Het rapport, dat hier te downloaden is (PDF), vat in 41 pagina’s de toekomstverwachting van de World Bank voor de Chinese economie samen. In 2011 was de groei van de Chinese economie al wat lager dan in het jaar daarvoor. In 2011 kwam de groei uit op 9,2%, een jaar eerder was dan nog 10,4%. Omdat de groei cumulatief is zijn de absolute verschillen een stuk minder groot, maar desondanks lijkt de groei van de economie in China toch echt af te zwakken. Vooral de zwakke economische situatie in de VS en in Europa drukken op de Chinese exporteconomie, met als gevolg dat er ook in China minder werkgelegenheid is en er minder investeringen worden gedaan. De export viel harder terug dan de import, waardoor het handelsoverschot van China zelfs even omsloeg in een handelstekort.

Als gevolg van de vertragende economie werden er ook minder investeringen gedaan in vastgoed en infrastructuur, zo schrijft de World Bank in haar nieuwste rapport over China. Het consumentenvertrouwen bleef stabiel en het inkomen per huishouden nam iets toe, waardoor de consumentenbestedingen op peil bleven. De hoge inflatie die in 2011 voor problemen zorgde is weer wat teruggevallen en is nu in een neergaande trend terechtgekomen. Tegenover de hogere inkomens stond ook een hogere productiviteit van de Chinese werknemers, waardoor de arbeidskosten effectief juist omlaag gingen.

Lagere groei

De zwakke economische omstandigheden wijzen op een lagere economische groei in 2012 en 2013, waarin de economische groei in China volgens de World Bank respectievelijk 8,2 en 8,6 procent zal zijn. De groei zal volgens de World Bank gedragen worden door binnenlandse consumptie, want de export naar andere landen zal naar verwachting blijven krimpen. De krimp zal niet groot zijn, maar het kan wel een bedreiging vormen voor de toekomstige economische groei van het land. Een verslechtering van de economische toestand in afzetmarkten van China (specifiek Europa en de VS) is één van de twee significante ‘downside risks‘ die de World Bank noemt in haar rapport. China produceert veel goederen die bedoeld zijn voor de export, goederen die niet meer gemaakt hoeven te worden als economische situatie in Europa en de VS verder verslechtert.

In China zelf ziet de World Bank het tweede grote risico, namelijk de vastgoedmarkt. We hebben er op Marketupdate al vaker over geschreven. De steden die uit de grond zijn gestampt en waar niemand woont en appartementen die de gemiddelde Chinees niet eens kan betalen, het zijn allemaal tekenen van een markt die uit zijn voegen is gebarsten. Een correctie op de vastgoedmarkt is aanstaande, maar vooralsnog verloopt de correctie op de huizenmarkt volgens de World Bank nog zeer geleidelijk.

Toekomst

De World Bank zegt dat de economische groei van China op de langere termijn vooral van China zelf moet komen. De exportmotor zal minder hard draaien door de grote schuldenproblemen in de VS en in Europa, terwijl de grootste voordelen van de urbanisatie en industrialisatie inmiddels al wel behaald zijn. Demografische veranderingen, zoals een naar verhouding krimpende beroepsbevolking en een groeiende groep ouderen, zullen ook voor de nodige uitdagingen zorgen. De productiviteit per werknemer groeit nog steeds, maar de kloof in productietechnologie tussen de ontwikkelde landen en landen als China wordt volgens de World Bank ook steeds kleiner.

De World Bank gelooft dat de industrie in China in de toekomst een kleinere portie van het totale BBP zal vertegenwoordigen en dat consumptie en de dienstensector verder zal groeien. Het rapport bevat verder tal van grafieken die de ontwikkelingen in China in beeld brengen.