Grafiek: Amerikaans GDP uitgedrukt in goud wijst op nieuwe depressie

Door het GDP te corrigeren voor een groeiende populatie en door het uit te drukken in iets wat eeuwen lang haar waarde wist te behouden  (goud) geeft Simon Black van Sovereignman een grafisch overzicht waarin de verschillende periodes van de afgelopen 200+ jaar met elkaar vergeleken kunnen worden. De ontwikkeling van de grafiek wordt dus sterk beïnvloedt door de goudprijs, die sterk steeg van 1973 t/m 1980 en sinds het jaar 2000.

Uiteraard kent ook de goudprijs als indicator van welvaart zijn beperkingen. Het edelmetaal behoudt weliswaar haar koopkracht, maar gedurende de geschiedenis was de prijsontwikkeling van het edelmetaal soms veel sterker dan dat van een 'mandje' goederen en diensten. Desondanks is het interessant om te kijken hoe het Amerikaanse GDP zich ontwikkeld heeft in troy ounce goud.

De grafiek op Sovereignman is helaas niet helemaal goed leesbaar, maar het begeleidende verhaal maakt veel duidelijk. De jaartallen op de horizontale as zijn weergegeven in stappen van 25 jaar, waarbij het jaartal links op de as 1775 en rechts op de as 2025 is. De verticale as geeft het GDP per persoon weer in troy ounces goud, met stappen van 20 troy ounce beginnend bij nul.

Amerikaanse GDP per hoofd bevolking, uitgedrukt in troy ounce goud (Bron: Sovereignman)

De resultaten uit deze grafiek zijn opvallend. Aan het begin van de meting was de gemiddelde jaarlijkse productiviteit per Amerikaan ~2,6 troy ounce goud. Tussen 1791 en 1811 verdubbelde de economische productiviteit, uitgedrukt in goud. In de 19e eeuw bleef de productiviteit overwegend vlak, wat volgens Simon Black verklaard zou kunnen worden door de vele oorlogen in die tijd (de Oorlog van 1812, de Mexicaanse Oorlog, de Burgeroorlog, enzovoort). Toen de industrialisatie van de Amerikaanse economie goed op stoom kwam in het begin van de 20e eeuw steeg de productiviteit snel. Het GDP per persoon steeg van 12 troy ounce goud in 1892 naar 23,55 troy ounce in 1916. In 1929, vlak voor de Grote Depressie, piekte de productiviteit op 41,12 troy ounce goud per persoon per jaar.

In 1934, aan het eind van de Grote Depressie, bodemde het GDP uit op 14,93 troy ounce goud. Daaa begon een lange periode van groei, waarvan de piek pas bereikt werd in 1970. Een jaar voordat Nixon een einde maakte aan de inwisselbaarheid van de dollar voor goud was de productiviteit per Amerikaanse burger in een jaar tijd maar liefst 139,05 troy ounce goud. Een dergelijk hoog niveau hebben we sindsdien niet meer gezien. Dat kwam door een samenloop van omstandigheden. Tot aan 1970 leende de Amerikaase overheid veel geld bij voor de ontwikkeling van een verzorgingsstaat en voor het voeren van een kostbare oorlog in Vietnam. Dat geleende geld stimuleerde het GDP, een indicator die niet goed kan corrigeert voor het effect van lenen. Tegelijkertijd was de goudprijs tot 1971 nog vastgezet op $35 per troy ounce, waardoor het goud in 1970 extreem ondergewaardeerd was ten opzichte van de dollar.

Vanaf 1970 was het een turbulente periode van pieken en dalen, zo schrijft Simon Black op zijn blog. De economie (en de schuldenberg) groeide snel vanaf 1990, om vervolgens een piek te bereiken in 2000. In dat jaar was de productiviteit van de Amerikaanse economie, omgerkeend naar goud per persoon, meer dan 130 troy ounce goud. Sindsdien is de schuldenberg alleen maar verder opgeblazen en stangeerde de economie als gevolg van het klappen van bubbels in de technologiesector en in vastgoed. De goudprijs is gedurende die periode onafgebroken gestegen in dollars, waardoor de bovenstaande grafiek weer een sterke daling laat zien. We stevenen opnieuw af op een niveau dat vergelijkbaar is met 1980. Zakt Amerika nog wat verder weg, dan kunnen we de huidige crisis in zekere zin vergelijken met die van de jaren '30 van de vorige eeuw.

Simon Black merkt op dat het gemiddelde GDP per persoon omgerekend in goud sinds de Tweede Wereldoorlog 72,83 troy ounce was. Vandaag de dag staan we maar liefst 61% onder dat gemiddelde. Ook valt hem op dat deze crisisjaren gepaard gaan met de grootste expansie van de Amerikaanse staatsschuld en de monetaire basis. Is dat toeval?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.