Volgens de World Gold Council werden er vorig jaar nergens zoveel goudbaren en gouden munten verkocht als in Europa. Werd er tussen 1995 en 2007 gemiddeld slechts 111,4 ton goud per jaar verkocht, sindsdien ligt het gemiddelde bijna twee keer zo hoog op 212,6 ton per jaar. En dan hebben we het alleen nog maar over beleggingsmunten en baren, niet over de vraag naar afgeleide producten als ETF’s. Eind vorig jaar beheerden deze beleggingsproducten samen ongeveer 1.611 ton goud.

Opvallend is ook de explosieve groei van de Chinese goudmarkt. Toen het privé bezit van goud in 2004 eindelijk weer werd toegestaan was de vraag naar beleggingsgoud slechts 12 ton. In 2015 was dat volgens de World Gold Council al toegenomen tot 201 ton aan fysiek goud.

Beleggingsgoud versus sieraden

De vraag naar beleggingsgoud in Aziatische landen is nog altijd ondergeschikt aan de vraag naar gouden sieraden. Vorig jaar was China met 784 ton de grootste afzetmarkt voor juwelen, terwijl India de tweede plaats voor haar rekening neemt met een totale vraag van 654 ton. Chinezen en Indiërs zien gouden juwelen niet alleen als versiering, maar ook als instrument om vermogen in op te slaan. In Westerse landen heeft goud als vorm van vermogen nog steeds een ondergeschikte positie ten opzichte van financiële activa als deposito’s, obligaties en aandelen.

gold-options

Infographic: De goudmarkt in een vogelvlucht (Bron: World Gold Council)