Deze column verscheen eerder in de Nieuws-Flash!
Door Frank Knopers
Het machtigste land ter wereld moet aansluiten bij landen als België en Nieuw-Zeeland. De Amerikaanse regering was er snel bij om het besluit van S&P in twijfel te trekken, de kredietbeoordelaar te diskwalificeren en te benadrukken dat Amerika toch echt een AAA status verdient. De afwaardering van S&P komt opeen kritiek moment, waarin de beurzen dagen op rij flinke verliezen hebben laten zien en waarin de beleggers weer rekening houden met een herhaling van de beursval in 2008.
Zijn deze zorgen terecht? Er wordt namelijk sinds het uitbreken van de kredietcrisis met ‘marketing’ gesuggereerd dat de Amerikaanse economie herstellende is. Is de schuldencrisis echt zo acuut als de goudprijs doet geloven? Is er eigenlijk al niet sprake van een depressie ‘in disguise’? Tijd om even afstand te nemen en enkele feiten over de Amerikaanse economie op een rij te zetten.

Staatsschuld loopt uit de hand

De officiële staatsschuld van de VS is nu ongeveer $14,6 biljoen, een ongekend groot bedrag dat zich
laat vertalen naar bijna $46.800 per Amerikaan. Echter, in de officiële staatsschuld wordt geen
rekening gehouden met toekomstige uitgaven voor de sociale zekerheid en gezondheidszorg. Voor
deze programma’s worden de totale kosten geschat op $115 biljoen. Dat is een veelvoud van de
officiële staatsschuld en bijna evenveel als de grootte van de wereldeconomie maal twee.
De afwaardering van de Amerikaanse overheid door S&P komt voor de goed geïnformeerde belegger
eigenlijk niet als een verrassing en is gezien de toestand van de Amerikaanse economie ook zeker niet
onterecht. Tijdens de toespraak van Obama waarin hij de kredietwaardigheid van Amerika wilde
benadrukken, doken de beurzen nog dieper het rood in. De goudprijs ging even hard omhoog en heeft
in enkele maanden tijd een opmars gemaakt van $1.550 naar ruim $1.750 en doorbrak deze week
eventjes zelfs de grens van $1.800.

Private schulden

Naast de enorme publieke schuldenberg zijn ook Amerikaanse consumenten overladen met schulden.
Denk hierbij aan hypotheekschuld, consumentenkredieten en creditcardleningen, die gezamenlijk ook
nog eens goed zijn voor $51.400 per Amerikaan. Deze schuldenlast drukt zo zwaar op de Amerikaanse
economie dat die maar niet op gang wil komen, ondanks de enorme stimuleringsmaatregelen van de
overheid en het langdurige lage rentebeleid van de Federal Reserve.
Met zoveel schulden vraagt men zich af hoe het zo lang goed heeft kunnen gaan. Het antwoord is
eenvoudig: de leningen worden pas ècht een probleem zodra ze niet meer betaald kunnen worden. En
in de huidige toestand van de Amerikaanse economie en de overheidsfinanciën moet men concluderen
dat dit punt eigenlijk al lang geleden is bereikt.

Statistieken

Sinds 2007 is het aantal Amerikanen dat leeft van voedselbonnen gestegen van 26 miljoen naar meer
dan 47 miljoen. De werkloosheid, die volgens de traditionele definities wordt berekend door John
Williams (shadowstats.com), ging in diezelfde periode van 12% naar 22%. De arbeidsmarkt staat er
nu dus nog slechter bij dan aan de vooravond van de crisis van 2008. Tegenover de groeiende
onderklasse van Amerikanen die steeds minder te besteden heeft staat een kleine groep landgenoten
die aanspraak kunnen maken op de meeste welvaart. De inkomensongelijkheid in de VS is zelfs zo
groot dat 93% van alle financiële activa in het bezit zijn van de 10% rijkste Amerikanen. Dat is de
grootste inkomensongelijkheid onder de groep van ontwikkelde landen.
De huizenmarkt heeft ook estig te lijden gehad onder de crisis, want sinds 2008 is het aantal nieuw
gebouwde huizen ingestort naar niveaus die we tijdens eerdere crises nog nooit hebben gezien. Op de
top van de huizenmarkt werden er nog meer dan 2 miljoen huizen gebouwd, maar nadat de zeepbel
werd doorgeprikt is dit teruggevallen naar een zeer laag niveau van 500.000 tot 600.000 nieuwe
huizen op jaarbasis. Vergeleken met crises uit het verleden valt het op dat er nu geen sprake meer is
van een krachtig herstel.

Bezuinigen?

Wil Amerika er de komende jaren bovenop komen dan moet er drastisch worden hervormd en worden
bezuinigd. Het akkoord voor het verhogen van het schuldenplafond zal geen zoden aan de dijk zetten,
want feitelijk wordt er alleen gesneden op geplande uitgaven en niet op daadwerkelijke uitgaven. Het
Amerikaanse congreslid Ron Paul gaf een heldere illustratie van dit akkoord: “We kopen nu in plaats
van een Lamborghini een iets minder dure Mercedes met alles erop en eraan, terwijl we ons eigenlijk
niet meer kunnen veroorloven dan de eenvoudige Honda die we nu hebben en die het nog prima
doet”.
De speciale commissie die aan het werk is gezet om te kijken waarop bezuinigd kan worden, moet
voor de komende tien jaar voor zo’n $2.100 miljard aan geplande uitgaven schrappen. Echter, nu al is
duidelijk dat de geplande bezuinigingen grotendeels over de verkiezingen heen worden getild. Voor
beleggers geldt dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie voor de toekomst bieden. Bij de
Amerikaanse politiek lijkt het precies andersom te zijn want het bedrag dat de komende tien jaar
bezuinigd moet worden is nagenoeg hetzelfde bedrag dat zij in het afgelopen jaar tekort kwam. De
Amerikanen kunnen niet snijden in de begroting.

Dollar onder zware internationale druk

De afwaardering van de Amerikaanse staatsschuld heeft natuurlijk ook gevolgen voor de rest van de
wereld. Zij houden hun valutareserves aan in Amerikaanse staatsobligaties. Omdat de geldpers staat
de draaien waardoor de dollar haar waarde verliest, worden deze reserves ook minder waard. Rusland,
maar met name China die een enorme hoeveelheid van het Amerikaanse schuldpapier bezit, haalden
dan ook hard uit naar de VS. Zij staan machteloos tegen de unilaterale houding van de VS: Amerika
beslist eenzijdig ten koste van andere landen.
De zwakke dollar heeft zeer nadelige effecten op andere landen. Zo zien de sterkste landen in Europa
de rentes op hun staatsobligaties dalen door de behoefte aan veiligheid en diversificatie en stijgen
valuta als de Zwitserse Frank en Japanse Yen die nadelig uitwerken voor de export. Amerika heeft
grote economische problemen, lost die niet op, zet bij tegenvallende resultaten de geldpers aan en
bepaalt dat andere landen het maar moeten accepteren. De vraag is hoe lang wereldwijd regeringen
met deze situatie genoegen blijven nemen. De geluiden uit opkomende economieën is luid en
duidelijk: de dollar heeft als wereldreservemunt haar bestaansrecht verloren.

Niets verhullend

Oud Fed-baas Alan Greenspan kreeg naar aanleiding van de afwaardering door Standard & Poor’s de
vraag voorgelegd of Amerika niet in staat zal zijn om haar schulden af te betalen. Zijn antwoord was
dat Amerika nooit zal verzaken bij het afbetalen van haar schulden want men kan altijd geld
bijdrukken. Greenspan legde eigenlijk het proces uit dat al decennia aan de gang is. Met de
“kwantitatieve verruiming” onder QE2 werd er maandelijks voor zo’n $100 miljard aan staatsobligaties
opgekocht met vers gedrukt geld en daarmee is het proces in een hogere versnelling gezet.
Greenspan heeft eerder uitspraken gedaan die erop duiden dat hij donders goed weet wat het
uiteindelijke resultaat zal zijn. “Fiat money has no place to go to but gold”, zei hij in 2010. Amerika
bewandelt sinds zij in 1971 de koppeling met goud heeft losgelaten de weg naar een depressie. Nu die
depressie een gegeven is en met mooie en sjieke woorden wordt weggemoffeld, zal Greenspan aan
het einde van de rit gelijk gaan krijgen. En hoe hard alles ook ontkend wordt, aan het einde van de rit
zal goud een ‘blessing in disguise’ blijken te zijn.