Sapienza en Zingales: Economen versus gemiddelde Amerikaan

Het onderzoek “Economic Experts vs. Average Americans” van Sapienza en Zingales is veelzeggend, omdat het misschien een 'probleem' in de academische wereld aantoont. Over verschillende onderwerpen hebben economen een veel sterker uitgesproken mening dan de gemiddelde Amerikaan (zie tabel), maar dat wil nog niet zeggen dat al deze economen gelijk hebben. Het gebrek aan nuance onder deze groep professionals ten aanzien van sommige van onderstaande stellingen is tekenend voor de manier waarop economen denken. Door modellen te construeren, tal van aannames te maken en de opgedane theorie te verspreiden over de volgende generatie wordt een cultuur geschapen waarin de neuzen dezelfde kant op worden gericht.

Men kan stellen dat economen bepaalde onderwerpen zodanig bestudeerd hebben, en dat ze allemaal dezelfde uitkomst hebben gevonden en dezelfde mening onderschrijven. De gemiddelde Amerikaan heeft die studie niet gedaan en is om die reden minder uitgesproken (lagere percentages 'eens' bij de stellingen in onderstaande tabel). Maar men kan het ook omdraaien, door te stellen dat de gemiddelde Amerikaan andere invalshoeken ziet en daardoor minder overtuigd is van bepaalde theorieen of simpelweg anders kijkt naar een vraagstelling dan een econoom.

In plaats van hier verder op in te gaan kan ik beter de onderzoekers zelf aan het woord laten. Vrij vertaald schrijven ze het volgende in hun conclusie:

“Wanneer economische experts geconfronteerd worden met beleidsvraagstukken lijken ze deze heel anders te beantwoorden dan de gemiddelde Amerikaan. Hoe technischer de vraagstelling is, hoe meer economen het met elkaar eens zijn. Dit verschil lijkt niet verklaard te worden door superieure kennis van economen, maar door het feit dat de gemiddelde Amerikaan de vraagstelling vaak anders interpreteert. Amerikanen Economen beantwoorden de vragen letterlijk en nemen daarbij aan dat alle onderliggende aannames juist zijn. De gemiddelde Amerikaan doet dat niet.

Onze analyse moet waarschuwing voor het gebruik van de mening van economische experts als beleidsinstrument. De vragen zijn vormgegeven als examenvraagstukken en lokken economen daarmee uit om het juiste antwoord te geven, in plaats van het meest relevante antwoord. Hopelijk beantwoorden deze economen, wanneer ze beleidsadviezen moeten geven, deze vragen anders dan in dit onderzoek. Zo niet, dan moeten we ons aansluiten bij de woorden van William F. Buckley, Jr. Hij zei: “Ik vertrouw de Amerikaanse overheid liever toe aan de eerste 400 mensen in de telefoongids van Boston dan aan de faculteit van Harvard University””

De stellingen in de tabel zijn een soort samenvatting van de feitelijke vraagstelling uit het onderzoek. In de eerste bijlage van het onderzoek staat de volledige uitleg bij alle stellingen die hieronder vertaald zijn weergegeven.

Antwoord economen en gemiddelde Amerikanen op verschillende stellingen, klik voor een grotere versie (Bron: Sapienza en Zingales, 2013)

h/t: Azizonomics

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.