Productiekosten penny en nickel nog steeds veel hoger dan nominale waarde

De US Mint zal voor het zevende jaar op rij geproduceerd worden tegen een hogere prijs dan de waarde die de munt heeft in circulatie. Van 2006 tot en met 2012 heeft de US Mint in totaal $469 miljoen moeten bijleggen op de productie van deze muntstukken met een waarde van $0,01 en $0,05, zo schrijft Coinupdate op haar website. Over het fiscale jaar 2012 heeft de US Mint in totaal 5,83 miljard 'pennies' en 1 miljard 'nickels' geproduceerd en gedistribueerd.

De gemiddelde kostprijs van de Amerikaanse $0,01 munt was in 2012 precies $0,02, terwijl de nickel met een nominale waarde van $0,05 geslagen en gedistribueerd werd voor een kostprijs van $0,1009. Er wordt dus de helft afgeschreven op de penny en de nickel op het moment dat deze in circulatie komen tegen de nominale waarde. Vorig jaar waren de productiekosten nog hoger, toen kostte een peny nog $0,0241 en een nickel $0,1118.

Lagere kosten dan vorig jaar

De daling van de kostprijs is grotendeels toe te schrijven aan lagere grondstofkosten, in dit geval koper, nikkel en zink. De koperprijs was dit jaar gemiddeld 13,8% lager dan vorig jaar en de prijs van nikkel en zink ging ten opzichte van een jaar geleden met respectievelijk 26 en 15,8% omlaag. Een penny bestaat voor 97,5% uit zink en 2,5% uit koper. Een penny van $0,05 bevat 75% koper en 25% nikkel. Naast lagere grondstofkosten vielen ook de productiekosten bij de US Mint lager uit. De locaties in Philadephia en Denver wisten de algemene kosten met ongeveer 3% terug te brengen, terwijl de verkoopkosten en administratieve kosten met 2,8% omlaag gingen.

De US Mint zoekt naar een manier om de productiekosten van dit kleine wisselgeld omlaag te brengen. Er zijn twee verschillende oplages van pennies en nickels uitgegeven die een andere materiaalsamenstelling hebben. Deze worden geëvalueerd op duurzaamheid, hardheid, corrosie en kostprijs. Het is niet te verwachten dat de productiekosten van de penny ooit weer onder een cent zullen uitkomen.

Penny en nickel twee keer zo duur als de nominale waarde

Intrinsieke versus nominale waarde

We zouden deze muntjes van $0,01 en $0,05 gekscherend monetair afval kunnen noemen. Bij het maken van deze munten gaat namelijk waarde verloren, terwijl deze kleine coupures door de inflatie nauwelijks meerwaarde hebben. Ook in ons land waren de $0,01 en $0,02 muntjes een kort leven beschoren, omdat ze vrijwel geen waarde vertegenwoordigden en vooral extra onhandig waren in de portemonnee en in de kassa.

Volgens de website Coinflation is de intrinsieke waarde van de nickel inmiddels hoger dan de nominale waarde. De smeltwaarde van deze $0,05 munt is bij de huidige prijzen van koper en nikkel (12 december 2012) afgerond $0,0522. Dat is een premie van 4,38% boven de nominale waarde. Op dezelfde website lezen we dat de oude versie van de Amerikaanse cent (jaartal 1909-1982) door de aanwezigheid van koper inmiddels een smeltwaarde heeft van $0,0241. Dat is een premie van 141% boven de nominale waarde. De nieuwe cent die sindsdien geslagen wordt heeft een smeltwaarde van $0,00522, ongeveer de helft van de nominale waarde.

Het feit dat zelfs de muntstukken die gemaakt worden van basismetalen als koper, nikkel en zinc meer smeltwaarde hebben dan de nominale waarde geeft aan dat de dollar gedurende haar leven veel waarde verloren heeft en nog steeds aan waarde blijft verliezen. De gouden en zilveren muntstukken verdwenen al veel eerder uit circulatie en zijn inmiddels een veelvoud waard van de nominale waarde. De oude Morgan Dollar (1878-1921) en Peace Dollar (1921-1935) zijn tegen de huidige zilverprijs ruim 25x zoveel waard als de $1 die erop geslagen is.

De dollarmunten die vandaag de dag geslagen worden door de US Mint kosten gelukkig niet zoveel. Die zullen door de smeltwaarde van slechts $0,062 niet uit circulatie verdwijnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.