FOFOA: Wat is goud?

Is goud geld? Is het een belegging of investering? Of is goud gewoon vermogen, een vorm van rijkdom? Of kunnen we al deze eigenschappen op goud plakken? De meningen hierover lopen sterk uiteen, vandaar dat FOFOA op zijn blog recent een heel artikel wijdde aan dit vraagstuk.

Omdat de vraag ‘Wat is goud?’ naar mijn idee nog te weinig ter sprake komt en het artikel van FOFOA interessante inzichten geeft leek het mij een goed idee om er ook wat over te schrijven voor het Nederlandstalige publiek. Onderstaande analyse is niet de mijne, maar die van FOFOA. Ik presenteer hier slechts een vertaling waarin ik de kernpunten van FOFOA’s analyse probeer samen te vatten. Als u de Engelse taal goed beheerst en u er tijd voor vrij wilt maken, lees dan vooral het artikel ‘What is Gold?‘ op het blog van FOFOA zelf. Voor de lezers die al bekend zijn met FOFOA, als de vertaling/samenvatting ergens tekort schiet hoor ik dat graag. Elke keer als in onderstaande artikel het woord ‘ik’ gebruikt wordt, dan slaat dat op de mening van FOFOA, niet die van mij.

Wat is goud?

Is goud geld, een valuta, een belegging/investering of is het gewoon een bezit dat rijkdom vertegenwoordigt? Om die vraag te kunnen beantwoorden omschrijft FOFOA eerst de vier eigenschappen die aan goud worden toegeschreven:

Geld: Het concept dat mensen onderling afspreken om ‘iets’ te gebruiken als boekhoudkundig systeem om onderling betaling te verrichten. Op deze manier wordt de handel in goederen en diensten in de maatschappij gesmeerd.

Valuta: De fysieke vorm van het concept ‘geld’ dat hierboven beschreven staat. Het wordt uitgegeven in een gestandaardiseerde vorm (munten en bankbiljetten) door de overheid of door een vertegenwoordiger van het volk. Ook het girale geld valt hieronder. Het is het feitelijke middel dat we gebruiken om transacties te doen, de waarde van goederen en diensten met elkaar te vergelijken en dat we gebruiken om koopkracht enige tijd uit te kunnen stellen (sparen).

Belegging/investering: Iets dat men koopt in de verwachting dat het een rendement oplevert voor de eigenaar. Dat kan cashflow of koersrendement zijn. Het is een manier om risico te nemen met het geld, in de hoop dat er op een later moment meer geld terug komt. Als een belegging zijn ‘top’ bereikt heeft of ‘overgewaardeerd’ is volgens een bepaalde rekenmethode (koers/winst, dividendrendement, rente, enzovoort) zal de rationele belegger of investeerder de betreffende belegging of investering verkopen en op zoek gaan naar een andere belegging die volgens hem of haar ondergewaardeerd is.

Rijkdom (vermogen): Dit zijn alle fysieke dingen die men volledig kan bezitten. Verhandelbaar vermogen zijn de bezittingen die door veel mensen op gelijke waarde worden geschat, daarom is het verhandelbaar. Een bezitting die duurzaam is zal beter verhandelbaar zijn dan een bezitting die na verloop van tijd vergaat. Bekende vormen van verhandelbaar vermogen zijn kunst, antiek, klassieke auto’s en veel andere waardevolle tastbare bezittingen.

FOFOA heeft op zijn blog een enquete geopend waar lezers aan kunnen kruisen welk van de bovenstaande vier eigenschappen ze toeschrijven aan goud. Er zijn meerdere antwoorden mogelijk. FOFOA vervolgt:

Enquête

Als iedereen in het Westen zijn stem zou uitbrengen in deze enquête, dan zou ‘goud is een belegging’ met afstand het vaakst genoemd worden. Als we iedereen zouden laten stemmen die actief is in de ‘blogosphere’ (online gemeenschap) van edelmetalen, dan zal waarschijnlijk het antwoord ‘Goud is geld’ het vaakst worden aangevinkt. Voor de meeste westerlingen is goud een belegging of investering. Voor de ‘goldbugs’ en de liefhebbers van ‘hard geld’ (geld dat gedekt is door edelmetaal) is het gewoon geld. Voor de banken die handelen in goud is het edelmetaal een vorm van valuta (afkorting: XAU) op basis waarvan men kredieten kan uitgeven en verhandelen.

Eigenlijk is goud precies wat de bezitter denkt dat het is. En de meerderheid van het bovengronds aanwezige goud in de wereld (in totaal ongeveer 165.000 ton) is in het bezit van personen of instanties die denken dat het edelmetaal rijkdom (vermogen) is. Het maakt helemaal niet uit wat ieders mening over goud is, want alleen de mensen en instanties die fysiek goud bezitten hebben daar iets over te zeggen. En met bezitten bedoelen we dat het fysiek in bezit is en dat er geen claims van andere op rusten. Hoe meer fysiek goud iemand bezit, hoe groter zijn of haar stem zal zijn in het beoordelen van wat goud precies is.

De meest relevante conclusie die we kunnen trekken uit de theorie die we Freegold noemen is dat de toekomstige goudprijs een veelvoud hoger is dan de huidige goudprijs (uitgedrukt in koopkracht van het geld vandaag de dag). Die hoge prijs die onder ‘Freegold’ tot stand zal komen is een onderwerp waar velen vragen over hebben. Stel dat goud na een herwaardering $55.000 per troy ounce waard is (in huidige dollars), zal de wet van vraag en aanbod de goudprijs dan niet razendsnel weer omlaag brengen? Wordt er dan niet massaal goud verkocht om ‘winst te nemen’?

Vraag of aanbod?

Er zijn twee gedachtegangen over de organische totstandkoming van Freegold. De gedachtegang die ik niet onderschrijft is die van een vraag-gedreven stijging van de prijs tot dat niveau van ongeveer $55.000 per troy ounce. Volgens deze gedachtegang moeten eerst alle mensen overtuigd raken van de ‘echte waarde’ van het gele metaal. De vraag naar goud onder de gewone bevolking zal daardoor zo sterk toenemen dat het aanbod niet meer voldoet en dat de papieren goudmarkt onder deze druk zal bezwijken.

De andere gedachtegang, die ik wel onderschrijf, is dat de herwaardering van goud aanbodgedreven zal zijn. Van boven naar beneden. Volgens deze gedachtegang zal de gemiddelde man op straat de waarde van het metaal pas begrijpen na de revaluatie en de totstandkoming van Freegold. Er zal een moment komen waarop het aanbod van goud opdroogt en het goud zich ‘verstopt’ voor de markt. Het zal simpelweg niet meer te koop zijn in fysieke vorm omdat de mensen die het goud in handen hebben het niet willen ruilen voor wat anders. Dat zal op het moment zijn dat de prijs van de papieren afgeleiden van goud crashen. Volgens deze gedachtegang zal het fysieke goud zich op dit moment concentreren in de sterkste handen, de handen van mensen en instituties die fysiek goud beschouwen als rijkdom (vermogen) en niet als belegging.

Beleggers

We moeten kijken naar wie op dit moment het fysieke goud in handen heeft en hoe zij denken over goud. Dat zal uiteindelijk bepalend zijn voor de rol die goud zal spelen na de herwaardering die plaats vindt bij het crashen van de ‘papieren goudmarkt’. Het is mogelijk dat een aantal lezers die fysiek goud gekocht hebben het nog steeds beschouwen als een belegging die op de top verkocht moet worden voor een leuke winst. Maar het metaal dat om deze reden verkocht zal worden zal slechts een fractie zijn van het totale fysiek aanbod in de wereld. Daarbij is de kans groot dat mensen die fysiek goud zien als een belegging het veel te vroeg van de hand zullen doen, nog voordat de herwaardering van goud onder Freegold heeft plaatsgevonden. Deze ‘beleggers’ zullen hun loterij ticket te vroeg inleveren en een groot gedeelte van de herwaardering van het goud missen.

Bijna iedereen die fysiek goud gekocht heeft met als doel het voor een winst te verkopen (als belegging) zo vroeg of laat in de verleiding worden gebracht om het edelmetaal met winst te verkopen. Dat punt zal iedere ‘belegger’ in goud bereiken en dat punt zal voor de meerderheid  van deze beleggers bereikt worden voordat de herwaardering van goud heeft plaatsgevonden.

Goudprijs crasht

Stel je het volgende scenario voor: Er vindt opnieuw een grote schok plaats in de financiële markten (vergelijkbaar met die van september 2008), maar dit keer blijft de goudprijs dalen en dalen. Terwijl fysiek goud nergens meer te krijgen is en het aanbod opdroogt blijft de spotprijs dalen tot $500 per troy ounce. De centrale bank stapt in en probeert de crash op de financiële markten te stoppen door middel van nieuwe geldinjecties. De daling van de goudprijs wordt bevroren op op $500 per troy ounce en in de weken die daarop volgen wisselt iedereen zijn claim op metaal (termijncontracten) in voor die $500 per troy ounce aan cash.

Aan het einde van het volgende kwartaal blijkt dat de ECB de goudvoorraad van het Eurosysteem heeft gewaardeerd van $500 naar $55.000 per troy ounce. Deze prijs blijkt vervolgens tot stand te zijn gekomen op basis van de gemiddelde goudprijs waarvoor de BIS en de ECB fysiek goud verhandelden gedurende de periode dat de papieren goudprijs instortte. We hebben dus een plotselinge herwaardering van goud, omdat men alleen de ingestorte spotprijs van $500 per troy ounce goud zag. Er was geen handel meer en de rechtstreekse handel in fysiek goud gebeurde buiten de beurs om en was daarom niet van invloed op de papieren goudprijs van $500 per troy ounce.

De nieuwe goudprijs van $55.000 per troy ounce zal voor de meeste mensen als een schok komen, vooral voor de ‘goudbelegger’ die daarvoor al winst genomen had en de grote eenmalige revaluatie van goud gemist heeft. De meeste mensen zullen de herwaardering van goud op $55.000 per troy ounce niet aangrijpen om massaal kleine goudbaartjes te kopen. De verandering van de mindset zal in dit scenario enige tijd duren. Het zal dus meer de vraag zijn of het aanbod van goud de nieuwe goudprijs omlaag zal brengen.

En dit brengt ons bij de vraag aan het begin van dit artikel: Wat is goud? De twee eigenschappen die hier zullen strijden zijn ‘goud als belegging’ en ‘goud als rijkdom (vermogen)’, want die zullen bepalen of het fysieke goud na de herwaardering op $55.000 per troy ounce massaal in de verkoop wordt gedaan of niet (en daarmee de prijs wel of niet omlaag brengen). Iedereen die na de herwaardering van goud nog goud in bezit heeft zal hierover zijn of haar stem kunnen uitbrengen (door het goud wel of niet te verkopen tegen de nieuwe prijs).

Een belegger die toevallig heeft vastgehouden aan zijn of haar goud tot na de herwaardering zal er niet lang over na hoeven te denken. Die zal het goud met een aanzienlijk winst verkopen en de opbrengst gebruiken om een andere beleggingskans te grijpen en de beleggingsportfolio opnieuw in te richten. Als teveel mensen dat doen, dan kan dat inderdaad een daling van de goudprijs tot gevolg hebben. Maar hoeveel procent van het wereldwijde fysiek goud is in handen van beleggers die denken dat goud een belegging is die verkocht moet worden op de top?

Diegene die goud zien als rijkdom (vermogen) zullen anders reageren op de herwaardering van goud op $55.000 per troy ounce. Dit zijn mensen en instituties die alles al hebben wat ze nodig hebben. Wat ze overhouden aan vermogen in de vorm van kunst, vastgoed, antiek en goud hoeven ze niet te verkopen. Het zou voor deze groepen weinig zin hebben om al het goud te verkopen, want wat moeten ze dan met dat extra geld doen? Ze kochten juist goud en andere waardevolle bezittingen omdat ze meer geld hebben dan nodig is voor levensonderhoud. Naargelang hun behoefte aan liquiditeit of diversificatie van hun bezittingen zullen ze misschien hele kleine porties goud verkopen, maar ze zullen geen enkele reden hebben om het massaal van de hand te doen. Het goud is onderdeel van hun rijkdom (vermogen) en zal daar waarschijnlijk blijven liggen.

Giffen good

Er zijn goederen die populairder worden naarmate de prijs stijgt, deze goederen worden ook wel Giffen Good genoemd. Dit zijn bijvoorbeeld beleggingen en waardevolle bezittingen die vermogende mensen hebben. Als deze in prijs stijgen lokt dat doorgaans meer in plaats van minder vraag uit. Bij een beperkt aanbod drijft dat de prijs verder op. Denk bijvoorbeeld aan de prijs van exclusieve auto’s, sieraden en schilderijen op veilingen. Daar worden door de jaren heen steeds hogere bedragen voor geboden. Toch worden dit soort exclusieve rijkdom door de stijgende prijs niet massaal in de verkoop gedaan door vermogende particulieren. Natuurlijk zijn er ook beleggers die dit soort exclusieve bezittingen kopen met als doel er geld aan te verdienen, maar dat is slechts een minderheid. Anders hadden we immers wel een correctie gezien in de prijzen van dit soort rijkdom (vermogen).

Het punt is dat vermogende personen en instituties, die een aanzienlijk gedeelte van de bovengrondse goudvoorraad van 165.000 ton in hun bezit hebben, fysiek goud zien als rijkdom en niet als belegging. Ongeacht van waar de prijs heen gaat, ze zullen het niet en masse verkopen. Ze zullen het zelfs niet in een grote hoeveelheid verkopen. Ze hebben alles wat ze nodig hebben al en zullen goud alleen verkopen in hele kleine porties, mocht de behoefte aan liquiditeit daar zijn of mocht de persoonlijke voorkeur verschuiven.

Ten opzichte van de vermogende particulieren en instituties die veel goud bezitten als een vorm van rijkdom zijn de kleine beleggers die goud kopen maar een fractie. Die zullen hun goud voor de hogere prijs verkopen, maar dat zal de markt niet sturen. In landen als China en India beschouwt de meerderheid van de bevolking goud ook als een rijkdom (vermogen), dat pas verkocht wordt als er geld nodig is. Ook zij zullen waarschijnlijk niet opeens al hun goud van de hand doen om een winst te ‘cashen’.

De bottom line is dat het percentage fysiek goud dat daadwerkelijk in het bezit is van beleggers die het op de top willen verkopen maar klein is ten opzichte van het totale goud dat bovengronds aangehouden wordt. Centrale banken hebben een gigantische hoeveelheid fysiek goud in hun bezit, maar die beschouwen het gele edelmetaal ook als een bezit op hun balans. We hoeven ons dus geen zorgen te maken over centrale banken die massaal goud zullen dumpen na de herwaardering onder Freegold in een poging ‘de top’ te pakken.

Ondergronds goud?

Het grootste aanbod van goud komt van de mijnen, want in de afgelopen vijf jaar was de gemiddelde goudproductie per jaar volgens het World Gold Council iets meer dan 2.600 ton per jaar. Een van de argumenten tegen Freegold is dat de mijnbouwproductie van goud tegen de hogere goudprijs van $55.000 per troy ounce betekent dat er jaarlijks voor $4,6 biljoen aan goud gekocht moet worden om het nieuwe aanbod op te vangen. Om dat argument te weerleggen moeten we het onderscheid maken tussen bovengrondse en ondergrondse goudreserves.

Als eerste is goud in de grond minder waard dan goud boven de grond. De waarde van ondergronds goud is de marktprijs, minus de kosten die gepaard gaan met het uit de grond halen en het zuiveren van het goud. Het tweede belangrijke onderscheid is dat bovengronds goud duidelijk in het bezit van iemand kan zijn, bij ondergronds goud is dat niet zo duidelijk als menigeen denkt. Zeker onder extreme omstandigheden zijn er meer partijen die aanspraak willen maken op ondergronds goud.

Het is een illusie dat de eigenaar van de goudmijn ook eigenaar is van het goud dat in de mijn zit. De mijnen kunnen het goud alleen probleemloos winnen als de kosten van het opgraven dicht bij de marktprijs ligt. Wordt de winstmarge veel groter, dan nemen ook de bedreigingen toe. We zien het vandaag de dag al in verschillende landen. Mijnwerkers eisen een hogere compensatie voor hun werk als de goudprijs stijgt en overheden willen ook een groter gedeelte van de winst belasten. Niet alleen de overheid zal daarom vragen, ook de bevolking van het land zal zijn onvrede uitspreken over het feit dat een mijnbouwbedrijf profiteert van nationale bodemschatten en daarvoor compensatie eisen via hogere belastingen.

Mijnbouwbedrijven zijn kwetsbaar, want ze kunnen zich niet verschuilen voor de overheid. Ze zijn gebonden aan een fysieke locatie en kunnen daarom bestempeld worden als een ‘sitting duck’, een makkelijke prooi voor de overheid om extra belastinginkomsten binnen te halen. Volgens Doug Casey zullen overheden met begrotingstekorten zoeken naar nieuwe inkomstenbronnen. Mijnbouwbedrijven zullen dan snel gevonden worden, omdat die hun bezittingen niet kunnen verplaatsen. Ze zijn daarom het makkelijkste te belasten. Dit zijn extra inkomsten die zelfs de overheid razendsnel zal vinden en uitbuiten.

Daar komt nog eens bij dat de overheid ook belangstelling zal hebben voor het gemijnde goud, zodra het tegen $55.000 per troy ounce gewaardeerd wordt. Overheden met een eigen centrale bank en een geldpers zullen het geld verstrekken aan het publiek, terwijl ze zelf het goud in bezit zullen nemen en houden. Vooral landen die relatief weinig bovengrondse goudreserve hebben ten opzichte van hun ondergrondse goudvoorraad (zoals Canada en Australië) zullen het goud uit de mijnen opkopen om dat aan hun reserve toe te kunnen voegen. De overheid kan de goudmijn simpelweg de hogere goudprijs van ongeveer $55.000 per troy ounce bieden en vervolgens een groot gedeelte van die kosten via belastingen weer terugvragen van de mijnen. Slechts een klein gedeelte van de jaarlijkse goudmijnproductie zal om die reden de markt bereiken.

Conclusie

Het gaat er dus niet om hoeveel meer goudmijnproductie er zal zijn na de herwaardering van goud onder Freegold. Het gaat erom hoeveel procent van het totale fysieke goud aangeboden zal worden door beleggers die als doel hebben winst te nemen. Alleen de mensen en instituties die fysiek goud bezitten zullen hier iets over te zeggen hebben. Dus wat is goud eigenlijk? En zult u daar iets over te zeggen hebben als de tijd zover is?

Bron: FOFOA