De ECB is de laatste jaren uitgegroeid tot de crisisbestrijder bij uitstek, maar daar is de centrale bank helemaal niet blij mee. In een uitgebreid artikel in het Duitse Handelsblatt lezen we dat achter de deuren bij de centrale bank veel irritatie is over het gebrek aan daadkracht bij overheden en politiek leiders. Steeds weer moet de centrale bank ingrijpen bij een dreigende crisis, omdat overheden te weinig doen om de economie te hervormen.

Was de ECB tien jaar geleden nog een instituut dat achter de schermen het monetaire beleid voor alle eurolanden uitzetten, vandaag de dag is haar rol geëvolueerd tot de crisisbestrijder die de brand moet blussen als ergens in de Eurozone banken in de problemen dreigen te komen en landen toegang tot de kapitaalmarkt dreigen kwijt te raken. En sinds vorig jaar heeft de ECB er ook nog de taak van Europees bankentoezicht bij gekregen…

Kritiek

“De kritische uitlatingen richting de ECB zijn soms moeilijk te verteren”, zo vertelde ECB-econoom Peter Praet tijdens een conferentie van Goethe University’s Center for Financial Studies. En daarbij richtte hij zich met name op Duitse economen, die de centrale bank ervan beschuldigen het geld waardeloos te maken met negatieve rente.

Ook uit Nederland is er veel kritiek geweest op het beleid van de ECB, onder andere van (voormalig) centraal bankiers als Nout Wellink, Klaas Knot en Lex Hoogduin. Vrijwel unaniem zijn zij van mening dat de ECB te ver gaat met haar beleid van negatieve rente en het maandelijks opkopen van €80 miljard aan staatsobligaties.

Dilemma: Moet ECB meer of minder doen?

Dat het niet makkelijk is een monetair beleid voor te schrijven voor 19 verschillende economieën blijkt wel uit het feit dat de kritieken uit twee kanten komen. De één is van mening dat de ECB nu al veel te ver gaat, terwijl de ander zal zeggen dat de centrale bank juist onvoldoende doet en meer extreme maatregelen als helikoptergeld moet overwegen. Het is een spanningsveld waarin de centrale bank moeilijke keuzes moet maken en nooit de wens van iedereen kan vervullen.

Ook ECB-bestuurslid Benoit Coeuré is niet te spreken over het feit dat heel veel maatregelen op het bord van de centrale bank worden gelegd. Hij verwijst naar de eindeloze nachten van Europees topoverleg in Brussel, waar overheden beslissingen moeten nemen en waar ook de ECB bij aanwezig is. Volgens Coeuré heeft de centrale bank daar niets te zoeken.

In iedere crisissituatie wordt de ECB om hulp gevraagd, of het nou gaat om een bailout programma voor landen, noodleningen aan de Griekse bankensector of het uitspreken van steun voor de Griekse overheid. Dat zijn allemaal taken waar de centrale bank zich helemaal niet mee wil bemoeien, omdat het taken zijn die de politiek zou moeten beslissen.

draghi

ECB niet blij met rol als crisisbestrijder

Limiet bereikt

De ECB is zich er goed van doordrongen dat ze inmiddels opereert op het randje van haar mandaat. Het verlagen van de rente en het opkopen van staatsobligaties kan beschouwd worden als indirecte steun aan overheden, terwijl dat volgens de verdragen uitdrukkelijk verboden is. Op het hoogtepunt van de Europese schuldencrisis vroeg de markt een rente van 7% om voor tien jaar geld uit te lenen aan landen als Spanje, Italië en Portugal. Nu lenen deze landen, dankzij het ingrijpen van de ECB, bijna gratis. Ondertussen stapelen de staatsobligaties zich in hoog tempo op bij de centrale bank.

Verschillende beleidsmakers bij de ECB zijn van mening dat de focus meer verlegd moet worden van de centrale bank terug naar overheden. Ze vinden dat landen van de eurozone meer moeten doen om hun begroting in orde te maken en dat ze meer structurele hervormingen moeten doorvoeren om de lastendruk voor bedrijven te verminderen. Alleen dan kan de economie van het Europese continent op de lange termijn blijven groeien.

Fiscale stimulering?

De ECB heeft met het verlagen van de rente en de lancering van het QE-programma tijd gekocht voor overheden om hervormingen door te voeren, maar het frustrerende is dat daarmee juist de noodzaak om te hervormen is weggevallen. De rente op staatsobligaties is nu zo laag dat landen zich niet meer zo druk maken over hun begrotingstekort en de staatsschuld.

Paul Sheard, hoofdeconoom van kredietbeoordelaar Standard & Poor’s, verklaarde tegenover het Duitse Handelsblatt dat de landen van de eurozone juist nu meer moeten doen aan fiscale stimulering, zodat er een minder zware last ligt op de schouders van de centrale bank.