In 1929 verloren Amerikaanse huishoudens gezamenlijk $25 miljard aan vermogen door de grootste beurscrash die het land ooit had meegemaakt. In zes dagen tijd verloren aandelen een derde van hun waarde. Talloze bedrijven gingen over de kop en binnen korte tijd gingen 3.000 banken kopje onder omdat spaarders er hun geld weghaalden. Spaarders die te laat waren zagen hun vermogen in rook op gaan.

Het was een crisis die veroorzaakt werd door overvloedige beschikbaarheid van kredieten in de ‘Roaring Twenties’. Het optimisme was groot na het aflopen van de Eerste Wereldoorlog en de toenemende massaproductie maakte consumentengoederen voor steeds meer Amerikanen betaalbaar. In het enthousiasme werd er volop gespeculeerd op nog hogere aandelenkoersen en nog grotere winsten, maar de bomen groeien niet tot aan de hemel…

1929: The Great Crash

Aan de beurscrash van 1929 ging een geweldig beursjaar vooraf. In 1928 leek er nog geen vuiltje aan de lucht, toen de aandelenmarkt in een jaar tijd 50% omhoog ging. Beleidsmakers werden na deze grote beurscrash voor een duivels dilemma gesteld: Moeten we de markt laten uitzieken? Of is het beter om in te grijpen?

Centrale banken wisten zich ook geen raad en lieten de depressie steeds dieper worden, totdat op een gegeven moment de geldhoeveelheid met een derde was gekrompen en de werkloosheid naar recordniveau was gestegen. Een devaluatie van de dollar en een groot stimuleringsprogramma brachten na jaren van bittere ellende eindelijk verlichting. Wat kunnen we leren van de vorige Depressie? Een documentaire van 45 minuten…