Griekenland moet onder druk van Europa, de ECB en het IMF drastische bezuinigingen doorvoeren, tot groot ongenoegen van de bevolking. Ondertussen krijgt de overheid wel steeds een tranche met noodleningen uit het noodfonds, ook als niet aan alle eisen is voldaan. Het is al vaker gezegd dat een groot gedeelte van dit noodkrediet wordt gebruikt om de bestaande schulden af te lossen, schulden die op de balans staan van diverse Europese banken (inclusief de ECB) en in de portefeuilles van verschillende pensioenfondsen. Hoe de vork ongeveer in de steel zit werd onderzocht door Peter Tchir van TF Market Avisors. Hij berekende dat van de eerstvolgende tranche van €8 miljard slecht 19% gebruikt kan worden om het gat in de begroting te dichten. De rest blijkt te worden verdeeld tussen Griekse financials (23%), de ECB (18%) en een groot aantal financiële instellingen buiten Griekenland (40%). We praten dan vooral over banken in de verschillende Europese landen.

Volgens de bronnen van Zero Hedge ligt er voor ongeveer €75 miljard aan Grieks staatspapier bij Griekse banken en nog eens €25 miljard bij andere Griekse investeerders (beleggingen en pensioenfondsen). De ECB heeft inmiddels €55 miljard aan Grieks staatspapier 'opgezogen' uit de obligatiemarkt, terwijl financiële instellingen en beleggingsfondsen buiten Griekenland voor in totaal €175 (berekening Zero Hedge) of €205 miljard (volgens het IIF) aan Grieks schuldpapier in de boeken hebben staan. Als we vervolgens aannemen dat de looptijden van de Griekse obligaties voor elke obligatiehouder gelijkmatig zijn verdeeld komt er het hieronder afgebeelde overzicht uit.

Volgens schattingen gaat ongeveer 81% van het noodkrediet rechtstreeks terug naar houders van Grieks schuldpapier

In totaal wordt meer dan de helft van het noodkrediet voor de Griekse overheid (opgebracht door de Europese belastingbetalers) direct doorgepompt naar banken en fondsen buiten Griekenland. Het noodfonds lijkt dus vooral de belangen van de bankiers te behartigen, die door hun zwakke kapitaalpositie weinig tegenslagen kunnen permitteren. Met een relatief kleine staatsschuld als die van Griekenland (ongeveer €350 miljard) kan het geld nog wel een tijdje op deze manier worden rondgepompt. Merkel en Sarkozy kregen het dan ook benauwd toen Papandreou tegenstribbelde, want een ongecontroleerde Griekse default zou ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de Franse en de Duitse banken. Het besmettingsgevaar van een Grieks faillisement is moeilijk te overzien, omdat het financiële systeem op veel niveaus zeer nauw verweven is en de kapitaalbuffers van de banken door fractioneel bankieren flinterdun zijn.

De berekeningen waar het bovenstaande cirkeldiagram uit voort is gekomen zijn gebaseerd op schattingen en bepaalde aannames. De realiteit kan dus iets afwijken van het beeld dat hier wordt gepresenteerd, maar het is interessant om eens op deze manier de cijfers op een rijtje te zetten.