Door Willem Middelkoop

Wie de zilverprijs de afgelopen dagen in de gaten heeft gehouden, weet dat het een bijzonder beweeglijke week was. Zondagnacht toen Azië opende, stond zilver al direct een dollar hoger en schoot de prijs ongekend snel door richting de $50. Terwijl Europa vrij was en niet aan de handelsdag deelnam, corrigeerde de zilverprijs in de laatste uren van de Aziatische beurs, en helemaal toen de handel in New York begon.
De zilverprijs eindigde die handelsdag rond de $45. Binnen een etmaal van bijna $47 naar $50 en weer naar $45. Dat is een correctie van 10%! Dinsdag bleef de zilverprijs binnen de bandbreedte van $45-$46, maar woensdag na de persconferentie van Ben Beanke steeg zilver wederom en schommelde donderdag net iets boven de $48 per troy ounce. Het typeert de spanningen op de zilvermarkt.
Harde cijfers
 
Wanneer men de fundamentals van zilver erbij pakt en kijkt naar de diverse goudzilverratio's die er te maken zijn, dan heeft men een idee waarom zilver sinds begin dit jaar zo hard gestegen is. Eric Sprott kwam in zijn maandelijkse bijdrage met een prachtig overzicht.
 
Zo bestond in 2010 het aanbod van fysiek zilver uit 736 miljoen ounces uit mijnbouw en 215 miljoen uit recycling. Voor goud was het aanbod respectievelijk 85 miljoen ounces en 53 miljoen ounces. Het zilveraanbod is slechts negen keer groter dan dat van goud.
 
Uit de US Geology Survey bleek verder dat de geschatte voorraden zilver in de bodem op 16,4 miljard ounces wordt geschat en van goud op 1,6 miljard ounces; een ratio van 1:10. Wanneer de schattingen van de wereldwijd gerapporteerde voorraden van edelmetalen in ogenschouw worden genomen dan komt men voor zilver uit op 1,2 miljard ounces en voor goud op 2,2 miljard ounces. Dat is een ratio van 1:0,5. Afgezet tegen de huidige prijzen dan is er voor $52 miljard zilver te verhandelen en voor $3,3 biljoen aan goud; een ratio van 1:63. Sprott vraagt zich dan ook af: hoe kan het dan zijn dat goud 35 keer duurder is dan zilver?
 
Historische bull-market
 
Tegen deze achtergrond worden edelmetalen in een veelvoud op termijnmarkten verhandeld en blijkt het prijsmechanisme – in ieder geval voor zilver – steeds meer los te raken van de echte vraag naar fysiek. Dit jaar is het al de derde keer dat een grote partij gouden en zilver munten niet kan leveren. Twee maal overkwam dit Scotia Mocatta en deze week was het de beurt aan het Amerikaanse APMEX. Zij vragen een premie boven de spotprijs voor leveringen in mei. Bovendien betalen zij een premie aan particulieren die aan hen leveren; $3 voor zilveren en $38 voor gouden munten van een troy ounce.
 
Ondanks de verdubbeling van de zilverprijs is er nog steeds sprake van “backwardation”. Met andere woorden, er valt nog steeds een gratis winstpremie te verdienen door nu te verkopen en direct tegen een lagere prijs (zonder kosten voor opslag e.d.) te kopen en het zilver in de toekomst terug te krijgen. Normaal gesproken is dit precies andersom. Deze gratis winstpremie laten partijen links liggen; men wil zo snel mogelijk fysiek geleverd krijgen.
 
Terwijl prijsrecords worden gevestigd, wordt telkens opnieuw het einde van de bull-market uitgeroepen. Elke keer blijkt het ongerechtvaardigd. De volatiliteit van de zilverprijs zit hem in de onzekerheid van fysieke levering en de hoeveelheid papieren zilver waarin wordt gehandeld. Wie de fundamentals bekijkt snapt waarom deze historische bull-market voor edelmetalen nog niet voorbij is; prijscorrecties horen erbij. Die houden de markt en de prijs scherp.