese besmetting te voorkomen en ook geen middel om de symptomen ervan te maskeren. De ECB zou dat laatste kunnen bewerkstelligen, maar dat is het vijfde punt..

5. Europese verdragen verhinderen een bijdrage van de ECB
De Europese Centrale Bank mag onder geen beding de begrotingstekorten van landen of andere overheidsinstellingen door middel van vers geperste euro's financieren. Overheden mogen dat eigenlijk ook niet. Althans, voorafgaand aan de crisis werden de regels zo uitgelegd; tijdens en na de crisis wijzigde men slechts de interpretatie ervan. De ECB weigert desalniettemin te doen wat de Federal Reserve, de Bank of England en de Bank of Japan wel doen. Dat is gigantische hoeveelheden geld bij drukken om de nieuwe staatsschulden te financieren. Indien die centrale banken dat blijven doen en de ECB dat halsstarrig blijft weigeren, dan stijgt niet alleen goud, maar ook de euro. En een sterke euro is fnuikend voor de Europese export, m.n. de Duitse export. En van de Duitse economie hangt alles af. De stijging van de goudprijs heeft overigens voor Europa óók voordelen: de waarde van de Europese valutareserve stijgen met de goudprijs mee, ondanks de waardedaling van de beleggingen in 'buitenlands schuldpapier' (Amerikaans, Japans en Brits schuldpapier, alsook de Special Drawing Rights van het IMF).

6. Europa is politiek verdeeld
De geplande vergadering van de ministers van Financiën van de eurozone werd dinsdag tot een ieders verbazing en zonder duidelijke redenen afgelast. Het is zo af en toe één grote gênante poppenkast aan het worden, helemaal gezien de Britse en Italiaanse soap van de afgelopen dagen. Zo werd David Cameron op de eurotop afgelopen weekend door Nikolas Sarkozy “vriendelijk” verzocht een Europese bijdrage te leveren door zijn mond te houden, en lapte Silvio Berlusconi weer eens een afspraak aan de Italiaanse laars. Vorige week bleek Italië op de toegezegging/belofte te zijn teruggekomen voor wat betreft de dubbele Italiaanse bezetting in het bestuur van de ECB. De Italiaan Lorenzo Bini Smaghi weigert na de opvolging door Mario Draghi van Jean-Claude Trichet, af te treden als bestuurder bij de ECB. Hierdoor Italië heeft twee leden en Frankrijk géén. Bovendien ligt Berlusconi momenteel in eigen land ook nog eens zwaar onder vuur omdat coalitiepartij Lega Nord zijn vertrek zou eisen. De Lega Nord is fel gekant tegen de Europese eis om de Italiaanse pensioengerechtigde leeftijd te verhogen naar 67 jaar in plaats van de 65 jaar nu.

Domino D-Day?
De dag dat Europa met een allesomvattende oplossing komt, is zeker niet woensdag 26 oktober 2011. De Europese leiders zullen gaan schermen met nieuwe besluiten waarbij gedaan wordt alsof er een definitieve oplossing is gevonden, maar de waarheid gebiedt te zeggen dat er geen enkele oplossing mogelijk is. Een financieel systeem op basis van onaflosbare schulden kan je niet met meer schulden oplossen en dat is de richting waarin men het nu zoekt. Dit weten Duitsland en Frankrijk ook wel, maar zolang zij dit niet beleidsmatig onderkennen, dan zijn definitieve oplossingen uitgesloten. Tot die tijd is het Europees pappen en nathouden en wachten totdat het elders misgaat voordat men het systeem verandert. Voor morgen betekent dit dat er waarschijnlijk een drietal besluiten worden geprensteerd. Allereerst wordt Griekenland een kwestie van 'damage control' en een vorm van verdere herstructurering. De herkapitalisatie van Europese banken komt neer op het 'verhullen van insolvabiliteit' en het 'beperken'  van de economische neergang. En als laatste zal er een besluit gepresenteerd worden voor de ophoging van het EFSF. Of het fonds (met een creatieve financiële fietspomp) opgeblazen wordt naar de €1.000 of €2.000 miljard is nog niet duidelijk, maar uiteindelijk geldt er dat excessieve private en publieke schulden alleen nog maar met de de geldpers gefinancierd kunnen worden. Op Domino D-Day zal het morgen niet uitdraaien, maar als die onvermijdelijke dag er uiteindelijk toch komt dan kan de politiek daar niets aan veranderen; dan rest alleen nog de ECB met haar geldpers.