Nog ‘milde’ kredietcrisis slaat voor eurozone om in existentiële crisis

De regering van de nieuwe Britse premier David Cameron moet in vijf jaar bijna 15% snoeien op de overheidsuitgaven. Dat is een getal om even te laten bezinken. Het is onvoorstelbaar veel. Een groot, ontwikkeld land dat 15% terug moet met een begroting. Is het soms revolutie in Groot-Brittannië?
Dat is het dus niet. En ook de eerste reacties van de Britten op de aankondiging van die enorme ombuigingsoperatie zijn nogal laconiek. De regering in Londen heeft ook geen keus. Het begrotingstekort gaat alle perken te buiten, kwam vorig jaar al boven de 10% van het bruto binnenlands product, komt dat dit jaar weer en zou dat zonder ingrijpende maatregelen in 2011 opnieuw zijn gekomen.
De berichtgeving over de Britse begroting stond in de krant van donderdag. In dezelfde editie werd gemeld dat de geldmarkt in Europa weer normaliseert. Banken durven elkaar weer geld uit te lenen. De kredietcrisis die in de zomer van 2007 uitbrak en een jaar later met de val van Lehman haar climax bereikte, loopt op haar einde.
Eén, twee jaar geleden was de kredietcrisis nog dé grote nieuwe economische crisis. Het was ook estig, en het blijft ook nog enige tijd onzeker of centrale banken erin gaan slagen het uitzonderlijk ruime geldbeleid zonder grote schade ongedaan te maken. Toch wordt steeds duidelijker dat de kredietcrisis slechts een vooraankondiging is geweest van een estiger crisis: die van de overheidsfinanciën.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.