Ripple wil voorkomen dat de SEC buitenlandse toezichthouders om hulp vraagt bij het XRP-onderzoek

XRP

Er is weer een nieuwe ontwikkeling geweest in de juridische strijd tussen de Securities and Exchange Commission (SEC) en Ripple over de verkoop en classificatie van cryptocurrency XRP.

De SEC heeft onlangs een brief afgeleverd bij de voorzittende rechter waarin bezwaar wordt gemaakt tegen een motie die de toezichthouder zou verhinderen om buitenlandse autoriteiten om gegevens te vragen met betrekking tot de overdracht van XRP aan cryptobeurzen die buiten de VS zijn gevestigd.

Zonder deze informatie, die Ripple naar eigen zeggen niet zelf bezit, kan de SEC geen tijdlijn vaststellen die kan aantonen dat Ripple opzettelijk een marketingstrategie uitvoerde die bedoeld was om de Ripple koers van XRP op te drijven.

XRP rechtszaak

In december lanceerde de SEC een verrassingsrechtszaak tegen Ripple en twee van haar leidinggevenden, mede-oprichter Chris Larsen en CEO Brad Garlinghouse. De toezichthouder beweert dat de voortdurende verkoop van XRP aan individuele beleggers neerkomt op een schending van de effectenwetgeving.

De SEC hoopt haar zaak kracht bij te zetten door te bewijzen dat Ripple opzettelijk de XRP koers verwachting van de cryptocurrency heeft gemanipuleerd met strategisch getimede aankondigingen.

Tot nu toe heeft analyse van crypto-portemonnees van Larsen en Garlinghouse uitgewezen dat enorme hoeveelheden XRP werden geleverd aan beurzen die hun hoofdkantoor op buitenlandse bodem hadden. Volgens de SEC-brief heeft Ripple echter “geen enkel document over een niet in de VS gevestigde digitale activarekening overhandigd of anderszins de betekenis van deze XRP-transfers toegelicht”.

De toezichthouder vecht nu voor het behoud van zijn recht om intraday handelsgegevens voor XRP op andere manieren te achterhalen, via buitenlandse handelsplatformen.

“Hoewel de SEC ook heeft geprobeerd om deze informatie rechtstreeks van Ripple te verkrijgen, heeft Ripple de SEC onlangs verteld dat Ripple deze ook niet heeft, waardoor de enige laan voor onderzoek offshore blijft,” legt de brief uit.

Het lijkt er echter niet op dat de onderzoeken goed van start gaan, met verzoeken aan negen verschillende buitenlandse toezichthouders die de onderzoekers met lege handen achterlaten. Volgens de brief weigerden twee toezichthouders bijstand te verlenen, en stonden nog eens drie toezichthouders niet toe dat de SEC hun mededelingen publiceerde. Slechts één toezichthouder suggereerde dat de SEC gesprekken tussen de twee partijen zou kunnen gebruiken om haar zaak te ondersteunen.

Als de rechter de motie van Ripple zou toewijzen, zou de SEC de verzoeken aan buitenlandse regelgevende instanties moeten staken en intrekken, waarmee een einde zou komen aan deze onderzoekslijn.